Artikel

IJsselmeerziekenhuizen soap vol achterklap en intriges

IJsselmeerziekenhuizen soap vol achterklap en intriges

Met de overname door de MC Groep lijken de IJsselmeerziekenhuizen gered. Voorlopig althans. Want de turbulente geschiedenis leert dat de afgelopen twintig jaar ruzie en gedoe de enige constanten zijn geweest in het fusieziekenhuis. Een reconstructie.

Door Peter van Steen. Uit Skipr Magazine 01, januari 2009

De ellende begint in 1990 met de fusie van het Dokter  J.H. Jansenziekenhuis in Emmeloord en het Zuiderzeeziekenhuis in Lelystad, ooit de locatie van de televisiesoap Medisch Centrum West. Het Dokter  J.H. Jansenziekenhuis telt 160 bedden en het Zuiderzeeziekenhuis 220.  De fusie is de uitkomst van een machtsstrijd tussen managers van beide locaties. Ingewijden voorspellen daarom direct dat het slecht gaat aflopen. Al snel ontmantelt het ziekenhuis in Lelystad het grootste deel van dat in Emmeloord. Alle financiële reserves verhuizen van de ene polder naar de andere en het Emmeloordse ziekenhuis staat sindsdien goeddeels leeg.
In oktober 2008 wordt duidelijk dat de IJsselmeerziekenhuizen het niet gaan redden. Ziekenhuisdeskundige Léon Lodewick onderzoekt de doorstartmogelijkheden in opdracht van onder meer het Ministerie van VWS. Zijn conclusie: de IJsselmeerziekenhuizen zijn financieel, zorginhoudelijk en bestuurlijk failliet.  Wat is er de afgelopen jaren allemaal gebeurd in de polder? Een reconstructie van het verhaal en de hoofdrolspelers.

De rol van de inspectie

Om te beginnen moet de Inspectie voor de Gezondheidszorg keer op keer ingrijpen. In juni 2002 constateert de  inspectie dat de zorgkwaliteit in de IJsselmeerziekenhuizen ernstig wordt bedreigd. Er is sprake van een 'bestuurlijke en organisatorische chaos'. De inspectie raadt minister Borst aan in te grijpen. Ondertussen zal de inspectie een verscherpt toezicht op beide instellingen houden. Een half jaar later vindt de inspectie de situatie nog steeds kwetsbaar en gaat ze zelfs over tot een opnamestop voor beide ziekenhuizen.
 In februari 2005 is het weer mis. De zorg blijkt onder de maat op de afdeling longchirurgie in Lelystad en op de afdelingen acute opvang en orthopedische ingrepen in Emmeloord. Het bestuur beëindigt daarom de risicovolle longchirurgie en de gewrichtsvervangende orthopedie wordt van Emmeloord naar Lelystad verplaatst.  In april 2005 besluit de inspectie het verscherpte toezicht dat in 2002 was ingesteld, te beëindigen.
Maar verscherpt of niet, toezicht blijft toezicht. In september 2008 constateert de inspectie een onverantwoorde situatie op de operatiekamers van - opmerkelijk - beide IJsselmeerziekenhuizen. Volgens de inspectie lopen patiënten grote infectierisico’s omdat de lucht in de operatiekamers niet steriel genoeg is.  Het bestuur moet daarom de operatiekamers en de verloskamers in beide ziekenhuizen sluiten.
De inspectie is in haar rapport vooral kritisch over de medisch specialisten. Die wisten van de problemen, maar stelden patiënten toch aan de risico’s bloot. Volgens de inspectie is nog veel inspanning nodig om in de IJsselmeerziekenhuizen een professionele ziekenhuiscultuur te ontwikkelen.

