Artikel

Skipr 99 Uitvergroot: Heino van Essen – 42

“De beloningen in maatschappelijke ondernemingen moeten rijmen met de doelstelling. Er is een maatschappelijke verantwoordelijkheid. Een aantal jaar geleden was marktconformiteit het toverwoord. Alsof je met beloning moest concurreren met commerciële organisaties. Dat is simpelweg niet houdbaar”, aldus Heino van Essen, de voorzitter van de raad van commissarissen van zorgverzekeraar Menzis.

Inperking flexibiliteit

Van Essen wordt regelmatig gevraagd als spreker over beloningen. Dit is niet iets wat hem per se aan het hart gaat, maar waar hij in zijn werkzaamheden wel veel mee in aanraking komt. Hij vervult verschillende toezichthoudende functies in het maatschappelijk veld en wordt daardoor automatisch aangemerkt als expert. Van Essen vindt de Balkenende-norm een ‘raar soort gelanceerd begrip’. Hij ziet de norm als een soort inperking waarmee de toezichthouder zijn flexibiliteit kwijtraakt. Hij ziet daarom meer in codes die de sector zelf opstelt, zoals die van de NVZD en NVTZ, dan in een landelijke norm. Daarbij geeft hij aan dat Menzis geen bonussen uitkeert en transparant is over de beloningen.

Taken raad van toezicht

Een toezichthouder kent drie primaire taken: het toezicht houden op, werkgever zijn van de raad van bestuur en dienen als klankbord. Een raad van bestuur heeft een klankbord nodig, daar komt de complementariteit van de raad van toezicht op het bestuur tot uiting, meent Van Essen. Hij prijst zijn team: iedere commissaris heeft een andere achtergrond, maar door samen op te trekken, ontstaat er een stevige basis. Die verschillende achtergronden zijn ook van belang, omdat de raad van commissarissen uiteenlopende thema’s krijgt voorgeschoteld.

Thema’s Menzis

Van Essen maakt onderscheid tussen actuele en strategische thema’s die binnen zijn raad spelen. Onder actuele thema’s schaart hij IT-ontwikkelingen, solvabiliteitskwesties, risk management en de inhoudelijke ontwikkeling van de rol van de eerste lijn. Strategische thema’s zijn klantenrelaties, duurzaamheid, informatiestrategie en innovatie. De verschillende commissarissen kennen geen specialisatie op één van de thema’s. “Je moet juist uitkijken dat je niet met één ding bezig bent. Je moet het breed houden”, stelt Van Essen. Voor de financiële gang van zaken en het beloningsbeleid zijn wel commissies ingesteld. Die dienen echter meer als ‘voorportaal’: uiteindelijk komt het op het bord van de commissarissen.

Van Boxtel als ‘best practice’

Zijn vele toezichthoudende taken en uitgebreide netwerk hebben Van Essen geholpen aan een 42e plaats op de Skipr 99, de ranglijst van de invloedrijkste zorgbeslissers. Lijstjes zeggen hem niet veel, maar het streelt wel. En volgend jaar een hogere notering, grapt hij. Hij moet Roger van Boxtel voor laten gaan op de lijst, die is de invloedrijkste netwerker. Dat is niet verwonderlijk, vindt Van Essen. Van Boxtel treedt veel meer op de voorgrond. Een toezichthouder opereert meer op de achtergrond. Menzis is en mag blij zijn met Roger van Boxtel als topman, vindt Van Essen. “Hij is niet alleen vaak in de publiciteit, maar hij doet het ook goed. Hij staat symbool voor mensgerichtheid. Hij is een open persoonlijkheid en heeft verbindende kwaliteiten.” Van Essen durft zo ver te gaan om Van Boxtel aan te wijzen als een ‘best practice’ voor bestuurders.

Van Boxtel werd onlangs nog getipt als nieuwe burgemeester van Amsterdam. Het was voor Menzis niet de eerste confrontatie met een mogelijk vertrek van de topman. “Het is bij een gerucht gebleven, maar je moet er altijd rekening mee houden. We zouden het jammer vinden, maar we zouden het niet goed doen als we de continuïteit niet geregeld hebben.” Daarmee bedoelt Van Essen dat de zorgverzekeraar niet alleen leunt op Van Boxtel. Zijn opvolger staat niet klaar en de bezetting blijft zoals die is.

