BLOG

Een standaard voor maatwerk: een paradox?

Een standaard voor maatwerk: een paradox?

Passen zorgstandaarden wel bij het belevingsgerichte karakter van de langdurige zorg? Het lijkt een paradox: een standaard voor maatwerk. Toch is dat precies waar het om gaat in de langdurige zorg.

In de jaren ’50 waren slaapzalen in verpleeghuizen heel normaal. Dat was namelijk een efficiënte manier om de zorg voor veel cliënten, toen nog patiënten, te organiseren. Centralisatie droeg zo bij aan de kwaliteit van zorg.

Veranderde kijk op kwaliteit

Vanaf de jaren '80 is hard gewerkt aan het terugbrengen van het aantal cliënten per kamer. Slaapzalen werden éénpersoonskamers op kleinschalige afdelingen. Enkele jaren heeft ook het mantra geklonken dat iedereen thuis wil blijven wonen. 

Tegenwoordig kijken we verder: welke woonomgeving is geschikt voor deze cliënt, past bij haar zorgbehoefte? Waar een verstandelijk beperkte in zijn jeugd misschien graag aanspraak heeft van andere pubers, wil deze met het ouder worden graag op zichzelf gaan wonen. Een dementerende oudere kan zijn hele leven aan privacy gehecht zijn geweest, maar nu in paniek raken als zij alleen op een kamer moet slapen.

Zorg op maat

Het kwaliteitsdenken heeft zich ontwikkeld van een norm voor iedereen naar de woonsituatie als onderwerp van gesprek met iedere cliënt, waarbij de uitkomst van het gesprek per persoon kan verschillen. De verworvenheid van de huidige tijd is dat de cliënt veel meer centraal staat. Het toekomstperspectief is dat de cliënt steeds meer zelf de regie heeft en ondersteund wordt door professionals, waarbij de zorg en ondersteuning op maat gesneden wordt: personalized care.

Verdere ontwikkeling in kwaliteitsdenken

Dit vergt een verdere ontwikkeling in het kwaliteitsdenken in de langdurige zorg. Gaan we naar een situatie waarin cliëntgerichtheid dusdanig individueel georiënteerd is, dat iedere vorm van kwaliteitsbeleid overbodig is? Een situatie waarin per cliënt gekeken wordt wat de cliënt wil en dit dus geregeld wordt? Waarbij de zorgverlener bij ieder cliëntcontact opnieuw bedenkt welke onderwerpen hij ter sprake zal brengen?

Driewerf nee! De zorgverlener is een professional die op een gestructureerde wijze te werk gaat. Bepaalde onderwerpen zullen altijd ter sprake komen tussen cliënt en professional; het moment waarop dat gebeurt en de wijze waarop zullen per cliënt verschillen.

Paradox?

In dit licht ziet het Zorginstituut ook de ontwikkeling van kwaliteitsstandaarden. Het lijkt een paradox: een standaard voor maatwerk. Toch is dit precies waar het om gaat in de langdurige zorg. Het is goed om met elkaar duidelijk te hebben welke stappen in het zorgproces in ieder geval gezet moeten worden, welke onderwerpen aan de orde moeten komen en welke partijen daarbij betrokken moeten worden.

Zorgstandaard dementie

De zorgstandaard dementie is daar een goed voorbeeld van. Deze is uitgewerkt in regionale programma's, waarin de betrokken partijen met elkaar afspreken hoe zij invulling geven aan de zorgstandaard - wie op welk moment wordt betrokken en hoe. De zorgaanbieder vertaalt de zorgstandaard voor zichzelf: hoe organiseer ik de zorg en mijn contacten met de betrokken partijen om mijn verantwoordelijkheid voor goede zorg bij dementie invulling te geven. Bijvoorbeeld door op het formulier dat medewerkers bij het intakegesprek gebruiken, vragen op te nemen over de sociale omgeving van de cliënt en diens voorkeuren met betrekking tot de woonsituatie.

