Artikel

André Knottnerus: professor met pit

De vertrekkende voorzitter van de Gezondheidsraad wordt bewonderd. En krijgt benijdenswaardige eigenschappen toegedicht. Toch vindt zijn voorganger Jan Sixma hem geen heilige. ‘Daar is André te weinig uitgesproken voor.’

Door: Marloes Elings. Uit: Skipr Magazine 04, april 2010.

 Knottnerus gaat volgens Sixma confrontaties uit de weg. “Hij aarzelt als hij zijn poot moet stijf houden of een slechte boodschap moet brengen. Hij doet het uiteindelijk wel, maar liever niet.” Ook vindt Sixma hem soms zó nauwkeurig, dat hij ‘wat wollig’ wordt. “In de wetenschap is dat geen enkel probleem, maar voor optredens in de media wel. Omdat hij heel precies en accuraat is, lijkt het alsof hij om de hete brij heen draait.”
Sixma is een van de weinigen die kritische kanttekeningen bij Knottnerus plaatst. Bijna iedereen die voor dit profiel werd benaderd, is lyrisch over de bijna-voorzitter van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Zo wordt hij briljant genoemd. Hoffelijk. Integer. Humoristisch. Open. Buitengewoon zorgvuldig. Attent. Gewetensvol. Karaktervast. Onafhankelijk. Een steunpilaar voor de samenleving. Een keiharde werker en iemand die heel breed is georiënteerd. “En ook heel breed is geïnformeerd”, vult emeritus-hoogleraar Maatschappelijke Gezondheidszorg Paul van der Maas aan.
Hij kent Knottnerus goed, onder meer vanwege zijn voorzitterschap bij de Raad voor Gezondheidsonderzoek, een onderdeel van de Gezondheidsraad. “André heeft een grote maatschappelijke drive en een indrukwekkende status als onderzoeker.”

Paplepel

Die interesse komt voort uit zijn maatschappelijke betrokkenheid. En zijn principiële rechtvaardigheidsgevoel. Eigenschappen die hem van jongs af aan met de paplepel zijn ingegoten. Thuis was het altijd de zoete inval. “We hadden altijd pleegkinderen en mensen die hulp nodig hadden of gezelligheid zochten in huis”, vertelt zijn jongere broer George. “Onze opvoeding en de vele gesprekken die thuis werden gevoerd, hebben ons allemaal gekleurd. Ook André. Na het Baarns lyceum dacht hij aan een studie wis- of natuurkunde. Maar het werd geneeskunde, omdat hij vond dat zijn studie maatschappelijk relevant moest zijn. Wij hebben namelijk van onze ouders meegekregen dat je de mensheid moet dienen.”
Het harmonieuze gezin Knottnerus begon in het Groningse Nieuw-Beertha. Vader Bart was daar dominee. Maar toen de derde zoon - George - op komst was, zakte zwangere moeder Alida door de keukenvloer. Dat was de druppel. Er moest een fatsoenlijker huis komen en daarom ging Bart op zoek naar een betere betrekking. Hij ging werken bij de gemeente Den Haag en bleef daarnaast zeer actief in het pastorale werk. Nog later verhuisde het gezin, met inmiddels vijf jongens, naar Baarn. “Daar was het een gezellige wilde boel. Onze ouders lieten ons veel spelen en keten”, herinnert George zich.
Het grote verdriet in het Nederlands Hervormde gezin speelde zich ook af in Baarn. Hans, de jongste zoon, kreeg botkanker en stierf op zeventienjarige leeftijd. André, de tweede in het gezin, was toen het huis al uit en studeerde aan de VU. Hij deed alles wat mogelijk was om zijn jongste broertje te helpen. Maar de ziekte was niet te stoppen. “Zijn dood was voor ons allemaal een drama”, vertelt George. Tweemaal hebben de broers een broederweekeinde gehad rond de sterfdatum van Hans. “We worstelen allemaal nog met zijn dood. Ik heb veel behoefte aan herdenking, maar mijn broers wat minder. Eigenlijk kom je nooit over de dood van je broertje heen.”
George schetst zijn oudere broer André als een positieve man. Iemand die er iedere dag opnieuw weer iets van wil maken. Een doorzetter ook. “We hebben ooit met z’n allen een tuinhek in Baarn geplaatst.  André wilde niet eens stoppen om te lunchen. Hij vindt het zo leuk om te werken en het kost hem zo weinig energie dat hij altijd maar doorgaat.” Niet dat hij een workaholic is, haast zijn broer te zeggen.”Hij vindt het gewoon leuk. Als wij bijvoorbeeld ons jaarlijkse familieweekeinde in Zeeland hebben, is hij soms opeens verdwenen. Dan is hij in zijn eentje aan het hardlopen. André verveelt zich gewoon helemaal nooit.”

