BLOG

Wijkverpleegkundige wordt spil in langdurige zorg

Wijkverpleegkundige wordt spil in langdurige zorg

De wijkverpleging bestaat al meer dan honderd jaar. Tot diep in de jaren 60 van de twintigste eeuw was de wijkzuster een alom gerespecteerde en gewaardeerde verschijning. Ontzuiling, schaalvergroting en andere maatschappelijke en economische factoren leidden in de jaren 80 en 90 tot een uitholling en opdeling van het vak.

De afgelopen vijf jaar is er sprake van een opleving en wordt de meerwaarde van de wijkverpleegkundige weer gezien. Vooral de groeiende groep kwetsbare ouderen, maar ook andere demografische, sociale en zorginhoudelijke ontwikkelingen (zoals de afnemende verblijfsduur in ziekenhuizen) maken van de wijkverpleegkundige een steeds belangrijkere schakel tussen de patiënt en het ziekenhuis, de huisarts, de mantelzorg en anderen. Het project ‘Zichbare schakel. De wijkverpleegkundige voor een gezonde buurt’, laat dit op vele plekken reeds zien.

Het is dan ook verheugend dat in de brief van 25 april jl. van staatssecretaris van Rijn over de hervormingen in de langdurige zorg, de wijkverpleegkundige een prominente centrale plaats wordt toegedicht bij het versterken van zorg in de buurt. Ik zie dit als een belangrijke erkenning van de professionele waarde van deze functie. De wijkverpleegkundige is, naast de huisarts, de verbindende schakel en regisseur tussen het medische en sociale domein. Als schakel tussen de sociale wijkteams en de verpleegkundige zorg zorgt de wijkverpleegkundige er voor dat tijdig de juiste hulpverlening op de juiste plaats wordt geboden. Wel is het dan cruciaal dat de wijkverpleegkundige zelf de indicatie voor de benodigde zorg kan stellen. Zij kent immers de sociale context van de patiënt en de mogelijkheden en onmogelijkheden als geen ander en kan snel schakelen met de huisarts en andere aanbieders. 

Paradigmashift

In een eerder blog wees ik op de paradigmashift die noodzakelijk is voor een daadwerkelijk andere wijze van werken in de langdurige zorg. Het vergroten van de betrokkenheid vanuit de samenleving bij de hulpvragende naaste in je eigen omgeving vraagt in eerste instantie om terughoudend optreden van de professionele zorg. Zorgprofessionals, zoals de wijkverpleegkundige, dienen zich steeds af te vragen welke mogelijkheden de patiënt en zijn naasten zelf hebben om zo passend mogelijk zorg in de eigen omgeving te bieden. Alleen als we dit goed doen zal de financiële houdbaarheid van de langdurige zorg en ondersteuning in de zorg op langere termijn gewaarborgd kunnen worden.

Nieuwe impuls

Het kabinet stelt 200 miljoen euro extra beschikbaar voor extra investeringen in de wijkverpleging. Naast deze belangrijke financiële impuls is het ook noodzakelijk de verpleegkundige en verzorgende opleidingen op de nieuwe werkwijze voor te bereiden. Met de nieuwe beroepsprofielen (V&V 2020) is hiervoor reeds de basis gelegd. Daarnaast heeft Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland (V&VN) eind vorig jaar het expertisegebied wijkverpleegkundige gepresenteerd. Hierin staat duidelijk omschreven aan welke competenties en kwaliteit de wijkverpleegkundige anno 2013 en verder dient te voldoen. Het gaat hierbij in de eerste plaats om zorg verlenen, maar ook om regisseren, coachen, signaleren en doorverwijzen. De herinrichting en daarmee het toekomstbestendig maken van zowel de basisberoepsopleidingen in de verpleging en verzorging als de specialisaties, zoals de wijkverpleegkundige, vraagt op korte termijn om een gecoördineerd optreden vanuit VWS en OC&W in samenwerking met veldpartijen. Hoe eerder er toekomstgericht vanuit de nieuwe werkelijkheid wordt opgeleid, des te sneller de hervormingen in de langdurige zorg succesvol vorm zullen krijgen.

Kwaliteit en doelmatigheid

Het risico bestaat dat deze hervorming teveel als een financiële stelselwijziging wordt gezien. Dat is vanuit financieel-economisch perspectief begrijpelijk, maar laten we vooral deze hervorming ook benutten voor het anders inzetten van professionals Niemand wil meer dagelijks meerdere zorgverleners over de vloer als deze zorg ook door één persoon geleverd kan worden. V&VN heeft concrete ideeën aangedragen voor de aanpak van verspilling en ondoelmatige zorg. Om tot een betere kwaliteit en doelmatigheid van het medicijngebruik te komen pleit ik er onder andere voor de wijkverpleegkundige te betrekken bij het farmacotherapeutisch overleg tussen huisarts en apotheker. Ook is er nog veel meer kwaliteits- en doelmatigheidswinst te behalen door de wijkverpleegkundige meer nog dan nu het geval is als verbindende schakel in te zetten tussen Cure en Care. Met de nieuwe functie ‘thuisverpleging’ en door de wijkverpleegkundige als functie binnen de zorgverzekeringswet te positioneren zijn hiervoor beleidsmatig in de hoofdlijnenbrief goede randvoorwaarden gecreëerd.

