BLOG

Eerstelijn als netwerkorganisatie

In een eerdere blog heb ik verteld over de zoektocht naar kennislacunes en onderzoeksthema’s rond de organisatie en ondernemerschap in de eerste lijn. ZonMw wil zo een onderzoeksagenda ontwikkelen voor een nieuw programma voor de versterking van de eerstelijn. Inmiddels participeren al ruim 200 mensen in een digitale raadpleging en prioritering van de onderzoeksagenda en zijn tientallen mensen geïnterviewd. Er leven vele praktische ontwikkel- en ondersteuningsvragen, waarmee de gereedschapskist van ondernemers in de eerstelijn goed gevuld kan worden. Denk bijvoorbeeld aan een ondernemingsplan, een goed kwaliteitsmanagementsysteem met de juiste ICT, HRM-beleid, innovatie van werkprocessen, marktanalyse en klantenpanels.

Nieuwe competenties

Naast deze enigszins instrumentele lijn leven er ook meer fundamentele vragen. Bijvoorbeeld over schaalvergroting, zinvolheid van management, de inrichting en aansturing van multidisciplinaire samenwerking. Een belangrijke vraag is of professionals ook ondernemers kunnen zijn. Dan komen we ook op de vraag welke competenties, attitude en expertise daar bij horen en of dat al niet veel eerder in de initiële opleidingen aangepakt zou moeten worden. De meeste geneeskundeopleidingen doen nog steeds bar weinig aan thema’s als praktijkorganisatie en bedrijfsvoering, management van professionals, ketenzorg en multidisciplinaire samenwerking en dergelijke. Hoe kan je dan later verwachten dat zulke onderwerpen vanzelf worden opgepakt? Professionals in de eerstelijn, gun je een stevige organisatie met strak management, pas dan kunnen de grote uitdagingen echt worde aangegaan.

Nieuwe werkstijl

In de vele gesprekken begint zich echter een nog veel spannender thema aan te dienen. Ontwikkelingen als toenemend aantal chronische zieken, ketenzorg en meer aandacht voor preventie zouden wel eens kunnen vragen om een geheel nieuwe werkstijl van eerstelijnsprofessionals zoals huisartsen. Het beeld is nog niet helemaal scherp en nog een beetje simplistisch door de dichotomie tussen oude en nieuwe werkstijl, maar de essentie wil ik toch voorleggen. De klassieke werkwijze – nogmaals, enigszins karikaturaal neergezet – is: reactief op klachten, specifiek (ieder geval is uniek), met een individuele benadering (denken in N=1), kortcyclisch (tien minuten consult en vervolgafspraak over twee weken), zonder feedback en correctiemechanismen en een soort collectieve amnesie in beleid en management. De nieuwe werkwijze – net zo dichotoom er tegenover gezet – vergt: proactief handelen (preventie, zorgplannen voor chronisch zieken), meer generiek (denken in patronen en 80/20-regels), met een meer populatiegerichte benadering (denken in grotere N, public health oriëntatie, gebiedsgericht werken, groepsinterventies), in langere cycli (verbeterprogramma’s, trendanalyses, benchmarken) en met gerichte feedback (ondermeer functioneringsgesprekken) en correctiemechanismen (zoals casuïstiekbespreking in multidisciplinaire teams). De eerste lijn zou een omslag moeten maken van individuele interventies door individuele professionals naar een gebiedgerichte programmering door een organisch netwerk. Herkent u deze uitdagingen voor een nieuwe werkwijze in de eerstelijn, kunt u dit aanvullen of amenderen, of ziet u het echt heel anders?

Balans tussen oud en nieuw

Bij dit alles hoort ook meer reflectie op het zelfbeeld van de eerstelijn, van het stellige “ik kan alles zelf en beter dan de rest!” naar het vragende “wat kunnen andere professionals, minstens net zo goed?”. Splits het management af, daarvan wordt het professionele werk beter, leuker en effectiever. Maar er zijn ook zaken die we echt niet kwijt moeten raken, zoals de compassie met de medemens, de passie voor het vak, de oplossingsgerichtheid, de drive om een eigen toko goed te laten lopen, zonder een negen tot vijf mentaliteit. Maar de vele ontwikkelingen in de eerstelijn vragen tegelijkertijd om nieuwe competenties, zoals samenwerken, goed organiseren, permanent leren en reflecteren, zowel als individuele professionals als in het verband van multidisciplinaire teams en samenwerkingsverbanden.

Robbert Huijsman

2 Reacties

om een reactie achter te laten

Annet Slijkhuis

11 mei 2009

In de wereld van de revalidatie doen ze dit al jaren zo: casusbesprekingen, functioneringsgesprekken, pro-actief, groepsgericht, voorkomen van erger etc etc

De eerstelijn (en met name de huisartsen) kunnen daar nog veel van leren en hier een vioorbeeld in vinden om echt tot goede prestaties te komen: prestaties waarvan we ook zonder te meten weten en ervaren dat die er toe doen!

Jan Joost Meijs

22 mei 2009

In gezondheidscentrum de Roerdomp zijn we al geruime tijd bezig om de eerstelijnszorg die we bieden op een andere manier vorm te geven. Wij zijn ervan overtuigd dat de prijsdruk in de hele zorgmarkt niet meer met de traditionele middelen (kostenverlaging en productieverhoging) kunnen worden aangepakt. Vandaar dat we met een ander zorgmodel bezig zijn en met nieuwe samenwerkingspartners.

