Artikel

De gevallen dokter en de doofpotcultuur

Heisa in de ziekenhuissector. Probeerde het MST foutief handelen van een neuroloog in de doofpot te stoppen? Betrokkenen nagelen elkaar publiekelijk aan de schandpaal. De bestuurlijke ruis dreigt het lot van de tientallen gedupeerden op de achtergrond te dringen.

Door Philip van de Poel. Uit Skipr Magazine 2/3 maart 2009

“Het is naar, winderig herfstweer. Regen slaat tegen de ramen. Opeens wordt er alarm geslagen. Op de rand van het dak van het nog in aanbouw zijnde Hartcentrum staat een man in een rode pyjamabroek. Zijn bovenlijf is bloot en nat van de regen. Hij schreeuwt en wil zich van het dak gooien. Via het betonskelet van het nog niet afgebouwde trappenhuis ren ik naar het dak. Op het platte dak staan verpleegkundigen en mensen van de beveiliging. Het is een patiënt van Jansen Steur, zeggen ze me. De man dreigt naar beneden te springen als we dichterbij komen. Impasse.
Opeens vliegt de deur van het trappenhuis open. Het is Jansen Steur. “Verdomme!”, roept hij. “Wat een onzin!” Voor we het weten is hij bij de wankelende patiënt en probeert hij hem met gevaar voor eigen leven van de rand weg te trekken. Even lijken ze allebei over de rand te vallen. “Help me!”, brult hij. De bewakers snellen toe en werken de man tegen de grond. Op mijn kamer praten we na. Dat had ook helemaal fout kunnen aflopen, zeg ik. Ernst kijkt me meewarig aan. ‘Soms heb je geluk’, zegt hij.”

Almachtige dokter

Het zijn huiveringwekkende woorden op het weblog van Tom Zijlstra, gewezen bestuurder van het Medisch Spectrum Twente (MST). Huiveringwekkend door het beeld dat er uit oprijst van neuroloog Ernst Jansen Steur als dokter die in zijn almacht beschikte over het lot van zijn patiënten. Huiveringwekkend ook door de wetenschap dat Jansen Steur - in overdrachtelijke zin - alsnog de afgrond is ingestort. Het is denkbaar dat hij daarbij jaren na dato oud-bestuurders en de Inspectie voor de Gezondheidszorg meesleurt in de diepte.
Waar ging het mis met de ‘eminente en gezaghebbende’ neuroloog Jansen Steur? In het Algemeen Dagblad wordt zijn morfineverslaving aangewezen als oorzaak voor zijn wanpraktijken. Een gevolg van zwaar letsel dat hij begin jaren negentig opliep tijdens een auto-ongeluk.
 Ex-patiënten houden het op tomeloze eerzucht. Door hun gegevens te manipuleren kon hij goede sier maken in internationale wetenschappelijke kringen. De beschuldiging luidt verder dat Jansen Steur tientallen patiënten dupeerde door ten onrechte zware diagnoses als Alzheimer, Parkinson en Multiple Sclerose te stellen. Daarmee ontwrichtte hij niet alleen het bestaan van de betreffende patiënten, mogelijkerwijs heeft zijn optreden ook levens gekost, getuige althans de aanklacht van dood door schuld van letselschadespecialist Yme Drost.

Stommiteit

De affaire was waarschijnlijk grotendeels buiten zicht gebleven als Jansen Steur zich aan de afspraak met het MST had gehouden om na zijn vertrek nooit meer het beroep van neuroloog op te nemen. Toen eind januari bleek dat Jansen Steur al weer jaren werkzaam was in een Duitse privé-kliniek, was dat voor ex-bestuurder Zijlstra reden om het stilzwijgen te verbreken. “Wat bezielt zo iemand?”, briest Zijlstra in een van zijn blogs. “En wat een stommiteit van die Duitse directie om niet eens inlichtingen in te winnen bij de vorige werkgever.”
Wie de zaken op een rijtje zet, moet constateren dat de stommiteit vooral bij het MST ligt. Zoals het er nu naar uitziet, maakte de raad van bestuur vanaf moment één verkeerde inschattingen en dubieuze keuzes. Door te kiezen voor afhandeling in stilte, waarschijnlijk ingegeven door angst voor reputatieschade, kon Jansen Steur elders weer ongemerkt zijn gang gaan. Wat vooral opvalt, is dat de raad van bestuur een koers volgde zonder duidelijk zicht te hebben op de ernst en omvang van Jansen Steurs praktijken. Daarbij lijkt de raad van bestuur bovendien volledig voorbij te zijn gegaan aan de mogelijke strafrechtelijke implicaties van Jansen Steurs optreden.    

