Artikel

Louise Gunning: 'Wij maken de samenleving'

Ze werd getipt als minister van Volksgezondheid. Begrijpelijk, want Louise Gunning maakt zich sterk voor de publieke zaak. ‘We hebben de opdracht de samenleving zo goed mogelijk te maken.’

 Door Willem Wansink. Uit: Skipr magazine 9, september 2010.

ouise Gunning-Schepers heeft een eigenzinnig toekomstbeeld. Nederland, zegt zij, bevindt zich op een keerpunt: “De acht universitaire medische centra zijn ongelooflijk sterk op medisch-wetenschappelijk terrein. We lopen voorop. Onze positie in klinisch onderzoek is ijzersterk. Steeds meer Amerikanen, Britten en Duitsers komen kijken hoe wij speciale operaties verrichten. Wij kunnen ons land internationaal nog beter op de kaart zetten. Willen we dat? Dan moeten we onze krachten bundelen.”
 In Europa is op termijn slechts plek voor een paar medische topcentra, in Nederland voor één: “Eén samenwerkend universitair medisch centrum op acht locaties. Alleen dan heb je de omvang en de kwaliteit om bij de absolute top te horen.” 

Minder uitbundig

Op 1 september neemt Louise Gunning (59) afscheid als bestuursvoorzitter van het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam (AMC). Ze wordt voorzitter van de Gezondheidsraad en universiteitshoogleraar Gezondheid en Maatschappij aan de Universiteit van Amsterdam.
Het AMC is een van de beste ziekenhuizen van Nederland. Gunning: “Uiteraard streelt dat mijn ijdelheid.” Negen jaar gaf zij er leiding aan talloze figuurlijke kruiwagens met kikkers. Dat ging haar goed af. Nog kent zij elk dossier tot in de puntjes. Maar over haar privéleven is ze minder uitbundig. Uit principe, dat heeft ze meegekregen, want thuis werd de balans tussen werk- en privéleven strikt gehandhaafd. Als permanente vingerwijzing vist ze een langwerpig object van plexiglas uit de stapels boeken en rapporten op haar tafel in de bestuurskamer met daarop de tekst ‘Verslaafd zijn aan werken is gevaarlijk’. Zichtbare trots; ze kreeg het van haar vader, nadat hij het jarenlang op zijn bureau had staan.
Begin jaren vijftig van de vorige eeuw kwam zij in Amsterdam ter wereld. Haar Nederlandse ouders woonden destijds in Londen. De Britse National Health Service was net ingevoerd door de Labourregering van premier Clement Attlee, maar de verloskundige zorg werd niet vergoed: “De vader van mijn moeder was huisarts. Hij zei tegen mijn ouders: ‘Kom naar Amsterdam. Dan beval je thuis’.  Hij heeft mij ‘gehaald’ en na een paar weken ben ik meegegaan naar Londen.”
Haar grootvader had een eigen praktijk in Zeeland en later in Zoetermeer. Hij kwam naar Amsterdam toen het GAK werd opgericht, het gemeentelijke administratiekantoor: “Helaas is hij jong overleden. Hij was een van de eerste huisartsen die de sociale geneeskunde in ging. Dat heb ik me pas gerealiseerd toen ik zelf voor de sociale geneeskunde koos.”
Ze komt uit een Shell-gezin. Haar vader werd veelvuldig uitgezonden. Daarom woonde zij in haar jeugd in verschillende landen. Pas op haar twaalfde kwam ze terug naar Nederland. “Ik vond het reuze leuk om in het buitenland te wonen. Ik heb er enorm veel profijt van gehad. Ik heb er vloeiend Frans leren spreken.”
De lagere school volgde ze in Marokko, in Casablanca. Ineens opgetogen: “Dat kunnen maar weinig Nederlanders zeggen. Prima school, trouwens. Helemaal Franstalig.” Jaren later merkte ze dat wat zij in het straatbeeld en de cultuur normaal vond, in eigen land ‘nogal ongebruikelijk’ was.