De cliënt en de zorgverlener geven vervolgens hun eigen invulling aan het gesprek. De zorgverlener schat in welk onderwerp hij wanneer en op welke manier ter sprake brengt. De zorgverlener kan het ook inschatten wanneer een deel van de kwaliteitsstandaard even niet van toepassing is. Het ter sprake brengen van de wensen met betrekking tot reanimatie is zo'n onderwerp waarbij de sociale voelsprieten belangrijker zijn dan welke werkinstructie ook.

De zorgverlener kan dit gesprek voeren, want zij is geschoold in het voeren van dit soort gesprekken en weet veel over de kenmerken van de doelgroep van de cliënt, zodat ze snel de juiste toon vindt. In de opleiding van medewerkers is dan ook veel aandacht nodig voor bejegening en kennis over de benaderingswijze van mensen met een bepaalde problematiek.

De praktijk

Wie voor ogen heeft wat goede kwaliteit van zorg is, wil weten of het in praktijk ook zo werkt. Het meten van uitkomsten is, zeker in de langdurige zorg, geen sinecure. Een technisch uitstekend uitgevoerde wondbehandeling zal geen hoge tevredenheidscore krijgen, wanneer de zorgverlener hiermee de activiteitenmiddag verstoort. Ook draagt de zorg niet bij aan de maatschappelijke participatie van de cliënt als de cliënt iedere dag moet afwachten wanneer de thuiszorg komt.

Effectiviteit

Toch is al veel ervaring opgedaan met het meten van proces- en uitkomstindicatoren. Op dit moment vindt veel onderzoek plaats naar de mogelijkheid om de effecten van het gedrag van hulpverleners op de individuele cliënt inzichtelijk te maken. Daarmee kan de effectiviteit van personalized care getoetst worden.

Meten als doel

In de afgelopen jaren lijkt meten een doel op zich geworden te zijn. Zorgverzekeraars gingen - vanuit hun verantwoordelijkheid voor verantwoorde besteding van middelen - meer sturen op kwaliteit. Meetinstrumenten die bedoeld waren voor interne verbetering, werden gebruikt voor tariefonderhandelingen en leidden tot de roemruchte 'oliebollenlijstjes' in tijdschriften en kranten. Zorgaanbieders merkten dat informatie die voor verbeterdoelen bedoeld was, gebruikt werd voor andere doeleinden. Of dat teveel waarde gehecht werd aan informatie met beperkte validiteit. Op die manier droeg de transparantie niet bij aan het doel wat ermee beoogd werd: het verbeteren van de kwaliteit van zorg. Ondertussen was de verantwoording verworden tot een zware belasting voor organisaties; tijd die zij niet konden besteden aan het verbeteren van kwaliteit van zorg.

Gerechtvaardigde belangen

De kunst is om de verschillende gerechtvaardigde belangen te verenigen: 
- het belang om de zorg af te stemmen op de individuele situatie en wensen van de cliënt
- het belang om informatie te vergaren ten behoeve van kwaliteitsverbetering voor het team van professionals rond de cliënt
- het belang om cliënt en familie van informatie te voorzien, op grond waarvan zij geïnformeerd hun rol in het zorgproces kunnen invullen en keuzes kunnen maken
- het belang om maatschappelijk verantwoording af te leggen over de goede besteding van premiegelden

Route naar goede zorg

Het Zorginstituut heeft de verantwoordelijkheid om bij te dragen aan kwalitatief goede en betaalbare zorg in Nederland. De route naar die goede zorg willen wij graag bepalen met de partijen die de kwaliteit van zorg in de praktijk maken. Samen slaan we die weg in.

Ineke van der Voort
Beleidsadviseur Team Langdurige Zorg, College voor Zorgverzekeringen

13 Reacties

om een reactie achter te laten

Anoniem

12 maart 2014

Hier is wat fout gegaan in de kwaliteitsborging van het CVZ. Deze ambtenaar doet uitlatingen die haaks staan op het beleid van VWS, NZa en het eigen Kwaliteitsinstituut. Als het CVZ dit meent dan krijgen we een hete lente. Laat ik twee voorbeelden noemen:

Ineke stelt "Meetinstrumenten die bedoeld waren voor interne verbetering, werden gebruikt voor tariefonderhandelingen".
Fout, dat was precies de bedoeling van de NZa en Zichtbare Zorg.

