Artikel

Skipr 99 Uitvergroot: Pauline Verloove-Vanhorick - 78

Marktwerking mag dan voor velen in de zorg een toverwoord zijn, Pauline Verloove is kritisch. “Marktwerking bemoeilijkt onderzoek”, zegt wetenschapper en toezichthouder Verloove. “Concurrentieverhoudingen belemmeren samenwerking tussen de verschillende onderzoekers. Dat leidt tot een situatie waar universiteiten, ziekenhuizen en onderzoeksgroepen elkaars ‘vijand’ worden, terwijl ze zouden moeten samenwerken.”

Toezicht houden

Zelf is zij toezichthouder bij het UMC Utrecht, met bijzondere aandacht voor medisch inhoudelijke zaken en de onderzoeksportefeuille. Zij en Niek Urbanus, voorzitter van de raad van toezicht, hebben een medische achtergrond. Dit in tegenstelling tot hun collega-toezichthouders. Wat Verloove betreft is het een absoluut vereiste dat er in een raad van toezicht medisch inhoudelijke kennis aanwezig is. “Als er geen medische expertise is, is de inhoudelijke beoordeling moeilijk.” Wat is de kwaliteit van zorg, welke vraagstukken hebben prioriteit? Deze zaken zijn zonder een inhoudelijke achtergrond niet of nauwelijks te beoordelen, vindt Verloove.

De wetenschapper in Verloove vindt het ‘boeiend’ om als toezichthouder nu eens “aan de andere kant van de tafel te zitten.” Als senioronderzoeker is ze twintig jaar lang verantwoordelijk geweest voor het jeugdonderzoek bij TNO. Daarnaast was zij als hoogleraar preventieve en curatieve gezondheidszorg voor kinderen verbonden aan het LUMC. Is het niet vreemd dat een LUMC-hoogleraar een kijkje in de keuken van het UMC Utrecht neemt, de concurrent? Verloove: “Als je UMC’s ziet als concurrenten, ja. Maar ik zie ze als partners die samen werken aan goede zorg in Nederland.”

Verloove heeft zo’n tien jaar in de raad van toezicht van het Bronovo Ziekenhuis gezeten. “Er zijn enorme verschillen tussen het toezicht houden in een academisch ziekenhuis en een algemeen ziekenhuis.” Zo verschilt de manier waarop gegevens worden aangeleverd aan de raad van toezicht sterk. In een algemeen ziekenhuis zitten de toezichthouders dichter op de details dankzij de kleinere schaal van het ziekenhuis. In een UMC gaat het minder om details en meer om de hoofdlijnen. “De stukken zijn veel dunner, de informatie meer geaggregeerd.”

Onderzoek: Kind en ziekte

Het merendeel van haar tijd besteedt Verloove aan advisering over onderzoek. De Raad voor Gezondheidsonderzoek (RGO) heeft begin mei het advies ‘Kind en ziekte: onderzoek voor gezondheid’ aangeboden aan directeur generaal volksgezondheid van VWS Paul Huijts. De commissie onder Verloove’s voorzitterschap constateerde ondermeer dat er te weinig aandacht is voor het feit dat ziektes van kinderen tegenwoordig vaak een chronisch karakter hebben. Het vergroten van de aandacht voor het kind in relatie tot ziekte heeft vooral betrekking op de overheid en financiers van zorg. In alle vormen van financiering wordt slechts een marginaal deel van het budget aan kind en ziekte besteed, vertelt Verloove. Onderzoeksgeld wordt veelal ingezet voor onderzoek naar gedragsproblemen, de financiering van onderzoek naar ziekte en preventie is achtergebleven. Ze pleit voor een verschuiving van de aandacht.

Een andere aanbeveling is om het onderzoek beter te organiseren. Samenwerking tussen universiteiten, ziekenhuizen en onderzoeksgroepen kan veel beter. Hetzelfde geldt wat haar betreft voor samenhang tussen onderzoeksgebieden: preventie en behandeling worden te veel los van elkaar geplaatst. Ze is overigens niet tégen marktwerking; marktwerking  kan goed uitpakken voor de kwaliteit van zorg.

Het advies is goed ontvangen bij VWS, OCW en andere betrokken partijen, maar het wachten is nu op het nieuwe kabinet. Verloove vreest dat onderzoek en preventie in tijden van bezuinigingen nog verder onder druk komen te staan. “In de curatieve zorg gaan miljarden om. Daar wordt beheersing gevonden in tarieven en salarissen, niet in beperken van zeer kostbare zorg in termen van gewonnen (gezonde) levensjaren. Maar in de publieke gezondheidszorg, waar het ‘slechts’ gaat om miljoenen, wordt iedere cent omgedraaid.” Ze heeft hier wel begrip voor; het is een kwestie van direct een leven redden tegenover voorkómen dat iemand later ziek wordt. “Maar op de lange termijn kun je dat als kortzichtig bestempelen. Misschien kunnen er beter nu een paar mensen dood gaan, om later een groot aantal mensen een langer en beter leven te kunnen bieden.”

Preventie

Er gebeurt nu relatief te weinig op het gebied van preventie, hoewel de aandacht ervoor zeker groter is dan twintig jaar geleden. Onlangs werd bijvoorbeeld de 5e landelijke Groeistudie van TNO, VUmc en LUMC gepresenteerd. Hieruit blijkt dat Nederlandse kinderen niet meer groeien in de lengte, maar wel in de breedte. Een grote groep dreigt te zwaar te worden. Verloove was zelf betrokken bij de 4e landelijke Groeistudie. Toen bleek dat kinderen zowel langer als dikker werden. “Ik kan niet zeggen dat alle pogingen om overgewicht bij kinderen te bestrijden zijn mislukt, maar het probleem krijgt onvoldoende prioriteit. Het tij moet echt gekeerd worden, want overgewicht  zou anders weleens hét grote probleem van midden deze eeuw kunnen worden.”

Leefstijl

Het verhogen van de ziektekostenpremie bij mensen die aantoonbaar ongezond leven is volstrekt zinloos, vindt Verloove. Daarmee wordt het overgewicht niet aangepakt. Ze pleit voor een minder tolerante houding bij medische beroepsgroepen en in het overheidsbeleid, net als bij roken. Dankzij de huidige coulante houding kan de voedingsmiddelenindustrie de druk op mensen om te consumeren zo ver opvoeren, dat er als individu niet tegenaan te knokken is. Niet het individu moet worden aangepakt, vindt Verloove, maar de industrie. Zij denkt daarbij aan strengere reclameregels en het aanpassen van de samenstelling van voedings- en genotmiddelen. Ook een belastingverlaging op groente en fruit en een belastingverhoging op vet, suiker en vlees kan bijdragen aan een ‘gezonder’ Nederland. Dat zal op lange termijn meer bijdragen aan kostenbeheersing in de gezondheidszorg  dan premiedifferentiatie.

0 Reacties

om een reactie achter te laten
Top