Artikel

Ed Cools: 'Hoe meer regels, hoe meer vreugde'

Vernieuwen door vele kleine stapjes te zetten. Dat doet Ed Cools, een Vlaamse Belg die de Nederlandse ouderenzorg de menselijke maat teruggaf. Alles draait om attente dienstverlening: ‘Van zorg tot service, voor sjiek en sjofel’.

Door: Willem Wansink. Uit: Skipr Magazine 05, mei 2009.

Soms snapt hij niets van de Nederlandse regelgeving. “Iedereen zegt ziek te worden van de vele regels in de zorg. Ik beweer: Hoe meer regels, hoe meer vreugde. Achter elke regel zit een kans, want anders stellen de Nederlanders deze regels niet op. Daar moet je gebruik van maken.”
Op de vraag of dit Vlaams denken is, antwoordt hij volmondig ‘ja’. Katholiek denken? “Dat ook. Ik heb geleerd buigzaam te zijn, me aan te passen en kansen te benutten.”
Ed Cools (55) komt uit een Vlaamse familie die in Antwerpen een bouwbedrijf bezat. De betere middenklasse, niet praktiserende katholieken, een groot huis in het centrum van de stad. Hard werken was het credo van zijn grootvader, een ingenieur uit Wallonië en een verre verwant van de Waalse politicus André Cools die begin jaren negentig van de vorige eeuw werd vermoord. Een politiek milieu: zijn grootvader en zijn vader was gemeenteraadslid voor de sociaal-liberalen, al was zijn grootvader voor de zekerheid lid van alle partijen: “Ik ben van huis uit geïnteresseerd in de politiek. Dat is er met de paplepel ingegoten.”

Pronkstuk

We spreken elkaar in ’t Jagthuis, een kleinschalig centrum voor dementerende ouderen aan de Hoofdstraat in het Gelderse Velp. ’t Jagthuis is een voormalig verzorginghuis dat is getransformeerd tot een modern verpleeghuis. Het is het pronkstuk van Innoforte, de zorgorganisatie waaraan Cools leiding geeft. Kleinschalig wonen: er is plaats voor zestig psychiatrisch-geriatrische patiënten. Ze hebben eigen appartementen van ruim dertig vierkante meter, een eigen keuken en eigen sanitair. In feite zijn het acht huisjes voor gemiddeld zeven bewoners met een zorgteam dat voor hen kookt. Geen centrale keuken: “Die hebben we opgedoekt.”
Ed Cools loopt weg om enkele folders te halen. Klein, mager, zwart hemd, zwarte pantalon. Welbespraakt en met een driedaagse baard. Hij keert terug met een doosje bonbons. Hij heeft ze gekocht bij Pompadour, de Belgische patisserie in de Amsterdamse Huidenstraat: “Echte pralines, niet van die Hollandse nepchocola. Ik ben daar vaste klant.”
Vrijgevig en charmant: een levenskunstenaar. Maar Cools is meer dan een prettige causeur. Hij is een doener én een bekwame lobbyist. Hij weet wat het betekent om zich de blaren op de tong te kletsen voor de juiste zaak. Zonder goed verhaal krijg je even weinig voor elkaar als zonder feitenkennis, stelt hij. Door te overtuigen krijgt hij telkens andere politici én het ministerie mee, maar ook het College bouw zorginstellingen of een geïnteresseerde sponsor. De inboedel van de caféruimte in ’t Jagthuis, die recent werd heropend, is geschonken door het Rooms-Katholiek Oude Armenkantoor in Amsterdam. De lange tafel en de klassieke stoelen zijn afkomstig van een Nijmeegs fonds, de vleugel is een gift van de vrienden van ’t Jagthuis.

Symboliek

Humanist, man van de vrijheid. De ene kant van zijn familie was liberaal, de andere gelovig. “Ook ik ging ’s zondags naar de kerk. Een Latijnse Mis met drie heren en veel wierook. Prachtig, die rituelen. Die symboliek sprak mij aan.”
Tijdens zijn middelbare schooltijd liet hij zoals velen het geloof vallen. Hij bezocht een Antwerpse kostschool die werd geleid door paters Jezuïeten. “In België gingen de leerlingen altijd in een pak naar school. Blauw en grijs. Wit hemd, stropdas. Je werd geacht in de rij te gaan staan. Een beetje discipline.” Terloops voegt hij daaraan toe: “Dat zou voor Nederland ook niet altijd even slecht zijn.”
Cools werd klassespreker. Er was een schoolparlement: “Je werd geacht veel te praten, te pleiten en uit te leggen waarom je ergens voor of tegen was. Met argumenten overtuigen.” Hij heeft er een goede tijd gehad, al moest hij voor tentamens altijd ‘goed blokken’. Een prettige bijkomstigheid was de uitstekende keuken.
Op zijn veertiende kwamen zijn vader en moeder om het leven bij een verkeersongeval. Doffe ogen: “Ik was maar een jongen. Een auto-accident in de buurt van Antwerpen. Ze probeerden een motorrijder te ontwijken. Mijn vader was op slag dood, mijn moeder heeft nog even geleefd. Ik heb geluk gehad dat we samen met onze grootouders in één huis woonden. Zij hebben me geweldig opgevangen.” Toen Ed Cools twintig was, stierf ook zijn broer bij een verkeersongeluk. Net als bij zijn ouders gebeurde dat tijdens een storm: “Het is allemaal heel pijnlijk geweest. Maar je moet vooruit kijken in het leven. Achterom zien brengt je niet verder. Ik had mijn grootouders. Zij hebben veel met mij gepraat”.

