BLOG

Kindveiligheid; bestuurders, neem uw verantwoordelijkheid

Kindveiligheid; bestuurders, neem uw verantwoordelijkheid

De meeste bestuurders in de zorg die ik ken zijn tevens trotse ouder. Heb het over hun kinderen en je bent al snel een half uur verder. En terecht. Want kinderen zijn van onschatbare waarde. Kinderen verrijken het leven, confronteren je met je eigen gedrag, geven energie en onvoorwaardelijke liefde.

Zaken die van grote waarde zijn, dat zal niemand met me oneens zijn denk ik. Waarom lukt het ons dan onvoldoende om de veiligheid van kinderen binnen de verschillende (zorg)instellingen te waarborgen? Wat maakt dat we veel te vaak achter de feiten aanlopen?

Blinde vlek?

Misschien komt het wel door het feit dat bestuurders zelf goede en betrokken ouders zijn, dat zij daardoor kijkend naar de eigen instelling, onbewust onvoldoende nadenken over kindveiligheid. Maar dat zou wel moeten. Een blinde vlek bij bestuurders voor het feit dat er ook mensen zijn die kinderen willens en wetens of uit pure onmacht beschadigen. Grote kans dus dat dit ook bij de eigen instelling speelt. En hoogste tijd dat bestuurders inzien dat zij heel bewust hun verantwoordelijkheid voor dit thema moeten oppakken. Dat betekent echter niet dat men alleen meer over kindermishandeling en seksueel misbruik moet praten. Nee, er moet daadwerkelijk wat aan worden gedaan! En dit samen met de eigen professionals, waarbij het belangrijk is dat bestuurders en leidinggevenden er als verantwoordelijken bij betrokken blijven. Zij moeten tegelijkertijd de kar trekken een menner zijn.

Omvangrijk

In Nederland zijn jaarlijks 119.000 kinderen slachtoffer van kindermishandeling. Het grootste deel hiervan  betreft emotionele verwaarlozing van kinderen, al denken velen bij kindermishandeling vooral aan fysieke mishandeling. Maar bestuurders en professionals moeten niet alleen alerter zijn op emotionele verwaarlozing en fysieke mishandeling. Het is ook zaak nog alerter op seksueel misbruik van minderjarigen te zijn en zich te realiseren dat kinderen met een beperking extra kwetsbaar zijn.

Bijna 120.000 kinderen die te maken hebben met situaties van kindermishandeling per jaar dus. Gemiddeld heeft één kind per schoolklas te maken met een vorm van mishandeling. En dan hebben we het met dit cijfer alleen over de geregistreerde gevallen. Want helaas kunnen we ook constateren dat het ons nog onvoldoende lukt – ondanks de vele inspanningen  – om alle gevallen van kindermishandeling in beeld te krijgen. We zullen ons veel bewuster moeten worden van de problematiek, een wezenlijk aspect daarbij is het (leren) herkennen van signalen die op misbruik kunnen wijzen. Inmiddels hebben we de Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling en de kindcheck, die wettelijk verankerd zijn. Naast het werken met de Meldcode en de kindcheck moeten professionals die met kinderen werken, grondige kennis hebben van de onderwerpen kindermishandeling en seksueel misbruik. dit stelt hen in staat signalen die wijzen op kindermishandeling en seksueel misbruik, te herkennen waardoor ze leren hoe te handelen en wat effectieve behandelwijzen zijn. Want u begrijpt dat bijvoorbeeld het herkennen van signalen van emotionele verwaarlozing anders is, dan wanneer we het over seksueel misbruik hebben. Kortom een ‘speelveld’ waar nog de nodige stappen in gezet kunnen en moeten worden.

En het zetten van deze stappen is hoogst noodzakelijk, want ik kan u vertellen dat de impact die kindermishandeling op het verdere leven van zo’n kind heeft, ongekend is. Het tekent zijn of haar hele verdere leven. De impact van kindermishandeling draag je je hele leven mee. En als je dat beseft begrijp je waarom het leren herkennen van de signalen van onschatbare waarde is. We kunnen en mogen hiermee niet langer wachten: bestuurders, neem uw verantwoordelijkheid!

