Artikel

Subsidiekraan PGO-organisaties druppelt

Minister Klink verzwakt door  zijn subsidiebeleid de organisaties van patiënten, gehandicapten en ouderen. En dat terwijl die organisaties tegenwicht moesten gaan bieden aan de zorgaanbieders en de zorgverzekeraars.

Door Martijn Gort. Uit: Skipr Magazine 4, april 2010

“Ziet de minister het belang van organisaties als KansPlus, Stichting Perspectief, Zorgbelang Nederland, LSR, LVD, FODOK en LOC? Sommige organisaties verkeren in grote onzekerheid over hun voortbestaan.” Het is 3 december 2009. De Tweede Kamer overlegt met minister Klink over het subsidiebeleid voor patiënten-, gehandicapten- en ouderenorganisaties (PGO’s). De lijst met organisaties die door de mond van verschillende Kamerleden over tafel gaat, geeft een mooi inkijkje in het lobbywerk dat deze en andere cliëntenorganisaties de afgelopen tijd hebben gedaan. Het gaat dan ook niet om zomaar wat subsidies. Voor veel van deze cliëntenorganisaties kan de herziening van de Subsidieregeling PGO tot een langzame dood leiden. En dat terwijl minister Klink de versterking van de positie van de cliënt voor ogen had. Hoe heeft het zover kunnen komen?

Professionalisering

In de afgelopen decennia is er een grote verzameling van verenigingen en stichtingen ontstaan die ieder voor zich een ziektebeeld of doelgroep vertegenwoordigen. Van oorsprong zijn dit vaak vrijwilligersorganisaties, opgericht voor lotgenotencontact, patiëntenvoorlichting en belangenbehartiging. In 1997 geeft de overheid gehoor aan de roep om structurele ondersteuning van dit werk door de oprichting van het Patiëntenfonds (nu: Fonds PGO). Die verdeelt sindsdien overheidssubsidies over de patiëntenorganisaties. In 2003 worden ook de gehandicapten- en ouderenorganisaties bij deze subsidieregeling ondergebracht.
Doordat ze een instellingssubsidie krijgen, kunnen cliëntenorganisaties een bureau inrichten en betaalde krachten in dienst nemen. De steun vanuit de overheid is niet geheel belangeloos. Al sinds de nota Werken aan zorgvernieuwing (plan-Simons) uit 1990 sturen opeenvolgende kabinetten aan op herziening en modernisering van het zorgstelsel. Om deze beleidswijziging te doen slagen, moet de cliënt opgevoed worden tot een kritische zorgconsument.

Desastreuze gevolgen

De slagkracht van de cliëntenbeweging houdt nog steeds te wensen over, vindt minister Klink. Daarom vervangt hij de instellingssubsidies door een basissubsidie van 30.000 tot 120.000 euro, aangevuld met projectsubsidies. Voorwaarde voor de basissubsidie is wel dat een organisatie individuele leden moet hebben. De basissubsidie dient voor de bekostiging van ‘klassieke taken’ als lotgenotencontact, voorlichting en belangenbehartiging. Voor de projectsubsidies moeten organisaties plannen indienen die moeten aansluiten bij vier thema’s die de overheid heeft vastgesteld: kwaliteit en transparantie, maatschappelijke participatie, versterking en ondersteuning en kennis- en informatie. Daarnaast stimuleert de overheid samenwerking, want die ziet het liefst een goedgeorganiseerde cliëntenbeweging ontstaan die met één mond spreekt.
Deze beleidswijziging, die ingaat in 2009, lijkt desastreuze gevolgen te hebben voor een aantal gerenommeerde cliëntenorganisaties. Doordat de omvang van de achterban nauwelijks meetelt voor de basissubsidie, gaan veel grote en middelgrote organisaties er fors op achteruit. Hun instellingssubsidie wordt in drie jaar tijd teruggeschroefd tot dertig procent van wat ze eerst kregen. Tegelijkertijd beschikken sommige kleine vrijwilligersorganisaties opeens over het voor hen astronomische bedrag van 30.000 euro aan basissubsidie. Veel organisaties proberen de teruggang in instellingssubsidie terug te verdienen via de projectsubsidies, maar die zijn niet bedoeld om reguliere taken van te bekostigen. En deze projecten slokken menskracht op die de organisaties beter hadden kunnen gebruiken voor de eigen doelen. Bovendien wordt in de eerste toekenningsronde maar liefst 75 procent van de aanvragen afgewezen.
“Dit is ordinair bezuinigen”, merkt directeur Ben Bruijnes van Philadelphia Support op. “De beheersmatige manier waarop de overheid met de zorg omgaat en alle discussies rond organisaties als ‘s Heeren Loo, Sherpa en Philadelphia kosten ons handenvol werk. We moeten noodgedwongen een stap terug doen in belangenbehartiging en dienstverlening aan onze leden. Als de minister zegt dat de cliënt een sterke partij moet worden, dan moet hij daar wel de randvoorwaarden voor scheppen.”