Uitwerking hoofdlijnenbrief

De staatssecretaris heeft zijn koers bepaald en legt tegelijkertijd een grote verantwoordelijkheid neer bij het veld om de hoofdlijnenbrief verder uit te werken. Het beste resultaat zal mijns inziens echter worden bereikt door gezamenlijk als overheden en veldpartijen hierin het voortouw te nemen, met een gezamenlijk transitieplan als basis. Het risico van belangentegenstellingen en domeindiscussies ligt immers op de loer en kan vertragend werken op het proces.

Meerwaarde

Met het project ‘Versterking verpleging thuis’ hebben V&VN en NPCF bewezen dat de wijkverpleegkundige betere zorg, met grote cliënttevredenheid tegen lagere kosten kan bieden. Ook moet in 2013 duidelijk zijn welke leemtes in de gezondheidszorg worden opgelost door de extra inzet van wijkverpleegkundigen. Verder moeten de resultaten en inzichten die het programma ‘Zichtbare schakel’ heeft opgeleverd, worden geborgd op inhoudelijk, financieel en organisatorisch niveau. Als we er daadwerkelijk in slagen deze drie componenten goed te borgen, dan zijn de zorgprofessionals aan zet hieraan verder uitvoering te geven in buurten en wijken.

Ik ben benieuwd wat opvattingen van de staatssecretaris van VWS hierover zal zijn tijdens het door V&VN georganiseerde congres ‘Wijkverpleegkundige anno nu’ op zaterdag 25 mei in Ede.

Henk Bakker
voorzitter V&VN

5 Reacties

om een reactie achter te laten

Bakker

23 mei 2013

Een mooi perspectief dat geschetst wordt. Hiervoor is echter m.i. meer nodig dan het borgen van de resultaten van al die initiatieven. Er moeten o.a. nog enorme slagen gemaakt worden om tot duurzame business modellen te komen (relatie tussen vraag van de cliënt/patiënt en resultaat van de dienstverlening). Ook de informatisering wordt cruciaal om de wijkverpleegkundige die coördinerende rol op een effectieve manier te kunnen laten uitvoeren.

Peter Koopman

24 mei 2013

Een zeer wijs standpunt van de overheid. Terug naar waardering voor de eigen professionaliteit en stop van het wantrouwen dat uitmondde in extreme regeldruk en bureaucratie. Een punt geef ik nog ter overweging: in contrast met de huisarts, die bijna nooit thuis komt zou de dienstverlening " thuisverpleging" moeten heten en geen wijkverpleging!

Smits

24 mei 2013

Er zijn gelukkig de laatste jaren enkele belangrijke stappen gezet, zoals Bakker terecht beschrijft. Er ligt nog een uitdaging waar het gaat om de samenwerking met andere professionals in de wijk. Hoe moet dat nou precies vorm krijgen en wie mag wat? Zo zijn er meer professionals die een coördinerende taak willen vervullen.
(Samen) werk aan de winkel!

Dietske van Maanen

24 mei 2013

Mooie ontwikkelingen maar het inzetten van de informele zorg rondom de patient kan m.i. pas echt goed van de grond komen als de wijkverpleegkundige onafhankelijk is en geen productieprikkel heeft.

M. Seinstra

26 mei 2013

Er zou een link moeten zijn tussen preventie en geïndiceerde zorg om op het op een hoger plan te krijgen:

De zorgvrager en/of belangenbehartiger moet zo zijn opgevoed en voorgelicht dat zij weet aan wie zij zich kan richten.
De gekozen gekwalificeerde zorgorganisatie kent de voorwaarden.
Daar waar de situatie problematisch is, tijdig wordt onderkend, moet de zorgorganisatie, in de persoon van de eigen coördinerend wijkverpleegkundige niet schromen zich te wenden tot het toegankelijk sociaal-medisch wijkteam die de mores & mogelijkheden kent in de wijk.
De lokale GGD signaleert altijd al problemen & krachten in de wijk (zie wijkscans) t.a.v jongeren maar ook bij ouderen en zorgmijders en zet daar vervolgens beleid op i.s.m de gemeente/WMO/maatschappelijk werk ea.
Dus alleen waar nodig wordt tijdig expertise gevraagd van het gemeentelijk sociaal wijkteam, waarin ook een onafhankelijk wijk-districtsverpleegkundige is opgenomen. Zo borg je de onafhankelijkheid, belangenverstrengeling waar Dietske op doelt.
Ben overigens wel benieuwd naar de uitkomst van het congres in Ede.

Top