Artikel

Bestuurders blijven sceptisch over 'softe zorg'

Is Integrative Medicine een zweverige hype of de toekomst? Hier en daar introduceren zorginstellingen deze vorm van zorg, maar het kennisniveau onder bestuurders en artsen is laag en de weerstand groot.

Door Dana Ploeger. Uit: Skipr Magazine 6, juni 2010

In ons land is Integrative Medicine (IM) nog altijd omgeven met een zweem van zweverigheid en alternatieve genezers. Dat terwijl in andere Europese landen, zoals Duitsland, Groot-Brittannië en Portugal deze vorm van complementaire zorg veel meer geïntegreerd is in de reguliere zorg. In Amerika bestaat zelfs een consortium van 44 academische centra met Integrative Medicine. Nederland is wat dat betreft een stuk behoudender. “Het is de arrogantie van ons kleine landje dat een goede implementatie van Integrative Medicine  parten speelt”, zegt Inès von Rosenstiel, voortrekker van Integrative Medicine in ons land. Ze biedt diverse complementaire therapieën aan in het Slotervaartziekenhuis en is voorzitter van het NIKIM, Nationaal Informatie en Kenniscentrum Integrative Medicine. “In veel Europese landen, de Verenigde Staten en Australië zijn wetenschappelijke studies verschenen over Integrative Medicine. We praten hier over wetenschappelijk onderbouwde en bewezen effectieve behandelingen. In Nederland wordt de discussie op polemische in plaats van inhoudelijke argumenten gevoerd. Jammer genoeg is de discussie lange tijd gepolariseerd, waardoor dit maatschappelijk belangrijke thema te vaak in de hoek van de softe aanpak wordt geduwd. Volkomen onterecht.”
Von Rosenstiel krijgt vaak uitnodigingen van buitenlandse collega’s om te komen spreken over haar aanpak als hoofd van de kinderafdeling in het Slotervaartziekenhuis. In het buitenland staat zij bekend als IM-deskundige, in eigen land wordt ze gedoogd en door haar vakbroeders niet altijd even serieus genomen. Dat maakt haar alleen maar strijdvaardiger. “Er is niets alternatiefs aan, ik werk alleen maar met bewezen en kwalitatieve therapieën. Wij hebben een kinderadviespoli voor bewezen complementaire therapieën, een alcohol- en cannabispoli, een obesitaspoli, cursussen tegen stress, massage, hypnose, aromaverneveling, yoga en voedingscursussen. Ik noem het dan ook graag ‘regulier plus’. Maar de tijd zal het leren. Toen wij enkele jaren geleden startten met de leefstijlpoli voor dikke kinderen, werd daar ook schamper over gedaan. Inmiddels zien wij jaarlijks achthonderd kinderen op deze poli en is het een geaccepteerde aanpak. Ik wil daar maar mee zeggen dat ik de tijd heb.”

Leuke kleurtjes

Is Integrative Medicine een methodiek die over enkele jaren in de Nederlandse zorginstellingen is ingeburgerd? Of een moderne trend die in de marge van de zorg zal blijven functioneren? Om de discussie helder te houden, is de definitie van de term belangrijk. De een spreekt over complementaire zorg, de ander over integrale geneeskunde, gezond verstand geneeskunde of alternatieve geneeskunde. Het kenniscentrum NIKIM hanteert de volgende definitie: “Inte¬gra¬tive Medi¬cine is een wereldwijde bewe-ging waar¬bij de rela¬tie tus¬sen behan¬delaar en patiënt een belangrijke rol speelt. Uit¬gangs¬punt is dat de wis¬selwer¬king tus¬sen lichaam en psy¬che wordt erkend en betrok¬ken bij pre¬ven¬tie en her¬stel van ziekte. Bij het stre¬ven naar zo goed mogelijke genezing wor¬den naast het lichaam ook andere aspecten van de per-soon betrok¬ken. De eigen verantwoordelijkheid van de patiënt is van belang, maar ook een actieve betrok¬kenheid bij de behandeling. De nadruk ligt niet op ziekte en bestrijding van symp¬to¬men, maar op gezond¬heid, wel¬be¬vin¬den, met uit¬brei¬ding naar behoud en her¬stel van vita¬li¬teit en zin¬ge¬ving. Regulier gebruikte methoden wor¬den daar¬bij geïntegreerd met evi¬dence based com¬ple¬men¬taire technieken.”
Prof. dr. J. Van Gijn, voormalig hoofd van de afdeling neurologie van het UMC Utrecht geeft zijn definitie van IM. “Het is in mijn ogen geneeskunde waarbij je niet alleen oog hebt voor de puur lichamelijke klachten, maar ook voor de psychosociale context. Daarbij is holisme helemaal geen vies woord. Een groot deel van de patiënten op onze polikliniek neurologie heeft wel klachten, maar geen neurologische aandoening. Toch wil zo’n patiënt weten waarom hij pijn heeft, dan moet je doorvragen naar de thuissituatie, of zo iemand goed slaapt en of het met de kinderen goed gaat. Dat is een goede ontwikkeling in de zorg. En als dat in een prettige omgeving gebeurt met leuke kleurtjes vind ik dat prima. Maar zodra bepaalde behandelaars pretenderen te genezen met methoden die niet deugdelijk getoetst zijn, moet dat buiten het ziekenhuis. Onze zorg heeft helemaal geen therapieën met snoezen, lekkere geurtjes en therapeutic touch nodig. Ik lees wekelijks The Lancet en The New England Journal of Medicine, daarin lees ik nooit over Integrative Medicine, dus zo wetenschappelijk bewezen is het allemaal niet.”

