Finance

Zorginkoop: scherper of schever?

Zorginkoop: scherper of schever?

Al meer dan een jaar roepen onder meer fysiotherapeuten en logopedisten dat ze in de relatie met zorgverzekeraars vaak moeten ‘tekenen bij het kruisje’ en er een scheve verhouding over de zorginkoop is.

De minister roept tegelijkertijd de zorgverzekeraars op tot scherper inkopen. Wordt dat dan scherper of schever inkopen, vraag ik mijzelf af. En krijgt de minister de signalen over de problemen in de zorginkoop wel helder binnen?

Kraakhelder

De nieuwe monitor Zorginkoop van de Nederlandse Zorgautoriteit brengt het beeld kraakhelder. Het rapport legt nog een keer keurig de vinger op de zere plek. De analyse van de Nederlandse Zorgautoriteit is krachtig: er is een ongelijkwaardige positie tussen zorgverzekeraars en eerstelijnsaanbieders als het gaat om contractering. Tekenen bij het kruisje bestaat. Financiële belangen zijn leidend in het onderhandelingsproces. Terwijl belangrijke aspecten zoals kwaliteit, innovatie en service van ondergeschikt belang lijken. Zorgverzekeraars zijn vaak onvoldoende toegerust op een inkoop op grote schaal, doordat zij werken met tamelijk kleine en gescheiden inkoopafdelingen met weinig medische adviseurs.

Een ouderwetse pageturner dus, deze actuele stand van zaken op de zorginkoopmarkt in de cure. Ik was vooral benieuwd naar de oplossingen die de toezichthouder zou aandragen. Op naar het slothoofdstuk. Gaat de Nederlandse Zorgautoriteit haar tanden laten zien? Nee. De Nederlandse Zorgautoriteit stelt zich op het standpunt, dat het aan de rechter is om de redelijkheid en billijkheid van de inkoopvoorwaarden en het inkoopproces van zorgverzekeraars te toetsen.

Minister

En de minister? Die biedt de Tweede Kamer dit document ter informatie aan. En ondertussen roepen de minister en de Nederlandse Zorgautoriteit wel om het hardst om niet-gecontracteerde zorg niet langer te vergoeden (aanpassing artikel 13 Zorgverzekeringswet). Dat maakt volgens hen nog scherper inkopen mogelijk. Scherper of schever vraag ik mij af.

Het verwijzen naar de rechter vind ik een brevet van onvermogen. Als in een bepaalde sector over de hele linie redelijkheid en billijkheid in het inkoopproces ontbreekt, dan hebben de NZa en de minister een taak vanuit hun ordenende rol om in te grijpen. Dit voorkomt onnodige juridisering van het inkoopproces en het verlies van premiegeld aan gevoerde rechtszaken. Ja, en dat kan ook als door concentratie juist zorgaanbieders een te grote machtspositie krijgen.

Gelijkwaardig speelveld

De minister heb ik de nodige vragen over dit document gesteld met het vriendelijke verzoek om op onderdelen nu echt aan het roer te gaan zitten. Een gelijkwaardig speelveld voor zorgaanbieders en zorgverzekeraars moet het uitgangspunt in contractering zijn. Dat vormt de basis voor scherp inkopen. Dat betekent dat zorgverzekeraars en zorgaanbieders zich allebei aan de Good Contracting Practices moeten houden. De minister en de Nederlandse Zorgautoriteit mogen dat prima sectorbreed afdwingen in plaats van individuele zaken naar de rechter te verwijzen. En ik vraag mij echt af of het wijzigen van artikel 13 Zorgverzekeringswet (niet langer vergoeden van niet-gecontracteerde zorg) nu de juiste maatregel op het juiste moment is.

Hanke Bruins Slot
Tweede Kamerlid CDA

13 Reacties

om een reactie achter te laten

Glenn Mitrasing

28 april 2014

Mooi stuk maar was het CDA al die tijd?
In Zorgvisie, okt 2012, stelde NZa-baas Langejan: ‘Zorgverzekeraars mogen eisen wat ze willen’
Vanuit het oogpunt van individuele zorgaanbieders niet erg prettig om te horen maar heeft Langejan dan ongelijk?
Ik kan me geen politicus in de Tweede Kamer herinneren die dit tegensprak.
Wie creëerde de NZa en waar ligt de oplossing?

