Artikel

Zorgboog: verpleeghuisartsen in opstand

De  verpleeghuisartsen van De Zorgboog in Bakel komen in opstand tegen de voorzitter van de raad van bestuur. Een extern onderzoek velt vervolgens een hard oordeel over dat bestuur, maar ook over de artsen. Aan beide kanten rollen koppen.

Door Peter van Steen. Uit: Skipr Magazine 9, september 2009

Eind januari 2009 gaat het broeien binnen De Zorgboog. Lid van het bestuur en verpleeghuisarts Hans van den Bosch, die al 26 jaar voor De Zorgboog werkt, verdwijnt van de ene op de andere dag uit beeld. Begin februari licht de raad van toezicht de medewerkers summier in. Van den Bosch is sinds half januari vrijgesteld van werkzaamheden omdat er volgens een persverklaring sprake is van ‘een verschil van inzicht tussen de beide leden van de raad van bestuur over het te voeren be¬leid van De Zorgboog’.
Kort daarna blijkt echter dat de problemen tussen bestuursvoorzitter Koeneman en Van den Bosch niets te maken hebben met de strategie. Er is een hoog oplopend conflict gerezen over de manier waarop Koeneman zou omgaan met medewerkers.

Mensenvriend

Stichting De Zorgboog ontstaat in 1995 door een fusie van stichtingen voor verpleeg  en verzorgingshuizen en thuiszorg (toen nog kruiswerk) in Helmond, Deurne, Bakel en Gemert. Hierna volgen nog fusies met vergelijkbare stichtingen in Beek en Donk, Liessel, Lieshout en Aarle-Rixtel.
Momenteel telt Stichting De Zorgboog vier verpleeghuizen, negen verzorgingshuizen en diverse thuiszorgwinkels, wijkgebouwen en consultatiebureaus. Bij de stichting werken circa 2.800 medewerkers en ruim 1.000 vrijwilligers.
De fusie is voor een belangrijk deel het werk van Jos Bergs, tot dan directeur algemene zaken van de Stichting Verpleeghuizen Bakel en Helmond en na de fusie voorzitter van de raad van bestuur van De Zorgboog. Bergs is een ware mensenvriend die zijn hele werkzame leven in dienst heeft gesteld van de zorg voor ouderen en mensen met een verstandelijke beperking. Hij opereert samen met Hans van den Bosch, lid van de raad van bestuur en tevens verpleeghuisarts.
In oktober 2004 neemt Bergs afscheid van De Zorgboog en in zijn plaats wordt Bert Koeneman voorzitter van de raad van bestuur. Met de aanstelling van Koeneman haalt De Zorgboog een totaal ander type bestuurder in huis. Koeneman is zijn loopbaan in het bankwezen begonnen, waarna hij twaalf jaar bij zorgverzekeraar VGZ heeft gewerkt, onder meer als directeur commerciële zaken. Bij De Zorgboog moet hij als een meer zakelijk georiënteerde manager leiding gaan geven. Hij pakt die missie voortvarend op en zet een ingrijpend organisatie  en cultuurveranderingtraject in gang.

Voortreffelijke verandering

Martin Beerens: voorzitter van de raad van toezicht:  “De aanstelling van Koeneman is een voortreffelijke verandering geweest. Ook Bergs en Van den Bosch stonden helemaal achter de keuze om van zorginstelling naar zorgbedrijf te gaan. Daarom wilden we per se iemand uit het bedrijfsleven als voorzitter van de raad van bestuur. Maar als iemand vijfentwintig jaar in het bestuur heeft gezeten, is het een geweldige omschakeling als er een ander komt. Misschien hebben we dat wel onderschat.”
“Ik heb geleerd dat het voor een organisatie niet goed is als een bestuurder zo lang op dezelfde plek zit. Leden van een raad van bestuur zouden net als de leden van een raad van toezicht voor twee of drie periodes moeten worden benoemd.”

