Artikel

Mike Leers: 'Ik verlaat deze tent met trots'

Eigenzinnig, koppig. Maar ook vernieuwend en creatief. Zo ziet Mike Leers zichzelf. Hij zet zijn tanden ergens in en houdt vol. ‘Als Mohammed niet naar de berg komt, dan komt de berg maar naar Mohammed.’

Door: Willem Wansink. Uit: Skipr Magazine 07/8, juli/augustus 2009.

Of hij ijzer met handen wil breken? Leers: “Ik ken mijn beperkingen. IJzer is sterker dan menskracht. Ik moet dus slimmere dingen doen om mijn doelen te bereiken. Ik geef niet gauw op en ik leg de lat hoog, vooral voor mezelf. Maar ik ben niet zo koppig als een ezel: desnoods zoek ik omwegen. Dat duurt misschien langer, maar het komt wel voor elkaar.”
Vrijwel zijn gehele werkzame leven was Mike Leers (59) verbonden aan CZ, waarvan zeventien jaar als bestuursvoorzitter. Per 1 september stapt hij op bij de Tilburgse verzekeraar die tachtig jaar geleden werd opgericht door de katholieke vakbeweging en in al die tijd slechts vier voorzitters heeft gekend.
CZ is Mike Leers, wordt er gezegd. Hij is een sterke persoonlijkheid, een grote boom met veel schaduw. Leers: “Dan doe je een hele hoop mensen tekort die bij ons werken. Ik heb inderdaad een grote mate van gezag. Niet op basis van macht, maar op grond van inhoud, van passie en gedrevenheid. Ik vind het prettig om dingen te kunnen overdenken en besluiten te nemen. Maar ik ben slechts een individu. Alleen samen kom je verder. Om mijn doelen te bereiken, heb ik de kennis en de kunde van anderen nodig. Ik word vaak genoeg gecorrigeerd door mijn omgeving.”
Generaal en soldaat? “Ik lig niet in de loopgraaf, ik sta niet achter een muur te wachten. Ik ben een leider die voorop loopt, die mee vecht en tegen zijn mensen zegt: ‘wij zijn het A-team, we gaan ervoor.’ Maar ik moet wel het besluit nemen.”
Ogenschijnlijk lijdt Mike Leers er niet onder dat leidinggeven en -nemen een eenzaam beroep is. Uiteraard heeft hij weleens wakker gelegen van de verantwoordelijkheid die op hem drukt. Ook CZ werd afgelopen jaar getroffen door de beurscrisis; er gingen tientallen miljoenen euro’s verloren op beleggingen: “Alles bij elkaar hebben we 90 miljoen euro moeten afschrijven. Gelukkig hadden we door goed cashmanagement 130 miljoen euro verdiend. En we hielden 45 miljoen over aan verzekeringsattributen.”

Trots

“Ja, ik verlaat deze tent met trots. Eind 2008 bedroeg onze solvabiliteitsratio 3,1. Dat kan menig bedrijf niet zeggen. Bij de reputation-award staan we op de dertiende plaats, als zorgverzekeraar tussen allemaal grote namen uit de maakindustrie onder aanvoering van Philips. Zo slecht hebben we het dus niet gedaan. Een ander voorbeeld. We hebben 25 miljoen euro betaald voor de 740.000 verzekerden van Delta Lloyd Zorg en OHRA Zorg. Zilveren Kruis gaf  140 miljoen euro aan premiekorting  om bij de invoering van het nieuwe zorgstelsel circa 400.000 nieuwe verzekerden erbij te krijgen. Die premiekorting moeten ze nu blijven geven opdat de nieuwe klanten niet meteen vertrekken.”
Kwaliteit en onderscheidend vermogen zijn sleutelbegrippen. Maar er is te weinig bekend om zorginstellingen objectief met elkaar te kunnen vergelijken, ook voor CZ. Daarom wil hij geen bevoorrechte aanbieders aanwijzen: “Het wantrouwen van patiënten tegenover alle zorgverzekeraars is nog steeds groot.” Liever steunt hij het initiatief van de Diabetes Vereniging Nederland. Die vertaalde op een simpele kaart, de zogenoemde zorgwijzer, de richtlijnen voor goede diabeteszorg in praktische richtlijnen. Met die zorgwijzer kunnen mensen met diabetes bij hun zorgverlener controleren of ze de goede zorg krijgen en krijgen ze ook tips voor zelfmanagement. “Op die kaart staat wat de dokter voor je doet. Bepaalt hij vier keer per jaar de laboratoriumwaarden? Wordt je op tijd naar de oogarts gestuurd? Wordt er een oogfoto gemaakt voor wildgroei van de vaatjes in de ogen? Stuurt de dokter je tijdig naar de pedicure? Dat is voor mij kwaliteit.”