Ineke stelt ook "Op die manier droeg de transparantie niet bij aan het doel wat ermee beoogd werd: het verbeteren van de kwaliteit van zorg." Ook fout. Transparantie dient de kwaliteit niet te verbeteren. Transparantie zou ook kunnen leiden tot een daling van de ingekochte kwaliteit wanneer zou blijken dat kwaliteit meer kost dan cliënten bereid zijn te betalen.

Ineke verkondigt dus visies die strijdig zijn met die van haar politieke baas. Menig ambtenaar heeft hierom afscheid moeten nemen van zijn werkkring. Ik hoop niet dat deze uitlatingen voor Ineke leiden tot het verzoek om een andere werkkring te zoeken. Uit de bovenstaande tekst blijkt duidelijk dat ze nog onervaren is. Dergelijke fouten moeten eigenlijk voorkomen worden door haar leidinggevenden.

Diana Delnoij

12 maart 2014

Natuurlijk waren de Zichtbare Zorg indicatoren mede bedoeld voor gebruik in de zorginkoop. Dat staat ook niet ter discussie. Daarnaast werd in de zorginkoop echter ook informatie gebruikt die niet opgenomen was in die bewuste set, maar uitsluitend bedoeld was voor interne terugrapportages aan en verbeteracties van instellingen. Bijvoorbeeld het algemeen rapportcijfer uit de CQ Index VVT (zie Zuidgeest e.a. Sturen op cliëntervaringen. Tranzo/Universiteit Tilburg, 2010). Wat het doel van transparantie betreft, daar is het kwaliteitskader voor de VVT volstrekt helder over: dat is verbetering van de kwaliteit van zorg.

Mauk van Heemstra - ZorgSteedsBeter

13 maart 2014

Laten we vooral de bijdragers aan relevante discussies neersabelen en mondschuw maken door te dreigen dat hun bazen moeten ingrijpen.

Hoezo respectabel met elkaar omgaan om samen te zoeken naar elkaars bijdrage aan het grotere geheel ten behoeve van betere zorg?

Zoals wij met elkaar omgaan, gaan we toch ook met onze patiënten om?

Een aanvulling op Ineke's bijdrage daarom:
Standaarden dienen volgens LEAN denken en doen, het borgen van kwaliteit tussen professionals. Zonder die borging geen volgbare verbetering.
Zelfs op individueel niveau helpt het beschrijven van je eigen 'standaard werk' je eigen leervermogen, omdat je ten opzichte van die referentie dan telkens kunt verbeteren.
Dat 'standaard werk' collegiaal toetsen en aanpassen, levert navolgbaar verbeteren op voor de sector.

Anoniem

13 maart 2014

@ Ineke van der Voort, Mauk van Heemstra en Diane Delnoij.

Excuses als dit een persoonlijke aanval leek op Ineke. Dat was niet de intentie en Ineke levert vast een heel nuttige bijdrage aan de zorgstandaarden.

Het Kwaliteitsinstituut verliest grotendeels haar bestaansrecht als het geen zorginkoopinformatie oplevert.

zwanikken

13 maart 2014

Gelukkig is iedere hulpvrager anders en hulpaanbieder ook

Flexibiliteit van MENSEN .

Eer de verpleegkundige die dit DOEN

Xander Koolman

13 maart 2014

Een beetje vervelende toon hier, maar wel een belangrijk thema. Het doel van het Kwaliteitsinstituut is de kwaliteit van de in Nederland geleverde zorg te helpen verbeteren, zo staat er te lezen op de website. Daarin wijkt het Kwaliteitsinstituut af van IGZ die als taak heeft de volksgezondheid te bevorderen door effectieve handhaving van de kwaliteit van zorg, preventie en medische producten. In deze lezing past het verhaal van mevrouw Van der Voort dus prima.