Dienie Koolen-Goossens

28 april 2014

Een duidelijk verhaal over het speelveld in de zorg en de rol van de minister van VWS en de NZa hierbij. Vergeet ook niet de impact die dit alles heeft op de patiënt. Indien het tariefaanbod zeer laag is kan af worden gezien van een contract. Bij een lage dekking vanuit verzekering zal er dan een bijdrage aan de patiënt gevraagd moeten worden om de onderneming kwalitatief goed te laten draaien. Of geven we bij de helft minder geld, de helft minder zorg? Dan lijkt de marktwerking ineens ver weg. Mijn ervaring is dat het veelal de grote zorgverzekeraars zijn die de adviezen van de NZa aan hun laars lappen en, sterker nog, er zelfs niet eens op wachten. Dat er dan niet als autoriteit wordt opgetreden lijkt al bijna niet meer verrassend. Bij een beroep doen op de minister lijkt ook vaak het antwoord al voorspelbaar: De zorgverzekeraars krijgen veel vrijheid en nemen die dan ook: gewoon omdat het kan. Gezamenlijke verantwoordelijkheid voor zinnige en zuinige zorg is ver te zoeken.

Wim van der Meeren

29 april 2014

Beste Hanke,
Ik snap de onvrede van sommige therapeuten best, maar even een belangrijke kanttekening.
Belangrijkste doel van contractering is voldoende zorg van hoge kwaliteit voor onze verzekerden te garanderen.
Dus niet om alle therapeuten een baangarantie te geven.
Als er veel aanbod van goede kwaliteit is, dan doet de markt zijn werk en hoort de prijs omlaag te gaan.
Het belangrijkste probleem van de Nederlandse zorg is niet het gebrek aan kwaliteit maar de te hoge kosten.
Als een therapeut ons kan overtuigen van hogere kwaliteit,
dus een beter reslutaat in dezelfde tijd of hetzelfde resultaat in minder tijd, doen wij graag zaken: lage kosten zijn nog belangrijker dan lage prijzen.
Inzicht geven in kwaliteit valt niet mee.
Wim van der Meeren , CZ

Mauk van Heemstra ZorgSteedsBeter

29 april 2014

Beste Wim,
Wij komen in onze parktijk veel volstrekt gekwalificeerde eerstelijners tegen die knetterhard proberen hun best te doen voor patiënten en niets begrijpen van de overwegingen van verzekeraars om te sturen in behandelopties via tarieven.
Zolang de eerstelijners zelf het niet kunnen begrijpen lijkt er mij nog werk aan de winkel.

Wim van der Meeren

29 april 2014

Beste Mauk,
Als er heel veel heel goed aanbod is, dan werkt de markt.
Dat is niet altijd zo in de zorg, maar hier blijkbaar wel.
Onze rol is dan zorgen voor een lage prijs.
Onze verzekerden vinden dat prettig.
Patiënten vergeten vaak het belang van de prijs.
Solidariteit is het bewaken van de balans: goed zorgen voor onze verzekerden die ziek worden, en dat niet zo duur laten worden dat de gezonden dat niet meer willen betalen.
Wim van der Meeren, CZ

Dienie Koolen-Goossens

29 april 2014

Beste mevr. Bruins Slot en hr van der Meeren, Verzekerden vinden duidelijke info van belang.Helaas maken we dagelijks hier slechte voorbeelden van mee (bij CZ bv vandaag nog foutieve info wel geen directe toegang etc..). Ik begrijp niet dat dhr. van der Meeren niet ziet dat solidariteit nu net ondermijnd wordt tussen kapitaalkrachtigen en minder bedeelden. Dat dhr van der Meeren denkt dat aanbieders alleen aan hun baan denken is niet aan de orde. Natuurlijk willen wij fatsoenlijk tarief en onze medewerkers kunnen betalen. Ik heb het dan niet over een 13 e maand of andere zaken die misschien bij andere banen gelden. Door de administratie waar geen goede vergoeding voor staat is het momenteel slecht gesteld met inkomsten. Uw rol is ook investeren in kwaliteit en controleren op onzinnige zorg. Zolang ik in discussies alleen maar uw eigen kant hoor vrees ik dat de inzichten in het totale speelveld niet veranderen. Dank aan mevr. Bruins Slot voor een all round visie hierop.