Gezag

Leers: “Uiteindelijk gaat het erom wat je ervan hebt gemaakt. Wat is de wereld beter geworden van dat stukje Leers dat daar heeft gefunctioneerd?” Hij klinkt bijna weemoedig: “Nee, dat zit in me. Ik wil zelf iets toevoegen. Het heeft te maken met mijn wortels. De mens wil iets kunnen betekenen voor een ander en daardoor voor zichzelf. Hij is geen pure individualist, maar onderdeel van een grotere orde.”
Wat zijn kernwaarden zijn? Bijbelse uitgangspunten: “Proberen eruit te halen wat erin zit in een respectvolle verhouding tot de medemens, niet ten koste van alles. Dat je keuzes moet maken, staat als een paal boven water. Dat die keuzes voor sommigen pijnlijk kunnen uitpakken, hoort erbij.”
Jazeker, hij heeft slachtoffers gemaakt. Hij kan ze aanwijzen. Of hij vijanden heeft? “Misschien. Als leider moet je besluiten nemen. Ik heb mensen de deur moeten wijzen omdat ze niet conform de afspraken functioneerden.” Dit gaat hem niet gemakkelijk af, maar het gebeurt wel: “Ik geef mensen de kans. Ik waarschuw ze. Maar op het moment dat het besluit gevallen is, is het klaar. Ik probeer in redelijkheid vooruit te komen, in overeenstemming met de individuele mogelijkheden. Het is al een pluspunt als iemand toegeeft dat hij zich heeft overschat en de verantwoordelijkheid neemt zodra het niet goed loopt.”
De essentie van het werk bij een zorgverzekaar, zegt hij, is oplossingen te bieden voor mensen die dat zelf niet kunnen: “Helpen klinkt zo hulpeloos. Het gaat om meer. Je bent een gids voor je klanten. Ik ben ervan overtuigd dat je mensen dingen kunt aanreiken zodat zij een betere kwaliteit van leven krijgen.”
Leers wil dat zijn bedrijf gezag uitstraalt en waarde toevoegt: “We zijn meer dan een polisboer. We willen onze verzekerden meerwaarde geven. Dat is de essentie van marktwerking in de zorg: we voegen waarde toe.” Opeens beent hij weg naar zijn bureau, hij komt terug met een knipsel: ‘Als  beter kan, is goed niet goed genoeg,’ staat er: “Dit is mijn slogan, mijn drive. Je hoeft niet gestudeerd te hebben om deze leus te snappen. Ik lees veel klachtenbrieven. Want elke klacht is een kans om het beter te doen. Daar kun je als bedrijf je voordeel mee doen. ”

