Artikel

Skipr 99 Uitvergroot: Maarten Rook - 56

Wie wordt de nieuwe minister van VWS? Maarten Rook tipt Edith Schippers en Halbe Zijlstra. De VVD zou de post misschien wel willen invullen. Hij verwacht dat Ab Klink niet terugkeert als minister van VWS. Dat heeft niet met zijn capaciteiten te maken, maar als Rook naar het CDA kijkt, denkt hij dat er een andere functie voor Klink is weggelegd. Die van fractieleider bijvoorbeeld.

Marktwerking lijkt een vlucht te gaan nemen met het toekomstige kabinet, de combinatie CDA, VVD en PVV. Dat was met Paars plus niet gelukt, stelt Maarten Rook, voorzitter van de raad van bestuur van het St. Antonius Ziekenhuis in Utrecht en Nieuwegein.

Invloed in de zorg

Rook heeft de 56e plaats op de Skipr 99, de ranglijst van de invloedrijkste zorgbeslissers, weten te veroveren. Zelf vindt hij het te veel eer voor een ziekenhuisdirecteur. Mensen als Theo Langejan van de NZa, Léon van Halder van VWS en veel andere ambtelijke beslissers mist hij op de lijst. “Die mensen stellen de regels vast”, stelt Rook. Maar, zegt hij, misschien heb ik die 56e plaats wel te danken aan mijn doorzettingsvermogen. Als iets voor zijn ziekenhuis niet lukt, dan zet hij alles op alles om ervoor te zorgen dat het wel gerealiseerd wordt. Hij doelt daarbij bijvoorbeeld op het rondkrijgen van de financiering voor de nieuwbouw in Leidsche Rijn en de daarbij behorende problemen met rentevergoedingen en kapitaallasten. In de zomer van 2009 kreeg het ziekenhuis de offerte van de Rabobank. Die hield een kostenstijging van acht miljoen euro per jaar in. De zaak werd aanhangig gemaakt bij de NZa, waarna vele gesprekken volgden. Uiteindelijk kwam de NZa in december met een besluit over de rentevergoeding. De invulling van de beleidsregels is pas deze zomer bekend geworden. Het St. Antonius Ziekenhuis kan hier mee uit de voeten.

Aftrainen

Rook heeft niet de ambitie om invloedrijk te zijn. Hij komt relatief weinig in Den Haag, vertelt hij. Maar, zo stelde hij onlangs in Skipr magazine, zijn werk wordt steeds politieker. Dat gaat misschien nog meer veranderen als hij eind 2010 start als voorzitter van de vereniging Samenwerkende Topklinische opleidingsZiekenhuizen (STZ). Op dat moment heeft hij elf jaar bij het St. Antonius Ziekenhuis gewerkt. “Het is een zware baan, je maakt lange dagen en draagt de verantwoordelijkheid voor veel mensen. Dat is behoorlijk inspannend, maar daar krijg je een aardig salaris voor.” Dat betekent ook dat hij wat eerder kan stoppen. Rook gaat het rustiger aandoen en zal zo’n twee dagen in de week voor STZ actief zijn. Zijn vrouw noemt het ‘een beetje aftrainen’.

Concentratie en spreiding

In de STZ hebben 25 grote opleidingsziekenhuizen en 2 geassocieerde ziekenhuizen die hooggespecialiseerde medische zorg kunnen verlenen, zich verenigd. Deze ‘teaching hospitals’ bieden topklinische en ook topreferente zorg en een flink deel van de opleidingen tot medisch specialist. Voorganger Leon van Eijk heeft in april 2010 STZ al verlaten. Rook treedt nu op als ‘president elect’. In de zomer is reeds een aangepast (nu nog) concept-beleidsplan opgesteld, ondermeer over concentratie en spreiding van zorg en hij wil in het najaar ‘fors’ van start gaan. In het najaar zal zich opnieuw de vraag voordoen of kleine ziekenhuizen nog wel alle activiteiten moeten uitvoeren, verwacht Rook.

