HRM

Eigen regie is complexer dan Kamerleden beseffen

  • Onbekend
  • 30 oktober 2014
  • 4996 keer gelezen
  • 4 reacties
Eigen regie is complexer dan Kamerleden beseffen

Kamerleden gebruiken te pas en te onpas de term 'eigen regie'. Ze beseffen niet dat ze de zorg zo extra belasten.

Deze maanden wordt het wetsontwerp Wet Langdurige Zorg (WLZ) door het parlement geloodst. Een hele klus voor de staatssecretaris. Maar het zal hem wel lukken, daar is geen twijfel over.

Interessant is de wijze waarop Kamerleden omgaan met de mate waarin ze ‘eigen regie’ willen opnemen in de wet. Eigen regie is sinds enige tijd een veelgebruikte term in de zorg, die wil aangeven dat ook degene die de zorg vraagt een krachtige stem heeft in het zorgproces. Zo hoort dat.

Nuttig

Waar het mis gaat in de discussies in de Kamer, is het populisme van die Kamer om de term te pas en te ompas te gebruiken en de bewindslieden én de sector te belasten met een vorm van zorg verlenen die doorschiet ten aanzien van de eigen regie. Bewindslieden gaan voorbij aan diverse aspecten van het zorgproces waarbij het maar de vraag is of eigen regie nuttig en gewenst is.

Grote groep

Neem nu de WLZ. Alleen degenen die echt zwaardere zorg nodig hebben, zullen vanuit deze wet de zorg geleverd krijgen. Veel mensen met die zwaardere zorgvraag kunnen inderdaad een vorm van eigen regie inbrengen en hun eigen wensen bespreken met degene die de zorg verleent. Maar onder die wet vallen ook mensen die geen eigen regie kunnen voeren of hun wensen kenbaar kunnen maken. Het is een relatief grote groep mensen die met een groot professioneel en ervaren inzicht van de zorgverlener een bepaald leven kan leiden binnen de grenzen van een handicap. Dan gaan ervaring en professionaliteit boven de noodzaak van eigen regie.

Schaden

Bij specifieke patiënten in de curatieve en langdurige GGZ is het ook de vraag in welke mate de zorgverlener de eigen regie van de patiënt een plaats kan geven. Veel patiënten hebben gebrek aan eigen inzicht en eigen regie zou een beoogd zorgproces wel eens kunnen schaden. Het in deze sector bepalen van de mate van eigen inzicht is zelfs voor de professional geen sinecure. Met de druk op eigen regie leggen de beleidsmakers een grote druk op de schouders van de zorgverleners in deze sector.

Eigen zorgplan

In de discussie over de WLZ brengen Kamerleden ook de wens in om cliënten een eigen zorgplan te laten schrijven en dat dan te bespreken met de zorgverlener. Er ligt dan een document dat wel eens een formele werking zou kunnen krijgen, waarschijnlijke een wat langere termijn omvat en dus diepgaand inzicht vergt in eigen lichaam en geest en de diverse mogelijkheden die een zorgproces kan bieden.

Dit gaat erg ver. Waarschijnlijk hebben Kamerleden weinig inzicht in de dagelijkse praktijk van het bieden van zorg aan kwetsbare mensen. Ook hier schieten ze door. De groep die (al dan niet met hulp van anderen) een eigen zorgplan kan maken, is niet zo groot als de Kamer denkt. Er zitten veel kwetsbare mensen in de WLZ.

Samenspraak

Zowel in de curatieve eerste en tweede lijn zorg als de intramurale zorg wordt zorg verleend door een professional in samenspraak met de patiënt/cliënt/bewoner. Samenspraak is wel het minste dat een professional kan bieden. Maar er zit een (soms heel groot) gat tussen de professional en degene die zorg nodig heeft.

Dat kennis- en ervaringsverschil legt een grote druk op zorgvrager en professional. In veel gevallen leunt de zorgvrager op de kennis en ervaring van de professional, neemt die serieus en handelt conform die inzichten. De grenzen van eigen regie zijn dan ook moeilijk aan te geven. Het aanvoelen van de mate waarin een zorgvraag al dan niet diep met een cliënt kan worden besproken is een vak op zich.

Naaste omgeving

Ten slotte: in die situaties waarin de zorgvrager de eigen regie niet of niet in voldoende mate tot uiting kan brengen, wordt de naaste omgeving een grote rol toegedicht. Samen met de zorgvrager worden zij geacht de eigen regie van de cliënt een plaats te geven in het zorgproces. Naaste omgeving kan iedereen zijn: familie, vrienden, buren; wie dan ook. Aan hun kwaliteit van inbreng en ondersteuning kunnen geen eisen worden gesteld. Ook in deze situaties wordt dus een grote last op de zorgverlener gelegd om de mate van inbreng van de ‘naaste’ te verbinden met de zorg die wordt beoogd.

Daarbij moeten zorgverleners zich er misschien ook van vergewissen of de familie, vrienden of buren wel dié positie hebben die hen als vertegenwoordiger van de zorgvrager deelgenoot kan maken van het zorgproces. Formeel, juridisch en materieel levert dat nog wel wat discussiepunten op.

