Artikel

Wander Blaauw: Hoe hoger de zee, hoe rustiger ik word

Bestuursvoorzitter Wander Blaauw is al 31 jaar verbonden aan wat nu het Medisch Centrum Leeuwarden heet. Leidinggeven betekent voor hem vooral delegeren. ‘Ik ben zeker niet het slimste jongetje van de klas.’

Door Willem Wansink. Uit Skipr magazine 10, oktober 2010.

Wander Blaauw (55) kan goed binden. Hij weet mensen er snel van te overtuigen hoe ze samen een doel kunnen bereiken. Zijn hele werkzame leven heeft hij bestuurd. Hoe hij dat heeft klaargespeeld? “Leiding geven betekent vooral veel delegeren. Het is niet zo moeilijk. Je moet niet met alle dokters tegelijk ruzie maken. En goed op de centen letten.” Wat moet een bestuursvoorzitter kunnen? “De directeur doet niet zoveel. Een beetje voorzitten. Je doet mensen bewegen in deze baan.”
Blaauw: “Zonder te delegeren ben je niet effectief. Anders kan ik niet de helft doen van wat ik nu doe.” En verder? “Je moet initiatief nemen en goede mensen om je heen hebben. Ik ben zeker niet het slimste jongetje van de klas. Dat hoeft ook niet. Ik kan mensen die wel de beste van de klas zijn de ruimte geven om samen dingen te doen.”

Lange adem

Creativiteit, een lange adem hebben, listen verzinnen, langs het randje gaan. Voor Blaauw zijn dit voorwaarden tot succes: “De afgelopen jaren hebben we 60.000 bochten moeten nemen bij de politiek, de ambtenarij, de collega’s en de financiers. Telkens moesten we strijd leveren om onze doelen te verwezenlijken.” Zijn geheim? “Volhouden, volhouden, volhouden. Zo nodig doorbeuken. Tegen alle aanvankelijke verzet in hebben we spoedeisende hulpen, operatiekamers, hele ziekenhuizen gesloten en honderden bedden afgestoten.” Neem Harlingen. Daar kijken ze hem nog boos aan. Twee jaar geleden werd dat ziekenhuis grondig gereorganiseerd. Er dreigde een opstand,  20.000 tegenstanders zetten hun handtekening: “Als bestuurder moet je durven kiezen. Keuzes zijn voor een bepaalde groep altijd negatief. Wij investeren nu  op een andere manier een vermogen in die locatie.” Alle poli’s worden vernieuwd, de gevels opgeknapt: “Dit is het gezondheidscentrum van de toekomst. Geen bedden meer, maar huisartsen, thuiszorg, psychiatrie. Die kant gaat het op in Nederland. We moeten niet alles overal en aan iedereen willen aanbieden.”

 

