Finance

Zorg moet in dienst staan van functioneren

Zorg moet in dienst staan van functioneren

De commissie Innovatie Zorgberoepen & Opleidingen bereidt zich deze zomer voor op de ontwerpfase van een nieuwe beroepenstructuur voor de gezondheidszorg. Dit kan niet anders omdat het concept dit najaar aan u ter toetsing wordt voorgelegd.

De commissie hanteert drie belangrijke uitgangspunten. We nemen afscheid van de oude definitie van gezondheid van de WHO en stellen een nieuw concept centraal dat gericht is op eigen regie, zelfredzaamheid en veerkracht van burgers. We kijken wat nodig is en nemen afstand van het huidige aanbodgerichte systeem. En ten derde kijken we niet langer alleen naar kwalen en aandoeningen, maar vooral naar functioneren van burgers. 

Wat weten we

De helft van het aantal inwoners uit onze broedplaatsen (Friesland, Amsterdam, Amstelveen en Rotterdam) heeft in 2030 een of meer chronische aandoeningen (TNO, 2014). Deze constatering doet veel mensen zorgelijk kijken, het lijkt een enorm probleem waar we op afstevenen. De commissie kijkt hier heel anders naar. Als we functioneren van mensen centraal stellen en zorg in dienst van functioneren, ontstaat een heel ander beeld. (Chronische) aandoeningen zijn dan pas een probleem als deze een beperking bij het functioneren tot gevolg hebben.

Opzienbarend

TNO heeft, op verzoek van de commissie, functioneringsprofielen ontwikkeld. Zo is in de broedplaatsen gekeken naar de voorkomende aandoeningen en is een analyse uitgevoerd om te kijken welke aandoeningen de meeste beperkingen in functioneren tot gevolg hebben. Deze analyse is uitgevoerd in de groep burgers van 65 jaar en ouder. De resultaten zijn opzienbarend. In alle broedplaatsen zien we het zelfde patroon steeds opnieuw bij alle analyses.

Zo is de verwachting dat in 2030 in Friesland 70.000 mensen kampen met functioneringsproblemen die voornamelijk verklaard worden door klachten aan het bewegingsapparaat soms gecombineerd met lichte tot matige dementie. In Amsterdam, Amstelveen en Rotterdam zien we hetzelfde. Het grootste probleem in Nederland wordt mobiliteit.

Omslag

Als we het eens zijn over de uitgangspunten en zorg ten dienste stellen van het functioneren en participeren van burgers zullen we ons veel meer moeten gaan richten op problemen die het functioneren belemmeren. Niet behandelen om te behandelen, maar om te kunnen functioneren. Dit is niet alleen een omslag in het denken, maar vooral ook een omslag in ons professioneel handelen. Niet alleen in wat we moeten doen en wat we niet meer moeten doen, maar ook in hoe we het doen en waar we het doen. Een paradigmashift in de gezondheidzorg en dat heeft grote gevolgen voor de beroepen en opleidingen in de zorg.

Draagvlak

Het is ontzettend belangrijk dat we de handen op elkaar krijgen voor zo’n grote verandering.  Daarom zijn er inmiddels, naast de broedplaatsen, diverse denktanks (jonge medisch specialisten, verpleegkundigen, ZZP-Nederland, BOZ, etc.) geweest die zich over de resultaten van TNO hebben gebogen. Na de zomer buigen zich nog een aantal denktanks over de resultaten.

De belangrijkste stap vindt dit najaar plaats. Van september tot december vindt een grote veldraadpleging plaats onder leiding van het Verwey-Jonker Instituut. Ongeveer 35 focusgroepen zullen zich dan uitspreken over het concept beroepencontinuüm dat we deze zomer gaan ontwerpen, we nemen afscheid van structuur.

Eerste resultaat

Het eindresultaat, een nieuw beroepencontinuüm voor de gezondheidszorg in Nederland wordt op 10 april 2015 aan de Minister van Volksgezondheid aangeboden. We doen dit weer tijdens een congres in de Jaarbeurs in Utrecht. U bent van harte uitgenodigd. U kunt zich na de zomer inschrijven.

We zijn er nog niet

Dit iteratieve proces loopt de komende jaren door. Onderwijs speelt een zeer belangrijke rol en daar beginnen we eind 2014 mee als er draagvlak is voor het beroepencontinuüm.

Maar we komen er wel

Er gebeurt al ontzettend veel in de praktijk. Niet alleen in de broedplaatsen maar overal in de zorg worden prachtige initiatieven genomen. In de broedplaatsen bereidt men zich voor, werkt men samen en denkt men na over de toekomst. De resultaten van TNO helpen hier enorm bij, ze geven ons richting en helpen het maken van moeilijke keuzes.

Marjan Kaljouw
Voorzitter Commissie Innovatie Zorgberoepen & Opleidingen

 

1 Reacties

om een reactie achter te laten

Peter Koopman

11 juli 2014

Interessante poging om de overwegend ziektegerichte gezondheidszorg ( zie ook de ICD) in evenwicht te brengen met het valide functioneren ( zie ook de ICF). Voor de Wereld Gezondheids Organisatie ( WHO ) zijn de ICD en ICF twee kanten van dezelfde medaille.

Voor goed opgeleide verpleegkundigen en verpleegkundig specialisten is voornoemd evenwicht een gegeven, maar is realisatie in de praktijk door dominantie van het ziektedenken ( en financieren ) soms wel moeilijk. Ook de cultuur in de wereld van de geestelijke gezondheidszorg ( GGZ ) staat dichtbij dit evenwicht, zoals o.a. uit erkende interventies als " herstel moet je zelf doen" en "Assertive Community Treatment (ACT)" kan blijken. Zo bezien is het nobel doel van deze inspanningen ons niet geheel vreemd.

Misschien kunnen experts uit de GGZ-verpleegkunde een gids-functie vervullen? De gewenste innovatie per 2030 lijkt me namelijk wel een mega-opgave en daarbij kan dan iedere hulp wel gebruikt worden!

Top