Toch roept haar verhaal en de reactie van Diane Delnoij voor mij als econoom nog wel een paar vragen op. Zo vraag ik mij af of het de taak van het Kwaliteitsinstituut is om te bepalen welke informatie wel en welke informatie wordt gebruikt voor zorginkoop. Dat lijkt mij een taak voor de individuele zorgverzekeraar en niet voor de zorgaanbieders of zelfs ZN.

Volgens mij moet het Kwaliteitsinstituut erop toezien dat de zorgaanbieders voldoende vergelijkbare informatie aanleveren, zodat zorgverzekeraars hun werk kunnen doen. In dat opzicht is het dan vreemd dat informatie die louter dient als interne verbeterinformatie, openbaar wordt gepubliceerd. Dat hoeft een zorgaanbieder niet te doen en het kwaliteitsinstituut hoeft deze publicatie niet af te dwingen.

Wellicht zit ik er helemaal naast, en dan hoor ik dat graag.










Diana Delnoij

13 maart 2014

@Xander Koolman. Mijn reactie heeft absoluut geen betrekking op wat het kwaliteitsinstituut wel en niet zou moeten doen. Ik verwijs naar een situatie in het verleden (de ZiZo-tijd). In die tijd maakten zorgverzekeraars, brancheorganisaties, cliëntenorganisaties en de IGZ afspraken over welke informatie wel en welke niet openbaar gemaakt zou worden voor cliëntkeuze en voor zorginkoop. Ondanks die afspraken daarover, zijn er voorbeelden uit dat verleden bekend waarbij zorgkantoren aanvullende informatie uit interne terugrapportages (dus niet de informatie uit de openbare set) opvroegen en gebruikten in de zorginkoop.
De ZiZo-tijd ligt nu achter ons. Op 1 april gaat het Kwaliteitsinstituut officieel van start. Voor het Kwaliteitsinstituut geldt dat partijen in de zorg gezamenlijk indicatoren en meetinstrumenten voor kwaliteit van zorg kunnen voordragen. Welke dat moeten zijn, gaan wij in principe niet zelf achter ons bureau verzinnen. We roepen partijen echter wel op om indicatoren te kiezen die voor de patiënt/cliënt relevante ervaringen en uitkomsten meten. Bij de indiening moeten partijen aangeven voor welke doelen de indicatoren/meetinstrumenten geschikt zijn: consumenteninformatie, zorginkoop, toezicht, kwaliteitsverbetering etc. Informatie die uitsluitend bedoeld is voor interne kwaliteitsverbetering zullen wij niet openbaar maken. Sterker nog, die vragen we niet eens op. Ons doel is ervoor te zorgen dat er voldoende openbare kwaliteitsinformatie beschikbaar komt voor patiënten/cliënten zelf en voor zorgverzekeraars als zaakwaarnemers van die patiënten/cliënten. Voor meer informatie zie: http://www.cvz.nl/kwaliteit/transparantiekalender
en
http://www.cvz.nl/kwaliteit/toetsingskader+en+register/aanbieden+voor+register#Toetsenvanmeetinstrumenten

Xander Koolman

13 maart 2014

@ Diane Delnoij. Dank voor deze heldere en goed navolgbare uiteenzetting. Dit sluit aan bij het beeld dat ik van het Kwaliteitsinstituut heb.

Wat betreft de het niet nakomen van afspraken door zorgverzekeraars/zorgkantoren. Net zoals zorgaanbieders zich niet altijd gebonden voelen door afspraken die gemaakt zijn met de brancheorganisaties, zo geldt ook dat zorgverzekeraars zich niet altijd gebonden voelen door afspraken die ZN heeft gemaakt. Dat is natuurlijk lastig voor de brancheorganisaties en ZN, maar zowel zorgaanbieders als zorgverzekeraars hebben een eigen verantwoordelijkheid. Vanuit die eigen verantwoordelijkheid en kijkend naar de onderbouwing van sommige afspraken in de stuurgroepen, was afwijkend gedrag soms wel begrijpelijk. Anders geformuleerd: het stuurgroepenmodel ten tijde van Zichtbare Zorg is niet voor niets aangepast.

van der Voort

14 maart 2014

Allen,

dank voor jullie bijdrages aan de discussie. Diana Delnoij heeft eigenlijk alle vragen al beantwoord. Graag borduur ik hierop verder.

