BLOG

Raad van Toezicht is geen team

Raad van Toezicht is geen team

Heel veel organisaties kennen op verschillende niveaus teams van medewerkers, waaronder een managementteam. Raden van Toezicht worden vaak ook als een team gezien, niet in de laatste plaats door de toezichthouders zelf. Dat is eigenlijk gek.

Als je er namelijk van uitgaat dat een gemiddelde Raad van Toezicht ongeveer 6 keer per jaar vergadert en deze vergaderingen niet langer van 2,5 uur duren, dan zien toezichthouders elkaar ongeveer 15 uur per jaar. Verspreid over een geheel jaar is dat dus heel weinig. Dit impliceert dat toezichthouders elkaar nauwelijks leren kennen.

Elkaar kennen

Uit mijn promotieonderzoek naar het functioneren van Raden van Toezicht in de gezondheidszorg blijkt ook dat de meeste toezichthouders slechts heel beperkt van elkaar weten welke achtergrond ze hebben, welke werkervaring, kennis en kunde. Natuurlijk, degenen die de werving en selectie doen, hebben wel een keer een curriculum vitae gelezen en het daarover gehad, maar doorleefd is dat nauwelijks. Bovendien is het niet standaard dat een volledige Raad van Toezicht actief betrokken is bij de werving en selectie van een nieuwe toezichthouder.

Wisselingen

Naast de beperkte tijd die toezichthouders met elkaar doorbrengen is een tweede reden waarom er eigenlijk niet over een team gesproken kan worden, dat Raden van Toezicht nagenoeg ieder jaar te maken krijgen met een wisseling. De samenstelling van de groep verandert dus om de 15 uur, om het kort door de bocht te formuleren. Het aantal mensen dat betrokken is geweest bij de aanstelling van een toezichthouder, neemt haast ieder jaar af.

Onderlinge dynamiek

Er is nog een derde reden waarom de Raad van Toezicht niet als team moet worden gezien en dat is het feit dat de vergaderingen haast uitsluitend plaatsvinden in aanwezigheid van de Raad van Bestuur. Dit betekent dat er nauwelijks sprake is van een onderlinge dynamiek. Uit het empirisch onderzoek, dat de kern vormt van mijn proefschrift, blijkt dat vergaderingen van Raden van Toezicht vooral bestaan uit een interactie tussen een individuele toezichthouder en de Raad van Bestuur: een toezichthouder stelt een vraag en de Raad van Bestuur antwoordt. Discussie vindt er weinig plaats en als het gebeurt, is dat meer tussen toezichthouders en de Raad van Bestuur dan tussen toezichthouders onderling. Aldus bezien kan de discussie over de one-tier board ook in een ander perspectief worden geplaatst: Raad van Toezichtvergaderingen zijn in feite te typeren als one-tier board meetings.

Handelen als eenheid

Als we constateren dat een Raad van Toezicht geen team is, resteert de vraag of we dit erg moeten vinden. Enerzijds is dit niet zo, omdat ook de groep individuele toezichthouders voldoende kritische vragen kan stellen en, indien er voldoende diversiteit is, ook een goed klankbord kan zijn voor de Raad van Bestuur. Anderzijds geeft het wel te denken, omdat het toch de bedoeling is dat een Raad van Toezicht als eenheid handelt. Bovendien is het voor de continuïteit van een organisatie wel wenselijk dat er een consistente lijn in de visie, het denken en het handelen van een Raad van Toezicht ontstaat en voortbestaat. Hoe minder dit het geval is, hoe spannender en onberekenbaarder de groepsdynamiek wordt als de organisatie onder druk komt te staan. Aldus is één van de adviezen van mijn onderzoek dat Raden van Toezicht meer tijd met elkaar moeten gaan doorbrengen, met name ook in informele settings, benen-op-tafel discussies zo u wilt, opdat men elkaar goed leert kennen en blijft kennen.

Marc van Ooijen
Marc van Ooijen promoveert op 18 december aan de Universiteit van Tilburg met het proefschrift ‘Toezichtdynamica. Een exploratief kwalitatief onderzoek naar het functioneren van Raden van Toezicht in de gezondheidszorg'. Van Ooijen schrijft rond zijn promotie vier blogs voor Skipr. Het proefschrift wordt uitgegeven door uitgeverij Bohn Stafleu van Loghum en is te bestellen via de webshop www.bsl.nl. Wilt u voorintekenen? Stuurt u dan uw verzoek per e-mail naar redactie@skipr.nl.

Lees ook zijn eerder verschenen blog over toezichtdynamica:
Toezichtdynamica: balanceren met vertrouwen en afstand
Toezicht houden blijkt in de praktijk vaak eentonig

2 Reacties

om een reactie achter te laten

Eissens

19 december 2013

In aanvulling op uw observaties en terechte constatering, is de vraag waarom toezichthouders niet zelf tot dit inzicht komen. Omstandigheden spelen hierbij een belangrijke rol, bijvoorbeeld veel toezichthouders doen het minimale (druk genoeg, kleine verdienste, niet nodig) dus extra inspanningen (zelfs informeel ) zijn teveel gevraagd. Voorts moet er vanuit het "team" inzicht bestaan dat iets van eenheid en teambuilding gewenst is. Mijn ervaring als HR professional is dat iemand met een HR achtergrond hier vaak de competenties voor heeft en aanvoelt dat dit nodig is. HR achtergrond ontbreekt vaak in een RvT. Tenslotte is uw terechte constatering dat er qua dynamiek een soort "one tier Board" ontstaat met een braaf vraag-antwoord spel. Afwisseling is gewenst, met en zonder de RvB en met elkaar samen als RvT, een aanpak formeren (en kritisch vermogen mobiliseren) hoe de RvB te bevragen. Hier zijn andere competenties nodig en daarmee ook andere toezichthoudende profielen. Dit vraagt om moed van alle stakeholders, waaronder de toezichthouders zelf, de RvB, executive Search bureaus. Succes met uw promotie.

Spaargaren

20 december 2013

Interessante observaties en conclusies… Een onderwerp dat deze dagen onder meerdere schijnwerpers staat. Bij mij roepen al dit soort berichten twee hoofdvragen op: waarom nemen individuen zitting in een RvT, en wat weten zij van “het reilen en zeilen” van de organisatie waar zij toezicht (gaan) houden? De observatie dat een RvT bij elkaar komt in het bijzijn van een RvB vind ik daarom extra interessant. Wat houdt een RvT tegen om “gewoon” de werkvloer op te gaan, niet “aan het handje van een directie”, en van dichtbij te kijken wat er in hun organisatie gebeurt? Mag dat? Kan dat? En als dat kan en mag; hoe belangrijk is het om die ervaring te hebben en met elkaar (RvT onderling) te delen? Ik denk dat hier zo maar hele eenvoudige succesfactoren voor een RvT te vinden zijn, die er ook nog eens voor zorgen dat een RvT als een “team” gaat functioneren. Ben erg benieuwd naar de verdere inhoud van het proefschrift. Veel succes bij uw promotie.

Top