BLOG

Transitie AWBZ: de burger verdient een vol glas

Transitie AWBZ: de burger verdient een vol glas

“Aandacht voor Iedereen”, onder dit motto is Zorgbelang Noord-Holland regionaal actief om belangenbehartigers toe te rusten voor de transitie van de AWBZ. Er moeten nog heel wat stappen gezet worden om het cliëntperspectief bij de transitie recht te doen.

Aandacht voor Iedereen

In het programma Aandacht voor Iedereen werken acht cliëntenorganisaties en de koepel van Wmo-raden samen, gefinancierd door VWS. In het kader hiervan is er een raadpleging geweest over de ervaringen van bijna 6000 mensen met een beperking en mantelzorgers die met deze transitie te maken (kunnen) krijgen. Wat kunnen we leren uit deze raadpleging? Wat valt ons als belangenbehartigers op aan de resultaten van dit onderzoek en waar is volgens ons nog een wereld te winnen voor 2015?

Eén van de uitgangspunten van de transitie is de nadruk op eigen kracht en verantwoordelijkheid van de burgers met focus op participeren in de samenleving en het gebruikmaken van sociale netwerken.

1. Eigen sociale netwerk

Het gebruikmaken van het eigen sociale netwerk is voor burgers niet zo makkelijk. Slechts 57 procent van de deelnemers is het een beetje eens met de stelling “Ik durf aan familie te vragen als ik hulp nodig heb”. Hulp aan de buren vragen durft slechts 35 procent en voor extra kwetsbare burgers zijn deze percentages nog lager (mensen met een verstandelijke beperking scoren 56 procent respectievelijk 25 procent en mensen met psychische/psychiatrische problematiek scoren 49 procent en 21 procent).
Hoewel theoretisch de zorg en ondersteuning door professionals kan verminderen als familie of buren een deel van die zorg overneemt wil dat in de praktijk niet zeggen dat dat ook echt gebeurt.

Gekeken moet worden of de betrokkene het durft te vragen en of die andere partij ja heeft gezegd. Ook beschikt lang niet iedereen over een dergelijk netwerk. Ondersteuning bij dit proces blijkt vaak nodig te zijn als we naar deze cijfers kijken. Dit beeld strookt ook met de ervaring die Zorgbelang Noord-Holland heeft opgedaan .

2. Participatie is nog lang niet gerealiseerd

Een paar cijfers over hoe de deelnemers hun participatie beoordelen. “Ik heb het gevoel dat ik meetel in de maatschappij” onderschrijft slechts 38 procent een beetje. Nog geen 1/3 van de mensen met een verstandelijke beperking en mensen met psychische/psychiatrische problematiek onderschrijven deze stelling een beetje.
Vooral de tevredenheid met het vinden van oplossingen bij sociale contacten en de beperkingen die men ervaart met zelfstandig reizen en wonen vallen hierbij negatief op. Gemiddeld geven de deelnemers een 6,6 als rapportcijfer voor de zinvolheid van hun dagbesteding. Onze missie: passende dagbesteding sluit aan op de wensen, mogelijkheden en beperkingen van de persoon zelf en draagt bij tot kansen voor ontplooiing en (vrijwilligers)werk. Samenspraak is hiervoor noodzakelijk.

3. Het keukentafelgesprek kan beter

Zo’n 44 procent van de deelnemers voelt zich serieus genomen als ze ondersteuning vragen bij het gemeente loket. Slechts een derde van de mensen met een verstandelijke beperking en mensen met psychische/psychiatrische problematiek onderschrijven (een beetje) deze stelling een beetje. Hier is veel verbetering te realiseren, vinden wij als belangenbehartigers. Scholing van de medewerkers, de mantelzorgers een eigen plek geven aan de keukentafel en het betrekken van ervaringsdeskundigen zijn enkele mogelijkheden.

