Artikel

Geert Blijham: betrouwbaarheid, volstrekte betrouwbaarheid

Op 1 januari 2009 vertrok Geert Blijham (62) als voorzitter van de raad van bestuur van het UMC Utrecht. Tien jaar leidde hij een van de grootste universitaire medische centra in Nederland. Hij kan terugkijken op een succesvolle loopbaan.

Door: Willem Wansink. Uit: Skipr Magazine 01, januari 2009.

Achter het bureau van Geert Blijham in het UMC Utrecht hangen ingelijste kleurenfoto’s. Het Colosseum in Rome. En Stonehenge, de mythische steenformatie in het zuiden van Engeland. Maar met druïdes en hun rituelen heeft hij niets. Hij schudt het hoofd: “Stonehenge is een prachtige plek. Veel geschiedenis. Als ik geen geneeskunde had gedaan, was ik geschiedenis gaan studeren.” Hij zou het alsnog willen doen: “Ik ga in elk geval veel lezen.”

Zijn grootvader had een timmerfabriek in Hekendorp, op de grens van Zuid-Holland en Utrecht. “Hij was maatschappelijk zeer betrokken. Hij gaf om het wel en wee van de gemeenschap en zat in wel dertien verenigingen. ’s Avonds was hij nooit thuis, want dan vergaderde hij. De onderkoning van Hekendorp werd hij genoemd.”
Blijham spiegelt zich graag aan deze voorvader, want zelf heeft hij ook veel bestuursfuncties. Hij is lid van de Gezondheidsraad. En nog altijd is hij voorzitter van het hospice-bestuur Demeter in De Bilt. Daar komt hij in aanraking met zijn oude vak als internist en oncoloog, met stervensbegeleiding en de praktijk van palliatieve sedatie. Toch houdt hij zijn publieke profiel laag: “Ik ben niet erg bezig mezelf te profileren.” Bovendien bood zijn baan als bestuursvoorzitter hem weinig vrije tijd om er veel naast te doen.

Opeens staat hij op en beent met lange passen weg. Hij blijkt ook penningmeester te zijn van de H. N. Werkman Stichting. Die stichting is vernoemd naar Hendrik Nicolaas Werkman, de avantgardistische drukker en schilder. In april 1945, vlak voor de bevrijding, werd Werkman door de Duitse bezetters gefusilleerd. Blijham komt terug met een dikke catalogus die de stichting afgelopen zomer heeft uitgegeven, samen met twee dikke banden correspondentie: “Dit is toch prachtig. Al die kleuren. Als je dit ziet, is het nog steeds volstrekt modern. Het is alleen uit 1925.”
Hij bladert door het boek. Meteen vallen de invloeden op van Van Gogh, Marc Chagall en Gauguin. Of hij zelf werk van Werkman heeft? “Nee. Werkman is duur. De druksels gaan nog wel. Hij is heel beroemd geworden met zijn Chassidische legenden. Enorm complex; soms ging zo’n vel wel 200 keer door de machine. Iedere keer een kleurtje erbij. Bloedmooi.” Hendrik Werkman kwam uit Groningen. Ook Geert Blijham is daar geboren, in de stad zelf, aan de Ossenmarkt.