Afkappunten

Gunning is een perfectionist, begiftigd met een grote dosis zelfvertrouwen. Ze weet wat ze wil en is betrokken, strijdbaar en volhardend. Eind jaren zestig ging ze in Groningen medicijnen studeren. Geen linkse activiste, ze hoorde niet tot de spraakmakende studentenbeweging. “Onze jaargang geneeskunde spande wel meteen een kort geding aan tegen de selectie van het eerste naar het tweede jaar, en hoe de ‘afkappunten’ werden bepaald. Dat beviel me goed.”
Halverwege het artsexamen koos zij voor de onderzoekskant, de epidemiologie. En in 1973 vertrok ze weer naar het buitenland. Met haar man, een ontwikkelingseconoom, woonde ze in de Verenigde Staten, Groot-Brittannië en België. Ze begonnen in Washington; hij kreeg er een baan bij de Wereldbank. Hij is nog altijd haar belangrijkste adviseur ‘bij een glaasje wijn’  wars als ze is van modieuze management- en persoonlijkheidstrainingen.
In de VS werden hun twee zoons geboren.  “De eerste moest in het ziekenhuis ter wereld komen. Dat kon daar niet anders.” Zij zag meteen dat de Amerikaanse geneeskunde talrijke problemen niet kon oplossen: “Dat moest veel eerder in de pijplijn gebeuren. Preventief.” Ze raakte er geboeid door de publieke gezondheidszorg, waarna ze aan de Johns Hopkins University in Baltimore haar masters in public health behaalde: “Dat had ik nooit gedaan als in Groningen was blijven studeren.” Haar tweede kind kreeg ze thuis. Tot vreugde van de vroedvrouw ging ze met de zorgverzekeraar in de slag om de bevalling vergoed te krijgen: “De eerste keer ever dat ze hebben betaald.”
Gunnings grootvader van vaderskant was militair jurist. Rechter; hij eindigde zijn loopbaan als generaal. Haar vader is overleden, maar haar moeder leeft nog. Zodra het woord elite valt, maakt ze een afwerend gebaar, al erkent ze dat binding en traditie voor haar onmisbaar zijn. Elk jaar met kerstmis blijven ook haar broers met hun gezinnen, aanhang en de volgende generatie logeren: “Ik kom uit sterke en warme families, van beide kanten.”

Momentopnames

Studeren was normaal, vrijblijvendheid bestond niet en als vanzelfsprekend nam je je  verantwoordelijkheid: “Dat zat er altijd bij. Een studie betekent een investering waarmee je iets moet doen.” Maar verder heeft ze ‘veel geboft’. Daarom keert zij zich tegen de lijstjes van ‘beste ziekenhuizen’ en ‘machtigste vrouwen’, waarin zowel het AMC als zij zelf er meestal goed vanaf komen. Momentopnames. Gunning: “Je komt terecht op een functie. Die mag je een tijdje vervullen. Dat is fantastisch. Maar aan het eind van de rit moet je iets overdragen aan je opvolger dat even goed of iets beter is dan wat jij hebt gekregen.”
Haar grootste motivatie is het algemeen belang. De publieke zaak: “Ik wil helpen structuur aan te brengen.” Overtuigd: “Wij maken de samenleving. Niemand anders. Dus hebben we de opdracht om de maatschappij zo goed mogelijk in te richten.” Ze haalt de Amerikaanse filosoof John Rawls aan die begin deze eeuw overleed. Hij schreef over de menselijke vrijheid keuzes te maken: “Mensen kunnen kiezen, maar ze hebben elkaar ook nodig.”
“Je weet van tevoren niet in welke maatschappelijke positie je terecht komt. Niemand kan voorspellen of zijn kinderen gezond zullen zijn. Dus hoort de samenleving te helpen als iemand opeens wel een gehandicapt kind krijgt.” Ze waarschuwt voor een overmaat aan planning: “Zo nu en dan moet je risico’s durven nemen. Soms pakt dat goed uit, soms niet, dan heb je pech gehad. Bij geluk hoort ook pech. Ik denk weleens: ‘Onze samenleving accepteert pech niet meer’.”
Bij haar ouders stond het geloof op een laag pitje. Ze waren remonstrants, “van een vrijzinnige kant.” De beslissing om te worden gedoopt, werd pas op het achttiende jaar genomen. Zij besloot zich niet te laten dopen: “Ik vind het christelijk geloof een belangrijk onderdeel van onze cultuur, maar ik ben niet gelovig.” Hoe dat komt? “Daarvoor ben ik te veel een wetenschapper. Ik wil bewijzen. Ik neem niet zomaar iets aan.”
Het is een menselijke drive om beter te willen zijn dan de rest, erkent ze. Op school, in de sport en in de wetenschap. Ook een wetenschapper is alleen succesvol als hij erg goed zijn best doet, en als eerste iets publiceert wat niemand anders heeft gezien of bewezen. Abrupt: “Maar de beste Nederlander bestaat niet. Je wordt uitsluitend de beste in je vak in competitie met andere landen, dus internationaal. De wetenschap is sowieso erg internationaal georiënteerd.”