Rust gekocht

De ouderenbonden ANBO (400.000 leden), Unie KBO (320.000 leden), PCOB (110.000 leden), NVOG (de lidorganisaties hebben 110.000 leden) en NOOM zijn, ondanks hun enorme achterban, de grootste verliezers. Unie KBO en de PCOB leveren samen 1,7 miljoen euro in, de ANBO 0,8 miljoen. “Dat is een gigantische aanslag”, zegt directeur Wim van Minnen van de Centrale Samenwerkende Ouderenorganisatisies (CSO), waar de vier laatstgenoemde organisaties in verenigd zijn. “Wij hebben het gevoel dat we meegezogen worden in een verhaal dat het onze niet is. Toen we vier jaar geleden met de patiënten- en cliëntenorganisaties onder hetzelfde subsidiedak kwamen, hebben we al aangegeven dat we zowel qua omvang als activiteiten een vreemde eend in de bijt zijn. Maar we kregen een garantieperiode van vier jaar waarin onze subsidie niet gewijzigd zou worden.”
Deze garantieregeling leidt van verschillende kanten tot de cynische constatering dat minister Klink vier jaar rust gekocht heeft. Nu die periode voorbij is, kan hij alsnog radicale wijzigingen in het subsidiebeleid doorvoeren. Dit gaat ten koste van een groot deel van de subsidie voor de ouderenorganisaties. Pleister op de wonde is dat Unie KBO en de PCOB, in tegenstelling tot een aantal andere organisaties  behoorlijk veel projectsubsidies hebben weten binnen te halen. Van Minnen: “Dat klopt. Maar dat zijn uitsluitend projecten die in het straatje van VWS passen. We kunnen daar alleen zorg- en welzijnsgerelateerde thema’s mee oppakken. Dat is slechts een deel van ons werk. Voor onderwerpen als de AOW-leeftijd of de pensioenen krijgen we nu geen subsidie meer.”

Projectvoorstellen afgewezen

De NVOG (vereniging van organisaties van gepensioneerden) is daar enorm teleurgesteld over, vertelt directeur Martina van den Dool. “We hebben aan de eerste inschrijfronde voor de projectsubsidies meegedaan, met twee projectvoorstellen voor een bedrag van zes ton. Zo hebben we een voorstel geschreven over medezeggenschap van gepensioneerden bij de pensioenfondsen en verzekeraars. Helaas zijn beide projectvoorstellen afgewezen.”
De motivatie luidt dat dit soort activiteiten onder de basissubsidie valt, vertelt Van den Dool. “Maar die krijgen we niet, omdat we geen individuele leden hebben. Wanneer ook een thema als pensioenen onder de regeling zou vallen, konden we alles wel subsidiëren, kregen we in de hoorzitting over de bezwaarschriften te horen. Maar dat is het punt juist. Onze mogelijkheden bij Sociale Zaken blijken beperkt. Toen de Subsidieregeling PGO kwam, hebben we expliciet gevraagd of een project over pensioenen wel voor subsidie in aanmerking kon komen. Dat zou geen probleem zijn, omdat het over maatschappelijke participatie gaat. Dus zijn we aan de slag gegaan met onze projectaanvragen, notabene met financiële steun van VWS. Naar nu blijkt dus compleet voor niets. We hebben er zeker honderd uur werk in zitten.”

