BLOG

Acute zorg moet altijd bereikbaar zijn!

Acute zorg moet altijd bereikbaar zijn!

‘Acute zorg is geen acuut probleem’ zeggen de ziekenhuizen uit Noord-Nederland. Er is meer tijd nodig om een gezamenlijke en inhoudelijk onderbouwde dialoog te voeren over acute zorg.

Gelukkig zien we dat er op veel plaatsen in het land inmiddels een dialoog plaatsvindt tussen verzekeraars en ziekenhuizen. Waar ziekenhuizen met eigen plannen komen om de acute zorg te verbeteren en zorgverzekeraars open staan voor die plannen gaat het goed.
Toch horen we de terechte bezwaren uit het noorden ook uit andere windrichtingen. Ik noem er een paar.

Acute basiszorg en acute complexe zorg

 

Het is belangrijk om een aantal zaken van elkaar te onderscheiden. Allereerst het verschil tussen acute basiszorg en acute complexe zorg. Centralisatie bij complexe zorg is goed vanwege het specialistische karakter van de behandelingen, en dat gebeurt ook al langer. Bij oncologische chirurgische ingrepen en dotterbehandelingen bijvoorbeeld. Maar bij basiszorg is dat niet nodig. En wat betreft het verschil tussen complexe en basiszorg, laat daar vooral de medisch specialist iets van vinden. Het is hun vakgebied ten slotte.

Acute zorg voor ouderen

 

Elk ziekenhuis heeft een spoedeisende hulp nodig waar een patiënt direct terecht kan voor acute basiszorg, denk aan de groeiende groep ouderen in onze samenleving. Frank Bosch stelt het scherp in zijn blog op Artsennet van 6 februari:Ook wordt de grootste groep patiënten vergeten: de oudere patiënt met meerdere aandoeningen.’

Volumenormen

Het weghalen van patiëntenstromen uit een ziekenhuis heeft enorme gevolgen voor het betreffende ziekenhuis maar ook voor de omliggende ziekenhuizen. Want de zorgvraag verdwijnt niet, de patiënt wordt alleen naar een ander ziekenhuis vervoerd.  Dit kan echt niet alleen gebeuren op grond van volumenormen en cijfers. Vanuit financieel oogpunt is schaalvergroting verder geen noodzaak, zo blijkt ook uit het rapport van Ipse studies ‘Schaal en synergie-effecten bij spoedeisende hulp'. De zorg in de academische centra is bijvoorbeeld zeker niet goedkoper dan in de kleinere ziekenhuizen. Het is dan ook merkwaardig dat in veel regioplannen van zorgverzekeraars een enorm deel van de stroom laagcomplexe spoedeisende patiënten juist naar academische centra wordt verlegd.

Gezamenlijke dialoog

Een ander gehoord bezwaar is: ‘Acute zorg moet in de regio worden georganiseerd in overleg tussen de individuele ziekenhuizen en zorgverzekeraars.’ Gelukkig gaat dit in een groot deel van het land inmiddels goed: de juiste partijen zitten aan tafel, met de juiste definities en met de juiste doelstellingen. Zoals onze leden uit het noorden zeggen: ‘Het startpunt is volgens de ziekenhuizen een gezamenlijke dialoog met ZN met als doel om kwaliteits- en doelmatigheidswinst hand in hand te laten gaan met oog voor de consequenties voor de niet-acute zorg.’

Een gezamenlijke dialoog over kwaliteits- en doelmatigheidswinst en de consequenties voor niet-acute zorg. Dat lijkt mij het juiste uitgangspunt.  

Margot van der Starre
Directeur Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ)

4 Reacties

om een reactie achter te laten

Anoniem

21 maart 2014

Margot van der Starre maakt hier een fundamentele fout. Ze geeft aan dat het Ipse onderzoek onderbouwing is dat een academisch ziekenhuis duurder is dan een klein ziekenhuis, echter in bijlage 2 in dat onderzoek staak geen enkel deelnemend Academisch ziekenhuis. In mijn optiek zou het wenselijk zijn dat Margot van der Starre eerst correct en juist onderzoek doet.

Anoniem

21 maart 2014

Misschien niet juist geciteerd maar dat doet niets af aan de conclusie. Er is wel degelijk sprake van negatieve schaaleffecten en die gelden zeker voor de academische ziekenhuizen.

Anoniem

21 maart 2014

@2 speculatie, ik zou u uitdagen om met goed onderzoek te komen. Deze onderzoeken zijn in het algemeen methodisch onjuist en corrigeren niet voor de juiste factoren.

Eveneens blijkt dit uit de prijzen die gesteld zijn voor zorgproducten die voornamelijk veroorzaakt zijn door patiënten die binnenkomen via de spoedeisende hulp bij letsel.

Frank Conijn

22 maart 2014

Spoedeisende hulp moet inderdaad altijd snel bereikbaar zijn. Superspoedeisende hulp zelfs zeer snel. Maar ik zou denken dat de medisch specialisten alle leverbare zorg in hun ziekenhuis willen behouden, ook omreden van inkomsten. Dus in die zin vraag ik me af of men veel van hen mag verwachten in de zin van opgeven van zorgonderdelen.

Mijn voorstel is om de SEH zodanig te reorganiseren dat er vanaf in principe elk punt in Nederland binnen maximaal 30 ambulanceminuten (van 112-telefoontje tot afleveren in het ziekenhuis) superspoedeisende zorg geleverd kan worden. Dat betreft acuut hartfalen, CVA's en ernstige interne bloedingen.

De kwaliteit van die zorg kan verbeterd worden indien nodig, want het gaat om een beperkt aantal en relatieve eenvoud van pathologieën. Dus in plaats van de (super)spoedeisende zorg daar de concentreren waar de zorg het beste is zou men de geografie c.q. rijtijd als uitgangspunt moeten nemen.

Op maximaal 45 minuten zou -- ook -- complexe spoedeisende zorg geleverd moeten kunnen worden. Ik maak daarbij geen onderscheid academische en niet-academische ziekenhuizen.

Mijn tamelijk uitgebreide ervaring met die twee soorten ziekenhuizen is namelijk dat de eerstgenoemde beter zijn in superspecialistische zorg (omdat ze superspecialisten hebben), maar in niet reguliere specialistische zorg. Ik zou denken dat als de acht poortspecialismen beschikbaar zijn, elk ziekenhuis ook complexe spoedeisende zorg kan leveren.

Er zouden dus twee soorten SeH's moeten komen: een voor alleen superspoedeisende zorg (met HAP erbij) en een voor alle spoedeisende hulp.

Voor verdere informatie, de onderbouwing en uitwerking, zie http://www.gezondezorg.org/zorgconcentratie.

Top