Artikel

Skipr 99 Uitvergroot: André Knottnerus - 61

André Knottnerus, sinds mei dit jaar voorzitter van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) en daarvoor sinds 2001 voorzitter van de Gezondheidsraad, voorziet Europese ontwikkelingen met een behoorlijke impact op gezondheidsgebied. Zo vindt hij het waarschijnlijk dat de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor goede zorg voor alle Europese burgers binnen vijf á tien jaar op de Europese agenda staat. Europeanen zouden dan op termijn vergelijkbare rechten kunnen doen gelden op goede basiszorg.

Eén Europees niveau van basiszorg

“In Europa is sprake van vrij verkeer van personen, goederen en diensten. Dit ontwikkelt zich steeds sterker, de grenzen zijn op allerlei manieren aan het verdwijnen, soms zelfs sneller dan voorzien. Je ziet een trend naar integratie met acceptatie van diversiteit. Europees burgerschap gaat gepaard met grondrechten die steeds meer geconcretiseerd  worden. In de Europese arena zal zich dat bijvoorbeeld vertalen in de vraag; is het reëel en rechtvaardig dat burgers in sommige EU-lidstaten een veel lager niveau van basiszorg hebben dan hun medeburgers in West Europa? Ik verwacht dat dit uiteindelijk als uitkomst zal hebben dat overal goede basiszorg beschikbaar zal zijn.”

Grensoverschrijdend

Volgens Knottnerus groeien wij toe naar grensoverschrijdende arrangementen op gebied van zorg. Daarop moeten wij anticiperen. “Ons gezondheidssysteem is goed en doelmatig. Dat moeten wij behouden. Daarnaast moeten we de eerstelijnszorg in andere landen zien te versterken. Dit is een issue dat actief aandacht moet hebben.”
Op termijn kan zich volgens Knottnerus een soort Europees basispakket ontwikkelen dat de meest essentiële zorg voor alle Europese burgers bereikbaar maakt, waar bovenop verschillen kunnen blijven tussen lidstaten. “Dat brengt grote uitdagingen met zich mee op het gebied van verzekerbaarheid, financiering, en voorzieningen. De WRR houdt zich hier nu niet mee bezig, maar ik sluit dit niet uit in de toekomst, dan uiteraard in samenwerking met de adviesraden op het gebied van de volksgezondheid.”

Voorzitterschap WRR

Knottnerus vindt zijn overstap naar de WRR een boeiend vervolg van zijn loopbaan: “Bij de Gezondheidsraad komen actuele vraagstukken over preventie en zorg ter tafel. Bij de WRR gaat het om grote keuzes in beleid als hoe staat Nederland in de wereld, economische ontwikkeling op lange termijn, en de toekomst van het openbaar bestuur. Ook is samenwerking met het volksgezondheidsdomein belangrijk, bijvoorbeeld bij vraagstukken rond duurzaamheid en de intensieve veehouderij.”
Als voorzitter heeft hij geen deelportefeuille. “Alle leden denken mee over alle onderwerpen, maar hebben wel elk een eigen onderwerp. De voorzitter heeft een overall verantwoordelijkheid. Ik word niet specifiek aangesproken op mijn primaire expertise, hoewel die natuurlijk wel benut kan worden. Maar ik zit er niet om de  volksgezondheid te vertegenwoordigen. Overigens, de Gezondheidsraad behandelt ook  multi-sectorale vraagstukken. Ik was daarop dus voorbereid. Dat is ook een goede basis voor de samenwerking met andere adviesraden en de planbureaus ”

Brug tussen wetenschap en beleid

Naast zijn voorzitterschap bij de WRR werkt Knottnerus een dag per week als hoogleraar Huisartsgeneeskunde aan de Universiteit Maastricht. “Het is goed om in de wetenschap actief te blijven, zowel voor de kwaliteit als voor de geloofwaardigheid van je werk. Je blijft zo collega van de wetenschappers die je vraagt zich in te zetten voor de publieke zaak. De WRR is een brug tussen wetenschap en beleid; daarbij komt ook mijn bestuurlijke ervaring van pas.”

Gezondheidsraad en WRR

Overeenkomsten tussen de Gezondheidsraad en WRR zijn er zeker.  Bijvoorbeeld de beleidsrelevantie van de onderwerpen waarover de adviesraden zich buigen. Wetenschap speelt bij beide een grote rol. Ook noemt Knottnerus het samenwerken met bekwame, betrokken stafleden met een drive. “En beide adviesorganen hebben een onafhankelijke positie; je kan eigen verhaal vertellen zonder daarbij te worden overruled door andere belangen.”

De verschillen

“De Gezondheidsraad werkt met vijf á zes bewindspersonen volksgezondheidsbreed. De WRR adviseert wetenschapsbreed over het héle regeringsbeleid, aan de minister-president en alle andere bewindspersonen. Het gaat om alle onderdelen van de samenleving. Bij de WRR ligt behalve op advisering vóór het beleid ook een focus op advisering óver het beleid. Bij de denktank WRR gaat het vooral over keuzes, dilemma’s en grote vraagstukken voor de langere termijn. Bij de Gezondheidsraad gaat het ook over keuzes van vandaag en morgen.”

Houdbaarheid van de zorg

Knottnerus vindt de toenemende levensverwachting een mooie ontwikkeling. “Maar dit betekent ook dat we meer aandacht moeten besteden aan gezond ouder worden en preventie op hoge leeftijd. Anderzijds zorgt de hogere levensverwachting voor een toenemende druk op menskracht in de zorg en het vaker voorkomen van chronische aandoeningen. Het gaat dan ook over de houdbaarheid van en de samenwerking binnen de zorg . Hier moeten we slimme oplossingen voor vinden.”

Zorg geen kostenpost

Slimme oplossingen worden deels vanuit de wetenschap aangereikt: nieuwe kennis en technologie. Denk daarbij aan nieuwe vormen van screening, nieuwe diagnostische mogelijkheden, stamceltechnologie, maar ook innovatieve vormen van geïntegreerde zorg en e-health.

Zorg is geen lastige kostenpost

“Erg belangrijk is dat de politiek preventie en gezondheidszorg niet ziet als een lastige kostenpost, maar als investering in een betere samenleving. Uit wetenschappelijk onderzoek komt ook naar voren dat er een duidelijk verband is tussen de volksgezondheid en een goeddraaiende economie.”
Dit jaar komt de WRR onder meer met een follow-up op de verkenning ‘keuze, gedrag en beleid’ van 2009. Deze heeft belangstelling van onder meer ZonMw. Het gaat er om hoe belangrijke keuzes tot makkelijke keuzes worden gemaakt. Hoe gezond leven aantrekkelijker kan worden dan ongezond leven. Gedragsverandering is essentieel.

Interessante bevlogen mensen

Knottnerus’ persoonlijke ambitie is zijn werk bij de WRR zo goed mogelijk te doen. “Vanuit een onafhankelijke positie bijdragen leveren aan goede beleidsbeslissingen. Hij blijft een dag in de week werken met jonge onderzoekers en blijft publiceren. Dit voorjaar mocht ik mijn 63ste promovendus afleveren. “Het is een groot voorrecht om bij  de WRR en de universiteit  te mogen werken. Het is motiverend om met interessante bevlogen mensen te werken. Wetenschappers, bestuurders, burgers die zich inzetten in de samenleving; mensen die iets te zeggen hebben, zich bekommeren om bepaalde zaken en die deze ook aan willen pakken.”

0 Reacties

om een reactie achter te laten
Top