Houvast

Hij is nog steeds gelovig, maar hij gaat zeker niet elke zondag naar de kerk. Net als honderdduizenden andere Nederlandse rooms-katholieken is hij afgeknapt op de hiërarchische structuur van de kerk en de dogma’s die de paus erop na houdt: “Religie is samen vieren. Samen vieren betekent dat je met elkaar op basis van een aantal uitgangspunten bepaalde ingrediënten vorm geeft. Dat verschilt per land en per cultuur, maar het episcopaat en Rome vinden dat dit op slechts één manier kan. Ik probeer voor mijzelf iets te creëren waaraan ik houvast heb. Daar heb ik geen rituelen voor nodig.” Is daarmee de ideologie minder belangrijk dan de intentie? “Ik wil met respect voor anderen dingen doen waardoor ik ’s avonds een gevoel van voldoening kan hebben. Het interesseert me niet of je dit humanisme noemt of iets anders.”
Vroeger was hij misdienaar in het klooster van de Broeders van Maastricht bij Brunssum. Elke dag kwam er vanuit een dorp in de buurt een pater op de fiets om de mis te doen: “Ik moet een jaar of zes zijn geweest toen de hostie een keer was gevallen. Dat gaf veel heisa. De pater was al weg. Hij moest terugkomen: twaalf kilometer heen, twaalf kilometer terug en opnieuw twaalf kilometer heen. Alleen om die hostie op te rapen. Op dat moment kwam ik erachter dat een hostie niet heilig kan zijn, dat dit niet het wezen van Jezus Christus is.”

Koppig

In gesprekken met Mike Leers komt telkens het woord ‘rebels’ of ‘opstandig’ terug. Het heeft te maken met zijn jeugd. Hij lijkt op zijn grootvader. Een bijzonder gedreven, selfmade man, maar een autocraat. “Mijn grootvader werkte hard. Hij was een uitvinder en hij greep zijn kansen. Geboren in 1900, een van tien kinderen. Ze woonden in Heerlerheide, een kerkdorpje tussen Heerlen en Brunssum. Op zijn twaalfde jaar moest hij ondergronds, de mijnen in. Binnen de kortste keren gaf hij leiding aan een ploeg jongens die het water moest wegpompen zodat de schachten niet onder kwamen te staan.”
Zijn grootvader experimenteerde met de motoren van de pompen. Hij kwam erachter wat ze konden. Hij kwam in Luik terecht en ontmoette iemand die kuipen maakte. Daar hing hij bij wijze van experiment een motor onder een kuip. Zo maakte hij de eerste wasmachine: “Zijn zaak is heel groot geworden. Victoria Wasmachines, met fabrieken in Brunssum en Keulen. Na de Staatsmijnen waren we de grootste werkgever in Brunssum. Ik was zijn oogappel. Ik was voorbestemd om de zaak in te gaan.”
 “Van mijn tweede tot mijn zevende jaar ging ik vaak met mijn grootvader mee naar Duitsland, mijn ouders hadden daar niets over te vertellen.” Ze woonden met zijn allen in een enorm groot huis. Toen Leers veertien was, overleed zijn vader na een bedrijfsongeval in Duitsland. Enkele jaren later kwam Mike met kerstavond niet thuis; hij studeerde net in Tilburg en had een Duits vriendinnetje. Maar Heiligenabend was belangrijk voor de pater familias, dus waren de rapen gaar: “Op 2 januari moest ik de fabriek in. Mijn grootvader had me al laten uitschrijven bij de universiteit. Ik ben vertrokken en heb hem vijf jaar lang niet meer gezien. Ik dacht: ‘Sodemieter op’. Ik heb mijn studie zelf betaald. Koppig? Ja.”
Inmiddels is zijn eigen missie volbracht. Mike Leers gaat het rustiger aan doen. Sinds zijn vijftigste jaar heeft hij een speciale vorm van diabetes: “Het is goed dat ik ermee ophoud. De druk begint van me af te vallen. Elke dag wilde ik weten wat er in de media over CZ werd beweerd. Slecht nieuws trek ik me aan. Ik merk het aan mijn bloedwaarden. Ik zit goed in mijn vel. Er is rust over me gekomen.”

0 Reacties

om een reactie achter te laten
Top