De rol van politici

Alle ministers van Volksgezondheid in deze eeuw hebben zich met de situatie beziggehouden: Els Borst, Eduard Bomhoff, Aart Jan de Geus, Hans Hoogervorst en Ab Klink. In hun gevolg treden  diverse ambtsdragers als adviseurs en commissievoorzitters op. De eerste is oud-staatssecretaris Jeltien Kraaijeveld-Wouters. In opdracht van minister Borst onderzoekt  een commissie onder haar leiding de problemen in 2002. Deze commissie concludeert  dat de raad van toezicht heeft verzuimd om in het conflict tussen de Lelystadse en Emmeloordse artsen daadkrachtig de medische staf te kapittelen. De commissie is verder van mening dat het onmogelijk is  om twee zelfstandige locaties te handhaven.
Borst kan niets met deze adviezen doen, want haar opvolger Bomhoff staat al in de startblokken. Hij onderschrijft het advies om een nieuw bestuur aan te stellen en wil bovendien dat de raad van toezicht aftreedt.  Aldus geschiedt, zij het pas na aandringen van de inspectie.
Nadat Bomhoff en zijn collega Heinsbroek elkaar het kabinet hebben  uitgevochten, laat  waarnemend minister De Geus onderzoeken of de fusie kan worden teruggedraaid. Het is november 2002 en de inspectie heeft zojuist de opnamestop verordonneerd. De Geus geeft oud-minister Loek Hermans opdracht om de mogelijkheid van ontvlechting te onderzoeken, maar Hermans komt tot een negatieve conclusie. Geen ziekenhuis is  bereid om met een van de twee locaties een verbintenis aan te gaan.
Toch laat De Geus’ opvolger Hoogervorst nog bekijken of het Flevoziekenhuis in Almere met het Zuiderzeeziekenhuis in Lelystad kan samenwerken, maar Almere heeft daar geen trek in.
Hoogervorst  wordt  nog met een andere kwestie geconfronteerd. Jan Willem Brinkman toucheert  als bestuurder van het slechtste ziekenhuis in de Elsevier Top 100 toch het hoogste jaarsalaris, namelijk 536.606 euro. “Op zich heb ik geen bezwaar tegen hoge salarissen”, aldus Hoogervorst, “zolang ze maar gerelateerd zijn aan prestaties.”
Momenteel vormen de IJsselmeerziekenhuizen een hoofdpijndossier voor minister Klink. Hij heeft zich voor 1,5 miljoen euro garant gesteld voor de ziekenhuizen en heeft zich, op grond van het advies van Léon Lodewick, uitgesproken voor een basisziekenhuis in Lelystad en een polikliniek in Emmeloord. Voor een ziekenhuis in Emmeloord ziet Klink geen toekomst meer.

De rol van bestuurders

Ingrijpen door inspectie of minister is meestal de aanleiding tot, of juist het gevolg van, gedwongen wisselingen in de raad van bestuur of de raad van toezicht. Dit geldt niet voor bestuursvoorzitter Oane Wagenaar, die in juli 2002 vrijwillig vertrekt. Wel ligt Wagenaar  al enige tijd onder vuur. Het is hem immers niet gelukt de conflicten in zijn ziekenhuizen te sussen. Wagenaar wordt  opgevolgd door oud-generaal en veelverdiener Jan Willem Brinkman, die één jaar krijgt  om orde op zaken te stellen. Bij zijn vertrek twintig maanden later moet Brinkman constateren dat hij zich op de poldersentimenten heeft verkeken en bovendien door minister Bomhoff is  dwarsgezeten. Bomhoff heeft destijds op grond van de conclusies van de commissie Kraaijeveld-Wouters de voorzitter van de raad van toezicht de laan uitgestuurd, Menno Knip, terwijl hij eigenlijk Brinkman had willen wegsturen. Dit laatste doet de raad van toezicht toen maar. Kort daarop wordt Dick van Hemmen, burgemeester van Nunspeet, voorzitter van de raad van toezicht, met als opdracht een nieuwe raad en een nieuwe directie te vormen. Met dit laatste is  hij snel klaar, omdat hij Brinkman bereid vindt  zich als interim-bestuurder te laten herbenoemen. Anderhalve maand later echter, als de inspectie de opnamestop heeft afgekondigd, stapt eerst Brinkman op en een dag later Van Hemmen, maar Brinkman wordt opnieuw herbenoemd.
Waarnemend minister De Geus stelt dat er toch echt een einde moet komen aan de ruzies binnen de top van de ziekenhuizen. De raad van toezicht wordt  daartoe uitgebreid en deze moet vervolgens de raad van bestuur op orde brengen. Harry Borghouts, Commissaris van de Koningin in Noord-Holland, wordt  voorzitter van de raad van toezicht en in het voorjaar van 2004 wordt Han Dekker, divisiedirecteur van het AMC, voorzitter van de raad van bestuur. De medische staf mag kiezen of naast Dekker een daadkrachtige manager of een arts komt.  Het wordt de arts Gersji Rodrigues Pereira. Dekker blijkt al snel de taak niet aan te kunnen, waarna Rodrigues Pereira als enige bestuurder aanblijft.
Twee jaar later, in oktober 2008, vindt ook hij zijn Waterloo in de polders.
Nadat de IJsselmeerziekenhuizen opnieuw in opspraak zijn gekomen, wordt  Rodrigues Pereira door de raad van toezicht op non-actief gesteld. Harry Borghouts neemt het bestuursvoorzitterschap waar tot een nieuwe interim-bestuurder wordt gevonden in de persoon van Norbert Hoefsmit, oud-bestuursvoorzitter van Ziekenhuis Gooi-Noord en oud-bestuurslid van Diakonessenhuis Utrecht.

