BLOG

Regiomaatschap ondermijnt governance

Regiomaatschap ondermijnt governance

De raad van bestuur is formeel eindverantwoordelijk voor de kwaliteit en veiligheid in het ziekenhuis. Een ontwikkeling die hier mogelijk grote invloed op heeft is de groei van het aantal instellingsoverschrijdende maatschappen.

Voor het waarborgen van de kwaliteit en veiligheid is de raad van bestuur voor een belangrijk deel afhankelijk van professionals, en het bijzonder de medische specialisten. Om deze eindverantwoordelijkheid waar te maken heeft de raad van bestuur verschillende instrumenten tot zijn beschikking.  Zo kwamen in mijn vorige blogs instrumenten om meer transparantie te bewerkstelligen (kwaliteitssystemen en kwaliteitsvisitaties) en het belang van een open organisatiecultuur aan bod. Een ontwikkeling die mogelijk een grote invloed heeft op deze relatie en de effectiviteit van deze instrumenten is dat vrijgevestigd medisch specialisten zich steeds vaker verenigen in instellingsoverschrijdende maatschappen

Voor- en nadelen

Volgens de commissie Meurs wordt de vorming van deze instellingsoverschrijdende maatschappen vooral  gedreven door financiële motieven. Los van de overwegingen die hier aan ten grondslag liggen, kunnen regiomaatschappen zowel positieve als negatieve gevolgen hebben voor de kwaliteit en veiligheid. Positief is dat een maatschap vaker operaties en andere verrichtingen kan doen, en specialisten zich verder kunnen specialiseren.  Een hoger volume betekent vaak ook een hogere kwaliteit en veiligheid. Negatief is dat dit mogelijk de concurrentie op de zorginkoopmarkt beperkt, en via deze weg prikkels voor kwaliteit vermindert.

Bestuurlijk complex

Een ander belangrijk potentieel nadeel is de invloed van regiomaatschappen op de corporate governance. Zij maken het voor de raad van bestuur moeilijker om de eindverantwoordelijkheid te dragen voor kwaliteit en veiligheid. Hoewel raden van bestuur en medisch specialisten voor een groot deel dezelfde belangen hebben, kunnen deze als gevolg van de instellingsoverschrijdende maatschappen meer gaan divergeren. Eén van de grote problemen is dat verschillende maatschappen binnen hetzelfde ziekenhuis fuseren met maatschappen uit andere regio’s.  Er is dus niet één regio waarin regiomaatschappen zich verenigen, maar vele. Hierdoor ontstaan complexe bestuurlijke relaties. Deze ontwikkeling zou er zelfs toe kunnen leiden dat het ziekenhuis weer -net als vroeger- een facilitair bedrijf wordt, waarvan de arts gebruikt maakt tegen een vergoeding.

Nieuwe contracten

Wanneer je governance als middel ziet om publieke belangen te borgen verdient dit de aandacht. Geheel verbieden lijkt gezien de mogelijk positieve effecten onverstandig. Wel moeten raden van bestuur voldoende handvatten hebben om deze ontwikkeling -indien nadelig voor kwaliteit en veiligheid van zorg-  tegen te gaan.  De individuele toelatingsovereenkomsten bieden formeel de mogelijkheid om regiomaatschappen buiten de deur te houden. Maar zijn raden van bestuur wel in staat dit middel in praktijk in te zetten? Een interessante gedachte is om de raad van bestuur de mogelijkheid te geven een contract voor bepaalde tijd aan te gaan met de (regio)maatschap (bijvoorbeeld 5 jaar). In dit contract worden dan zowel prijs- als kwaliteitsafspraken gemaakt. Het biedt raden van bestuur de mogelijkheid om maatschappen te binden, ook als niet alle leden daarvan in het betreffende ziekenhuis werken. En het geeft raden van bestuur een instrument in handen om periodiek te beoordelen of voortzetting van de samenwerking gewenst is, zonder ingewikkelde juridische procedures. Maar is dit voldoende of zijn er verdergaande maatregelen gewenst? Wat vindt u?