Inconsequent

Ook de Stichting Kind en Ziekenhuis behoort tot de verliezers in de eerste ronde van de projectsubsidies. Twee van de drie ingediende projecten zijn afgewezen. Aan de inhoud van de projecten ligt dat niet, denkt directeur Barbara Wijsen. “Wij ontwikkelen bijvoorbeeld al sinds 1984 kwaliteitscriteria voor ziekenhuizen, zoals ons bekende keurmerk de smiley. Maar ons project voor het ontwikkelen van nieuwe kwaliteitscriteria is afgekeurd, terwijl van andere organisaties wel projecten over kwaliteitscriteria zijn toegekend. Ik vraag me dan ook af of er wel consequent is toe- en afgewezen. En ik heb de indruk dat onze aanvragen niet goed zijn gelezen of te kort door de bocht zijn uitgelegd.”
Daarnaast is het Wijsen opgevallen dat met name de grotere cliëntenorganisaties projectsubsidies hebben binnengehaald, terwijl de kleine massaal achter het net hebben gevist. Het uitblijven van de projectsubsidies betekent waarschijnlijk het einde voor Kind en Ziekenhuis als zelfstandige organisatie. Wijsen twijfelt er niet aan dat zonder haar stichting de sinds 1977 hard bevochten kindgerichtheid van ziekenhuizen zal teruglopen. Extra wrang is dat de stichting destijds bewust geen bezwaar heeft aangetekend tegen het verdwijnen van de instellingssubsidie.”We hadden, en das is naar ons idee nog steeds terecht, verwacht dat we voor voldoende projectsubsidies in aanmerking zouden komen.”

Onafhankelijkheid

Naast het financiële aspect komt ook de onafhankelijkheid van de cliëntenbeweging in gevaar door het nieuwe subsidiebeleid. “Je ziet dat het steeds belangrijker wordt dat onze plannen bijdragen aan het beleid van VWS”, zegt directeur Yvonne van Gilse van LOC Zeggenschap in zorg. ‘Wat wij of onze achterban zelf belangrijk vinden, dreigt naar de achtergrond te verdwijnen.” Daar komt bij dat het systeem van het in tranches projectsubsidies aanvragen geen ruimte laat voor inspelen op de actualiteit.
Op de achtergrond speelt nog een andere zaak: het gebrek aan visie. Oud-politicus Walter Etty adviseert de minister in 2007 over de versterking van de PGO-organisaties. Hij concludeert dan dat de drie koepelorganisaties, CSO, NPCF en CG-Raad, onvoldoende in staat zijn om hun regiefunctie in het PGO-veld uit te voeren. De beleidsvorming moet volgens hem veel meer op initiatief van de cliëntenorganisaties (lid van deze drie koepels), plaatsvinden. Hetzelfde moet gelden voor de financiering van de koepels. Hoewel de minister lovend is over dit rapport, besluit het ministerie na pressie vanuit de koepels toch afscheid te nemen van deze visie.
Verzwakking van de rol van de koepels zou ook Klinks streven naar de vorming van één sterke koepel van cliëntenorganisaties in de wielen rijden. Het liefst ziet hij NPCF en CG-Raad fuseren, een proces dat overigens ook daadwerkelijk in gang gezet is. Maar deze samensmelting, waarbij overigens ook de koepels Landelijk Platform GGz en PlatformVG betrokken zijn, is omstreden bij de PGO-organisaties. De twee zouden te ongelijksoortig zijn voor een succesvolle fusie. Bovendien zou versterking van de koepels in de ogen van veel organisaties een verzwakking van de eigen positie en zichtbaarheid betekenen.
Sinds het sneven van het rapport-Etty in 2008 mist het ministerie een duidelijke visie. Na lang aandringen van de Tweede Kamer belooft Klink nu vóór mei 2010 met een visiedocument te komen. Directeur Van Gilse van LOC Zeggenschap in zorg reageert: “Als je dan hoort dat Klink pas in het najaar het subsidiebeleid gaat evalueren, dan denk ik: dat doe je dan precies verkeerd om.”

Wenkend Perspectief

Niet dat er geen bouwstenen voor visievorming zijn aangedragen. Zo is er het in 2009 in opdracht van VWS uitgebrachte rapport De kracht van diversiteit van de werkgroep Wenkend Perspectief. Evenals het rapport-Etty pleit ook dit rapport voor een agendabepalende rol voor PGO-organisaties. Ze zouden halfjaarlijks met het kabinet om de tafel moeten. Het rapport wordt door de PGO-organisaties zeer positief ontvangen. Maar het gaat op veel punten lijnrecht in tegen het beleid van VWS. En minister Klink lijkt het dus het liefst zo ver mogelijk vooruit te schuiven. Het wachten is volgens hem op een door het PGO-veld breed gedragen visie op de rol als derde partij in het zorgstelsel.
De tweede ronde voor de toekenning van projectsubsidies is in februari van start gegaan. De PGO-organisaties hebben tot 1 juli de tijd om projecten in te dienen. Voor een aantal organisaties is het de laatste strohalm. Pakt ook deze tombola negatief voor hen uit, dan kunnen ze wel inpakken. Dan houdt minister Klink een kleiner aantal organisaties dat hij tot een eenheid moet zien te smeden.

0 Reacties

om een reactie achter te laten
Top