Buschauffeur

Weer staat hij op. Hij pakt een lijst van de muur en legt die op schoot. Zijn grootvader van vaders kant, met dezelfde voor- en achternaam als hij, blijkt een van de eerste Nederlanders te zijn geweest met een rijbewijs. Deze opa kwam uit het hoge land van Groningen en was een busondernemer.
“Begin vorige eeuw kochten veel gemeenten in het noorden van het land een eigen bus. Alle mensen die daar woonden, moesten naar de stad en naar de markt. De stad was Groningen en de gemeenten verzorgden een busdienst voor de eigen inwoners. Maar als het slecht weer was, reed de bus niet. De ambtenaar die hem bestuurde, dacht: het regent, ik blijf thuis. Mijn grootvader vond dat maar niets.  Dus kocht hij zelf een bus. Hij heeft zijn hele carrière opgebouwd rond zijn reputatie. Als Blijham je naar de stad rijdt, rijdt hij je ook weer terug.”
Betrouwbaarheid, daar draait het volgens hem om in het leven. Volstrekte betrouwbaarheid. Toen de Tweede Wereldoorlog voorbij was, waren alle bussen geconfisqueerd en moest zijn grootvader nieuwe bussen kopen. Samen met vier anderen richtte hij een coöperatie op. Hij vroeg de burgers van Groningen of ze hem geld wilden lenen en schreef obligaties uit voor 150.000 gulden tegen 3,5 procent rente.
Blijham: “Mijn zoon heeft een van die obligaties op internet gevonden en mij cadeau gedaan voor mijn zestigste verjaardag. Naamloze Vennootschap Marnedienst te Zoutkamp. Een geldlening van 500 gulden. De eerste ondertekenaar bij de commissarissen is G. Blijham. Mijn grootvader. Tegen iedereen die me verwijt dat ik niet ondernemend genoeg zou zijn, zeg ik ‘Moet jij eens kijken. Mijn grootvader ging echt voor zijn bedrijf’.”

Zelf groeide hij op in het Friese Noordwolde, in de buurt van Wolvega. Een artsengezin met zeven kinderen. Zijn vader, die later zenuwarts in Groningen zou worden, was er huisarts. Praktijk aan huis, apotheek aan huis, altijd druk. “Toen ik een jaar of vier jaar was, reed ik vaak op mijn trapautootje door de praktijk van mijn vader. Ik kwam weleens bij hem binnen en zei dat ik een pilletje wilde hebben. Hij zei dan ‘Ik heb wel een pilletje voor je, maar ik zou daar heeeeel langzaam op kauwen. Dat is een bijzonder pilletje, daarom staat het helemaal bovenaan’. Hij had een grote pot en daar haalde hij die pil uit. Wat ik niet doorhad, was dat er met grote letters placebo op stond.”
 Meer herinneringen. Vanzelfsprekend had zijn vader vlak na de oorlog een auto: “Maar als hij naar de boeren ging en de weg was slecht, dan ging hij op de motor. Dan mocht ik weleens mee: voor op de motor naar de visite. Stoer.”
Toen hij vijftien was, overleed zijn moeder aan borstkanker. “Zoiets tekent je. Ik had met haar een sterke band en die werd plotseling doorgesneden.” Het heeft hem doordrongen van de tijdelijkheid der dingen en hij heeft erdoor leren relativeren. “Geluk is een moment dat over gaat”, zegt hij. Zijn les: “Niet te veel tobben. Ook kunnen genieten. Gaan voor het beste, maar ook kunnen leven met het betere. Zo’n levenshouding kleurt je hoe je bent als mens, maar ook als arts of als bestuurder.”

Babyboomer

Blijham is van 1946. Een babyboomer. Hij kent de naoorlogse euforie uit eigen ervaring. “Bij iedere volgende onderwijsstap moest er een lokaal of een gebouw worden bijgebouwd. Op de dorpsschool werden de vijfde en de zesde klas uit elkaar gehaald. Op het gymnasium in Groningen kwamen er vier in plaats van twee eerste klassen. En toen ik ging studeren, werd er een aparte eerstejaarscollegezaal bijgebouwd omdat die hele lichting er niet in kon. Dat was nog voor de numerus fixus.”
In Groningen ging hij naar de middelbare school, hij studeerde en promoveerde er en bleef er bijna tot zijn dertigste wonen. De Groningse jaren waren cruciaal vanwege de sixties. ”Er veranderde heel veel aan de universiteiten. Ik houd van verandering. En ik vind het prettig als er spannende mensen zijn.” Een geëngageerde student; er bestaat nog een foto waarop hij met lang haar is afgebeeld. Hij zat in het bestuur van de Groninger Studentenraad, het parlement van de lokale studenten. Ook Jacques Wallage en Job Cohen waren bestuurslid. Toch is hij geen actief partijpoliticus geworden. “Ik heb het idee dat ik alles wat ik mijn leven heb willen doen en verbeteren prima binnen mijn vak heb kunnen verwezenlijken.”

