BLOG

Medische zorg in barre tijden

Medische zorg in barre tijden

Iedereen moet de dokter krijgen die hij nodig heeft en iedere dokter moet het beroep kunnen uitoefenen dat hij het beste kan. We zijn in onze regio dus op weg naar meer samenwerking tussen huisartsen en zorginstellingen.

In de langdurige zorg verblijven cliënten met een ZZP met behandeling en met een ZZP zonder behandeling. Dit betekent dat sommige cliënten (para-)medische en farmaceutische zorg uit de AWBZ krijgen en anderen uit de zorgverzekeringswet (ZVW). Door de toenemende decentralisatie, het scheiden van wonen en zorg en beleid gericht op zo lang mogelijk thuis wonen, hebben huisartsen meer en meer een rol bij cliënten die voorheen bij een AWBZ-arts in zorg waren.

Noodklok

Deze AWBZ-artsen hoorden bij een instelling, meestal een arts VG, een specialist ouderengeneeskunde of een psychiater. In de toekomst zal onder de Wet langdurige zorg (Wlz) de medische vraag van cliënten in de wijk nog meer toenemen is de verwachting en daarom luiden de huisartsen de noodklok. Jeugdzorg, basis GGZ, WMO en kern-AWBZ; de toename van complexe problematiek in de eerstelijnszorg is enorm.

Huisartsen zijn gespecialiseerd in algemene medische zorg, oftewel huisartsenzorg. Dat kunnen zij beter dan wie ook in de medische wereld. Veel medische  problemen die optreden in de langdurige zorg behoren ook tot dat domein. Zij hebben geen relatie met de verstandelijke beperking of bijvoorbeeld de dementie.

Algemeen medisch

Veel vragen hebben niets met de grondslag voor het verblijf in de instelling te maken. Zij zijn algemeen medisch van aard, hebben een min of meer spoedeisend karakter en verdienen een snelle beslissing en ziektegericht ingrijpen. Maar in toenemende mate komen voormalige ‘AWBZ-gangers’ bij de huisarts met een zorgvraag die te maken heeft met complexe medische problematiek, probleemgedrag, behandelbeslissingen of zorgtekorten.

Dat vraagt inzicht in de hele situatie van de cliënt, goed zicht op de mogelijkheden van de langdurige zorg en kost tijd. Het is vaak complex, er is kennis van het dossier nodig en instructie van andere hulpverleners is intensief. Een zorg- of behandelplan moet worden afgesproken of bijgesteld.

Samenwerking

Bij ons in de regio zijn we op weg naar meer samenwerking tussen huisartsen(posten) en instellingen. Voor ouderenzorg, verstandelijk gehandicaptenzorg en psychiatrie. Het beoogde model is er een van algemene medische zorg door de huisartsen en de beschikbaarheid op afroep van specialisten ouderengeneeskunde, artsen VG en (ouderen)psychiaters. Juist ook tijdens de diensten van de huisartsenposten. De AWBZ-specialisten zijn dan niet alleen beschikbaar voor de eigen instellingspopulatie, maar zijn er ook ter ondersteuning van de huisarts voor die hele grote groep kwetsbare cliënten die in de wijk verblijven.

Overbelasting

Op het moment dat tijdens een consult of zelfs al tijdens de triage blijkt dat de vraag zo complex is dat deze meer specialistische kennis en aandacht vereist, kan de collega specialist worden ingeschakeld voor consultatie of visite. Op deze manier bepaalt niet meer de plek waar je woont welke dokter je krijgt, maar de aard van de aandoening. Iedere dokter blijft dan de cliëntvraag behandelen waar hij voor is opgeleid. Dat is niet alleen het beste voor de patiënt, het voorkomt ook overbelasting van de huisarts en is uitdagend voor de specialistische dokter die nu ook buiten de instelling aan de slag kan.

Mieke Draijer
Directeur medische zaken Zorggroep Alliade


 

1 Reacties

om een reactie achter te laten

Peter Koopman

28 juli 2014

Goed verhaal over geneeskundige zorgverlening. Mis in dit artikel echter de dwarsverbanden met o.a. verpleegkundige zorg. In de huidige zorghervorming is het over de muren willen kijken bij de diverse zorgprofessionals een must. Taakherschikking via verpleegkundig specialisten die ook zelfstandige taakuitoefening in het geneeskundig domein includeert, ruime invoering verlengde arm in huisartsengeneeskunde via twee soorten POH ( soma en ggz), onstaan van 1,5e lijn ( basisggz), herontdekking regisserende rol wijkverpleegkundige, het zijn voorbeelden van nieuwe elementen in de hulpverlening. En, dit alles in een omgeving van krimpende zorgbudgetten ( afbouw AWBZ) en overheveling van zorgtaken aan gemeenten ( WMO ). Kortom met een monodisciplinaire kijk bestaat er risico op kokerdenken en onjuiste conclusies. Naar mijn mening moeten in deze tijd vooral dokters en verpleegkundigen samen optrekken. Het belang van patiënten is in het geding! (Overigens: "patiënt" is conform de WGBO degene waarmee een behandelcontract gesloten is; "cliënt" is in deze degene die zelf nog moet kiezen voor een hulpverlener, danwel zich opwerpt om collectieve belangen van patiënten te behartigen).

Top