Goed restaurant

Cools zwiert door ’t Jagthuis. Hij wijst naar de overkant van de straat, daar staat Nieuw-Schoonoord. Hij heeft er een modern woon-zorgcomplex van gemaakt. De beschermde, monumentale façade is gebleven, daarachter bevinden zich ruime koop- en huurappartementen van 100 vierkante meter elk. De vraag is groot: “We hebben een wachtlijst van 300 personen.” Er bevindt zich een goed restaurant dat druk wordt bezocht door mensen uit de wijde omgeving. Er zit een kinderdagverblijf in en een dienstencentrum van de gemeente waar buurtbewoners kunnen bridgen en klaverjassen. Wie meer zorg of extra hulp wil, bijvoorbeeld een uur schoonmaak, kan dat inkopen aan de hand van een catalogus.
Innoforte is er ‘voor sjiek en sjofel’, benadrukt Cools telkens. Sjiek betekent dat het aangenaam moet zijn. Sjofel is de ‘platte AWBZ’. Recent is er vlakbij nieuwbouw gepleegd: Oosterwolde, een klassiek verzorgingshuis met appartementen van 60 tot 77 vierkante meter. Het wordt betaald uit de AWBZ. Maar het ziet er ruim en licht uit en er is volop gewerkt met kleur en kunst.
“In Nederland is de zorg veel te veel gescheiden”, zegt hij. Daarom hebben de lokale huisartsen samen met Innoforte het initiatief genomen een geïntegreerd eerstelijnscentrum te beginnen (1+Velp). Dat gaat volgend jaar open. Dan bevinden de thuiszorg van Innoforte, de huisartsen, de farmacie en de paramedici zich bij elkaar. “Een huisarts die een probleem heeft, zegt ‘Innoforte zit om de hoek’. En wij hebben meteen binding met potentiële nieuwe klanten.”

Geen autofan

Cools is nooit een autofan geweest; begrijpelijk. Hij reist met de trein. Amsterdam-Velp in één uur en tien minuten, ’s ochtends om zeven of om acht uur heen met de internationale trein naar Duitsland. Overstappen in Arnhem. Eerste klas: “Dit is het beste van twee werelden. Ik neem lekker een tas koffie, ik lees mijn stukken. Ik kan er bellen.” Te voet is hij in twee minuten op zijn werk. De omgeving bekoort hem: de heuvels van de Veluwe, het rivierenlandschap van de IJssel. Nee, hij kan niet fietsen: “Dat heb ik nooit geleerd.” Dus bezoekt hij alle locaties te voet.
Hij houdt van het spoor. “In de trein gebeurt altijd iets.” Regelmatig reist hij naar Antwerpen, dat duurt twee uur. Hij heeft er vrienden en familie wonen, ook in Brugge en Gent. De Vlaamse cultuur spreekt hem nog altijd aan: “Daar liggen mijn wortels.”
Amsterdam waar hij met veel plezier woont, is een ‘erg prettige, maar drukke stad’. Zodra de trein Antwerpen binnenrijdt, wordt hij ‘tranquilo’, een woord dat hij heeft geleend van zijn vele Zuid-Amerikaanse vrienden met wie hij graag de sportschool bezoekt.
In Antwerpen voltrekt zich een vast ritueel. Koffie drinken bij de Bourla Schouwburg: “Dat is een grote bonbondoos. Heerlijk, al dat eten en die patisserie, met die madammen en allemaal mensen die zich omkleden als ze ergens naartoe gaan. Dan voel ik me gelijk thuis.” Als hij ’s avonds terugkeert in Amsterdam, gaat zijn hart opnieuw open. Dan staat er iemand met een gitaar bij het Centraal Station en slaat de hasjlucht hem tegemoet. Of hij zelf hasj gebruikt? “Ik ben geen roker, maar ik heb het wel eens geprobeerd.”

Menselijke maat

In de zorg gaat het altijd om aandacht, om tijd, om dienstverlening en om de menselijke maat. Hij maakt een gebaar met zijn vingers: Fingerspitzengefühl. “Bij Innoforte gaan we van zorg naar service. We stellen het welzijn voorop door mooie gebouwen neer te zetten en een aantrekkelijke inrichting te maken. We proberen de mensen een aardige en waardige oude dag te geven. Aardig, van plezier, ook als je oud en ziek bent. En waardig, omdat het een kunst is op een prettige manier je laatste dagen te slijten.”
Hij is tegen grootschalige fusies: “De kleinschaligheid is de sterkte van onze serviceorganisatie. Ik geloof niet in grote concerns. Ze zijn afstandelijk en kil. De bewoners worden er als nummers behandeld. Ze wilden mij ook bang maken. ‘Ed, als je niet meedoet, dan nemen we je over’. Wie dat waren? De bazen van Sensire en Meavita. U weet hoe het daarmee is afgelopen. Ze kwamen hier in het kader van de WMO. Het was een speelse opmerking met een serieuze ondertoon. Maar toch. Je bent veel te klein. Ik heb er slapeloze nachten van gehad.”  
Of hij een strenge baas is? Nee, eerder geduldig, vindt hij zelf, al streeft hij naar hoge kwaliteit: “Tegen mijn werknemers zeg ik altijd: Ik leg een probleem tien keer uit. De elfde keer moet je een keuze maken. Je gaat weg of je blijft hier. Blijf je hier, dan heb je een mooie baan. Anders kun je beter vertrekken.”

0 Reacties

om een reactie achter te laten
Top