Artikel

Albert Arp: 'Ik ga voor de eenvoud'

Albert Arp: 'Ik ga voor de eenvoud'

Albert Arp ziet zijn persoonlijke ervaringen als metafoor voor betrokken leiderschap. ‘Laat zien wat je doet en waar je voor staat.’

 Door Willem Wansink. Uit: Skipr magazine 1, januari 2011

 “De zorg is als een supertanker. Veel instellingen zijn steeds groter geworden. Fusie, fusie, fusie. Dat geldt ook voor ons.” Hij weet dat supertankers moeilijk hun koers kunnen verleggen: “Wij waren almaar re-actief bezig. Keer op keer stonden we te repareren.”
Albert Arp (41) draagt een zwarte hoornen bril en een hagelwit overhemd. Hij ziet er strak verzorgd uit. De bestuursvoorzitter van de Amersfoortse zorginstelling Beweging 3.0 oogt opvallend dynamisch. Hij praat vrijuit: oprecht en openhartig. Na afloop van  het gesprek heeft hij het  terloops over:  ‘metrosexueel leiderschap’. Ook op Arp is dat begrip van toepassing. Hij is geen macho. Hij komt sensitief en betrokken over. Hij durft zijn zwakke kanten te tonen. Jazeker, hij is ambitieus en hij weet goed wat hij wil. Hij mag een empathische en sociale instelling hebben, hij is op zijn minst ook resultaatgericht.

Kooklessen

Arp: “Ik wil het vertrouwen terugbrengen. Ik ga met iedereen het gesprek aan.” Daaraan besteedt hij veel tijd. Hij werkt mee op verschillende afdelingen en laat medewerkers met hem meelopen. “Zo breng je mensen bij elkaar. Dat is winst. Want er bestaat een enorme behoefte om de afstand tussen de bestuurders, de medewerkers en de cliënten kleiner te maken. Ik ben geen supercreatief mens, anders zat ik niet op deze post. Maar ik organiseer het wel. Neem de kooklessen met recepten van mensen die bij ons wonen. Daar beginnen we mee. En we maken er een kookboek van, met foto’s.”

Kras

Albert Arp heeft een huisje in Waldeck, in de Duitse deelstaat Hessen waar hij vaak is met zijn vrouw en hun patchwork-gezin van vijf zoons. Dan maakt hij met haar tochten op de mountainbike. Hij is een estheet die de plezierige kanten van het leven heeft leren waarderen. Toch zijn hem ook de keerzijden van het bestaan bekend. Een vroege scheiding. Het overlijden van zijn moeder na een zware tijd in een verzorgings- en verpleeghuis. Het plotse vertrek van zijn collega-bestuurder, begin 2010, noemt hij een kras op zijn neus.

Profwielrenner

Hij weet dat het ware leiderschap met de jaren komt en zich onder hoge druk moet bewijzen. Deze uitdaging is hem toevertrouwd. Vanaf zijn dertiende droomde hij ervan door te breken als profwielrenner. “Daar deed ik alles voor.” Hij leerde te verliezen en los te laten. “Mijn trainer bracht me bij dat ik in het begin van het seizoen niet te veel moest willen winnen. Je wint geen dertig wedstrijden per jaar, maar slechts vijf of tien en als het goed is de vijf belangrijkste.” Hij won meerdere klassiekers, werd tweede en een keer derde tijdens het Nederlands Kampioenschap.
Ook Arp de bestuurder is veerkrachtig. Tegenslag incasseren is zijn tweede natuur geworden. Vallen hoort niet alleen bij wielrennen, zegt hij: “Drie keer per jaar lig je daar op je snufferd. En dan sta je weer op. Ik heb vaak in het ziekenhuis gelegen. Ik heb veel littekens opgelopen en er zit vast nog wat hout van de Ahoy in mijn zij.” Tijdens de Ronde van Ierland kwam hij zwaar ten val. Hij moest met veel kneuzingen en fracturen worden opgenomen. “Helemaal in de kreukels. Ik zag er niet uit. Mijn gezicht lag open. Bont en blauw. Overal pijn.”
De illusies voorbij. Na zijn revalidatie pakte hij de training op en ging hij weer koersen. “Een klassieker duurt een uur of vier. Na drie uur rijden, kreeg ik helse pijnen en begon ik op het zadel te schuiven van de pijn.” Scheef op de fiets: “Er was niets meer aan te doen. Ik moest ophouden. De schijven tussen mijn ruggenwervels zijn voorgoed beschadigd.” Einde van de droom. “Dan loop je alleen naar huis. Ik weet het nog heel goed, ik dacht: Hoe leg ik dit uit aan mijn vader?” Hij staart uit het raam over de historische binnenstad van Amersfoort. De bandrecorder registreert alleen het geluid van optrekkende auto’s.

