BLOG

UMC’s zouden moeten ontvlechten

  • Onbekend
  • 23 maart 2015
  • 2867 keer gelezen
  • 4 reacties

Enige weken geleden sprak minister Schippers zich uit over de wijze waarop zij UMC’s geplaatst ziet in het toekomstige zorglandschap. Een landschap dat meer en meer bepaald wordt door herverdeling van verrichtingen over alle zorgaanbieders en selectieve inkoop door de zorgverzekeraars.

Minister Schippers vindt dat de UMC’s de relatief eenvoudige DBC’s zouden moeten overlaten aan de omliggende algemene ziekenhuizen. Op zich heeft de minister een punt, zij het dat financiële belemmeringen deze verschuiving van verrichtingen maar uiterst beperkt houden. 

UMC’s zijn in het algemeen kostbare organisaties. Niet alleen als gevolg van complexe ingrepen, maar ook als gevolg van de academische component en daarmee het zijn van een universiteit. De organisatie is groot en dat geldt in hoge mate ook voor de huisvesting en de ondersteunende diensten. De vaste kosten liggen vrij hoog bij een UMC en daarmee wordt de flexibiliteit van de organisatie beperkt, althans aanpassen aan lagere omzetten zal lang duren.

Afbouwen

Vierkante en kubieke meters moeten gewoon gevuld zijn met omzet om de kosten van kapitaal, ondersteunde diensten en infrastructuur te kunnen betalen. Verschuift men dus omzet van een UMC naar een ander ziekenhuis, dan heeft een UMC grote moeite (zeker op de termijn van enkele jaren) om de kosten aan die lagere omzet aan te passen. Voor de kapitaallasten kan dat al helemaal niet.

Toen de DBC’s  A en B werden uitgevonden, was de mening van een UMC-bestuurder dat zijn UMC de DBC’s B zou gaan afbouwen en daarmee zou verplaatsen naar de omliggende ziekenhuizen. Hij moest zijn besluit snel intrekken vanwege die relatie tussen dalende omzet en stabiele kapitaallasten. Met een gering percentage afbouw DBC’s zou dit UMC al snel te maken krijgen met een verlieslijdende exploitatie.

Alternatieven

Mogelijk zijn er alternatieven voor de suggestie van de minister. Zoals hiervoor al gesteld zijn UMC’s zeer grote organisaties in welke organisatie men vrijwel alles doet op medisch specialistisch gebied. Zowel onderwijs als zorg voor patiënten worden meestal vanuit één organisatie en een kraal van huisvesting en infrastructuur geleverd. Het geheel wekt de indruk van een zekere logheid. Je zou je echter  kunnen voorstellen dat de diverse verrichtingen van het primaire proces (het leveren van zorg) gedifferentieerd worden georganiseerd en aangeboden. Daarmee aansluitend op de ontwikkelingen van de zorg buiten het UMC.

Spannend

UMC ’s zouden gesplitst kunnen worden in een (fors) 1½ lijnscentrum, een algemeen ziekenhuis en een ziekenhuis met de academische component. Weliswaar nog steeds onder één dak, maar organisatorisch in hoge mate gescheiden. Zover gescheiden dat de splitsing niet omslaat in inefficiëncy. Het verkennen van die grens zal spannend zijn.

Een anderhalve lijns centrum, is een huisartsenhospitaal met de mogelijkheid van short stay. Zie hiervoor ook de ervaringen in menig buitenland. De taak van zo’n centrum is enerzijds snel en doeltreffend zorg te verlenen, en anderzijds patiënten buiten het algemene deel van het ziekenhuis te houden. Preventie, het voorkomen van escalatie van zorgbehoefte vormt de kern van het bedrijf. Ook de begeleiding van chronisch zieken past in dit deel van het ziekenhuis. Ten slotte vormt het huisartsenhospitaal de poortwachtersfunctie voor de doorverwijzing naar de twee andere onderdelen van het UMC

Het algemene deel van het ziekenhuis krijgt de taken/verrichtingen toebedeeld zoals die ook bij andere (algemene) ziekenhuizen zullen worden gecontracteerd. Doorzichtige muren (zeker in organisatorische zin) maken het mogelijk om de patiënt van het huisartsenhospitaal naar het algemene ziekenhuis te verplaatsen, zonder enige verdere belemmering. Het ziekenhuis met de academische component houdt zich alleen nog maar bezig met de zorg voor díé patiënten die niet geholpen kunnen worden in het algemene ziekenhuis. Het relatief dure ondersteunende bedrijf voor de (academische) top klinische zorg is dan alleen maar nodig voor dat deel van het UMC.

