BLOG

'Mevrouw Jansen' heeft geen buren

  • Onbekend
  • 9 september 2013
  • 4567 keer gelezen
  • 6 reacties
'Mevrouw Jansen' heeft geen buren

Extramuralisering, zelfmanagement en informele zorg staan de komende jaren centraal voor enerzijds reductie van de zorgkosten en anderzijds een andere kijk op het voorzien in de zorgvraag.

Zorg is in vijftig jaar tijd een geheel publieke voorziening geworden die in een hoog tempo eigen initiatief, keuze, richting, zienswijze, aanpak, en nog veel meer, bij de burgers heeft weggehaald. Het systeem is de burgers ter beschikking gesteld. Dat men daarmee een kritisch gebruik van het systeem op z’n zachts gezegd niet bevorderde, kwam tijdens de periode van forse economische groei niet aan de orde. Geld was er genoeg.

Tussen wal en schip

Het beleid van die 50 jaar wordt nu in een relatief recordtempo omgebogen naar een publiek voorzieningenniveau dat als we het goed doen nog steeds de toets der kritiek kan doorstaan. Maar als we het niet goed doen, vallen er gaten in de voorziening, vallen mensen tussen wal en schip (-pers), en moeten we ons schamen voor de gevolgen van onvoldoende doordachte plannen. Het tempo ligt hoog, dus de faalkans ook. Dat wordt in Den Haag onvoldoende beseft.

Decentralisatie

Decentralisatie van zorg/welzijn en de opkomst van ZorgDichtbij zijn beide nieuwe fenomenen, die alleen nog ervaren zijn door mensen van ruim boven de 70 jaar die bewust die omstandigheden in de jaren 50 tot 60 hebben meegemaakt, toen in die periode de centrale overheid de zorg op lokaal niveau en van de kerk overnam. Voor mensen van onder de 70 jaar is het echt een nieuwe ervaring. Er wordt weer een beroep op uzelf gedaan. Dat zal even wennen zijn.

Nu we voor een groot deel niet meer gewend zijn om voor onszelf te zorgen en/of een beroep op anderen te doen vóórdat we een beroep op het collectieve systeem doen, zou een politieke en ambtelijke beschouwing van die mogelijkheden ons niet misstaan. Waar hebben we het over en, nog belangrijker- over wie hebben we het? Bij politieke besluitvorming wordt heel Nederland altijd over één kam geschoren, alsof we niet samengesteld zijn uit velerlei verschijningsvormen. Big bang, schepping of evolutie hebben een zooitje mensen opgeleverd waarmee zelfs planbureau’s moeite hebben om cohorten van te maken. Politiek Den Haag kan dat in één debat.

Zelfmanagement?

Mevrouw Jansen is nooit aan de orde gekomen. Of zij in staat is aan zelfmanagement te doen, of zij inzicht heeft in kwaal, pijn of in te schakelen hulp evenmin. Mevrouw Jansen weet niet wat de overheid nu van haarzelf gaat verwachten en wat zelfmanagement inhoudt. Ze heeft gewoon pijn en belt de huisarts. Ze kan haar huis niet schoon houden en daarvoor komt (nu nog) de thuishulp (weliswaar elke keer een ander, maar dat doet er nu niet toe). Het is dus de vraag hoe we mevrouw Jansen in die nieuwe wereld toch van zorg blijven voorzien. Mevrouw Jansen kan het niet alleen.

Mevrouw Jansen

Wie is mevrouw Jansen? Zij is 79 jaar oud, is weduwe van meneer Jansen, die heel zijn leven lang hard in de bouw heeft gewerkt en 6 jaar geleden is overleden. Zij woont 4-hoog in een huurflat in een buurt uit de jaren ’70. Er is veel in die buurt veranderd. Haar vroegere omgeving is niet die van vandaag. Ze heeft veel nieuwe buren, aan alle kanten wel, maar heeft daar nauwelijks contact mee. Voorzieningen liggen op 10 minuten lopen van de woning. Mevrouw Jansen heeft AOW en een heel klein pensioen. Zij heeft één zoon die na de lagere landbouwschool is geëmigreerd naar Canada, waar hij in dienst is bij een veehouderij. De woning van mevrouw Jansen is in het kader van scheiden van wonen en zorg, niet geschikt om dié thuiszorg te laten geven, die mevrouw Jansen binnen korte tijd nodig zal hebben.

Alleen en onzichtbaar

Mevrouw Jansen wordt wat slechter. In de oude wereld zou zij misschien in een verzorgingshuis worden opgenomen, maar dat zal nu niet meer het geval zijn. Zij moet het zelf weten te rooien. Een indicatie voor Wmo-zorg wordt niet afgegeven. Dus ze moet het doen met zelfmanagement en informele zorg. Haar omgeving leeft langs elkaar heen, ook langs mevrouw Jansen. Zie daar een vraagstuk: mevrouw Jansen loopt het risico onvoldoende zichtbaar te zijn in haar omgeving, kan zelf geen beroep op anderen doen en heeft overigens geen inzicht in eigen lichaam en geest.