De mogelijkheden en de noodzaak van eigen regie moeten zeker niet beperkt worden, maar het is wel belangrijk een beeld te geven van de complexiteit van dat fenomeen. Kamerleden walsen daar blijkbaar gemakshalve overheen.

Paul Baks

4 Reacties

om een reactie achter te laten

Ton Lijten

30 oktober 2014

Ik ben het hartgrondig met Paul Baks eens!

Job Schreuder

30 oktober 2014

Miskend wordt, naar mijn mening, in het artikel dat naasten, meestal ouders of andere verwanten, de zorgvrager heel goed kennen. En dat zij heel gemotiveerd zijn om voor deze op te komen en zich te verdiepen in de problematiek. Het opleidingsniveau van veel mensen, en de mogelijkheid om kennis te verwerven, is tegenwoordig goed. De professional zal met deze nieuwe situatie moeten leren omgaan.
Verder kunnen professionals zich wat betreft een aantal stoornissen en beperkingen afvragen of zij de afgelopen 20 jaren wel voldoende kennis hebben verworven, ontwikkeld, gedeeld en toegepast. Daarvan noem ik twee voorbeelden.
# Pas de afgelopen jaren wordt in Nederland voorzichtig begonnen met vroeg signalering en snellere diagnostiek van autisme (al of niet in combinatie met verstandelijke beperking). Er ging en gaat vaak kostbare vroege ontwikkelingstijd van jonge kinderen verloren door late of ontbrekende inzet van behandeling en activering. Een aantal deskundigen en ouders riep het al lang, maar veel professionals bleven gewoon hun vertrouwde werk doen.
# Van combinaties van (matig tot ernstige) verstandelijke beperking met psychiatrie is vrijwel geen kennis aanwezig. Diagnostiek is moeilijk en behandeling en begeleiding zijn zeer complex. En er wordt heel weinig wetenschappelijk onderzoek naar gedaan. De ad-hoc ervaring op dit gebied wordt door betrokken professionals ook nauwelijks breed gedeeld. Het gaat hierbij wel een groep cliënten die vaak (met meerzorg) in de Wlz zal komen.
Meer in het algemeen kan er nog veel verbeteren in de samenhang tussen aspecten van het zorgproces. Maar al te vaak is het de naaste die daarbij het initiatief moet nemen of voor die samenhang moet zorgen.
Het is in veel gevallen niet meer dan logisch dat de zorgvrager, of zijn verwanten, meer eigen regie willen. Bedenk dat het daarbij ook om (nog) thuiswonende zorgvragers (vaak met PGB) kan gaan.
Cliënten en hun naasten zijn nu vaak nog niet gewend mee te denken en/of te schrijven aan hun eigen zorgplan of persoonlijk plan; dat kan nog groeien. Maar ik kan uit eigen ervaring als ouder zeggen hoe belangrijk het kan zijn om voor de cliënt op te komen bij de professional en op niveau mee te denken en initiatieven te ontketenen.
Het is goed dat de schrijver zijn punten onder de aandacht brengt. Maar ik vraag de schrijver van het artikel nadrukkelijk om na te gaan waar die roep om meer eigen regie vandaan komt, in plaats van zich eerst onder meer zorgen te maken over de extra belasting voor de zorg.

Cora Postema

31 oktober 2014

Ik ben het eens met het commentaar van Job Schreuder. Mijn man is zo iemand die binnenkort onder de WLZ gaat vallen. Eigen regie is voor hem voor zijn kwaliteit van leven van groot belang. Sinds hij 7 jaar geleden gehandicapt is geraakt door een herseninfarct is hij aan het vechten tegen de 'hospitalisering' van de zorg. Zolang hij de regie heeft, voelt hij zich 'mens' in plaats van 'slachtoffer'. Als partner help ik hem daarbij. Voor ons is het van belang dat je zelf je weg kunt kiezen, een PGB past daar heel goed bij. Misschien moeten we wat minder generaliseren als het om zorg voor 'bepaalde groepen' gaat. Mensen in de Wlz zijn net als u en ik weer allemaal anders. Dus hebben allemaal andere behoeften, andere kwaliteiten. Laten we op zoek gaan naar de kwaliteiten in de mens i.p.v. de focus op hun onvermogens te leggen. Help mensen zoveel mogelijk eigen regie te nemen als ze kunnen. Geef ze informatie, laat ze meedenken, stel ze vragen, coach ze in wat ze wél kunnen. Vul vooral niet voor een ander in wat hij wel of niet kan en wat goed voor hem is. Dat is kweken van slachtoffers en afhankelijkheid en dat hebben we de afgelopen decennia al genoeg gedaan!

Niek Bossche

31 oktober 2014

Als ouder onderschrijf ik de reactie van Job Schreuder.

Ik kan daar, uit ervaring als ouder, aan toevoegen dat het meer zelf c.q. samen met ouders voeren van eigen regie en meedenken en/of zelf schrijven van eigen zorgplan ook een beter inzicht kan geven in de zorgbehoeften. Dat kan de behandeling ten goede komen.
Regie voeren en zelf schrijven is daarmee ook een zoektocht naar de beste zorg en behandeling.

Top