Uitdaging

In zo’n UMC ontstaan uiteraard ketens en netwerken van zorg, maar het moment waarop ketens en netwerken gebruikt worden is veel meer situationeel gericht en patiëntvriendelijk, omdat die patiënt niet meer het gehele UMC wordt doorgestuurd. In hoge mate zal een zekere bestuurlijke scheiding van de drie onderdelen van het UMC de omschreven opzet bevorderen. Echter, de bovenliggende organisatie moet er ook op toezien dat  scheiden en samenwerken hand in hand gaan. Daar zit de uitdaging.

Als nevenresultaat biedt de interne ontvlechting van een UMC kansen voor de wijze waarop medische academische zorg wordt herschikt over de diverse UMC’s in Nederland. Mogelijk minder UMC’s (gefuseerd), wel intact houden van de locaties, zeer vergaande specialisaties en mede daardoor een verdere waardering van onze UMC’s in de grote wijde wereld. Welk UMC pakt de handschoen op?

Paul Baks_311

Paul Baks

4 Reacties

om een reactie achter te laten

tjark reininga

24 maart 2015

een interessante benadering. maar ben ik te sceptisch als ik denk, dat een aanpak als deze vooral zal leiden tot het splitsen van het management? en dat daardoor meer administratieve voorzieningen zullen ontstaan, de bureaucratie dus toeneemt en financiële middelen aan de eigenlijke zorg worden onttrokken. maar die effecten zullen ook ontstaan als de lijn Schippers wordt gevolgd, vrees ik.

Bert Huisman

24 maart 2015

Dit idee gaat in eerste instantie uit van schaalverkleining, maar de ontwikkeling gaat juist naar schaalvergroting. De UMC's die de wetenschappelijke ontwikkelingen het beste kunnen bijbenen zullen de zwakkere UMC's "overnemen", zie de ontwikkeling Rotterdam/Leiden/Delft (alhoewel dat natuurlijk geen overname heet). Hierdoor wordt verdere subspecialisatie mogelijk, kan geboogd worden op meer publicaties, nemen de studentenaantallen toe. Men zal betrokken willen zijn bij zorg die nodig is om het wetenschappelijk bouwwerk in stand te houden. Deels zal dat zelf uitgevoerde zorg zijn, maar voor een groot deel ook zorg die anderen verlenen. De schaal waarop onderzoek moet worden uitgevoerd gaat immers heel vaak ook de schaal van een (groot) academisch ziekenhuis te boven. Waar de scheidslijn ligt zal inderdaad vooral door de financiering bepaald worden.

Frank de Bos de Bos

24 maart 2015

­De NFU heeft een uitgebreide analyse gemaakt van de patiënten in umc's in vergelijking met patiënten in algemene ziekenhuizen (ROBIJN). Uit deze analyse blijkt dat 40% van de patiënten alleen in de umc's komen. De patiënten hebben combinaties van kenmerken die de zorg voor hen academisch maakt. Deze patiënten worden niet teruggevonden in de patiëntenpopulatie van algemene ziekenhuizen. Het zorgvolume voor deze patiënten in umc's is zo'n 75% van het totale volume. Het gaat dus om patiënten die veel, complexe en/of dure zorg nodig hebben.
­Natuurlijk betekent dit dat er ook patiënten zijn die niet aan deze criteria voldoen. Hier wordt echter maar een beperkt deel van de zorg aan besteed. Bovendien kan het niet zo zijn dat umc's in het geheel geen "basiszorg" patiënten behandelen. Er komen immers ook patiënten die wel worden "verdacht" van academische, topreferente problematiek, waar deze er na de diagnostiek niet blijkt te zijn. Umc's hebben ook een SEH waar "gewone" patiënten worden behandeld en algemene ziekenhuizen sturen soms patiënten door die wellicht niet direct thuis horen in een umc.
­Daarnaast zijn umc's groot vanwege de combinatie van zorg met onderzoek en onderwijs. Umc's leiden de geneeskunde studenten op, hebben een zeer belangrijke functie in de opleiding van artsen en gespecialiseerde verpleegkundigen en nemen een belangrijke positie in, op wereldschaal, in het medisch onderzoek. De integratie van de functies van academisch ziekenhuis en medische faculteit is een voorbeeld in de wereld. Het is efficiënt en leidt tot een hoge kwaliteit van zorg, onderwijs en onderzoek.
Umc's zijn groot, dat is zeker waar, maar een pleidooi voor opsplitsing getuigt van een gebrek aan inzicht. Het voorstel zal de zorg duurder maken, en de kwaliteit verminderen.

hans peltenburg

24 maart 2015

zo'n piepklein landje met 8 UMC's is dat sowieso niet een beetje te veel ?

Top