Percutane hartkleppen

Het St. Antonius Ziekenhuis heeft zojuist de vergunning voor percutane hartklepvervanging weten binnen te slepen. Een aantal ziekenhuizen is naar de rechter gestapt om ook een vergunning af te dwingen. Rook begrijpt dat wel, zijn ziekenhuis zou dat  ook gedaan hebben. Hij vergelijkt de vergunningverlening met schoonspringen. “Er is een wedstrijd uitgeschreven, de IGZ stelt als jury criteria en voor de nummer zes tot en met elf op de lijst is het erg zuur. Dan ontstaan er vragen over het wedstrijdreglement en de jurering zelf.” Hij verwacht dat de rechtsgang van de ziekenhuizen geen problemen oplevert voor het St. Antonius Ziekenhuis, hooguit krijgen nog enkele ziekenhuizen een vergunning. Maar wat hem betreft niet meer dan acht à tien, want anders komt de kwaliteit in het gedrang.

Noblesse oblige

De verschillende profielen van de bij de STZ aangesloten ziekenhuizen vormen een uitdaging. Alle leden hebben de behoefte om kwaliteit te bieden, maar als het STZ-bestuur de ziekenhuizen een hogere kwaliteitsnorm oplegt, kan dat lastig worden. Maar noblesse oblige, lacht Rook, "wij moeten voorop lopen".

Onderzoeksklimaat

De speerpunten van de STZ zijn het uitbouwen van topklinische zorg, opleidingen en research. Dat laatste is ook de lastigste. Een van de taken die Rook wacht bij de STZ is het intensiveren van de samenwerking met UMC’s op onderzoeksgebied. De STZ-ziekenhuizen krijgen namelijk geen geld voor research en moeten dit bekostigen met eigen middelen en hulp van de industrie en UMC’s. “Steeds meer  bedrijven vertrekken voor clinical trials naar het buitenland vanwege de Nederlandse wet- en regelgeving. Kijk maar naar Organon. We moeten er met z’n allen in Nederland op letten dat we een goed geneeskundig onderzoeksklimaat behouden. Daar moeten we niet pietluttig over doen.” Hij haalt het voorbeeld van de hartkleppen nog even aan; de spullen daarvoor komen uit Amerika en kosten zo’n 20.000 euro. Daar kun je een knappe auto van kopen, stelt Rook. Het is zonde dat die innovatie niet uit Nederland komt.

Innovatie

Het innovatieve karakter van het St. Antonius Ziekenhuis heeft de periode van Rook tot een mooie ervaring gemaakt. Hij prijst het multidisciplinaire karakter en het teamdenken van het ziekenhuis. Direct na de Tweede Wereldoorlog startte het ziekenhuis al met het werken in teams. Dat teamdenken is volgens Rook de kracht van het ziekenhuis. De zorg was niet zijn roeping, maar in de jaren negentig kreeg hij bij het UMC Utrecht, destijds het AZU, veel te maken met Gerlach Cerfontaine. Die heeft hem gepolst voor een functie in de zorg. Vervolgens kreeg Rook een telefoontje van een ‘headhunter-type’ en kon hij aan de slag bij het Vlietland Ziekenhuis. Na drie jaar verkaste hij naar het St. Antonius Ziekenhuis. Hij is trots op zijn ziekenhuis dat in de tachtiger jaren als eerste in Nederland dotterde en een longtransplantatie uitvoerde. “De staf is enorm innovatief. Wij rennen er achteraan om het te kunnen betalen”, grapt hij.

Relatie staf en bestuur

Rook laat met zijn vertrek aan zijn opvolger ‘een gure taak’ over. Het hoofdpijndossier voor zijn opvolger zal de bezuinigingsopdracht zijn, die de overheid de ziekenhuizen zeker gaat opleggen. De eindjes aan elkaar knopen, wordt lastig. “Het kan zo maar zijn dat je nu mensen moet ontslaan om ze over een paar jaar weer aan te nemen in verband met het arbeidsmarktprobleem.” Zijn opvolger komt wel in een warm bad terecht, vindt Rook. De relatie tussen het stafbestuur en de raad van bestuur is goed. Er is geen ruzie, maar wel discussie. En zo hoort het ook, vindt hij. Hij heeft met verbazing kennis genomen van de situatie bij het Albert Schweitzer Ziekenhuis. Het ziekenhuis uit Dordrecht betaalt zo’n twee miljoen euro aan opgestapte bestuursleden en interimmers. Daar kun je een prachtige MRI-scanner van kopen. “Een goede verhouding tussen de raad van bestuur en de staf bespaart enorm.”

0 Reacties

om een reactie achter te laten
Top