BLOG

De weg naar zorgkwaliteit vraagt samenwerking

De weg naar zorgkwaliteit vraagt samenwerking

Kwaliteit van zorg is van ons allemaal, iedereen heeft een mening, aanpak, norm of meetinstrument. Kwaliteit is het gesprek van de dag: in de media, in de Kamervragen en in de maatschappelijke discussies over transparantie, keuzeinformatie, verantwoording, toezicht, benchmarken, ranglijstjes, allerlei definities en vragenlijsten.

Maar zonder directe relatie tussen patiënt en zorgverlener is er helemaal geen zorg. Terug naar het hart van de zorg, naar kwaliteit van bestaan van de patiënt en naar de kwaliteit van het werk van de professional!

Toekomstbeelden

Stel je voor dat de vitaliteit en kwaliteit van leven van de patiënt altijd centraal staan in alle behandelingen, de totale zorg en ondersteuning. Dat patiënten meer regie hebben over wat er aan zinnige en zuinige zorg wordt geleverd en alle informatie krijgen over de kwaliteit van zorg die geleverd is, bijvoorbeeld via websites, declaraties en app’s.

Stel je voor dat zorgverleners meer tijd hebben voor de inhoud en kwaliteit van het vak. Dat zorgprofessionals zelf veel directer kunnen bijsturen op de kwaliteit van de zorg. En dat tegelijkertijd de ervaren werkdruk vermindert, omdat vragenlijsten en rapportages van allerlei instanties zijn afgeschaft, of volledig zijn geïntegreerd in het eigen werkproces en de eigen registraties.

Geen bureaucratie of cijferfetisjisme, maar zinnige en zuinige informatie die écht gaat over kwaliteit van zinnige zorg, bereikte gezondheidswinst en klanttevredenheid. Geen overbodig corvee buiten de spreekkamer, maar intrinsiek onderdeel van de directe zorgverlening.

De gezamenlijke weg

De weg naar toekomstbestendige zorg vraagt samenwerking, respect voor elkaar rol, veilig uitproberen en moed om naar eigen handelen te kijken. Dat beseffen zich steeds meer mensen. De directe zorg weer centraal stellen is geen utopie meer en tegelijkertijd een forse uitdaging. We hebben samen in de zorg nog een weg te gaan. Ook als zorgverzekeraar, maar niet alleen. Achmea zet met het Programma Kwaliteit van Zorg stevige stappen op deze weg. Met, door en voor het zorgveld en patiënten, werkt Achmea toe naar een valide, beperkte sets uitkomstindicatoren voor 21 aandoeningen. Tussentijdse resultaten staan centraal tijdens het Achmea congres 2013 ‘Zorguitkomsten’ op 12 september aanstaande. Uitkomsten die aan de verzekerden laten zien dat de juiste behandeling is verricht én dat deze zorg ook van goede kwaliteit is geweest. Er is waarde toegevoegd aan kwaliteit van bestaan, gezondheid en functioneren, met een goede ervaring over de geboden service. Geborgd in het primaire proces en de bronregistraties van de professionals zelf. Zodat zij directe kwaliteitsinformatie krijgen en kunnen delen met hun patiënten. En met elkaar, om de geleverde zorg te vergelijken en verder te verbeteren.

Samen werken in de praktijk

Een mooi voorbeeld is de ontwikkeling van uitkomsten voor darmonderzoek. Er zijn zes indicatoren in een pilot ontwikkeld en getest, waarmee gemeten kan worden wat de kwaliteit van de diagnostiek is. Een groep van 7 ziekenhuizen in Nederland heeft deze hele beperkte indicatorenset (slechts 6) omarmd en daarmee de kwaliteit van haar darmkankerdiagnostiek gemeten. Er was duidelijk variatie te zien in de kwaliteit van de behandelingen. Daarover zijn de ziekenhuizen nu met elkaar in gesprek: hoe komt het dat jij zo weinig complicaties hebt? Wat gebruik jij als medicatie voor colonvoorbereiding en welke resultaten geeft dat? En ondertussen wordt het vak ook weer leuker. Wat kunnen we van de informatie en van elkaar leren? Zo deelt men kennis over de best practices en verbetert men samen de kwaliteit van zorg. De resultaten worden tijdens het NVGE-congres van de MDL-artsen volgende maand gepresenteerd.

Wat ons bindt in kwaliteit

Op zo’n manier zorgkwaliteit meten, leveren en verbeteren voegt waarde toe aan werk- en levenskwaliteit. Het gaat tussen zorgverlener en patiënt immers juist om de gezamenlijke besluitvorming (kijk- en luister- en uitlegtijd), de vertrouwensrelatie, een optimaal zorgtraject en de best mogelijke uitkomsten. Met plezier in het uiterst relevante werk. Ineens gaat het dan niet meer uitsluitend over sturen op kosten, maar over sturen op toegevoegde waarde en kwaliteit. Zorgverleners, patiëntorganisaties, kennisinstituten en Achmea willen allemaal zorg die betaalbaar blijft en toegankelijk en transparant is. Zo werk je met elkaar aan iets dat waarde toevoegt aan de gehele ‘BV Nederland’.

Direct na het Achmea-congres Zorguitkomsten kunt u vanaf 13 september online op Skipr de verhalen en voorbeelden van deze nieuwe samenwerking in het zorglandschap zien en horen: www.skipr.nl/zorguitkomsten.

Robbert Huijsman
Senior manager Kwaliteit & Innovatie bij de divisie Zorg & Gezondheid van Achmea en bijzonder hoogleraar Management & Organisatie van de Ouderenzorg bij het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg, Erasmus Universiteit Rotterdam.