Foute Alzheimer-diagnose

De eerste maal dat Jansen Steur in opspraak kwam was in 2000, nadat hij bij patiënte Ineke Damink een foute Alzheimer-diagnose had gesteld. De zaak leek voor de neuroloog met een sisser af te lopen, tot Damink er via haar medisch dossier achter kwam dat Jansen Steur zonder haar medeweten DNA-onderzoek had laten uitvoeren op bloed dat ze voor een cholesteroltest had afgestaan. Op grond van de Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek  met mensen (WMO) is dit strafbaar.
In plaats van Damink te begeleiden, kocht de raad van bestuur een gang naar het Medisch Tuchtcollege af. In ruil voor een onbekende som zwijggeld beloofde Damink, zo noteert dagblad TC Tubantia op grond van de betreffende documenten, ‘alle correspondentie, inclusief haar medisch dossier’ te vernietigen. Ook bedong het MST dat ‘mevrouw en de neuroloog bij een ontmoeting zullen handelen alsof zij elkaar niet kennen’. Een inmiddels opgeheven boeteclausule moest ervoor zorgen dat Damink ook in de toekomst haar mond zou houden. In het belang van haar destijds ernstig zieke man stemde Damink in met de deal.
De echtgenoot was overigens gis genoeg om een kopie van het medisch dossier van zijn vrouw achter te houden. Dat ligt nu bij letselschadespecialist Drost, die namens verschillende gedupeerden een aanklacht bij het Openbaar Ministerie (OM) tegen Jansen Steur heeft ingediend wegens zware mishandeling, dood door schuld en valsheid in geschrifte.

Vernietiging bewijsmateriaal

Drost wil dat het OM ook het optreden van de toenmalige bestuurders van het Medisch Spectrum Twente onder de loep neemt. Als Daminks relaas klopt, staan die bestuurders er gekleurd op. Niet alleen riekt hun optreden naar het verzwijgen van mogelijk strafbaar handelen, het oogt tevens als een poging tot het vernietigen van bewijsmateriaal daaromtrent.
Anno 2009 heeft de toenmalige raad van bestuur moeite om zich de precieze toedracht te herinneren. In de lokale media laat oud-bestuursvoorzitter Henk Bijker weten zich vaag iets te herinneren. Volgens letselschadespecialist Drost kan dat niet anders, want Bijkers handtekening staat onder het gewraakte doofpotcontract.
Drost zegt daarnaast over documenten te beschikken waaruit zou blijken dat ook Zijlstra op de hoogte was. Hoe hard die informatie is, moet nog blijken. Het is in ieder geval opmerkelijk om te zien hoe Zijlstra bij iedere publicitaire oprisping bijdraait. In eerste instantie is hij er ‘pertinent zeker’ van niet bij de affaire betrokken te zijn geweest: “Haar dossier was in behandeling bij mijn collega bestuursvoorzitter Henk Bijker. Henk was er niet van gediend dat je je op zijn terrein begaf.”
Het pertinente van Zijlstra’s bewering is allengs veranderd in een ‘ik had er van op de hoogte geweest moeten zijn’: “Mijn alarmbellen hadden moeten rinkelen. Ik heb ze veronachtzaamd en dat is een stommiteit die me valt aan te rekenen. […] Het doofpotcontract had nooit mogen worden afgesloten. Sterker nog, de gedachte alleen al had niet eens mogen opkomen. In plaats daarvan had de raad van bestuur meteen al in 2000 een eigen onderzoek moeten instellen. Er was een reële kans geweest dat de ernst van het disfunctioneren dan al aan het licht was gekomen. Dat had de gedupeerde patiënten van nu een hoop leed en ellende bespaard.”