Stilzwijgen

Beerens: “Kort nadat ik in januari 2008 het voorzitterschap van de raad van toezicht had overgenomen, merkte ik dat er wat speelde tussen Koeneman en Van den Bosch. Zij konden op een gegeven moment niet meer samen door één deur. Eerder hadden we daar nooit signalen van gehad, ook niet in functioneringsgesprekken. Net voor de zomervakantie zijn we toen met een begeleidingstraject gestart, om te kijken of we de verhoudingen konden herstellen. Na een aantal maanden bleek dat niet mogelijk te zijn. Ik kan me daar verder niet over uitlaten, omdat we hebben afgesproken dat we daar niet over zouden praten. Wel hebben we Koeneman en Van den Bosch toen gevraagd om samen met een oplossing te komen. Toen dat niet lukte, hebben we ze allebei gevraagd aan te geven wat er moest gebeuren. Daarna hebben we als raad van toezicht unaniem voor Bert Koeneman gekozen en tot op de dag van vandaag staan we achter die beslissing. We zijn vervolgens met Van den Bosch in onderhandeling gegaan om de zaak goed af te ronden en hebben ervoor gekozen om ondertussen een stilzwijgen te bewaren. Met alle wetenschap achteraf vind ik dat we dat niet goed hebben gedaan, want dat duurde te lang.”

Verrast

Omdat het stilzwijgen lang duurt, laten op een gegeven moment de verpleeghuisartsen en de manager van de dienst Behandeling en Begeleiding van zich horen, en niet zo zuinig ook. Op zondag 29 maart 2009 zeggen de elf artsen het vertrouwen in de voorzitter van de raad van bestuur op. Aan de medewerkers schrijven zij: “Wij hebben niet het vertrouwen dat de heer Koeneman ons door de komende moeilijke jaren voor De Zorgboog kan leiden.”
Bijzonder ongebruikelijk is dat de verpleeghuisartsen deze dag buiten de raad van bestuur om de Inspectie voor de Gezondheidszorg inlichten. Volgens de artsen kunnen ze niet langer de medische eindverantwoordelijkheid voor de situatie in de verpleeghuizen dragen, met name niet in de avonduren en de weekeinden. Daarbij wijzen ze op een structureel tekort aan verpleeghuisartsen en het beperkte kennisniveau van sommige medewerkers op de verpleegafdelingen.
Bert Koeneman reageert verrast op de uitlatingen van de artsen. Hij stelt dat er geen tekort aan verpleeghuisartsen is en dat hij nooit met de artsen heeft besproken dat zij tegen grenzen aanlopen. Op maandag 30 maart kondigt de raad van toezicht een onderzoek aan, waarna de verpleeghuisartsen het opzeggen van het vertrouwen in de bestuursvoorzitter opschorten.

Foute dubbelrol

Beerens: “In de organisatie zat één grote fout en dat was de dubbelrol van Van den Bosch. Hij was zowel lid van de raad van bestuur als verpleeghuisarts op de werkvloer. Het is natuurlijk heel typisch om gedurende een aantal dagen in de week lid van het bestuur te zijn met de dienst Behandeling en Begeleiding in je portefeuille en om dan de andere dagen als verpleeghuisarts door de manager van Behandeling en Begeleiding te worden aangestuurd. We wisten wel dat het niet gelukkig was, maar zolang het goed gaat, kom je daar niet aan. En dat heeft ons nu opgebroken. Wij hebben onderschat hoeveel draagvlak Van den Bosch op de werkvloer had. Toen het rond hem stil bleef, gaf dat onrust bij Behandeling en Begeleiding. Daar hebben we een steek laten vallen.”

“Maar het is een ontzettend kwalijke zaak geweest”, vindt Martin Beerens, “dat de verpleeghuisartsen zonder overleg met ons eerst de publiciteit hebben gezocht, vervolgens naar de Inspectie voor de Gezondheidszorg zijn gestapt en tot slot het vertrouwen in de raad van bestuur hebben opgezegd. Tot op de dag van vandaag hebben zij daar geen excuses voor aangeboden.”

Twee weken

onderzoek door een onafhankelijke partij moet worden uitgevoerd. De opdracht gaat naar ziekenhuisdeskundige Léon Lodewick. Hij is natuurlijk geen onbekende. Eind 2008 onderzocht hij nog de doorstartmogelijkheden van de IJsselmeerziekenhuizen.
Lodewick geeft aan dat hij pas in mei zijn bevindingen zal presenteren. Als de artsen dit horen, zeggen ze opnieuw hun vertrouwen in Koeneman op. Zij willen dat de mensen die een verklaring willen afleggen, binnen twee weken zullen worden gehoord.
 In de weken die volgen blijven de artsen en enkele andere medewerkers van zich doen spreken. In een brief van waarnemend manager van de dienst Behandeling en Begeleiding Ron Dekkers wordt gesproken over respectloos en kleinerend gedrag van Bert Koeneman naar medewerkers met een andere mening.
Eind april concludeert de inspectie dat er met de kwaliteit van de zorgverlening bij De Zorgboog niets mis is. Wel uit de inspectie forse kritiek op het functioneren van de dienst Behandeling en Begeleiding, waar sprake is van onvoldoende structuur en een gebrekkige communicatie.