Biedt als gemeente de mogelijkheid aan de burger om zich kunnen laten ondersteunen door een onafhankelijke cliëntenondersteuner gedurende het hele proces. Om overbelasting van de mantelzorg te voorkomen is ook tijdens het keukentafelgesprek (of in een ander gesprek) aandacht nodig voor de ondersteuning die de mantelzorger zelf nodig heeft om niet overbelast te raken.

4. PGB in de Wmo

PGB in de Wmo is nog te veel op de achtergrond. Voor eigen regie is het nodig dat mensen keuzemogelijkheid hebben. Slechts 40 procent ervaart die mogelijkheid.  Het belang hiervan zie je terug in de tevredenheid over de zorg en ondersteuning vanuit de AWBZ. Mensen met een PGB waarderen hun tevredenheid gemiddeld met een 8 en mensen met zorg in natura scoren gemiddeld  6,8. Voor de Wmo-ondersteuning liggen deze cijfers veel lager. Met een PGB is de tevredenheid 6,6 en met zorg in natura een 6,2. Biedt in het keukentafelgesprek (of daarna) keuzes aan. Dat versterkt de eigen regie.

Meer aanbevelingen

In de monitor Zorg naar gemeenten staan nog vele andere conclusies en aanbevelingen die voor iedereen die zich met de transitie AWBZ  bezighoudt van belang zijn. Het maakt mij niet uit of je deze resultaten positief of negatief interpreteert. Het glas kan halfvol zijn, of half leeg, maar uiteindelijk verdient de burger een vol glas.

Jacques Loomans
Directeur Zorgbelang Noord-Holland

8 Reacties

om een reactie achter te laten

Frank Conijn

13 februari 2014

De burger verdient inderdaad een vol glas. Dat geldt des te meer voor ouderen met fysieke, cognitieve en vooral sociale problemen. Die komen er in het kabinetsbeleid echter zeer slecht van af.

Rapporten/adviezen van het Sociaal-Cultureel Planbureau, de Raad voor de Volksgezondheid & Zorg, en de Raad voor de Leefomgeving & Infrastructuur laten zien dat het kabinetsbeleid zal resulteren in een afkalving van de ouderenzorg.

Zeker als men in ogenschouw neemt dat per 1-1-2014 het recht op een plaats in een verzorgingshuis is afgeschaft voor ouderen met een ZZP 3-indicatie. Tezamen met de overheveling per 1-1-2015 geeft dat een enorm stapelingseffect. En dan is het overhevelingsplan zelf ook nog eens gebrekkig.

Overheveling van de ouderenzorg kan op zich goed uitpakken, maar het zou daarvoor in een significant andere vorm gegoten moeten, met een wezenlijk langer tijdspad en een ander budget. En het ZZP 3-recht dient hersteld te worden, want het is helemaal niet nodig om dat af te schaffen.

Zie voor de details en een decentralisatieplan dat wel voldoet aan de in de rapporten (impliciet of expliciet) gestelde voorwaarden, http://bit.ly/1d9FqjQ (eigen site).

Mauk van Heemstra - ZorgSteedsBeter

14 februari 2014

Wat wij onder ogen moeten zien is dat wij er aan gewend zijn geraakt dat wij alles aan overheden en instellingen moesten overlaten om voor ons te regelen, zodat wij alleen maar hoefden te werken en vrije tijd te besteden. Die tijd is voorbij.

Wij zijn verleerd hoe waardevol het is en welke potentie er ligt in weer naar elkaar omzien. Dat sluit volgens mij ook aan op de hogere beleving van PGB dan zorg in natura voor AWBZ-'afnemers'. Dus faciliteren dat wij dit met elkaar weer gaan oppakken is bij uitstek de gewenste transitie van een overheid waaraan wij dit hadden uitbesteed, naar een overheid die ons stimuleert en begeleidt naar participatie. Mét alle nieuwe hulpmiddelen die daarvoor inmiddels zijn, zoals apps en sites waarmee je elkaars spullen en diensten kunt uitruilen en boodschappen kunt doen voor huisgebondenen een straat verderop als je toch al in de winkel staat.