Brug te ver

Het wordt in de zorg steeds meer de gewoonte om de patiënt niet louter te bekijken vanuit het ziektebeeld, maar als geheel. Maar veel vakbroeders zijn het met professor Van Gijn eens dat de komst van alternatieve therapeuten in het ziekenhuis een brug te ver is. Dat blijkt ook uit onderzoek van Skipr in samenwerking met het Louis Bolk Instituut, NIKIM en Mednet om vast te stel¬len welke bete¬ke¬nis Inte¬gra-tive Medi¬cine in Neder¬land heeft in het beleid en op de wer¬kvloer van zor¬gin¬stel¬lin¬gen. (zie www.skipr.nl/magazine).
Deze  steekproef onder 162 zorgbestuurders en medisch specialisten laat duidelijk zien dat thema’s als een ‘coachende arts’ of ‘eigen verantwoordelijkheid van de patiënt’ en healing environment  gemeengoed zijn geworden. In de enquête wordt ook gevraagd naar verschillende therapieën. Hieruit blijkt dat tachtig procent van de ondervraagden behandelingen als meditatie, mindfulness, hypnose en visualisatie als positieve aanvulling beschouwt op de reguliere behandeling. En meer dan de helft zou die willen invoeren in zorgprogramma’s. Dat geldt ook voor leefstijltherapie en manuele therapieën. Maar bij accupunctuur, kruidengeneeskunde, therapeutic touch of homeopathie zijn zorgbestuurders en specialisten minder enthousiast over eventuele werkzaamheid of invoering in het zorgprogramma.
“Nederlandse artsen zijn niet, zoals Chinezen of Aboriginals, trots op onze medische volkscultuur”, aldus onderzoekster Susan Hupkens van kenniscentrum Kennis van Zorg van de Hogeschool Rotterdam. “Vroeger kenden wij een levendige kruidengeneeskunde, maar die is door diverse strenge wetgeving nagenoeg verdwenen. Een andere reden is het negatieve politieke klimaat. In 2002 adviseerde de Wereldgezondheidsorganisatie haar lidstaten meer onderzoek te doen naar complementaire en alternatieve geneeskunde en die te integreren in de reguliere zorg. Ook het Europees Parlement adviseerde tot tweemaal toe een proces van erkenning van niet-conventionele geneeswijzen op gang te brengen. In ons land is daar nog geen invulling aan gegeven. Sterker nog, door de harde lijn van de Inspectie voor de Gezondheidszorg en de actieve houding van de Vereniging tegen Kwakzalverij is geen vruchtbare bodem ontstaan voor Integrative Medicine bij overheid en instellingen.”
Voorzitter Cees Renckens van de Vereniging tegen Kwakzalverij is er duidelijk over. “Integrative Medicine en complementaire zorg zijn schuiltermen voor alternatieve therapieën die niet in het ziekenhuis thuishoren. Het zijn niet bewezen therapieën die om de zoveel jaar een andere naam krijgen. Dan heet het biologische geneeskunde, natuurgeneeskunde of integrale geneeskunde. Ik vind het wel gevaarlijk dat het nu complementair heet. Alsof de zorg nog iets anders nodig heeft om een mens compleet te maken. Dat is pertinent niet zo. Ik vind dat de huidige zorg al veel meer vanuit holistisch oogpunt kijkt naar de mens.” Renckens ziet de ontwikkeling van Integrative Medicine zeker niet als bedreiging. “Het is marginaal. Dit speelt totaal niet onder artsen en wanneer zij zich toch inlaten met alternatieve behandelingen worden ze door de artsenorganisatie KNMG als gevaarlijk of omstreden bestempeld. En dat patiënten erom zouden vragen is al helemaal kul.”