Ien Breukers

29 april 2014

Beste Wim,

Als het belangrijkste doel van contractering is voldoende zorg van hoge kwaliteit voor verzekerden van CZ te garanderen kun je als logopedist beter geen contract met CZ afsluiten. CZ biedt maar 75% van het tarief dat de Nederlandse Zorgautoriteit vaststelde op basis van kostenonderzoek. Hierdoor kan een gecontracteerde logopedist juist minder investeren in cursussen, test- en behandelmateriaal en dus minder kwaliteit leveren.

Mocht artikel 13 worden geschrapt, dan zullen grote zorgverzekeraars als CZ nog meer ruimte hebben (en nemen) om eenzijdig de vergoedingen te verlagen en verdwijnt de mogelijkheid om kwaliteit te kunnen leveren geheel. Behandelgemiddelden zullen oplopen in plaats van dalen met juist hogere kosten als gevolg.

Glenn Mitrasing

29 april 2014

Als zorgverleners allemaal op het wettelijk minimumloon zitten is wrs het zorgstelsel in de ogen van de zorgverzekeraar geslaagd...

Jansen

29 april 2014

Ik heb dit jaar gekozen niet te tekenen bij zorgverzekeraars die onder het NZa tarief aan mij vergoeden. Ik was een van de gelukkigen die zijn volledige bestand heeft geteld om het tarief te kunnen berekenen. Als je de harde cijfers ziet, doe je als vrijgevestigd logopedist enorm veel werkzaamheden in je eigen tijd, zonder dat daar een vergoeding tegenover staat.
Ik heb een gespecilaiseerde praktijk met een laag behandelgemiddelde. Ook ervaar ik weinig recidiverende klachten en ik ben zeer goed geschoold. Jammer voor alle clienten van de grote zorgvezekeraars. Zij komen nu niet meer naar deze moderne en goed geoutilleerde praktijk waar zeer efficiënt en met goed resultaat gewerkt wordt. Op den duur zullen de verzekeraars dus duurder uit zijn. Beter 6x €38,03 betalen dan 20x €29,50 zou ik zeggen.

Frank Conijn

29 april 2014

Prima blog van mw. Bruins Slot! (Nu nog de motie die vroeg om beperking van de uitkomstfinanciering tot ziektelastverloop [ten kosten van de patiënttevredenheid] intrekken, en ik word nog eens fan van haar.)

Op zich is het helemaal terecht dat zorg die duidelijk niet kosteneffectief is niet meer vergoed wordt vanuit de basisverzekering. En dat zorgverzekeraars bij een duidelijk overschot aan zorgaanbieders een contracteringsselectie gaan maken of een lagere prijs gaan bedingen is ook logisch. Dus in principe is er niets mis met de voorgestelde wijziging van art. 13.

Maar voordat daartoe overgegaan wordt moeten wél eerst de volgende praktijkproblemen opgelost worden:

1. De in veel regio's voorkomende machtspositie van de zorgverzekeraars aldaar, c.q. het wettelijke verbod op zo goed als elke vorm van vereniging van kleine zorgaanbieders in de financiële contractonderhandelingen. Oftewel het gebrek aan 'level playing field'. Onder andere op te lossen door verruiming van die verenigingsnormen.

2. De uiteenlopende kwaliteitsnormen die de verschillende zorgverzekeraars opleggen aan de zorgaanbieders. Op te lossen door uitkomstfinanciering, i.c. het daaraan verbonden uitkomstassessment. (Zie voor een voor alle partijen werkbare, accurate en nuttige uitwerkingsvorm daarvan, al zeg ik het zelf, http://www.gezondezorg.org/uitkomstassessment.)

3. Het niet meer betaalbaar zijn van een praktijkruimte in grote steden en vooral de centra daarvan. Op te lossen door tariefscorrectie voor de lokale OG- c.q. grondprijzen. Hetgeen best mag op basis van makrokostenneutraliteit.

U ziet, NZa, dat het echt geen hogere wiskunde is om een inhoudelijke oplossingsrichting aan te dragen. Als u de wil maar heeft, en niet alleen maar dollarbezuinigingstekens in de ogen heeft.