Dat laat onverlet dat de transitie daarheen vooral voor de kwetsbaren alle aandacht verdient.

Want wij mogen niet van iedereen vragen om die transitie lijfelijk door te maken, als de leeftijd veranderen moeilijker maakt en er minder tijd van leven is.

Frank Conijn

16 februari 2014

Beste Mauk,

Ieder zijn eigen mening, maar ik vind die van jou niet passen bij iemand van de organisatie Zorg Steeds Beter. De ouderenzorg wordt namelijk steeds slechter door het kabinetsbeleid. Dat overigens al ingezet is door het vorige kabinet (VVD/CDA), zeker qua afschaffing van het ZZP 3-recht.

Een scan door de NZa over de jaren 2010-2011-212 liet zien dat het aantal ouderen in een verzorgingshuis gelijk bleef, ondanks dat het aantal ouderen onder de bevolking flink groeide. Dat duidt er op dat ouderen zelf al langer thuis wilde wonen. Dan is het niet meer nodig om ook nog het ZZP 3-recht af te schaffen.

Tel daarbij op dat de indicatiestelling alleen kijkt naar de fysieke en cognitieve beperkingen, niet naar sociale factoren als eenzaamheid. Terwijl 1 op de 10 ouderen zich *zeer* eenzaam voelt.

En "Wij zijn verleerd hoe waardevol het is en welke potentie er ligt in weer naar elkaar omzien." klinkt mooi, maar als je ziet dat:

1. de grenzen van de mantelzorg volgens het SCP-onderzoek al bereikt zijn, zowel van de kant van de naasten als van de ouderen zelf;
2. de RLI grote problemen voorziet in de huisvesting van ouderen als gevolg van de overhaaste decentralisatie;
3. De RVZ nog een aantal bijkomende problemen ziet;

begrijp ik niet hoe je het kabinetsbeleid kunt verdedigen. Dat beleid heeft alleen maar oog voor het financieringstekort van de overheid, niet meer voor de kwaliteit van de ouderenzorg.

De ouderen hoeven niet ontzien te worden bij de bezuinigingen, die ook naar mijn mening nodig zijn. Maar er zijn ook andere manieren om ze hun evenredige deel daaraan bij te laten dragen. Zonder dat de ouderenzorg afkalft -- een kwalificatie en toekomstvoorspelling die echt niet overdreven is, als je de rapporten leest.

Ik nodig je graag uit mijn alternatieve decentralisatieplan door te nemen, op de bovengenoemde URL. Daar staan ook de uitkomsten van o.a. de rapporten in beschreven.

Mauk van Heemstra - ZorgSteedsBeter

17 februari 2014

Beste Frank,

Dank voor je reactie.

Én mijn complimenten voor je doorwrochte decentralisatieplan!

Wat je uit mijn woorden lijkt te lezen en ik niet bedoel, is dat ik het kabinetsbeleid steun.
Wat ik wel bedoel is dat wij met of zonder kabinetsbeleid richting decentralisatie zullen moeten. Althans: de term ‚decentralisatie’ wekt een verkeerde suggestie. Dat veronderstelt immers dat er een centrale regie is die decentraal wordt neergelegd.

Mijn bewering is dat de centrale sturing ons als maatschappij inmiddels uit handen wordt geslagen. Dat is geen keus, maar een feit van maatschappelijke en economische ontwikkelingen.
Naar mijn overtuiging is het antwoord daarop dat wij opnieuw moeten leren op lokaal niveau onze individuele verantwoordelijkheden te nemen als persoon en als locale speler om nieuwe antwoorden te vinden op de huidige problemen.

Ik deel ook jouw mening dat het kabinetsbeleid niet de oplossingen biedt die wij voor de ouderenzorg nodig hebben. Domweg omdat we dat centraal niet meer kúnnen regelen en verzinnen. Als ZorgSteedsBeter houd ik met jou mijn hart vast over hoe het verder gaat en moet en dat op dit moment de zorg niet automatisch beter wordt hier van.