 

6 Reacties

om een reactie achter te laten

Frank Conijn - www.gezondezorg.org

6 september 2013

De paragraaf Toekomstbeelden onderschrijf ik helemaal. Daarin beschrijft dhr. Huijsman hoe het inderdaad moet worden. En een goed haalbaar toekomstperspectief, als je het mij vraagt. Zelfs op relatief korte termijn.

En wellicht zijn er 6 indicatoren nodig voor het darmkankeronderzoek, want colonoscopie is een invasieve, vervelende en wellicht risicovolle procedure, die tegelijkertijd accurate resultaten *moet* opleveren.

Maar de meeste medische onderzoeken zijn wezenlijk minder belastend en wezenlijk minder risicovol, en veel minder kostbaar dan de behandeling. Dus ik zou denken dat de focus in eerste instantie zou moeten liggen op het meten van de kwaliteit van de behandeling -- waar de zorgverzekeraar dan weer de kosteneffectiviteit uit kan afleiden door die af te zetten tegen de ingediende declaraties.

Met de ontwikkeling van de Universele Ziektelastschaal (UZ-schaal), zou het geschetste toekomstbeeld v.w.b. behandeling inderdaad op relatief korte termijn realiseer moeten zijn, hetgeen nog een reden is om de focus op de behandeling te leggen. De UZ-schaal is een PROM die kenmerkt zich door:

-- universele bruikbaarheid, zowel qua aandoeningen als (para)medische disciplines, in ieder geval in de cure,
-- een grote mate van accuratesse,
-- correctie voor de factoren waar de zorgaanbieder weinig of geen invloed op heeft, en
-- groot gebruiksgemak.

Zie voor verdere info http://www.gezondezorg.org/uitkomstassessment.

En wat me verbaast is dat Achmea op eigen houtje congressen organiseert over zorguitkomsten. Daarvoor is het -- alle partijen in de zorg overkoepelende en zo nodig aanwijzingen gevende -- Kwaliteitsinstituut door de politiek opgericht. Middels een motie die impliciet zelf weer een aanwijzing geeft voor het gebruik van PROM's ten nadele van indirecte indicatoren, in uiterlijk 2020 (uitkomstfinanciering).

Met de stelling "de weg naar zorgkwaliteit vraagt samenwerking" ben ik het helemaal eens, maar eigen Achmea-congressen over zorguitkomsten, terwijl Zorgverzekeraars Nederland gespreks- en ontwikkelingspartner is van het Kwaliteitsinstituut, dat lijkt voor die samenwerking niet bevorderlijk.

Frank Conijn

6 september 2013

Ik moet daar even bij vermelden dat ik weet van het Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie weet dat men zeer veel moeite heeft gehad -- en nog heeft -- om de zorgverzekeraars op één lijn te krijgen als het gaat om kwaliteitsassessment. Wat de fysiotherapeuten veel onnodige administratieve belasting oplevert.

Diana Delnoij

8 september 2013

Beste Frank Conijn. Dank voor de verwijzing naar de overkoepelende en verbindende functie van het Kwaliteitsinstituut, ook als het om PROMs gaat. Maar er is echt helemaal niets mis mee dat Achmea hier congressen over organiseert. Kwaliteit is in de eerste plaats van en voor de partijen in de zorg. Het Kwaliteitsinstituut komt in actie als die partijen hun verantwoordelijkheid niet nemen. We kunnen lang niet alles zelf doen. En ik vind het juist goed dat Achmea zijn ervaringen op dit terrein deelt met de buitenwereld, zich toetsbaar opstelt en mogelijkheden voor discussie biedt. Een belangrijke vraag daarbij is in hoeverre de initiatieven van Achmea op breed draagvlak kunnen rekenen. Als Kwaliteitsinstituut mengen we ons graag in die discussie. Dat doen we onder andere door -op uitnodiging van Achmea- actief te participeren in het congres.

Frank Conijn

10 september 2013

Beste Diana,

Ik begrijp heel goed dat het Kwaliteitsinstituut niet alles zelf kan doen, en blij is met initiatieven vanuit het veld. En wellicht heeft Achmea een goede indicatorenset ontwikkeld voor het darmkankeronderzoek.

Maar een goed pleidooi voor samenwerking vind ik helaas het niet, qua argumenten. Tenzij Achmea onder samenwerking verstaat dat de andere zorgverzekeraars Achmea volgen, maar we hebben in de fysiotherapie en de borstkankerzorg gezien dat dat weinig gebeurt.

Het is wel een goede zaak dat Achmea het Kwaliteitsinstituut ook heeft uitgenodigd. Dat geeft 'peace of mind'.

Frank Conijn

10 september 2013

'het' en 'helaas' hadden uiteraard in omgekeerde volgorde moeten staan; gevolg van wijzigen van de zinsopbouw.

dick kaasjager

11 september 2013

De titel dekt de lading van het mooie geschrift niet. Robbert spreekt over meer dan samenwerken. Die weg moet vooral ook belopen worden. Wat ik bedoel: hij geeft ook aan dat je aan een klein groepje indicatoren van verschillende aard (proces/ uitkomst) rond een concreet behandelingsproces, direct (verbeteringen) of later (verschillen uitwisselen en bespreken) acties kan ontlenen. Vroeger noemden we dat spiegelinformatie. Niet ingewikkeld en niet alles omvattend. Als we dit soort dingen zo oppakken zijn kwaliteitsprocedures een normaal onderdeel van de dagelijkse zorgactiviteiten en is aandacht voor kwaliteit vanzelfsprekend.

Top