BLOG

Uitkomstindicatoren ‘dwingen’ tot verbeteren en innoveren

Uitkomstindicatoren ‘dwingen’ tot verbeteren en innoveren

Kwaliteit meten en transparant maken via uitkomstindicatoren en dan de zorg verbeteren en belonen, voorziet in de alom levende ‘verbeterhonger’. Dat stimuleert de professionele samenwerking en innovatie.

Dit is het breed gedragen beeld, is gebleken tijdens het Achmea congres 2013 ‘Zorguitkomsten’ van 12 september jongstleden. Meer dan 350 deelnemers stelden een Actieagenda op, met tips en prioriteiten voor het Achmea-programma Kwaliteit van Zorg.

Kwaliteitsverbetering door co-creatie

In de ontwikkeling en implementatie van uitkomstindicatoren voor de kwaliteit van zorg lopen we tegen vraagstukken op, die vaak ook landelijk spelen en een gezamenlijke aanpak vergen. Realiseren we daadwerkelijk de belofte van PROM’s (Patient Reported Outcome Measures)? Nemen we de verkregen patiëntfeedback mee in de directe patiëntenzorg, zorgen we voor onderlinge benchmarking en verantwoording naar externe partijen?

Co-creatie

Een tweede vraagstuk met veel gespreksstof betreft eigenaarschap van de data. Welke partij moet kwaliteits­informatie delen met patiënten op zo’n wijze dat het voor hen leesbaar en bruikbaar wordt? Wat is daarin de rol van de arts en de zorgverzekeraar? Wat wil de patiënt?

Deze vraagstukken vergen co-creatie. Niet alleen in de oplossing, ook in het gezamenlijk verkennen van het vraagstuk. Het vraagt ruimte en respect voor elkaars expertise en rol in samenwerking. En dus ook leiderschap van professionals bij zorgaanbieders én verzekeraars, om resultaten te boeken voor en met patiënten.

Maatschappelijk ondernemerschap

Verbeteren en innoveren is niet vrijblijvend, maar appelleert aan maatschappelijk ondernemerschap en bindende samenwerking. Ook bij complexe vraagstukken: simpele en doeltreffende registraties van zorguitkomsten, directe feedback (liefst ‘real time’) over het zorgproces of de hele zorgketen, en beheer en toegang tot kwaliteitsinformatie. De resultaten laten zien dat delen en verbeteren de professionele passie triggert én de betrokkenheid van patiënten vergroot. Om te komen tot de benodigde kwaliteitsregistraties is ook pro-actieve samenwerking met leveranciers van registratiesoftware en andere ICT-diensten nodig.

Verzekeraars werden tijdens het congres opgeroepen in onderlinge samenwerking de Achmea-lijn van uitkomstindicatoren samen op te pakken. Deze samenwerking is vorig najaar gestart en moet zorgen voor een beperkte indicatorenset; overzichtelijk, simpel en bruikbaar. Enkelvoudig te registreren via kwaliteitsregistraties in de directe patiëntenzorg. Meervoudig te gebruiken door meerdere partijen, dat scheelt registratielast, bureaucratie en ‘parallelle uitvraag’ door financiers en toezichthouders.

Toegevoegde waarde

Vanuit z’n insteek hoeft het niet meer uitsluitend te gaan over kosten. De focus komt op toegevoegde waarde en kwaliteit. Op basis van onderling vertrouwen en respect, niet alleen in de intenties en de interventies, maar ook in de competenties. Gezamenlijk doorpakken vanuit een goede verander- en communicatiestrategie, zonder oeverloos gepolder om ook de laatste 20 procent mee te krijgen. Dat lukt toch niet en schaadt de vaart en energie bij de 80 procent van innovatoren en verbeteraars. Er is alom behoefte om de Actieagenda te realiseren via intensieve samenwerking tussen patiënten, zorgprofessionals en zorgverzekeraar. Dan groeit wederzijds begrip, worden perspectieven op kwaliteit overbrugd en komen competenties bij elkaar om duurzaam resultaat te boeken. Als we zo zorgkwaliteit meten en verbeteren voegen we samen waarde toe aan de levenskwaliteit van patiënten, de werkkwaliteit van zorgprofessionals en de inkoopkwaliteit van zorgverzekeraars. Zo werk je met elkaar aan iets dat waarde toevoegt aan de gehele ‘BV Nederland’. Dat is juist in economisch minder goede tijden urgenter dan ooit.

Opnamen, presentaties, foto’s, persbericht, reactiemogelijkheid en links van het congres kunt u vinden op de website www.skipr.nl/zorguitkomsten.

Robbert Huijsman
Senior manager Kwaliteit & Innovatie bij de divisie Zorg & Gezondheid van Achmea en bijzonder hoogleraar Management & Organisatie van de Ouderenzorg bij het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg, Erasmus Universiteit Rotterdam.

1 Reacties

om een reactie achter te laten

Frank Conijn - www.gezondezorg.org

17 september 2013

Dhr. Huijsman stelt een paar goede vragen: "Welke partij moet kwaliteits­informatie delen met patiënten op zo’n wijze dat het voor hen leesbaar en bruikbaar wordt? Wat is daarin de rol van de arts en de zorgverzekeraar? Wat wil de patiënt?"

Mijn voorstel is om het Kwaliteitsinstituut de kwaliteitsregisseur te maken, om het instituut de door de zorgaanbieder aangeleverde PROM- en indicatorendata te verwerken. En de daaruit volgende resultaten vervolgens aan de diverse partijen in de zorg ter beschikking te stellen. Waaronder de zorgverzekeraars, die ze dan in de onderhandelingen met de zorgaanbieders kunnen gebruiken.

Uiteindelijk krijg je dan dat zorgaanbieders zich qua niet-spoedeisende hulp gaan specialiseren in die zaken waar ze goed en kosteneffectief in zijn. En dat is precies wat we zouden moeten willen.

Ik zou denken dat dat voor patiënten ook het beste monitorsysteem is. Dat in plaats van alles zelf hoeven uit te zoeken, de zorgverzekeraar dat voor ze doet. En dat men, als er toch meerdere zorgaanbieders zijn die die zorg aanbieden, men bij de zorgverzekeraar te rade kan gaan over wie te kiezen.

Het Kwaliteitsinstituut zou de genoemde resultaten ook aan het publiek ter beschikking moeten stellen, al was het alleen maar om volledig transparant te zijn. Maar als het systeem goed functioneert zijn de inherente adviezen die daaruit zouden volgen dezelfde als die de zorgverzekeraar zal geven.

Voor waarom het Kwaliteitsinstituut i.p.v. de zorgverzekeraars zelf de PROM- en indicatorendata zouden moeten verwerken, zie http://www.gezondezorg.org/uitkomstassessment, onder het kopje 'Wie doet de kwaliteitsassessments?'



Top