Stationschef

Wander Blaauw kwam in het Friese Heerenveen ter wereld, dus voelt hij zich een echte Fries. Maar zijn beide ouders stammen uit Groningen; onder elkaar praatten zij Gronings. Zijn grootvader van vaderskant was stationschef en kaartjesverkoper. Een socialist: ‘Ze hadden het niet breed’.” Hij werkte in Visvliet, Elburg en Anjum, vlakbij het Lauwersmeer waar zijn vader werd geboren: “Overal waar mijn opa stationschef werd, werd dat station per ommegaande opgeheven.”
Zijn eerste herinneringen, als oudste kind? Heerenveen. De kleuterschool. De filmprojector bij de vader van een vriendje aan de overkant. Ander voorbeeld: “We woonden vlak bij een snelweg. Een groot talud. Als daar sneeuw lag, gleden we er met onze sleetjes vanaf. Linke soep. Beneden was de sloot, boven reden de auto’s. Van mijn moeder kreeg ik rode laarsjes als ik ermee ophield.” Een dorpse sfeer; de eerste flats waren ‘een wereldwonder’. Hij zwom af in het openluchtzwembad: “In het donker zoeken naar een pop op de bodem. Pas toen wij naar Leeuwarden verhuisden, ging het nog onoverdekte Thialf open.”
Zijn moeder komt uit een ondernemersgezin. Haar vader had een drogisterij en een verffabriek. Hij was ook huisschilder: “Een ander milieu.” Zij woonden boven de drogisterij in Sappemeer: “Daar heb ik als kind vaak gelogeerd. Dan mocht je meehelpen, dropjes wegen. En achterop de solex naar hun woonboot aan het Zuidlaardermeer. Opa hield van snoekvissen. Soms ving hij er zoveel dat ze thuis in de badkuip werden bewaard.”
Blaauws vader deed de HBS. In de oorlog zat hij in een werkkamp bij Hamburg. Weggestopt verdriet: “Hij heeft er nooit iets over verteld.” Een ‘superrationalist’. Een zakenman; hij werkte in de makelaardij en bij Nationale Nederlanden. Met een collega kocht hij een bedrijf als assurantietussenpersoon. Later had hij ook een aantal reisbureaus en een makelaardij.
Blaauw weet hoe hij zelf in elkaar steekt: “Ik ben rationeel, net als mijn vader. Altijd zakelijk. Emotioneel moeilijk toegankelijk.” Zijn moeder was anders: “Klein. Fel. Extrovert. Ze speelde graag toneel. Drama maken, dat kon ze.” Net als zij kan hij ‘speels’ zijn, onder meer als Sinterklaas. Elk jaar, thuis, in het ziekenhuis op de afdeling oncologie: “Heel indringend maar heerlijk om te doen. In zo’n pak val je trouwens kilo’s af, zo warm is het.”

 

Matrozenpakje

Gelovig is hij eigenlijk nooit geweest. Zijn moeder komt uit een hervormd gezin. Zijn vader ‘had er niets mee’, maar met kerst las hij wel Bijbelverhalen voor, omdat hij ‘die waarden’ aan zijn kinderen wilde meegeven. Wander zelf zat een blauwe maandag op de zondagsschool, dat wilde zijn moeder. Tot kerst, want dan kreeg je een cadeautje: “Daarna ben ik eruit gegaan.” Hoe oud hij was? “Negen, halverwege de lagere school. Ik droeg een matrozenpakje!” 
De lagere school stond in Heerenveen maar het Stedelijk Gymnasium deed hij in Leeuwarden, in 1967 de meest vrije school in de stad: “Een ongeorganiseerde bende.” Blaauw had een grote bos haar, hij was links georiënteerd: “Ban de Bom. PSP”. Algauw ontpopte hij zich als organisator en actievoerder. De toneelclub, 24-uursfeesten en, in de vijfde klas, de Gymnasiale Olympiade: hij regelde alles.
De conrector was hem goed gezind: “Bij de Olympiade kregen we honderden mensen over de vloer. Ze moesten allemaal gehuisvest worden. Er moesten zalen komen, er diende subsidie te worden geregeld.” Zijn studieresultaten leden eronder, maar nadat hij al in de vierde was blijven zitten, kon hij toch gewoon door naar het laatste jaar: “Ik heb nooit een boek open gehad. Dat was te merken. Ik ben geen studiehoofd.” Zijn studie rechten deed hij in 3,5 jaar: “Beetje wraak nemen. Het ging me makkelijk af.”
Blaauw is verknocht aan Friesland. Een aanbod om een hoge ambtelijke functie in Den Haag te bekleden, sloeg hij af: “Mijn biotoop is wonen, werken, recreëren. Ik woon op vijf minuten afstand van het ziekenhuis. Mijn boot ligt op 20 minuten van mijn huis. Dat is mijn balans, die heb ik absoluut nodig. Rust en evenwicht. Zonder balans houd je het niet vol.”
Grote breuken en tegenslagen heeft hij niet gekend: “Mijn vader zei weleens, toen hij nog leefde: ‘Je komt een keer een muur tegen.’ Tot nu toe heb ik die muur gelukkig niet gezien. Het klinkt misschien achteloos: ik ben nu eenmaal niet zo snel van de wijs te brengen. Ik kan me goed ontspannen. Hoe hoger de zee, hoe rustiger ik word.” Hij telt zijn zegeningen: “Als een van mijn kinderen zou zijn ontspoord, dan was ik compleet van de wereld geweest, omdat mijn balans dan weg is.”

