BLOG

Relatie tussen kosten en prijs van geneesmiddel

Er is veel discussie en onduidelijkheid over de prijs van een geneesmiddel en vooral hoe die opgebouwd is. Hoe hoog zijn die kosten voor Research & Development (R&D) eigenlijk en wat is de verhouding daarvan tot de absolute hoogte van de prijs?

In diverse studies hebben onderzoekers geprobeerd de kosten per goedgekeurd geneesmiddel in kaart te brengen. Dit is geen eenvoudige exercitie omdat veel factoren een rol spelen. Zo kosten langlopende clinical trials al gauw tienduizenden euro's per patiënt. Voor generieke pillen zal de prijs vooral bepaald worden door de kosten van productie, maar voor nieuwe geneesmiddelen waar een patent op rust is die prijs eerder een afspiegeling van de kosten die gemaakt zijn om zo’n product op de markt te krijgen en de grootte van de afzetmarkt. Daarnaast zijn er de investeringen in productiefaciliteiten voor bijvoorbeeld nieuwe biologische middelen, die moeten voldoen aan de strenge Good Manufacturing Practice-regels van de FDA, het agentschap van de Amerikaanse overheid dat de kwaliteit van medicijnen controleert.

Belastingvoordelen

Ook een factor is de cost of capital: had het geld voor onderzoek van nieuwe pillen niet meer opgebracht als het elders was geïnvesteerd? Daartegenover staat dat veel farmaceutische bedrijven belastingvoordelen krijgen in landen waar ze dergelijke R&D-investeringen doen.

Een vergeten kostenpost is die van de mislukte projecten. Van elke tien geneesmiddelen die voor het eerst worden getest bij mensen vallen er negen af, vaak in de laatste, zeer kostbare fase van klinisch onderzoek wegens gebrek aan effectiviteit of veiligheidsrisico’s. Door alleen te kijken naar het goedgekeurde middel en vervolgens uit te rekenen wat de ontwikkeling daarvan gekost heeft, krijg je dus geen goed beeld van de totale kosten van een R&D-afdeling in een bedrijf.

De schattingen over R&D-kosten variëren van 50 miljoen dollar, tot 186 miljoen dollar, tot 2,7 miljard dollar tot zelfs 12 miljard dollar. Een bizarre bandbreedte die een reflectie is van de assumpties in de berekeningen en wellicht ook oneigenlijke belangen.

Farmaceuten hebben uiteraard belang bij zo hoog mogelijke kosten maar veel zorgaanbieders of verzekeraars juist niet. De huis-, tuin- en keuken-calculatie uit het artikel van Forbes vind ik nog steeds vrij overtuigend: deel de kosten voor R&D zoals die in de jaarverslagen van bedrijven staan door het aantal goedgekeurde geneesmiddelen van zo'n bedrijf in een bepaalde periode. En dan kom je eerder boven de twee miljard per pil uit dan lager.

De samenleving, verzekeraars en politiek eisen vaak transparantie over de daadwerkelijk gemaakte ontwikkelingskosten van een middel voordat men collectieve vergoeding acceptabel acht. Uit het bovenstaande blijkt dat zo'n exercitie per geneesmiddel gedoemd is te mislukken. Daar komt bij dat succesvolle nieuwe registraties ook een afspiegeling kunnen zijn van de efficiëntie van een bedrijfsproces. Waarom zou de samenleving extra betalen voor pillen van bedrijven die veel te hoge en onnodige kosten gemaakt hebben? En hoe beoordeel je dat?

Redelijke prijs

Wat is dan een redelijke prijs? Dit is een moeilijke vraag waar het antwoord meer moet liggen in de richting van wat we als samenleving ervoor over hebben dan de gemaakte ontwikkel- en productiekosten. Die verklaren wel dat de prijs relatief hoog is maar zeggen weinig over de redelijkheid ervan. Dat is al helemaal duidelijk bij de weesgeneesmiddelen waar de ontwikkelingskosten waarschijnlijk relatief laag zijn, maar door de lage afzetmarkt astronomische prijzen berekend (moeten?) worden.

De toegevoegde waarde van een nieuw middel is dus de belangrijkste determinant van de prijs. Er zijn economische modellen die de extra kosten voor toegenomen effectiviteit berekenen en die vormen de basis voor maatschappelijke discussies over vergoeding. Gelukkig neemt de prijs na afloop van het patent exponentieel af, als er tenminste fabrikanten bereid zijn generieke versies naar de markt te brengen. Die tijdelijk hoge prijs is misschien de tol die we moeten betalen om innovatie bij patiënten te brengen. Ondertussen moeten we natuurlijk wel fors onderhandelen met de farmaceuten. Uiteindelijk bepalen we gezamenlijk als samenleving wat wij redelijk vinden en daarbij spelen vele belangen een rol.

Henk Jan Out

blogger_henk-jan-out_120

1 Reacties

om een reactie achter te laten

Frank Conijn

9 april 2015

Lijkt een redelijk verhaal. Totdat je ziet dat het (enige) medicijn "tegen" de niet-klassieke vorm van de ziekte van Pompe nauwelijks werkt maar toch astronomisch duur is. Een overtreffende trap van 'astronomisch' weet ik niet maar zou gerechtvaardigd zijn.

Een analyse van een onderzoek gepubliceerd in 2010 plus Nederlandse klinische data vond namelijk dat daar waarschijnlijk 40 jaar lang mee behandeld moet worden, á raison van € 400.000 per patiënt per jaar(!), voor slechts twee(!) jaar levensverlenging, zonder effect op de kwaliteit van leven! Het heeft slechts effect op een paar selectief geshopte deeluitkomstmaten, terwijl de bijwerkingen net zo groot zijn.

En zo zijn er nog veel meer medicijnen, al is het bovengenoemde het meest extreme voorbeeld (voor zover ik weet). Tel daarbij op dat het grote gros van de farmaceuten met patenten nog steeds enorme winsten maakt, en dat een Amerikaans onderzoek uit 2008 vond dat die farmaindustrie tweemaal zoveel uitgaf aan promotie als aan R&D. En zie dat het *hele* verhaal bepaald anders is.

Een betere manier van hoe om te gaan met de medicijnenprijs staat beschreven op https://gezondezorg.org/behandelkostenmaximering. Met als kernboodschap: breng de maximale behandelingskosten in lijn met de -- werkelijke -- effectiviteit van van de behandeling (= per-saldo-invloed op kwaliteit van leven), de leeftijd van de patiënt en de mate van vóórkomen van de aandoening.

Top