Te laat

Knottnerus is naast zijn bestuursfuncties ook hoogleraar huisartsgeneeskunde aan de universiteit van Maastricht. Zijn collega’s daar herkennen de bovenstaande beschrijving. Onno van Schayck, hoogleraar preventie in de huisartsgeneeskunde, vertelt over de mailtjes van Knottnerus. “De laatste is dan om een uur ‘s nachts verstuurd en de eerste om zes uur ‘s ochtends. André heeft uitzonderlijk veel energie.” Geert-Jan Dinant, collega-hoogleraar huisartsgeneeskunde: “Zijn accu is nooit leeg. Hij werkt niet één keertje hard, maar iedere dag. Iedere week. Ieder jaar. Ik kom bijna nooit iemand tegen die net zo hard werkt als André.” Zoon Pieter beaamt dat zijn vader eigenlijk altijd werkt. “Als vanuit zijn werkkamer in de kelder Mozart of een pianoconcert van Beethoven klinkt, dan weet je dat André thuis is.”
Beide hoogleraren zijn vol lof over hun academische voorbeeld. Van Schayck noemt Knottnerus een van de weinige échte academische leiders. “Hij is een briljant wetenschapper die dat weet te combineren met een buitengewoon integere manier van omgaan met mensen.” Dinant bewondert Knottnerus omdat hij een ‘geweldige motivator’ is. “André geeft mensen zelfvertrouwen. Geeft ze het gevoel dat ze meetellen”, beaamt Van Schayck. En dat maakt volgens de hoogleraar dat Knottnerus zeer nadrukkelijk aanwezig is, ook al komt hij heel bescheiden over. “Als hij iets zegt, wordt het stil. Want wat hij te vertellen heeft, wil je absoluut niet missen. Het snijdt altijd hout.”
Een minpuntje is dat Knottnerus altijd en overal te laat komt. Van Schayck vertelt dat hij hem voor zijn vijftigste  verjaardag een horloge cadeau gaf. Maar dat heeft niet geholpen. De algemeen secretaris van de Gezondheidsraad heeft weleens een klok bij Knottnerus neergezet, maar ook dat was zinloos. Anneke Wijbenga benadrukt dat het eeuwige te laat komen niets te maken heeft met slordigheid of chaos. “Hij heeft het echt heel erg druk. Als hij te laat komt, weet je ook dat hij met iets bezig was wat ook belangrijk was.” Zijn zoon Pieter moet er een beetje om lachen. “Mijn vader is prettig warrig. Altijd zoekt hij op het laatste moment nog zijn sleutels en moet er nog van alles worden gedaan. Een familietrekje.”
Geert-Jan Dinant merkt dat de vele functies van Knottnerus ervoor zorgen dat hij niet altijd precies weet wat er allemaal in de vakgroep huisartsgeneeskunde speelt.”Het gaat dan niet om halszaken, maar om kleine dingetjes. En dat is logisch. Ik werk daar vijf dagen per week en hij is er maximaal twee dagen. Ik snap dat het dan moeilijk wordt om alle details op te pikken.”
Dat zal vanaf mei, als Knottnerus voorzitter wordt van de WRR, niet anders worden. Want hij blijft zijn hoogleraarschap vervullen naast al zijn andere functies. “Hij heeft mij gegarandeerd dat hij het kan combineren”, vertelt Van Schayck. “En we hopen natuurlijk dat hij aan het eind van zijn loopbaan fulltime terugkomt naar Maastricht. Want hij is een heel inspirerend voorbeeld.”

Politieke spelletjes

De vraag is of de wetenschap nog lonkt na een carrière bij de WRR. Al zal hij niet, zoals zijn WRR-voorganger Wim van de Donk, commissaris van de koningin worden. Dat zal het PVDA-lid Knottnerus veel te saai vinden, zeggen de mensen die hem goed kennen. Wellicht lokt tegen die tijd de politiek. ‘”Een ministerschap zal hij niet ambiëren, maar hij zou het wel aannemen uit verantwoordelijkheidsgevoel als hem dat zou worden gevraagd”, denkt vriend burgemeester Job Cohen. PVDA-kamerlid Eelke van der Veen vraagt zich af of Knottnerus gelukkig zou worden van zo’n baan. “André houdt niet van politieke spelletjes. Ik denk dat hij als minister zou balen van alle nitwitterigheid en onzin. Ik heb een heel hoge pet van hem op, maar kwaliteit alleen is niet genoeg in de politiek.”
Ook anderen vermoeden dat Knottnerus een ministerschap niet ambieert, maar zou accepteren uit verantwoordelijkheidsgevoel. “Ik denk dat hij het heel goed zou kunnen”, zegt zijn broer George. “Maar hij zou het alleen doen als hij dat ook echt als zijn taak zou zien.”
VVD-kamerlid Anouchka van Miltenburg zegt dat Knottnerus ‘heel goed weet hoe hij politieke spelletjes moet spelen’. “André is heel beminnelijk en heel intelligent. En hij probeert de politiek echt te overtuigen van wat er moet gebeuren. En dat doet hij net zolang tot anderen daar ook het belang van inzien. Heel open en zonder spelletjes te spelen. Daar is hij heel goed in.”

0 Reacties

om een reactie achter te laten
Top