 

Humanist

Gedurende zijn studietijd raakte hij geboeid door de politiek. Hij zat in talloze bestuursorganen: in elke vakgroep, in de universitaire introductiecommissie: “Ik ben er van mijn linkse geloof gevallen. Tijdens een bijeenkomst van de Jonge Socialisten werd ik gedwongen op te staan om de Internationale te zingen. Met enig geworstel werd ik aan weerszijden onder mijn oksels gegrepen en opgehesen. Ik ben weggelopen.” Via zijn huidige vrouw leerde hij Frank de Grave kennen en zo kwam hij in de JOVD terecht, de jongerenafdeling van de VVD.
Wat zijn ideologische denkraam is? Hij herkent zich in de joods-christelijk-humanistische traditie: “Die waarden zitten in onze samenleving. Maar als ik iets ben, dan is het een humanist die twijfelt of er toch niet iets meer is.” Zijn drijfveer is de nood van de mens: “En daar zijn natuurlijk grenzen in.”
Tijdens de fusie van het Medisch Centrum Leeuwarden keerde een smaldeel in het bestuur, de voormalig katholieken, zich tegen het feit dat hij een vergunning wilde aanvragen om de Wet afbreking zwangerschap te kunnen uitvoeren. “Zij zeiden dat dat niet mocht van de bisschop. Voor mij is zo’n opstelling onbestaanbaar.”
 “Bij mij lopen doel, middelen en mensen door elkaar heen. Ik wil de zorg in de regio vooruit brengen. Dat is mijn doel. Een middel is de ontwikkeling van de Zorggroep Noorderbreedte. Ik zie elke klacht. Dat raakt me keer op keer persoonlijk. Bij een aantal klachten denk ik: ‘Had dat nou een beetje anders gedaan.’ Het gaat vaak om bejegening, communicatie, te weinig tijd. Hoe kan iemand in drie minuten een slechtnieuwsgesprek voeren?”
Opeens fel, want de ‘ongenuanceerde en ondoordachte afbraak’ van de zorg is in zijn ogen dramatisch. Eens per week douchen, betalen voor een ommetje? Het is hem een gruwel: “Ik vind dat nergens op slaan. Daar moeten we ons tegen verzetten.” Uiteraard kan er worden bezuinigd op de ziekenhuiszorg: “Maar we willen alles. Geen wachttijden. Alles moet kunnen, voor iedereen. Er is geen ‘nee’ te koop. Maatschappelijk gezien durven we kennelijk geen grenzen te stellen.”
“We zullen ons beperkingen moeten opleggen. Anders rijzen de kosten de pan uit. Deze herfst krijgen we weer enorme wachtlijsten bij de thuiszorg. Drie jaar lang hebben wij thuiszorgproductie gedraaid waarvoor we niet werden betaald. Dat kan niet. Ook dit jaar draaien we een miljoen euro overproductie. Terwijl we daarop verlies lijden. Dat houdt een keer op.” 
Toch enthousiast: “Weet je wat de eerste wet van Blaauw is?” Hij bukt zich naar de tafel, pakt pen en papier en begint te schrijven: Resultaat is inspanning maal talent gedeeld door ego. “Waarom gaan er zoveel ziekenhuisdirecteuren stuk? Door dat ego. Dan wordt je resultaat gehalveerd. Bij dokters idem dito. Ons past bescheidenheid. Je moet een ego hebben dat je klein kunt maken.”

3 Reacties

om een reactie achter te laten

Anoniem

14 december 2011

gaaf, open, persoonlijk stukje: met plezier gelezen.

Anoniem

20 juni 2012

Aardige linkse man met een bruto-inkomen van 272.661 euro in 2011. Misschien dat daarin nog een stukje bescheidenheid past.

Anoniem

14 januari 2013

Door dit soort graaiers is de zorg zo duur.

Top