Het kwaliteitsinstituut is er om goede zorg te bevorderen door het publiceren van standaarden en het transparant maken van kwaliteit. Die standaarden en meetinformatie moeten bijdragen aan die kwaliteit. Daarom is het ook zo van belang om bij het opstellen van meetinstrumenten bewust te zijn van het doel, zodat ieder van de gerechtvaardigde belangen goed gediend wordt.

In het Nederlandse stelsel waarin private zorgverzekeraars zorg inkopen, is het ook van belang dat er goede kwaliteitsinformatie is die zij kunnen gebruiken bij de inkoop. Dat is evenzeer in het belang van clienten, beroepsgroep en zorgaanbieders. Alle betrokken partijen hebben hier een rol in.

Dat is echter niet de enige reden om transparantie te betrachten; integendeel! Ook de doelen van verbeteren van de zorg, bieden van keuzeinformatie en maatschappelijk verantwoording afleggen over de besteding van publieke gelden zijn legitiem. Het is aan alle betrokken partijen om hier een evenwicht in te vinden en te voorkomen dat de bureaucratische last groter wordt dan de bijdrage van transparantie aan kwaliteit van zorg.

Het valt me overigens op dat de discussie al snel gaat over het meten. Over nut en noodzaak van standaarden bestaat blijkbaar geen discussie. Ik zie ook voor standaarden op zich - ook zonder het meten - een grote meerwaarde voor het bevorderen van de kwaliteit van zorg. Zie bijvoorbeeld het raamwerk individueel zorgplan dat op dit moment ontwikkeld wordt. Dat is nu echt een standaard voor maatwerk. Het raamwerk geeft de landelijke norm van een goed individueel zorgplan weer. In mijn blog refereer ik er al kort naar als het 'formulier bij de intake'. Een individueel zorgplan is natuurlijk veel meer dan een formulier, het opstellen ervan is juist een proces tussen client en zorgverlener waarin het stellen van persoonlijke doelen en gedeelde besluitvorming de kern vormt. Een belangrijk instrument dus om de zorg zoals beschreven in een zorgstandaard (via zorgprogramma's) op maat te maken.

En natuurlijk wil je ook hiervan weten of de afspraken in praktijk hebben geleid tot de gewenste uitkomsten. Het is dan ook logisch dat evaluatie altijd onderwerp is in een standaard.

Haaijer-Ruskamp

14 maart 2014

Wat een leuk en stimulerende bijdrage van Ineke. (Ik ga maar een beetje voorbij aan de niet-inhoudelijke kant). Zij laat duidelijk zien dat er nog een hele weg is te gaan, voordat we echt grip krijgen op kwaliteit van de langdurige zorg, met de vele verschillende invalshoeken. En even verder te kijken dan de financiele kant. Ook goed eens stil te staan bij de belastbaarheid van 'het systeem' ten aanzien van registratie druk. Naast alle andere gerechtvaardigede belangen zou ik dat dan ook nog eens willen onderstrepen. Niet álles willen registreren maar ook eea overlaten aan (en vertrouwen in) de professionaliteit van de zorgveleners.

Mahler

14 maart 2014

Dank voor deze blog!

Uit de reacties is reeds op te maken wat de meerwaarde van het kwaliteitsinstituut is, zo verwoordt Diana Delnoij het ook in haar reacties. Het proces van standaarden is een doorgaand proces, waarbij een standaard geen rigide vorm is, maar met regelmaat in 'revisie' gaat.