Hard oordeel

Medio mei komt Léon Lodewick met de uitkomsten van zijn onderzoek. Hij heeft zich op twee vragen gericht, namelijk wat er structureel mis is binnen De Zorgboog en of Bert Koeneman de man op de juiste plaats is.
Volgens een persverklaring naar aanleiding van de rapportage van Lodewick heeft de onrust binnen De Zorgboog diverse oorzaken. Om te beginnen is er de schaduwzijde van het veranderingsproces na de diverse fusies, dat volgens Lodewick ‘met visie en voortvarendheid’ is aangepakt, maar waarbij soms afscheid moet worden genomen van medewerkers die met die veranderingen niet mee willen of niet mee kunnen. Lodewick concludeert dat de raad van bestuur en de raad van toezicht onvoldoende aandacht hebben besteed aan de interne communicatie daarover. Daarnaast hebben enkele medewerkers en oud-medewerkers een dubieuze rol in de publiciteit gespeeld, waardoor er ‘bizarre geruchtenvorming’ is ontstaan.
 Lodewick stelt dat daarbij veel onaangename maatregelen ten onrechte aan Koeneman worden toegeschreven, terwijl in de raad van bestuur over alle maatregelen overeenstemming bestond. Verder had de raad van toezicht alerter moeten zijn op de taakverdeling in de raad van bestuur en de dubbelfunctie van Van den Bosch moeten beëindigen.
Lodewick constateert vervolgens dat Koeneman ten onrechte wordt verweten dat hij voor het capaciteitsprobleem van de verpleeghuisartsen onvoldoende aandacht had. Wel is zijn manier van communiceren problematisch geweest. Omdat hij daardoor onderwerp van discussie is geworden, is Koeneman volgens Lodewick niet meer de juiste man op de juiste plaats in De Zorgboog.
Lodewick spreekt tot slot een hard oordeel uit over de rol van het management van de dienst Behandeling en Begeleiding. Het management en de verpleeghuisartsen in deze dienst zijn niet meegegaan in het veranderproces en dat is hen ernstig aan te rekenen.

Subjectief

Martin Beerens: “We onderschrijven de uitkomsten van het onderzoek, behalve wat gezegd wordt over de manier waarop Koeneman medewerkers zou hebben behandeld. Dat herkennen we niet. Iemand die vanuit het bedrijfsleven in de zorgsector komt werken, kan een andere benadering hebben dan men in de zorg gewend is. Mensen kunnen daar moeite mee hebben, maar dat is heel subjectief. Mij is nooit persoonlijk gemeld dat iemand zich onheus bejegend voelde.”
In de onderzoeksuitkomsten van Lodewick zien bestuursvoorzitter Koeneman en de voorzitter en vicevoorzitter van de raad van toezicht, Martin Beerens en Simon Maas, aanleiding om hun positie ter beschikking te stellen. Bert Koeneman stapt naar eigen zeggen op ‘in het belang van De Zorgboog en dat van hemzelf en vanwege het feit dat hij de resultaten van het onderzoek ten aanzien van de ‘bejegeningsproblematiek’ niet in overeenstemming acht met de werkelijkheid’.
Beerens en Maas voelen zich verantwoordelijk voor de kwalificaties aan het adres van de raad van toezicht en hebben daarom ook het besluit genomen De Zorgboog te verlaten zodra hun opvolgers kunnen worden benoemd.
Het oordeel van Lodewick over de dienst Behandeling en Begeleiding blijft intussen niet zonder gevolgen. Waarnemend manager van de dienst Behandeling en Begeleiding Ron Dekkers wordt op non-actief gezet. Binnenkort zal een tijdelijk bestuurder worden benoemd die de rust moet herstellen en het veranderingsproces op het gebied van structuur, organisatie, management, cultuur en communicatie in De Zorgboog moet voortzetten.

0 Reacties

om een reactie achter te laten
Top