Grote families

Albert Arp komt uit Hilversum. Hij is de oudste van vier zoons in een katholiek gezin van hardwerkende middenstanders die zelf afkomstig waren uit grote families. Een arbeidersmilieu: “Mijn ene grootvader werkte bij de gemeente. De andere grootvader was fruithandelaar, hij is een keer failliet gegaan. Ik heb ze niet gekend. Mijn eigen ouders hebben alleen lagere school gehad. Ik was de enige die goed kon leren. Zij betaalden alles voor mij. Pas op mijn zeventiende kreeg ik een sponsor, fietsen, banden, kleding en trainers.”
Zijn ouders zorgden ervoor dat hij met beide benen op de grond bleef staan.  “Iedereen eet hier hetzelfde”,  vonden ze, tot grote teleurstelling van de diëtisten en coaches. “Mijn moeder zei: ‘Ik ga niet apart koken.’ Dus niet allemaal pasta’s, of varkensvlees in de ban, en dat alleen voor mij.” Zijn moeder was een “sterke, ondernemende en een beetje brutale vrouw.”
Zijn vader ging vaak mee naar trainingen in Culemborg, op Papendal en naar koersen in België. In de vijfde klas stopte Arp met de middelbare school , hij was te vaak afwezig en kon vertrekken. Zijn moeder was teleurgesteld. Hij werd opgenomen in selecties, in sterke wielerploegen. Hij tekende een contract met Caja Rural in Spanje en zou in Spanje gaan wonen: “Nog een jaar fietsen als amateur. En dan, op mijn 21e, wielerprof worden.”
Thuis bezaten ze enkele SRV-wagens. Rijdende supermarkten waarmee de boodschappen bij de klanten thuis werden bezorgd. Ook zijn moeder reed op een winkelwagen. “We hebben een zwart-wit foto waarop zij trots voor haar buurtsuper staat, een Spijkstaal.” De wagens waren zeven of acht meter lang. “Ik ging vaak mee. Sorteren, vooral in de vakanties. Ik heb daar van mijn ouders geleerd met  allerlei mensen om te gaan. Ik kwam er snel achter dat een glimlach werkt als je meteen de melk komt brengen.”

Monnik

Hij is gezegend met veel energie. “Toen ik een jaar of twintig was, leek ik een ADHD’er. Ik had altijd topsport bedreven en moest mijn energie kwijt.” Hij had jaren geleefd als een monnik. Dat haalde hij snel in. Maar de luxe om niets te doen, werd hem thuis niet geboden. Hij ging bij een kennis van zijn vader op een accountantskantoor werken en begon te studeren. “In Nederland heb je veel diploma’s nodig. Ik wilde het management in, directeur worden.” Zo kwam hij van de advieswereld in de zorg terecht.
Zijn eerste echtgenote stamt uit een succesvol ondernemersgezin. Een Gooisch milieu: “Daar ging alles voor de zaak. Maar ik heb er ook gezien dat deze ondernemers met iedereen in de organisatie contact hebben. Neem een John de Mol. Die man is miljardair maar nog dag en nacht met zijn toko bezig, zijn passie. Hij is veel buiten, maar zeker tachtig procent van zijn tijd binnen. Ik heb weleens in zijn bedrijf mogen rondkijken. De Mol is zelf bij heel veel producties aanwezig. Hij bemoeit zich met elk detail. Even kritisch knikken, of desnoods ingrijpen. Zo hoort het.”

Gewone mensen

Arp is niet gelovig. Wat hem dan inspireert? “Ik wil met mensen bezig zijn, mensen verbinden en uiteindelijk mijn levenservaring doorgeven aan anderen.” Zorgorganisaties, zegt hij, zijn soms net als  departementen. Log, afstandelijk, niet altijd even menselijk. Vaak praat de bestuursvoorzitter alleen via de directeuren met de laag onder hen. “Zo werkt dat bij ons niet. Als je een organisatie plat wilt maken en plat wilt houden, moet je rechtstreeks kunnen communiceren met alle mensen die er werken. Niet vanuit georganiseerd wantrouwen, alsof je even proeft wat er verkeerd loopt en daarna de directeur aanspreekt. Nee, je laat zien wat je doet en waar je voor staat. Dat geeft meer fundament.”
In de zorg voor ouderen gaat het om aandacht, betrokkenheid en dankbaarheid, zegt hij. Zijn uitdaging? “Ik wil bewijzen dat Beweging 3.0 ertoe doet. Het is een groot goed om te kunnen zorgen voor de kwetsbaren en ouderen, voor mensen die niet zelfstandig wonen of thuiszorg nodig hebben.” 
 “Laatst sprak een directe medewerker mij aan: ‘Ik heb je de afgelopen drie jaar zien veranderen, Albert.’ Dat klopt. Er is een andere balans ontstaan van zakelijkheid en de ziel. Ik word ouder. Ik merk steeds meer dat ik uit een heel gewoon nest kom. Ik wil er voor de gewone mensen zijn. Tachtig, negentig procent van onze medewerkers heeft alleen een mbo-opleiding. Dat geldt ook voor veel van onze cliënten.”

Gezagsverlies

Als bestuurder hoort hij bij een elite. Hij zegt: “Het is wel een gebutste elite die reputatieschade heeft opgelopen.” Waarom? “Er is sprake van gezagsverlies.” De banken, de pensioenfondsen en kerken, de politiek en de rechterlijke macht liggen onder vuur. Veel bestuurders hebben de afgelopen jaren het contact met de werkelijkheid verloren.  “Er is een mentaliteitsomslag gaande. Wij moeten het vertrouwen herstellen. Dat is de uitdaging. Ik ga voor de eenvoud. Soms denk ik: ik lijk mijn vader wel. ‘Doe maar gewoon’, zei hij vaak. Dan kun je nog steeds bijzondere dingen doen voor de mensen waarvoor je verantwoordelijk bent.”

0 Reacties

om een reactie achter te laten
Top