Wereldspeler

Nog altijd ambitieus: “Het UMC Utrecht zal in de komende tien jaar de slag naar wereldspeler moeten maken. Je moet de vergelijking met de Verenigde Staten aandurven. Amerika is net zo groot als de Europese Unie. Er wonen evenveel mensen. Als je het in Amerika over topinstituten hebt, moet je het vergelijkenderwijs hebben over de topinstituten van Europa. Daar hoort het UMCU Utrecht bij.”
In Utrecht, zo is de strategie, wordt constant de verbinding gelegd tussen zorg voor kennis en kennis voor zorg. Uiteraard letten alle acht universitaire medische centra in Nederland daar op. “Maar bij ons is deze link dominant. Dit betekent dat je moet durven kiezen en investeren.”
Investeren in magnetic resonance imaging (mri) bijvoorbeeld. Eind 2007 werd voor 20 miljoen euro een mri-scan met een magneetsterkte van 7 tesla aangeschaft, puur om wetenschappelijk onderzoek te doen, voornamelijk van de hersenen. “Als raad van bestuur hebben wij dat apparaat niet gekocht omdat we het een leuk speeltje vonden. Enkele van onze topmensen, onder wie psychiater René Kahn, wisten ons ervan te overtuigen dat ze er de komende vijf tot tien jaar ook op internationaal gebied veel mee kunnen bereiken. Dat is een belangrijke voorwaarde als je een Europese speler wilt worden.”

Gangmaker

Blijham ziet zich als gangmaker en initiator, maar minder als een beheerder. Hij veert op. Leiding geven, legt hij uit, betekent vertrouwen durven geven en verantwoordelijkheid durven nemen. Het is zijn lijfspreuk. “Ik ben ervan overtuigd dat een organisatie als deze vol moet zitten met mensen die risico durven nemen en zonodig een keer op hun bek durven te gaan. Waarna wij ze bijstaan en overeind helpen. Dat is een manier van met elkaar omgaan. Het is geen doodzonde om een fout te maken. Maar het is wel een doodzonde om niet te willen leren van je fouten.”
Ervaring, inzicht, empathie, Fingerspitzengefühl: wat staat er voorop bij deze topbestuurder? “Ik wil een probleem kunnen kantelen, een aspect laten zien waar mensen nooit aan hebben gedacht. Waar hebben we het over? Hoe zijn we in deze situatie terechtgekomen? Op die manier kun je een stukje brein aanboren.”
Ja, hij is gefascineerd door de werking van de menselijke hersenen. “Ik zou ontzettend graag willen weten hoe mijn brein werkt. Wat doet het als ik een besluit neem? Blijkbaar trek ik dan in mijn hoofd een laatje open. Maar ik weet niet hoe het functioneert.”
Zijn inspiratie haalt hij deels in de auto, achter het stuur, op weg naar huis. Wandelend, zittend, pratend: “Het komt regelmatig voor dat ik midden in een gesprek zit en na een half uur opeens in de gaten krijg: dit is de oplossing.” Hij kent zijn eigen zwakheden. Hij zou graag willen schilderen, maar kan het niet. “Hoe krijgen mensen dat voor elkaar? Ze zien iets, het brein doet er iets mee en het gaat er via hun handen weer uit. Zo werkt het, mechanisch gezien. Ik zal het niet leren.”

Medische misser

Uiteraard waren er niet alleen hoogtepunten. Enkele jaren geleden stierf er een kindje bij de afdeling cardiologie na een medische misser. Dat werd een rel, ook omdat de betrokken artsen onderling een uitermate slechte verstandhouding bleken te hebben. “‘Een menselijk en professioneel drama.” Er volgde een intensief intern onderzoek. “De belangrijkste verantwoordelijkheid van een bestuurder is dat hij in staat is in te grijpen en de zaak weer op orde te krijgen. Het komt heel precies. Ik ben er een half jaar mee bezig geweest om de juiste oplossing te vinden. Uiteindelijk hebben we de hele afdeling vervangen.”

0 Reacties

om een reactie achter te laten
Top