Het is belangrijk om erachter te komen of je wel de goede dingen doet en of je die dingen goed doet!



In ons zorgmodel gaan we uit van een drietal zorgvragen:

1. ik ben gezond en wil gezond blijven (preventie)

2. ik ben tijdelijk ziek en wil beter worden (basisgeneeskundige zorg) en

3. ik ben chonisch ziek en wil optimale zorg en kwaliteit van leven (chronische zorg)



Bij preventie zoeken we samenwerking met de gemeente/ggd, organisatie voor welzijn, onderwijs, woningbouwcooperaties en de afdeling preventie van de ggz instelling. Er is een uitgebreide vraag- en behoefte analyse van de wijk gemaakt op individueel en collectief niveau op basis waarvan bovenstaande partners een integraal aanbod moeten gaan vormgeven. Ik ben van mening dat als de wijkanalyse is vastgesteld, gemeente en zorgverzekeraar de opdrachtgevers zijn en de andere partijen de opdrachtnemers om een aanbod te doen afgestemd op de vraag en behoeftes in de wijk. Over monitoring van het effect kom ik later bij onze informatiebehoefte terug.

Ik ben ervan overtuigd dat de huidige financiering van de gezondheidszorg niet past bij het structureel vormgeven van preventie. Hiervoor moet passende financiering worden gecreerd.



Bij de basisgeneeskundige zorg is het zaak om een hoge servicegraad te combineren met een hoge kwaliteit van zorg die doelmatig is. Triage aan de voordeur (door huisarts?) met daarna een breed aanbod aan vorm en inhoud: inloopspreekuren bij fysio, praktijkverpleegkundige, centrumassistente, apotheek, psycholoog, huisarts etc, afsprakenspreekuur en visites door diverse medewerkers. Het huidige financieringssysteem van abonnement en productietarief is hiervoor uitermate geschikt.



Bij de chronische zorg zijn we bezig om zorg op maat te leveren. Hierbij willen we indien mogelijk flink investeren in het begeleiden van chronische patienten tot zelfmanagers (40-60% van de chronische zieken) waarbij het gezondheidscentrum voornamelijk een coachende rol vervult. Na een uitgebreide training is het mogelijk dat de zorgverleners samen met de patient en zijn familie een zorgplan maken voor komend jaar. Als alles volgens plan loopt wordt na 1 jaar geevalueerd en een nieuw plan gemaakt.

Daarnaast is er natuurlijk het reguliere aanbod (lichte begeleiding) door de praktijkverpleegkundige samen met de huisarts en ook het intensieve aanbod door een multidisciplinair team. Om allerlei redenen kan gezamenlijk gekozen worden voor het intensieve aanbod waarbij intensief contact met diverse zorgverleners mogelijk is.

De huidige productie financiering past niet bij het chronisch zorgmodel; de functionele bekostiging die ingevoerd gaat worden is hier echter uitermate geschikt voor op voorwaarde dat het geld gezien wordt als het zorgbudget voor de patient en niet het inkomen van een discipline waar nog de kosten van zorg vanaf moeten!



Naast deze zorginhoudelijke ontwikkeling waarbij veel aandacht zal zijn voor zelfmanagement (analoog aan internet bankieren waar je ook een deel van de handelingen zelf doet), zijn we al geruime tijd bezig om samen te werken met wonen, onderwijs, welzijn en zorg. Wij geloven dat bv de forse hoeveelheid psychosociale klachten niet "beter" worden door een stepped care depressie programma, maar dat je moet investeren in wonen,onderwijs en welzijn om de samenhang en leefbaarheid in Nieuwegein te verbeteren. Naar mijn mening is zorg de thermometer van onze samenleving en is Wonen+Onderwijs+Welzijn=Zorg. Zorg zit aan het einde van de keten en geeft weer hoe goed het met de andere deelgebieden gesteld is. Ook hiervoor zijn gemeente en zorgverzekeraar opdrachtgevers en de woningbouwcooperaties, welzijn, onderwijs en de zorgpartners opdrachtnemers.



Tenslotte is het voor zowel de patient, zorgverleners als het management belangrijk om informatie beschikbaar te hebben. Om te weten of je de goede dingen doet is het belangrijk om cijfers te hebben over de wijk vanuit gemeente/ggd, cbs, partnerorganisaties en zorg die via een geografisch informatie systeem (GIS) het eenvoudig maken om de (zorg)vraag en behoeftes in de wijk geografisch weer te geven. Doen we wel de goede dingen kun je met GIS analyseren. Ook kun je dynamisch monitoren met GIS wat de effecten van je interventies zijn.



Tevens is het belangrijk om de servicekwaliteit vanuit de patient (patient ervaringen), de zorgkwaliteit en proces informatie en het geld per zorgproces (of bedrijfsproces) te monitoren. Wat vinden de diabetespatienten van onze zorg, hoe is hij georganiseerd en wat is de inhoudelijke kwaliteit en wat kost hij per patient is belangrijk om te weten om zo de inhoudelijke keuzes te kunnen maken passend bij functionele bekostiging. Als ik niet weet wat ik doe, kan ik ook niet kiezen. Dus management informatie om de zien of ik wat ik doe ook goed doe!



Kortom gewoon doen zorg leveren is naar onze mening niet meer toereikend. Je moet de goede dingen op een goede manier doen, tegen een scherpe prijs. Dat is de uitdaging waar wij allemaal voor staan.

Top