Geen openbare terechtstelling

Het patiëntenbelang was niet het eerste dat er bij de raad van bestuur opkwam toen Jansen Steur eind 2003 wederom in opspraak kwam, al werd nu wel direct de Inspectie voor de Gezondheidszorg in casu de regio-inspecteur in Zwolle verwittigd. Opnieuw koos de raad van bestuur voor de eerder beproefde methode van masseren in stilte. Dit keer in de vorm van een vertrekregeling voor de disfunctionerende neuroloog. Onder geen beding mocht het ‘een openbare terechtstelling’ worden van ‘een arts van groot aanzien’. Zijlstra in zijn weblog: “De val van zijn voetstuk was al enorm en diep.”
Die val werd ingeleid door een lange periode van geruchten, waar de raad van bestuur volgens Zijlstra geen vinger achter kreeg. Eind 2003 kreeg Zijlstra echter harde bewijzen in handen gespeeld dat Jansen Steur recepten van collega’s vervalste om voor eigen gebruik aan medicijnen te komen. “Direct na de jaarwisseling heb ik hem gedwongen het MST voorgoed te verlaten”, aldus Zijlstra. “En geregeld dat hij een tijdje later met vroegpensioen kon gaan, opdat hij verder geen materiële schade zou lijden. Per slot van rekening hoef je iemand niet helemaal de grond in te stampen. In ruil daarvoor ondertekende Ernst een document waarin hij beloofde nooit meer zijn vak van neuroloog te zullen uitoefenen.”
Met deze handelswijze gaf de raad van bestuur zich wederom weinig rekenschap van mogelijke strafrechtelijke repercussies. Want heet het namaken van recepten in juridische termen niet gewoon valsheid in geschrifte?

Geen aangifte

De raad van bestuur werd volgens Zijlstra in haar afweging volledig gesteund door de inspectie. Dit laat onverlet dat de raad van bestuur op grond van het eigen mandaat een deal sloot met de neuroloog zonder op de hoogte te zijn van de volledige omvang van de affaire. Dat suggereert althans Zijlstra’s commentaar over de periode na het vertrek van de neuroloog als het ziekenhuis op zoek gaat naar mogelijke slachtoffers. “In de maanden erna dienen verschillende patiënten schadeclaims bij het ziekenhuis in. Het is zoals we dachten. We wisten alleen niet dat het er zoveel waren.”
Had de raad van bestuur zich na deze verbijsterende vaststelling herpakt, dan had ze alsnog kunnen bedenken dat de ernst en omvang van de verdenkingen eerdere afspraken nullificeerden. Het besluit om geen aangifte te doen is des te navranter, omdat het de raad van bestuur bij het nalopen van de gangen van Jansen Steur niet ontgaan kan zijn dat er mogelijk opzet in het spel was.
In hun televisieoptreden bij Pauw & Witteman maakten ex-patiënten in een paar minuten aannemelijk dat hier geen arts aan het werk was geweest die uit onkunde of onverschilligheid medische uitglijders had gemaakt, maar iemand die ogenschijnlijk weloverwogen en met voorbedachte rade patiëntengegevens vervalste en manipuleerde.

Falend toezicht

De instantie bij uitstek die licht had moeten werpen op Jansen Steurs beweegredenen, was natuurlijk de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Onduidelijk is of de inspectie al in 2000 op de hoogte was van de problemen. Onduidelijk is ook of de inspectie in 2004 het OM heeft gepolst. De toenmalige inspecteur-generaal Herre Kingma, door een onnavolgbare speling van het lot huidig voorzitter van de raad van bestuur van MST, maakte in Nova duidelijk van niets te hebben geweten.
Daarmee is Kingma nog niet van het probleem af. Als zijn bewering juist is, gaf hij in het gunstigste geval leiding aan een organisatie met een ondoorgrondelijke interne informatieoverdracht. Als affaires als die rond Jansen Steur al niet op hoofdkantoor in Den Haag belanden, welke zaken doen er dan wel toe? Erger nog zou het zijn wanneer inspecteurs deel uitmaken van de conspiracy of silence, die Kingma in de Volkskrant zo hartgrondig hekelde. Daar vallen verschillende hypothetische gronden voor aan te voeren, variërend van onderbezetting en overbelasting tot onkunde of  misplaatste solidariteit met de medische beroepsgroep, voor menig inspecteur toch het nest waar ze uit komen. Links- of rechtsom duidt dit op falend toezicht en daar droeg Kingma destijds de eindverantwoordelijkheid voor.

Onderste steen

Bij alle ophef klinkt de luide roep om de onderste steen boven te krijgen. De affaire heeft aanleiding gegeven tot maar liefst drie verschillende onderzoeken; één in opdracht van minister Klink, één van het openbaar ministerie en één van een door het MST in het leven geroepen externe onderzoekscommissie. Het valt te bezien of het patiëntenbelang in al die onderzoek blijvend wordt meegewogen. De guerre de plume die tussen Zijlstra en Kingma is ontbrand, waarin woorden als ‘ongeleid projectiel’ en ‘arrogante corpsbal’ over en weer vliegen, maakt duidelijk dat menigeen bevangen raakt door de angst voor reputatieschade. En was daar de ellende bij het MST nu juist niet mee begonnen?

0 Reacties

om een reactie achter te laten
Top