De rol van medici

De achtergrond van alle verwikkelingen is vooral  het voortdurende gekijf tussen specialisten onderling en tussen artsen en bestuurders. Conflicten zijn aan de orde van de dag sinds een commissie in 2002 vaststelt dat er te weinig patiënten zijn om de in 1990 gefuseerde ziekenhuizen beide overeind te houden. Omdat de raad van bestuur in 2002 dit toch wil, zeggen de medisch specialisten in het Lelystadse Zuiderzeeziekenhuis hun vertrouwen in de directie op. De specialisten van het Emmeloordse ziekenhuis steunen het standpunt van het bestuur wel.  Jan Willem Brinkman wordt ad interim aangesteld om rust in de tent te brengen, maar als hij twintig maanden later vertrekt,  wordt er nog steeds geruzied. Kort daarvoor nog heeft Brinkman een kinderarts op non-actief gesteld, omdat deze weigert om met de specialisten in Lelystad samen te werken. Terugkijkend moet Brinkman constateren dat tijdens zijn bestuursperiode tien specialisten zijn  vertrokken, van wie vijf vrijwillig. Daarnaast is nog een reeks managers weggestuurd. Na Brinkmans vertrek verandert er weinig. In oktober 2005 nemen  drie huidartsen ontslag wegens bestuurlijk wanbeleid. De reden: er is wel geld voor een extern adviesbureau, maar niet voor een extra dermatoloog.
Ook Gersji Rodrigues Pereira heeft het moeilijk met zijn medische staf. Als het ziekenhuis zeven miljoen euro tekort komt, moet de voorzitter van de medische staf het ontgelden. “De situatie vraagt om snel en fors ingrijpen”, stelt Rodrigues Pereira. “Ik heb er geen vertrouwen in dat dit lukt met de huidige voorzitter van de medische staf.”
De kwestie van de onveilige luchtkwaliteit in de operatiekamers brengt dezelfde miscommunicatie tussen bestuur en specialisten boven tafel. Interim-bestuurder Hoefsmit zegt het niet te kunnen rijmen dat de artsen weten dat het fout zit, maar toch opereren. Kortom: het vertrouwen is steeds ver te zoeken.