Wat ik in jouw decentralisatieplan mis, en dat volgt uit je keus voor het term ‚decentralisatie’, is dat je niet in je beschouwing meeneemt wat het locale veld zelf kan initiatieven en creëren. Daarbij denk ik vooral niet aan de instanties, waartoe jij je beperkt, maar aan de potentie van wat er lokaal maatschappelijk allemaal gemobiliseerd kan worden als mensen weer gaan leren naar elkaar om te kijken. Dat zijn dus juist de mensen náást de mantelzorgsters. Want de mantelzorgers zijn inderdaad al overbelast. En dat zijn de instanties die nu niet in de beschouwingen worden betrokken. Ooit waren dat kerken en liefdadigheidsinstellingen. In potentie zitten die krachten nog steeds in de maatschappij. Al zullen zij andere vormen krijgen. Eigen kracht conferenties zijn daar een van de instrumenten voor. De taak van de bestaande instanties wordt om dergelijke eigen kracht initiatieven te faciliteren en mede te initiëren. En daarmee komen we op lokaal niveau weer tot de ontdekking wat wij allemaal kunnen en willen om het tij te keren dat onze overheden uit hun vingers zien glijden.

Mijn suggestie is daarom dat je deze overwegingen toevoegt aan je decentralisatieplan, én de titel van je plan omdoopt tot het ‚locale mobiliseerplan van eigen kracht en initiatieven’.

Vinden wij elkaar zo weer?

Frank Conijn

18 februari 2014

Beste Maud,

Je houdt een allervriendelijkst pleidooi, maar het komt inhoudelijk op hetzelfde neer, zelfs al erken je dat de grenzen van de mantelzorg inderdaad bereikt zijn: mobiliseer vrijwilligers. Ik stel daartegenover dat al 42% van de mensen vrijwilligerswerk doet, dus ik denk dat ook daar de rek uit is.

En zelfs al zou de rek daar nog niet uit zijn, heb je nog steeds een organisatiestructuur nodig die zorgt voor een goede match tussen de aantallen benodigde en beschikbare verzorgingshuisplaatsen. Dat ga je niet bewerkstelligen met vrijwilligerswerk.

Het is niet dat ik niets zie in vrijwilligerswerk; integendeel. Ik geef in het bij mijn masterplan horende blog zelfs aan hoe men vrijwilligerswerk kan faciliteren. Maar zonder behoorlijke (decentrale) organisatiestructuur van de formele zorg zie ik de ouderenzorg toch danig achteruit gaan.

Mauk van Heemstra - ZorgSteedsBeter

19 februari 2014

Beste Frank,
Ik zou graag eens met je sparren over de ruimte die ontstaat, als je iets niet organiseert, maar alleen voorwaarden schept.....
Daarin hebben wij kennelijk andere belevingen.
;-)

Frank Conijn

20 februari 2014

Beste Mauk,

Door tijdgebrek moet ik het hier bij laten: als er geen ruimte voor is heeft het geen zin om iets te organiseren.

Pruijs

26 februari 2014

Je sociale netwerk kan nog zo goed zijn, maar zorg aan vrienden, kennissen, buren of familie vragen in deze tijd is van de zotte. Tegenwoordig heb je allemaal twee verdieners omdat dat in deze tijd wel moet.
Waar moet je die mensen dan zien te vinden. Misschien als je vrienden, kennissen, familie of buren hebt die nu in de zorg werken, en die hun baan gaan verliezen door dit rampzalige Kabinet Rutte 2 dat daar dan wat mensen tussen zitten. Echt te gek voor woorden. Dit kabinet moet de zorg gewoon zo laten als dat die was. als ze dan toch wat af willen breken, breek dan dit kabinet af, maar handen af van de zorg.

Top