Veel talent

Nederland is steeds opvallend goed geweest in internationale wetenschappelijke contacten. “We hadden een positie die ons meer invloed gaf dan op grond van onze omvang mag worden verwacht.” Die rol slinkt, maar nog altijd doet ons land het goed in medisch onderzoek. “Dertig procent van het Nederlandse onderzoek dat internationaal wordt gepubliceerd, komt uit de medische hoek. Bij citaties scoren wij veertig procent boven het internationale gemiddelde  en in toppublicaties vele malen hoger. Dat wordt weleens vergeten. Nederlandse wetenschappers hebben ingangen waar anderen jaloers op zijn. En innovaties worden hier veel eerder toegepast.”
Ze betreurt het dat het zicht op Europa vertroebeld is geraakt: “Wij hebben altijd baat gehad bij de Europese eenwording. We hebben Europa nodig, ook om onze bijzondere cultuur en waarden overeind te houden. In het verleden hebben we de instroom van buitenlanders steeds kunnen gebruiken om onze samenleving inhoudelijk te verrijken. Neem de excellente studenten aan onze geneeskundefaculteit van de Universiteit van Amsterdam. Er zit bovengemiddeld veel talent bij van jonge mensen die oorspronkelijk niet uit Nederland komen. Daar gaan we veel profijt van hebben.”
Vol overgave verdedigt ze de bestaande ziekenhuiszorg met honderd instellingen: “Kwaliteit moet niet in één topinstelling worden geconcentreerd, maar worden gespreid. Want uitschieters naar boven worden altijd afgewisseld door uitschieters naar beneden. Als er toevallig géén topinstituut in de buurt is zodra je een hartinfarct krijgt, je kind een fietsongeluk heeft of je moeder een heup breekt, dan is het erg vervelend dat het beschikbare ziekenhuis slechtere hulp biedt.”
En dan, indringend: “Zowel in de ziekenhuiszorg als in de artsopleidingen kennen we in Nederland maar weinig kwaliteitsverschillen. Willen we deze kwaliteit de komende jaren overeind houden? Dan moeten we ook bereid zijn de dingen die echt niet goed gaan te benoemen en zonodig te beëindigen.”

1 Reacties

om een reactie achter te laten

Beerends

29 april 2012

ik heb eind jaren 90 in haar huis haar schoonzus mogen verplegen en toen heb ik veel respect gekregen voor de manier waarop zij thuis als mens met de situatie omging. Het heeft mij een weg gewezen om die richting ook in te slaan en rustig, ook de tegenslagen, tegemoed te treden.
Ik denk nog regelmatig aan haar en prijs me gelukkig met deze ontmoeting. Zij is een bijzonder mens.

Top