Mijn ervaring is dat juist het proces van de totstandkoming van de kwaliteitsstandaard dementie en de bijbehorende meetinstrumenten van cruciaal belang is geweest. Het betrekken van de juiste partijen, het steeds open blijven staan voor nieuwe ontwikkelingen, in een veranderende context, het doel (beschrijving van WAT optimale zorg en ondersteuning is) steeds voor ogen houden zijn daarbij belangrijke uitgangspunten geweest.

Belangrijk winstpunt is het feit dat de wensen en behoeften van mensen met dementie en hun naasten uitgangspunt zijn geweest bij de totstandkoming van de zorgstandaard. Dit heeft ook geresulteerd in een publieksversie waarmee de zorgstandaard direct toegankelijk is voor mensen met dementie, hun naasten, formele en informele zorgverleners. Op de website van Alzheimer Nederland is deze te vinden, zie ook http://www.alzheimer-nederland.nl/over-alzheimer-nederland/wat-doen-wij/betere-zorg/zorgstandaard-dementie.aspx

De kwaliteitsstandaard beschrijft met name het WAT. Het WIE en HOE wordt, zoals Ineke beschrijft, in de regio met elkaar besproken. Zeker nu de veranderingen in de langdurende zorg elkaar in hoog tempo opvolgen, is die dialoog van groot belang. De uitdaging voor allen betrokken bij de langdurende zorg, en zeker de zorg voor mensen met dementie, is dan ook om de meerwaarde van samenwerken te zoeken met als doel de mens centraal te stellen. Daarbij kan het kwaliteitsinstituut helpen om in het woud aan indicatoren tot eenduidige kaders te komen, die niet beperken maar juist ruimte geven om binnen die kaders met elkaar nieuwe samenwerkingsverbanden te zoeken

Boerenkamp

22 maart 2014

Het uitzetten van standaarden en protocollen om kwaliteit van zorg via het proces te waarborgen met het ontwikkelen van de daarbij horende indicatoren om het proces en haar outcome te meten is een lastige taak.
Cruciaal hierbinnen is de visie of dit centraal of decentraal zou moeten liggen.
mijn bescheiden mening hierin is dat centralisatie de enige manier is om dit goed en vooral beheersbaar te borgen.

Zeer complexe materie maar volgens mij komt het uiteindelijk op het onderstaande neer.
1. eerst moet er een eenduidige uitspraak komen vanuit de stakeholders wat men wil weten (proces/outcome).
2. Daarna moeten daarbij passende indicatoren gezocht worden
3. Deze indicatoren moeten op een juiste en vooral tijdige manier meetbaar gemaakt worden.
4. Daarna moet een check komen of de informatie die verkregen wordt inderdaad een antwoord geeft op vraag 1.

als daarop het antwoord ja is dan is het zaak deze indicatoren een x- aantal jaren stabiel moeten blijven (daar komt dus niets bij of gaat niets af). Alleen dan is er juiste benchmarking mogelijk op proces en outcome. Alleen dan is het voor alle stakeholders een inzichtelijk proces.

Het MKB kan hierin een cruciale rol vervullen. Daar zit de innovatiekracht om binnen de wirwar van informatiesystemen de juiste informatie over indicatoren op een tijdige manier uit het systeem te trekken (punt 3.).
Dat MKB zou moeten worden gemobiliseerd door het vrijmaken van centraal budget dat decentraal wordt belegd om de variatie in informatie systemen te kunnen bedienen.

Het ontbreken van punt 3 en de enorme willekeur aan indicatoren zijn op dit moment naar mijn mening de voornaamste oorzaken van een zwak systeem van zorg regulering en van zorg inkoop met een hoge werklast.

MKB, overheid, zorgverzekeraar en zorg aanbieder zouden deze verbetermogelijkheid kunnen oppakken met het kwaliteitsinstituut als facilitator.

Boven dit alles zou de opdracht moeten zweven om via deze route een vermindering van bureaucratische last te krijgen van x procent. Dat zou vooral bij de zorg aanbieder gemeten moeten worden omdat voornamelijk daar de werklast als gevolg van het verzamelen van informatie een verstoring is van het primaire proces. Als dat niet haalbaar is dan is de oplossing niet de juiste.