Wijkgerichte zorg te laat

Wijkgerichte zorg moet voor mevrouw Jansen te zijner tijd een oplossing gaan bieden, maar dat duurt nog jaren, voordat die overal op orde is. In de wijk waar mevrouw Jansen woont wordt het topdrukte voor de degenen die daar ZorgDichtbij moeten gaan bieden, maar nog steeds moeten uitgaan van zelfmanagement en informele zorg die bij mevrouw Jansen niet te realiseren zijn, althans niet vanuit haar directe omgeving. In de situatie van mevrouw Jansen zal dus een beroep op georganiseerde informele zorg moeten worden gedaan om mevrouw Jansen van die zorg te voorzien.

Gebrek aan organisatievermogen

Daarbij rijst de vraag of informele zorg een bepaalde vorm van organisatie moet krijgen of dat informele zorg ook metterdaad informeel blijft. Het institutionaliseren van (in beginsel) vrijwilligerswerk heeft zo zijn bezwaren, maar een gebrek aan organisatievermogen in een situatie als mevrouw Jansen, heeft dat ook. Iets om over na te denken.

Er zijn heel veel mevrouw Jansen’s.

Paul Baks
Partners BMC Advies en Management

6 Reacties

om een reactie achter te laten

Schulte

9 september 2013

Goed stuk, en veel beter dan sommige eerdere stukken. Door dit stuk realiseer ik me dat ik cynisch begin te worden. Als ik 'onzichtbaar' lees dan denk ik, o dus geen politiek probleem en kan verder genegeerd worden. Paul Baks gaat daar niet in mee en toont hier engagement.

Mitrasing

9 september 2013

Goed verwoord; hoe pas je de werkelijkheid aan de modellen aan..

hansen

10 september 2013

Dit is een goed stuk. Hopelijk gaan ze dit ook in den haag realiseren.

wansink

10 september 2013

Geachte heer Baks,

Corrigeer me aub als ik het verkeerd zie.

1/ Gezien de vaak teleurstellende kwaliteit van ettelijke verzorgingshuizen is het terecht dat een aantal van hen de deuren moet sluiten. Wat is daar mis mee?

2/ Daarvoor in de plaats komt meer wijkzorg. Beste voorbeeld: Buurtzorg. Werkt aantoonbaar voortreffelijk.

3/ Zoals ik de plannen van het ministerie van VWS interpreteer, komen juist de door u beschreven mevrouwen Jansen straks in aanmerking voor hulp/zorg door de gemeente - uit de Wmo.

4/ Haar familieleden wonen niet in de buurt. Ze heeft slechts aow plus een klein pensioen. Voor hulp/zorg is zij amper of geen eigen bijdrage verschuldigd.

5/ Daarentegen moeten chronisch zieken en ouderen die het iets 'beter' hebben, dus een hoger inkomen, een redelijk pensioen of wat vermogen op de bank hebben, straks veel meer zelf betalen.

6/ Als deze mensen geen familie in de buurt hebben wonen, of aardige buren, dan zijn zij genoodzaakt tegen betaling hulp en zorg in te huren. Daarvoor moeten ze algauw een aanzienlijke eigen bijdrage betalen.

7/ In welk geval is er volgens u sprake van solidariteit?

Bij voorbaat dank voor uw reactie. Groet, Willem Wansink.

paul baks

11 september 2013

beste Willem,
valide vragen. even kort:
1. heeft geen relatie met wat ik signaleer bij de mevrouwen Jansen. verzorgingshuizen in formele zin bestaan sowieso op korte termijn niet meer. wordt extramuraal. en in dat extramurale zitten de mevrouwen Jansen;
2. mee eens. mevrouw Jansen komt echter aan formele wijkzorg niet toe (WMO);
3. neen, dat is niet de bedoeling van de WMO. mevrouw jansen valt daar buiten. voor haar gaat men uit van zelfmanagement en informele zorg;
4. het gaat niet primair om geld, het gaat om het feit dat mevrouw Jansen niet aan de verwachting van zelfmanagement of informele zorg kan voldoen. zij is dat eenvoudig weg niet machtig;
5. terecht;
6. als men dat kan, dan behoort men niet tot de mevrouwen Jansen's;
7. als we in staat zijn om de mevrowen Jansen's te signaleren (bij voorbeeld de taak bij de Wijkzuster neerleggen) en dan voor alternatieven te zorgen die mevrouw Jansen van de toegedachte informele zorg voorzien.
zo goed?
Paul

Huis in 't Veld

12 september 2013

Hier wordt exact beschreven waar het risico van de huidige transitie ligt. Ik ben van mening dat de huidige chaos in zorg en welzijn uiteindelijk in een beter gebalanceerde samenleving zal zorgen waar de overheid een minder dominante rol in zorg en welzijn vervuld. Echter, in deze transitie ligt het grote risico bij deze mevrouw Jansens en daar moeten we voor waken.

Wat mij echter nog steeds onduidelijk blijft is hoe groot deze doelgroep nu exact is. Ik vraag me ook af of er iemand is die dat wel weet. Volgens dhr. Baks zijn deze mensen niet in beeld bij relevante instanties. Is er daadwerkelijk zo'n grote groep Nederlanders zonder sociaal netwerk en zonder relatie met bestaande zorg- en welzijnsinstellingen, waar deze transitie zoveel pijn kan doen? Of is dit eigenlijk een heel kleine groep, die daardoor ook met extra aandacht door gemeenten in kaart kan worden gebracht?

Benieuwd naar de feiten!

Top