BLOG

Zorgsector start 2013 in de mist

Zorgsector start 2013 in de mist

Het nieuwe jaar is begonnen. De kruitdampen van oudejaarsavond zijn weggeblazen door een stevige westenwind. Nederland gaat opgeruimd, vol goede voornemens, 2013 in. Alhoewel? Voor de zorg begint het nieuwe jaar net zoals het oude: in de mist.

Een sprong in het diepe

Vorig jaar stonden we aan de vooravond van een aantal fundamentele veranderingen in de curatieve zorg: de invoering van prestatiebekostiging in de medisch-specialistische zorg en de liberalisering van de farmacie. Dat was meer dan een sprong in het diepe: niet alleen werden prijzen vrijgegeven en budgetten afgeschaft, er kwamen ook volstrekt nieuwe prestatiebeschrijvingen die het vrijwel onmogelijk maakten om een vergelijking met het verleden te maken. En vergelijken was des te lastiger omdat er, zowel bij de ziekenhuizen als in de farmacie, nog weinig vergelijkende gegevens over kwaliteit van de zorg bestonden. Toch, alles bij elkaar hebben die wijzigingen goed uitgepakt. Mede dankzij het hoofdlijnenakkoord voor de ziekenhuissector lijkt er een trendbreuk gerealiseerd in de kostenstijging, zonder dat dit heeft geleid tot nieuwe wachtlijsten of het omvallen van ziekenhuizen. In de farmacie wordt weliswaar veel geklaagd, maar ook daar geldt dat de zorg gewoon geleverd kon worden, tegen fors lagere kosten. Die besparing is door zorgverzekeraars weer teruggeven aan verzekerden, waardoor de zorgpremie in 2013 voor het eerst in jaren  kon gelijk blijven of zelfs licht dalen – ruim onder de raming van de overheid

Landelijke mist

Alles op orde, dus? Nee, want eigenlijk weten we nog nauwelijks iets over hoe het in 2012 is gegaan. Het was in zekere zin onvermijdelijk dat we in de mist zouden vertrekken: zoals gezegd waren de nieuwe prestaties onvergelijkbaar met de oude en moest er nog veel gebeuren om kwaliteit transparant te maken. Maar we moeten er wel voor zorgen dat het noodzakelijke inzicht in kosten en kwaliteit van zorg er zo snel mogelijk komt. En daar schort het momenteel aan, met name bij de ziekenhuissector en de ggz – de volgende sector die de sprong naar prestatiebekostiging maakt. Het is in dat opzicht bijna komisch om vanuit GGZ Nederland het verwijt te krijgen dat zorgverzekeraars “landelijke mist” creëren. Dat die mist er is valt vooral te wijten aan het feit dat er in de ggz, net als bij de ziekenhuizen, met zeer grote vertraging gedeclareerd wordt, laat staan dat het noodzakelijke inzicht in zorgzwaarte, kwaliteit en gezondheidsuitkomsten wordt verstrekt.

Het kan beter

Goed, we zitten in de mist, maar hoe komen we eruit? Niet door terug te grijpen op de oude reflexen van de aanbodbudgettering en de overheid om opheldering te vragen. Natuurlijk, waar het de regelgeving zelf is die voor onduidelijkheden zorgt – zoals bijvoorbeeld bij de waardering van het onderhanden werk ven de doorwerking daarvan op het transitiemodel bij de ziekenhuizen – moet de NZa aan de slag. En een kortere loopduur voor DBC’s zou ook helpen. Maar op heel veel terreinen kunnen de zorgpartijen zelf voor duidelijkheid zorgen. En dan heb ik het niet in eerste instantie over de koepels, maar over individuele aanbieders en zorgverzekeraars. Waarom nog langer accepteren dat een ziekenhuis geen tussentijdse informatie over het onderhanden werk aanlevert? Hoe zo wordt de openbaarheid van sterftecijfers teruggedraaid? Waar blijven de beloofde benchmarkgegevens in de ggz? En, om ook verzekeraars aan te spreken: waarom is nog niet – vooraf – alle informatie over gecontracteerde zorg goed toegankelijk voor verzekerden, en – achteraf – alle informatie over de betaalde zorg? Het kan en moet beter.

Goede voornemens

De zorgsector kan komend jaar zelf voor de noodzakelijke helderheid zorgen. Gewoon,  door de vrijblijvendheid eraf te halen, de administratieve organisatie op orde te brengen, prestaties te meten en die informatie beschikbaar te stellen aan patiënten en verzekerden. De overheid kan een beetje helpen: via het kwaliteitsinstituut bijvoorbeeld, en waar nodig door heldere regels te maken. Maar voor echte helderheid kunnen we zelf zorgen. Laat 2013 het jaar van de openheid in de zorg worden.

Pieter Hasekamp
Algemeen directeur Zorgverzekeraars Nederland (ZN).

4 Reacties

om een reactie achter te laten

Mitrasing, huisarts

2 januari 2013

Mooi verhaal. Mijn praktijkondersteuner is steeds meer tijd kwijt aan het aanleveren van getallen omdat dat zo nodig moeten van de deskundigen enheeft steeds tijd voor het primaire proces: nl goede zorgverlening.
Value for money: stop met al dat benchmarken dat over niets maar dan ook niets gaat.
Overigens ook een goed 2013 toegewenst!

Rob Adolfsen

2 januari 2013

Beste Pieter,
De aller belangrijkste reden waarom de zorgpremie 2013 niet gestegen is, is omdat het verplichte eigen risico 2013 fors gestegen is van € 210 naar € 350. Gemiddeld nemen de directe lasten voor iedere Nederlander daardoor met minimaal € 60 toe. Je weet ook dat het verplichte eigen risico rechtstreeks door de zorgverzekeraars geïnd wordt. Wees eens als branche organisatie van alle zorgverzekeraars transparant over het geheel. Ik bestrijd zeker niet dat zorgverzekeraars door hun inkoopresultaten voorkomen hebben dat de zorgpremie nog meer ging stijgen, maar vind dat je nu zelf mist creëert. Jammer. Dat is dan nu al de eerste gemiste kans van de branche in 2013.
Natuurlijk wens ik jou en jouw organisatie een mooi, gezond en echt transparant 2013 toe.

Mitrasing

2 januari 2013

uiteraard moet er "minder tijd" staan.

Frank Conijn - www.gezondezorg.org

3 januari 2013

Om een idee te krijgen hoe uitkomstfinanciering snel gerealiseerd kan worden nodig ik dhr. Hasekamp graag uit de pagina www.gezondezorg.org/uitkomstfinanciering.php door te nemen.

Uitkomstfinanciering is door de Tweede Kamer bijna unaniem bestempeld als dé manier om inzicht te krijgen in de kwaliteit van zorgaanbieders en als dé wijze waarop kosteneffectiviteitsmanagement vorm zou moeten krijgen. En het kabinet was en is het daarmee eens.

Waarbij ik dhr. Mitrasing gerust kan stellen: in mijn plannen wordt de bureaucratie voor zorgaanbieders tot het noodzakelijke minimum beperkt.

Top