Frank Conijn

Ruud IJtsma

29 april 2014

Beste Wim,

Je doet het voorkomen alsof het verminderen van het behandelgemiddelde via het verhogen van de kwaliteit een soort eindeloze spiraal is met telkens lagere kosten als uitkomst. Prachtig theoretisch model maar kostenverlaging op deze manier werkt toch echt niet tot in het oneindige. Bovendien ga je voorbij aan het gegeven dat een hogere kwaliteit leveren ook betekent dat er inkomsten moeten zijn om de investeringen te kunnen doen om deze te verbeteren. Je kunt niet door (mis)(ge)bruik van je marktmacht eenzijdig wurgcontracten met niet kostendekkende tarieven opleggen en tegelijkertijd verwachten dat de kwaliteit omhoog gaat. Je stelling dat er een dialoog mogelijk zou zijn met CZ over dit onderwerp waarbij partijen voor elkaars argumenten open staan, klinkt mooi maar is tot nu toe een loze kreet gebleken.

Ook de wijze waarop momenteel binnen de logopedie ‘kwaliteit’ wordt gemeten, draagt niet bij aan je eigen doelstelling. De huidige kwaliteitstoets kijkt vooral en tot in buitengewoon detail, naar de administratieve kwaliteit van de processen. Of deze ‘overkill’ bijdraagt aan het verbeteren van de geleverde prestatie in de vorm van tevreden cliënten die sneller (en daarmee goedkoper) van hun klacht worden afgeholpen is zeer de vraag.

Bij de fysio-, mensendieck- en cesartherapeuten heeft het alleen maar geleid tot een fors hogere administratieve lastendruk en een hoger behandelgemiddelde. Binnen de logopedie gaat het momenteel hard dezelfde kant op. Hier komt nog bij dat als logopedisten deze administratieve worsteling al tot een goed einde weten te brengen ze de tijdsinvestering en de kosten die hier eventueel mee gemoeid zijn nooit terug kunnen verdienen. Zeker als je kijkt naar de extra beloning die voor deze grote investering in tijd (en eventueel geld) wordt geboden. Kortom, nog bedrijfseconomisch onverantwoord ook.

Inspanningen die echt bijdragen aan de gewenste prestatieverbetering die door zorgverzekeraars zelf zijn geïnitieerd of worden geëist, lijken niet meer relevant. Denk bijvoorbeeld aan de kwaliteitskringen, of het kwaliteitsregister. Of aan moderne communicatieplatformen als Linkedin en Facebook waar logopedisten met elkaar kennis delen en van elkaar te leren.

Een ander aspect dat mij opvalt is dat kwaliteit uitsluitend wordt beschouwd vanuit het belang van de zorgverzekeraar. Hierbij lijkt het er sterk op dat een verondersteld gebrek aan geleverde kwaliteit of de suggestie dat het meten van kwaliteit lastig is, vooral wordt gebruikt als excuus om de vergoedingen laag te houden. Ronduit teleurstellend is dat de groep waar het daadwerkelijk om gaat en die de geleverde prestatie ook echt kan beoordelen; te weten de cliënten geen enkele stem heeft. Dit terwijl het toch vrij eenvoudig te realiseren is om hen via een website een oordeel te laten geven over de zorgaanbieders waar zij gebruik van maken. Een onafhankelijk platform als zorgkaartnederland is in dit kader een goed initiatief. De beoordelingen van logopedisten die hierop te vinden zijn spreken overigens boekdelen.

Tot slot Innovatie. Echte kostenbesparingen komen voort uit vernieuwing. Bijvoorbeeld alternatieve behandelmethoden maar ook slimmere administratieve processen, inzet van moderne technologie of betere methoden om kennis te delen en te leren van elkaar. De geschiedenis leert dat kleinschalige maar ook radicale innovaties uiteindelijk leiden tot kostenbesparingen. Als zorgverzekeraars kosten willen besparen zou meer ruimte en financiële ondersteuning moeten worden geboden aan logopedisten die willen experimenteren. De zorgverzekeraar zou hierbij een actieve en wellicht zelfs aanjagende rol moeten spelen. De focus en de visie zal dan echter moeten veranderen van korte termijn geld verdienen (kosten focus) naar lange termijn opbrengsten verhogen (waarde focus).

Wellicht kan CZ als een van de grote 4 deze handschoen oppakken ……?