Afscheid PGGM

Twee jaar geleden nam Van Essen afscheid van PGGM. “Dat was een goed moment om te stoppen. Mijn laatste daad was het realiseren van de ontvlechting van de organisatie. Daarnaast was ik toen 62, een mooie leeftijd om mijn taken over te dragen aan Martin van Rijn.” Van Essen had, en heeft, echter nog veel energie en wilde zoveel mogelijk blijven doen. Daarom heeft hij een flink aantal toezichthoudende functies op zich genomen in het maatschappelijk veld: in het onderwijs, de zorg, woningcorporatie, sociale zekerheid en volkshuisvesting. Een brede mix aan activiteiten die complementair is aan elkaar. De ene sector kan van de andere leren. Governance-thema’s spelen bijvoorbeeld overal een rol. “Het beloningsbeleid liep in de zorg wat voor en bij de Universiteit van Twente zie ik bijvoorbeeld weer fantastische zorgtechnologische ontwikkelingen.”

Tijd voor toezicht

De veelheid aan functies vormt geen probleem qua omvang: hij is 7 dagen in de week, 24 uur per dag beschikbaar. Het zou een ander verhaal zijn geweest als hij nog steeds bestuurder zou zijn geweest bij PGGM. “Dan is de hoofdtaak, het primaat van verantwoordelijkheden, duidelijk. Op het moment dat één van de nevenfuncties veel aandacht vereist, is dat een stuk lastiger.” Zo is hij bijvoorbeeld toezichthouder bij Prismant dat eerder dit jaar surseance van betaling heeft aangevraagd en een doorstart heeft gemaakt bij Kiwa. “Dat is een mooi voorbeeld van een ontwikkeling waarbij de raad van commissarissen zeer actief betrokken is.” Het toezicht bij Prismant houdt overigens dit jaar op, de onderneming is dan ontbonden, en ook het toezichthouderschap bij de Technische Universiteit Twente loopt binnenkort af.

Commercieel zorgaanbod

Naast de grote organisaties als Menzis en de Vereniging van Toezichthouders in Woningcorporaties is Van Essen ook actief bij kleinere, innovatieve ondernemingen. Zoals de commerciële verslavingskliniek Rodersana. Die tracht een inhoudelijk beter antwoord te bieden op het commerciële zorgaanbod. “Dat is erg interessant en zeer innovatief. Organisaties als Rodersana staan aan de rand van marktontwikkeling.

Het lastige aan marktwerking is de aarzelende invoering. Het gaat stapje voor stapje en dan weer een stapje terug. In zijn tijd als voorzitter van de raad van bestuur van het Canisius Wilhelmina Ziekenhuis in Nijmegen werd de budgettering razendsnel ingevoerd. “Het kwam een beetje als donderslag bij heldere hemel, maar dat was goed. Het gaf wel duidelijkheid. De invoering van marktwerking, vooral bij ziekenhuizen, gaat te langzaam. Het is lastig om in een nieuwe verhouding een positie te kiezen, vooral als de verhoudingen onduidelijk zijn.” Van Essen is wel een voorstander van marktwerking, centrale beheersing is immers niet succesvol gebleken. “Maar maak het niet te ingewikkeld met DBC’s en bureaucratie. Keep it simple en doe het snel. Het grootste risico met een nieuw kabinet is dat marktwerking in een impasse raakt.”

Voorwaardenscheppend leider

De levensduur van bestuurders is tegenwoordig redelijk kort, constateert Van Essen. Hij was zelf bijna 22 jaar actief in de raad van bestuur van het CWZ. In die tijd heeft hij vooral geleerd respect te hebben voor de kernfuncties van het ziekenhuis en ‘on speaking terms’ te blijven met de specialisten. “De discussie over de relatie tussen ziekenhuisbestuurders en specialisten is niet nieuw. Als directeur of bestuurder van een ziekenhuis moet je je goed beseffen dat je niet de baas bent. Je bent een voorwaardenscheppend leider. De taak van de bestuurder is de professional zo goed mogelijk zijn werk te laten doen. Verzuim je, dan misluk je.” 

0 Reacties

om een reactie achter te laten
Top