De rol van zorgondernemers

Een laatste verhaallijn gaat over de zorgondernemers die een ziekenhuis op apegapen graag willen overnemen. Het in 2003 opgerichte Ziekenhuis Consortium bijvoorbeeld, bestaande uit Volker Wessels Stevin, Imtech en Siemens Medical Systems, wil  op termijn zo’n twintig ziekenhuizen overnemen en als eerste het Dokter J.H. Jansenziekenhuis. Het consortium wordt bijgestaan door Paul Sturkenboom, interim-directeur van het Slotervaartziekenhuis, die in juli 2008 plotseling komt te overlijden. De ziekenhuizen die op de nominatie stonden, reageren terughoudend, ook het Dokter J.H. Jansenziekenhuis. Als  het consortium in maart 2004 daadwerkelijk een bod uitbrengt, gaan de IJsselmeerziekenhuizen daar niet op in, onder meer omdat het voorstel alleen op het ziekenhuis in Emmeloord en niet op dat in Lelystad is gericht.
Dezelfde maand nog laat Brinkman weten dat er nog meer geïnteresseerde partijen zijn, onder meer het bureau Boer & Croon, waarvan hij zelf partner is.  Ook bestuursvoorzitter Gersji Rodrigues Pereira gooit een overnameballetje op: in februari 2007 zal het Dokter J.H. Jansenziekenhuis worden verkocht. Het bestuur wil na de verkoop een deel van het gebouw van de nieuwe eigenaar huren. Rodrigues Pereira denkt zo de hoge leegstandskosten te kunnen beteugelen. Kort daarop laat een woordvoerster weten dat de verkoop niet doorgaat. De raad van bestuur vindt de geboden bedragen te laag. 
Als in oktober 2008 de IJsselmeerziekenhuizen op sterven na dood zijn, komt  een mogelijke overname opnieuw in beeld. Geïnteresseerden daarvoor worden  uitgenodigd zich te melden. Allereerst dient het consortium van Ons Ziekenhuis en Orange Cure een plan bij Léon Lodewick in. Het nieuwe ziekenhuis moet Ons Ziekenhuis IJsselmeer gaan heten en deel uitmaken van een keten van vijf ziekenhuizen.  Vervolgens meldt zorgondernemer Loek Winter zich met zijn MC Groep. Deze radioloog heeft de afgelopen jaren negen locaties voor diagnostisch onderzoek geopend en zich daarnaast met dertig miljoen euro bij het Weertse St. Jans Gasthuis ingekocht.
Ondertussen heeft het personeel van de IJsselmeerziekenhuizen de hulp ingeroepen van Aysel Erbudak, bestuursvoorzitter van het Slotervaartziekenhuis. Het personeel wil samen met haar een plan ontwikkelen. Naast deze drie particuliere investeerders melden zich nog een vierde die anoniem wenst te blijven, en twee publieke investeerders, te weten het ziekenhuis St Jansdal in Harderwijk en het Flevoziekenhuis in Almere. De Stichting IJsselmeerziekenhuizen vindt de biedingen van St Jansdal en Loek Winter het meest kansrijk. Bij het ter perse gaan van dit artikel is de uitkomst van de vernamestrijd nog onbekend.

De soap duurt vooralsnog voort. Volgens Léon Lodewick is een ‘warme doorstart’ de beste optie, met een basisziekenhuis in Lelystad en een polikliniek in Emmeloord. Alleen als het economisch haalbaar is, zouden daar ook dagbehandelingen kunnen plaatsvinden. De inkt van zijn rapport is nog nat als  de specialisten van de IJsselmeerziekenhuizen zich oneens met Lodewicks conclusies verklaren.  Zij zijn niet van plan hun positie ter beschikking te stellen, zoals Lodewick aanbeveelt. Het wachten is nu op een beslissing over een overname. Ondertussen lijden de ziekenhuizen wekelijks 700.000 euro verlies. Mede dankzij steun van zorgverzekeraar Achmea en van het ministerie van Volksgezondheid kunnen  de ziekenhuizen het tot medio november uitzingen. Maar als er niet snel een nieuwe kapitaalinjectie komt, wacht de IJsselmeerziekenhuizen alsnog een faillissement. Dan valt het doek definitief.

0 Reacties

om een reactie achter te laten
Top