Rien Meijerink, voorzitter Raad voor de Volksgezondheid en Zorg (RVZ)

 

Dit is het zevende blog van Rien Meijerink in een reeks van acht over dilemma’s in de toekomst van corporate governance in de zorg, voor aan deskundigen, belanghebbenden en geïnteresseerden. Uw input wordt meegenomen in de voorbereiding van een advies aan minister Schippers eind december 2013. Praat mee en kijk voor meer informatie op:  www.rvz.net

RVZ-voorzitter Meijerink en Marc van Ooijen verlenen tijdens het Skipr 99 event op 18 december hun medewerking aan de Skipr 99 masterclass Governance in de Zorg. Exact tegelijktertijd met de masterclass verdedigt Marc van Ooijen in Tilburg zijn dissertatie Toezichtdynamica: een exploratief kwalitatief onderzoek naar het functioneren van Raden van Toezicht in de gezondheidszorg.

5 Reacties

om een reactie achter te laten

Anoniem

27 november 2013

De minister wil toch dat we als ondernemer meer als echte ondernemers gaan werken? Dan kan dit een onderdeel van het plan zijn. Risicospreiding, meerdere opdrachtgevers.
Maar ja, ze hoopten eigenlijk om de dokter flink in de tang te krijgen en zo de macht te nemen. Op deze actie hadden ze eigenlijk niet gehoopt.
Laat die dokters die dat willen nou lekker vrijgevestigd blijven. Dat is goed voor onze zorg. Zij zijn ook gebaat bij goede zorg en goede materialen. Als een manager baas wordt over de dokter gaat die ook beslissen welke materialen wel en niet gebruikt mogen worden. Dat is echt niet altijd het beste, wel vaak het goedkoopste. Wilt u dat nou echt als patiënt???
Bovendien krijgen we ellenlange wachtlijsten als alle dokters volgens CAO gaan werken. Extra vergaderingen? Binnen kantooruren dan maar. Nog een extra patiënt zien? Sorry, spreekuur zit al vol. Ga zo maar door...

Schulte

27 november 2013

Of een bestuur nu prijs- en kwaliteitsafspraken maakt met een individuele arts, een maatschap of een regiomaatschap maakt niet uit, mits het bestuur maar consequenties kan verbinden aan de afspraken. Dat blijkt in de praktijk de bottleneck.

Bal

28 november 2013

Beste Rien,

Ik vrees dat je deze een beetje op je zelf (en de zorg) afgeroepen hebt. De RVZ heeft immers geadviseerd dat volumes zo belangrijk waren? Niemand heeft toen gekeken naar de perverse effecten, ook later niet toen die duidelijk werden (deze kwestie speelt immers al twee jaar). Integendeel: iedereen stuurt gewoon vrolijk door op volumes. Mijn indruk is overigens dat bestuurders gewoon volgen; de huidige fusiegolf is hier voor 90% uit te verklaren. Krijgen we straks gewoon regionale zorgaanbieders met een geplande zorg. Wel zo overzichtelijk en goed aan te sturen.

Vriendelijke groet, Roland

Alberts

28 november 2013

Het komt er voor beleidsmakers op neer dat zorgverzekeraars wél marktinvloed mogen uitoefenen maar aanbieders natuurlijk niet. En van die marktwerking wil men dan weer sommige aspecten wél en andere niet. Zo werkt het niet.

Als vrijgevestigd GGZ aanbieder die ook nog deels in loondienst is zie ik het enorme onvermogen van managers in de zorg om fatsoenlijke besluiten te nemen die de inhoud van de zorg niet schaden. De enorme overhead die de instellingen kennen gaat allemaal af van de 'productie'. In mijn eigen praktijk werk ik veel efficiënter, ik behandel in mijn uren meer patiënten en scoor een hogere klanttevredenheid dat de organisaties in mijn regio.
En harder werken als zelfstandige is meer inkomen, in loondienst is die prikkel er niet. Maar of de een of andere reden is deze prikkel ondanks de opgelegde marktwerking-gedachte niet geaccepteerd in de zorg terwijl de rest van de wereld er wel op draait. Bizar.

Meijerink

4 december 2013

Dank voor de reacties. Wat ik hieruit meeneem is dat we goed moeten kijken naar de interactie tussen governance en de marktordening. Deze zouden elkaar idealiter moeten versterken, maar in de praktijk gebeurt dit niet altijd. De RVZ heeft er trouwens juist voor gepleit om te sturen op basis van gezondheidswinst en niet volume. Zie bijvoorbeeld de adviezen Sturen op gezondheidsdoelen en Medisch Specialistische Zorg 20/20.

Top