Het lijkt me een verbetermogelijkheid wat bij een juiste sturing en drive bij de stakeholders een win,win,win,win scenario kan zijn. Een opdracht waar ik me graag voor zou inzetten.

Kees Marges

1 april 2014

Als ouder van een ernstig verstandelijk beperkte en zwaar autistitische zoon heb ik het start artikel en de volgende bijdragen met belangstelling gevolgd en soms geprobeerd te volgen. Ik krijg de indruk dat dit een discussie is tussen professionals en consultants. Bedankt voor de tekst met eenkorte samenvatting van de geschiedenis van de kwalitiet in de zorg, zeer leerzaam.

Voor mij als ouder en als voorzitter van een clientenraad en als vertegenwoordiger van het regionaal platform vg rijnmond en dus van ´mijn´ achterban in het overleg met het management van onze instelling en met de gemeente over het door de instelling en gemeente te voeren Wlz en wmo beleid is de kwaliteit van de zorg altijd prioriteit nr. 1. Onder kwaliteit versta ik ook veiligheid.

Waar ik namens mijn zoon en al die andere verstandelijk beperkten van onze instelling en regio behoefte aan heb zijn duidelijke normen waaraan de kwaliteit en veiligheid van de langdurige Awbz straks Wlz zorg en wmo zorg moet voldoen en waar ik de instelling en gemeente aan kan houden. Ik wil weten waar mijn zoon en ik aan toe zijn. Ik vind ook dat de gemeente bij de inkoop van zorg van de aanbieders moet eisen dat aan bepaalde kwaliteits- en veiligheidsnormen voldoen moet worden.

In de praktijk ben ik graag bereid de begeleidster van onze zoon alle ruimte te geven, zeker als ik vertrouwen heb in die begeleidster. Ik zal dan niet op alle slakken zout leggen, integendeel. Maar als het onverhoopt fout gaat, wil ik wel weten waar ik aan toe ben om te weten waar de verantwoordelijkheid ligt. Ik heb ervaring met onwillige lokatie managers, die pas tot de orde geroepen konden worden toen ik de inspectie inschakelde. Die mogelijkheid wil ik behouden.

Waar ik op basis van de huidge praktijk ook voor wil waken, is dat als gevolg van de bezuinigingen een loopje wordt genomen met de kwaliteit en veiligheid omdat die niet meer te betalen zou zijn. In het bedrijfsleven, waar ik vandaan kom, gold en geldt nog steeds dat bezuigen op veiligheid een doodzonde is en als een bedrijf niet kan overleven omdat niet aan kwaliteit- en veilgheidseisen kan worden voldaan, moet dat bedrijf zijn activiteiten maar beeindigen. Ik zie nu in de praktijk dat sommige instellingen door de bodem van de kwaliteitseisen zakken vanwege de bezuinigingen. Dat zou niet mogen gebeuren.

Tenslotte vind ik dat over De Zorg wat genuanceerder gesprokern zou moeten worden. De Zorg bestaat niet zou Maxima zeggen. Zelfs niet De Langdurige Zorg omdat de versci=hillende groepen binnen die langdurie zorg verschillende zorgbehoeftes hebben en zelfs binnen de langdurige zorg voor verstandelijk gehandicapten bestaan grote verschillen in zorg behoeftes. Nog sterker de zorgbehoeftes van mijn zoon kunnen per dag verschillen.

Ja, ik begrijp het, de combnatie van standaards en normen is moeilijk met maatwerk te combineren. Maar als de zorgbehoeftes van de vg client, zoals hij en zijn ouders die formuleren en niet de directie van de instelling of de wijkverpleegster of de ambtenaar aan de keukentafel die de zorgbehoefte binnen het budget praten, centraal staat zal toch die combinatie gevonden moeten worden. In onderling overleg kan dat lukken, maar niet als de door de professional alleen vastgestelde zorgbehoefte centraal staat.


Top