Dienie Koolen-Goossens

30 april 2014

Nog even een reactie om zuiver te maken dat het ons als zorgverleners, in mijn geval logopedist, niet zozeer gaat over geld maar over TIJD ! De discussie lijkt steeds er over te gaan dat we meer geld willen maar het gaat er vooral om dat we tijd willen om de verslagen, overlegsituaties, voorbereiding, kwaliteitskring, scholing en algehele administratie naar behoren te kunnen doen. Daarvoor is voor de logopedie door de NZa een norm berekend die uitkomt op 2 uur per dag. Wanneer je dan merkt dat vooral de grote zorgverzekeraars steeds roepen om kwaliteit, transparantie en grondig documenteren van zaken begrijp ik niet dat ze dan bij het tarief niet uitgaan van de tijd die daarvoor staat. Dat zet de zorgaanbieder onder druk en de financiering van zijn praktijk ook. We vragen alleen tijd voor dit alles. Hoe kun je 'lean' werken als je elke dag tijd te kort komt en de verslagen zich opstapelen? De discussie van wijzigen van art 13 gaat bij mij dan ook niet zozeer over de mogelijkheid om slechte zorg niet te vergoeden ( vb van verslavingszorg in buitenland wordt steeds mee geschermd) of de rotte appels uit de zorg te halen of profiteurs of fraudeurs. Dat is een goede zaak. Nee, waar het mij om gaat is dat ik nu al zie dat de 4 grote zorgverzekeraars de grenzen opzoeken van het minimale tarief en dat ik daar oprecht zeer bang voor ben dat men dat na wijzigen art 13 nog meer gaat inzetten. Wanneer dat wettelijk geregeld wordt dat een zorgverzekeraar zich ook aan eisen heeft te houden van redelijkheid ben ik daar pas gerust op. Tot die tijd heb ik angst voor weer een nieuw machtsmiddel aan een kant van de driehoek patiënt, aanbieder en verzekeraar. De gevolgen voor patiënt en aanbieder worden volgens mij niet door elke politicus overzien als ik de meningen van hen lees op sociale media of TV of radio. Beslissen vanuit een eerlijk verhaal en bij contracten rekening houden met investeringen in tijd die rondom de behandeling van de patiënt nodig zijn is alles wat ik vraag. Dan tekenen we het contract graag en daar is keuze van patiënt ook bij gediend.

Harry Gosselink

2 mei 2014

Mooier hadden we het zelf niet kunnen verwoorden. Hanke Bruins Slot geeft duidelijk weer dat er sprake is van een ongelijkwaardige positie tussen zorgverzekeraar en eerstelijnsaanbieders als het gaat om contractering. “Tekenen bij het kruisje bestaat”, aldus Bruins Slot.
Het punt van de onevenwichtigheid in de markt, wint aan nog meer waarde nu de Kamer op het punt staat een beslissing te nemen over het aanpassen van artikel 13 (ZVW). Want zoals het CDA-Kamerlid terecht opmerkt willen de minister en de NZa de zorginkoop verder aanscherpen met het niet langer vergoeden van niet-gecontracteerde zorg.
Onze mening hierover is klip en klaar: als deze maatregel door gaat neemt de inkoopmacht van zorgverzekeraars alleen maar toe. En daarmee de afhankelijkheid van de zorgverzekeraar voor een groot deel van de eerstelijnsaanbieders.
Onze boodschap aan de politiek is dan ook helder: laat cliënten het recht behouden zich te laten behandelen door zorgaanbieder naar keuze. Met behoud van het restitutietarief als dat een zorgverlener is zonder contract. Het argument dat een zorgaanbieder zonder contract geen goede kwaliteit zou leveren is een suggestieve. Natuurlijk moeten zorgaanbieders verantwoording afleggen en transparant zijn over de geleverde kwaliteit en uitkomsten van zorg . Sterker nog, mijn beroepsgroep werkt hard om zelf tot één landelijk kwaliteitssysteem te komen. Samen met de patiëntenverenigingen en de zorgverzekeraars.
Maar laat de keuze voor een zorgaanbieder aan de cliënt. Dat is goed voor de cliënt, houdt de zorgverzekeraar en de zorgaanbieder scherp. En het voorkomt dat het evenwicht in de verhouding aanbieder en verzekeraar verder verstoord raakt.

Harry Gosselink
Fysiotherapeut en bestuurslid KNGF

Top