Forumgesprek

Op 22 november a.s., in de nationale Week van Kinderen Veilig, organiseer ik als lid en vice- voorzitter van de Taskforce  Kindermishandeling en seksueel misbruik, maar ook als bestuursvoorzitter van De Friesland Zorgverzekeraar in samenwerking met Skipr een Forumgesprek. Uit de provincies Groningen, Friesland en Drenthe komen bestuurders en beslissers van gemeenten, politie, OM, onderwijs, GGZ, Jeugdzorg en Jeugdhulp bijeen. Allen zijn ze bij de problematiek van kindermishandeling en seksueel misbruik  betrokken. Ook ex-minister Jeugd en Gezin André Rouvoet, Emeritus Hoogleraar Herman Baartman en Gemma Tielen, hoofdinspecteur van de Inspectie Jeugdzorg zijn aanwezig om hun ervaringen te delen. Gezamenlijk gaan we benoemen en bespreken wat bijvoorbeeld gemeenten preventief kunnen doen, waar ‘braakliggend’ terrein ligt, waar snel winst te boeken valt en we verkennen de kansen die er zijn om doorbraken te realiseren. We gaan het hebben over échte samenwerking, dwars  door de ‘zuilen’ heen die binnen de verschillende instellingen bestaan; het kind staat daarbij echt centraal. Dit alles in de context van de transitie van de jeugdzorg naar de gemeenten. Deze bijeenkomst zal de aftrap vormen richting een landelijk vervolg waar we als Noord-Nederland met resultaten zullen komen die laten zien dat het ons serieus is.

Diana Monissen
Vicevoorzitter Taskforce kindermishandeling en seksueel misbruik

---

U zult de komende weken vanuit de Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland in samenwerking met de Taskforce kindermishandeling en seksueel misbruik meerdere blogs van verschillende bestuurders uit de gehandicaptenzorg te lezen krijgen. Het doel is om kindermishandeling en seksueel misbruik onder mensen met een beperking terug te dringen. We doen dit in aanloop naar de Week van Kinderen Veilig die van 18 t/m 23 november a.s. plaatsvindt. In de week hieraan voorafgaand, op 13 november, zal een gesprek plaatsvinden met bestuurders uit de gehandicaptensector over de vraag hoe er zo goed mogelijk vorm gegeven kan worden aan bestuurlijke betrokkenheid bij dit belangrijke onderwerp. Hier zal te zijner tijd ook een korte film over te zien zijn.

2 Reacties

om een reactie achter te laten

Bakker

25 oktober 2013

Veel kinderen die met dergelijke problemen geconfronteerd worden zijn kinderen van ouders, die zelf als kind ook weer traumatische gebeurtenissen, zoals een scheiding, hebben meegemaakt. Ik hoop dat tijdens het Forumgesprek derhalve ook aandacht besteed wordt aan de oorzaken.
Een ander belangrijk punt is dat ook onder de Jeugdhulpverlening een fatsoenlijk en goed uitgedacht business model moet komen, met stevige prikkels om de doelen voor het kind te bereiken. Zonder een dergelijk business model zal het niet mogelijk zijn de hulpverlening op een hoger plan te brengen.

Anoniem

26 oktober 2013

we vergeten in Nederland erg vaak eerst te kijken naar het niveau van opleiding en ervaring van de mensen die in deze sectoren werken in relatie tot de doelgroep die ze "bedienen" moeten. daar zit een "gat". je kunt van 22-23 jarigen niet verwachten dat ze voldoende ervaring, inzicht, rust en overwicht hebben in de complexe problematiek en op het gedrag van hun cliënten. zolang we accepteren dat die beroepsgroepen mbo (of in het gunstigste geval hbo) opgeleid zijn kunnen we wachten op calamiteiten en misstanden. en die zijn er ook. ik kom tegen dat jonge mensen van rond die leeftijd "mentor" zijn van jongeren van dezelfde leeftijd met (sv)lvg problematiek waardoor onervaren en onkundig handelen leidt tot escalaties. en dan zijn uiteindelijk beiden "slachtoffer". dramatisch en triest.
salariëring, instellingsbeleid, bezuinigingen, overheidsbeleid, alles speelt een rol mee in hoe er nu gewerkt en gefaald wordt. de wens alles op te hangen aan een "businessmodel", een weg die al lange tijd gegaan wordt in zorg- en dienstverlening met daaraan gekoppeld "productdenken", blijkt juist vaak contra te werken...het richt automatisch de aandacht op formulieren en registreren en niet op waar de aandacht werkelijk op moet liggen. de werker als "instrument" en de cliënt als een persoon die meestal complexe vragen, behoeften heeft en moeilijk te verstaan gedrag vertoont.
jammer is dat in de 3e lijn die expertise en ervaring over het algemeen wel aanwezig is maar dan is er vooraf al zoveel mis gegaan. we zouden het handiger en anders kunnen doen.....maar dat vraagt om een andere visie op opleiden, betaling van werkers en organiseren van deskundigheidsbevordering in instellingen en van mensen zelf.

Top