BLOG

Bang voor meebeslissers

Het is niet alle dagen dat de NVZ vereniging van ziekenhuizen een open doekje geeft aan artsenorganisatie KNMG. Opmerkelijk dus dat NVZ-directeur Gita Gallé in haar blog van maandag een welgemeend chapeau optekent en wel als blijk van waardering voor de nieuwe KNMG-campagne ‘Artsen van Nu’. Met prikkelende slogans als “Ik ben niet bang voor meekijkers” wil de KNMG thema’s als verantwoordelijkheid, betrouwbaarheid, transparantie en toetsbaarheid bij de dokters onder de aandacht brengen. De vraag is hoe toetsbaar en transparant dokters van nu willen zijn. 

Achterhaalde informatie

Veelzeggend in dit opzicht zijn de ontboezemingen die SP-senator en arts Tineke Slagter zondag in Buitenhof deed ten aanzien van het Elektronisch Patiëntendossier (EPD). Na enig gemonkel over de twijfelachtige veiligheid van systeem,  kwam de aap uit de mouw. Veel artsen zijn helemaal niet klaar voor het EPD om de simpele reden dat ze hun patiëntendossiers niet op orde hebben. Als we Slagter mogen geloven bevatten veel dossiers oude, achterhaalde of ronduit foutieve informatie.

Billen bloot

Daar zal menig patiënt zich natuurlijk niet senang bij voelen. Toch lieten zowel gespreksleider Rob Trip als tafelgenoot Atie Schipaanboord van de NPCF  Slagters opmerking lopen. Jammer, want de patiënt blijft zo met het cynische vermoeden zitten dat dokters het EPD traineren omdat ze niet met de billen bloot willen. Want gegevensuitwisseling met andere hulpverleners betekent onherroepelijk dat hun krakkemikkige verslaglegging aan het licht komt.

Competentiestrijd

Wie de constante competentiestrijd tussen dokters kent, vermoedt ook een nog een andere reden voor de reserves jegens het EPD. Uitwisseling van informatie zet ook de vraag op scherp welke dokter het bij maken van medische afwegingen nu eigenlijk voor het zeggen heeft. 
Daar komt bij dat ook nog eens de patiënt een rol is toebedacht bij het beheer van het EPD. En  naarmate de invloed van de patiënt groeit neemt de invloed van de dokter natuurlijk navenant af.

Praatje voor de vaak

Met de EPD-perikelen in het achterhoofd past de conclusie dat het heel nobel is van de KNMG om de leden aan te sporen tot transparantie en toetsbaarheid.  Maar zolang de artsenorganisatie verzuimt duidelijk te maken dat de dokter daarmee ook macht en zeggenschap ten gunste van de patiënt en medehulpverleners moet inleveren, blijft dit een praatje voor de vaak. Misschien zijn ‘artsen van nu’ niet meer bang voor meekijkers, maar meebeslissers, dat is een heel ander verhaal.

Philip van de Poel

1 Reacties

om een reactie achter te laten

Nieuwenhuijzen Kruseman

26 mei 2009

Googlende patiënten houden me scherp



Philip van de Poel vindt het opmerkelijk dat de NVZ in haar blog van maandag een welgemeend chapeau uitspreekt als blijk van waardering voor de KNMG-campagne ‘Artsen van NU’. De KNMG zet met prikkelende slogans als ‘Ik ben niet bang voor meekijkers’ vijf centrale thema’s (deskundig, verantwoordelijk, betrouwbaar, toetsbaar en transparant) nog eens extra op de kaart bij dokters.



Philip van de Poel vindt dat uit de weerstand van artsen tegen het landelijk EPD blijkt dat artsen niet zozeer bang zijn voor meekijkers maar eerder voor meebeslissers, te weten patiënten en medehulpverleners die meer te zeggen krijgen. De KNMG, zo betoogt Van de Poel, zou juist hier een appèl op artsen moeten doen. Hij suggereert hiermee een tegenstelling tussen arts en patiënt. Die is er niet. De belangrijkste samenwerkingspartner van de arts is immers de patiënt en die moet uiteindelijk toestemming geven voor diagnostiek en behandeling. Patiënten zijn steeds vaker kritische zorg-consumenten die, vooral in het geval van een chronische aandoening, bij uitstek deskundig zijn van hun ziekte. Ook is het door de komst van internet veel gemakkelijker geworden voor patiënten om informatie te verzamelen. De KNMG vindt dat artsen de deskundigheid van de patiënt serieus moeten nemen en niet zonder uitleg weg mogen wuiven. Eén andere quote van de campagne Artsen van NU is dan ook ‘Googlende patiënten houden me scherp’. Artsen nemen zo de belangen van hun patiënten mee in hun afweging. Dat heeft niet zo zeer te maken met het inleveren van invloed, maar met optimalisering van zorg door shared-decision making.



Artsen zijn helemaal niet bang voor meebeslissers, ook niet als dat andere hulpverleners zijn. Beslissingen over de behandeling van een patiënt zijn steeds vaker teambeslissingen, die tot stand komen binnen de kaders van multidisciplinaire richtlijnen en instellingskaders. Hier geldt maar één belang: dat van de patiënt. Die moet erop kunnen vertrouwen dat zorg van de beste kwaliteit wordt gegeven. De artsenfederatie KNMG is dan ook een groot voorstander van elektronische uitwisseling van patiëntgegevens en ziet met genoegen dat vele zorgverleners daar in de dagelijkse praktijk al mee bezig zijn. Duizenden berichten per dag worden uitgewisseld tussen diverse zorgverleners. Dit bevordert de kwaliteit, veiligheid en efficiency. De KNMG heeft bij herhaling opgemerkt dat de nadruk moet komen te liggen op die huidige dagelijkse uitwisseling en de uitbouw daarvan vanuit regionale EPD’s de voorkeur heeft. Dáár is immers draagvlak voor onder artsen. Het succes hiervan is bewezen en de patiënt van morgen heeft hier baat bij.



Het voorgaande is geen praatje voor de vaak. Het is ons uiterst serieus. Van onze achterban verlangen wij dat zij steeds beter laten zien dat zij ‘Artsen van NU’ zijn. Hiermee wordt het vertrouwen dat noodzakelijk is, bestendigd en verbeterd. Dat is in het belang van patiënten, artsen en de maatschappij.



Prof. dr A.C. Nieuwenhuijzen Kruseman,

voorzitter KNMG

Top