Niets vaags

Uit een NIPO-enquête uit 1998 blijkt al dat 77 procent van de Nederlandse bevolking vindt dat complementaire behandelingen aangeboden zouden moeten worden in het ziekenhuis. In 2005 zegt de Consumentenbond dat 87 procent van de bevolking positief of neutraal staat ten opzichte van complementaire behandelvormen.
Bestuurder Judith Meijer ziet duidelijk een verschuiving in de wensen van de patiënt. Zij is alge¬meen directeur bij de GAZO, een orga¬ni¬sa¬tie voor eerstelijnsgezondheidszorg met zes gezondheidscentra in Amster¬dam en bestuurslid van het NIKIM. “De aandacht voor mindfullness, meditatie en yoga is in de maatschappij enorm gegroeid. Dus is ook meer aandacht voor de wat andersoortige benadering van gezondheid. Daar is niets vaags aan, dat is een ontwikkeling die om een antwoord vraagt van de gezondheidszorg. Dat doet Integrative Medicine.”
Toch komen deze nieuwe behandelvormen maar mondjesmaat van de grond. Meijer weet wel hoe dat komt: “Onder bestuurders en vooral onder medisch specialisten is veel gebrek aan kennis. Ook omdat in ons land er weinig onderzoek naar wordt gedaan. Medisch specialisten vinden het spannend en zijn bang dat ze worden  bestempeld als kwakzalver of alternatieve arts. Ze vrezen voor negatieve consequenties voor hun carrière als ze zich uitspreken voor Integrative Medicine.” Inès von Rosenstiel verwoordt het als volgt: “Als een arts zich uitspreekt voor IM voelt dat een beetje als ‘uit de kast komen’. In ons land lijkt het wel gemakkelijker om ervoor uit te komen dat je homoseksueel bent dan dat je Integrative Medicine praktiseert.”

Kleinschalige projecten

Harde cijfers zijn er niet, maar het is wel duidelijk dat weinig zorginstellingen complementaire zorgproducten aanbieden. Betrokkenen spreken over ongeveer vijftig projecten. De meeste projecten zijn kleinschalig en vinden plaats op een enkele afdeling. In totaal zijn achttien ziekenhuizen hierbij betrokken. Zo geeft het Diakonessenhuis in Utrecht patiënten een cd met visualisatietechnieken om meer ontspannen de operatie in te gaan, het St. Antonius Ziekenhuis in Nieuwegein heeft een hypnosespreekuur voor bedplassen, het Flevoziekenhuis geeft massages en aromatherapie op de afdeling oncologie en het Maxima Medische Centrum en het Brandwondencentrum MCRZ hebben verpleegkundigen die therapeutic touch doen. Alleen het Slotervaartziekenhuis werkt integraal met IM. In de care zijn complementaire behandelingen vaker te vinden dan in de cure, denk aan therapeutic touch, massage, essentiële oliën, voedingsadviezen en ontspanningstechnieken. Zelfs in de ggz komt IM op, zoals bij Lentis in Groningen, dat een afdeling Integratieve Psychiatrie kent.

Planetree

Daarnaast duikt het Planetree-concept op in diverse zorginstellingen, zoals het Flevoziekenhuis, Martini Ziekenhuis en HagaZiekenhuis.
Het uiteindelijke succes van dit soort nieuwe zorginitiatieven hangt af van verschillende factoren. Susan Hupkens onderzocht succesfactoren bij vijf instellingen die langer dan een jaar met deze methodes werken voor haar masterthesis aan de Universiteit van Maastricht. “De implementatie van deze nieuwe vorm van zorg komt vaak vanuit één professional die er enthousiast over is. Vaak wordt dan toestemming gegeven door de raad van bestuur om een pilot te beginnen. Het succes hiervan is afhankelijk van de inzet van deze sleutelfiguur en zijn of haar collega’s. Verder beïnvloeden factoren als de waardering van patiënten, de effecten van therapieën, positieve publicaties in de media, de mogelijkheid om het project te koppelen aan doelen van de organisatie en toegankelijkheid van de therapieën de mate van succes.”
Hupkens geeft aan dat de belangrijkste killers gebrek aan kennis, onderzoek en budget zijn. “Ook de scepsis van professionals en gebrek aan integratie van de therapieën in de dagelijkse praktijk helpen niet mee.”
Het belangrijkste is volgens de onderzoeker dat de nieuwe therapievormen in het reguliere zorgprogramma worden opgenomen. “Niet als apart project, maar als onderdeel van de visie en het DNA van je zorginstelling. Ik verwacht veel van de nieuwe generatie artsen en bestuurders, die zelf al meer opgegroeid zijn in een maatschappij met meer ruimte voor deze holistische visie.”

0 Reacties

om een reactie achter te laten
Top