BLOG

Nieuwe zorg en zorgberoepen

Meer dan 1500 mensen waren op het congres 'Naar nieuwe zorg en zorgberoepen' afgekomen, op 10 april in de Jaarbeurs in Utrecht. De sfeer ademde de belofte uit dat we er samen voor zullen zorgen dat de zorg in Nederland nog beter wordt en toegankelijk, bereikbaar en betaalbaar blijft in 2030.

Tijdens het congres overhandigde ik het advies 'Naar nieuwe zorg en zorgberoepen' aan minister Schippers. Het advies geeft richting aan een verandering die al op gang gekomen is, zo was de start. En dat bleek ook uit de presentaties van de broedplaatsen waar mooie voorbeelden uit Friesland, Amsterdam en Amstelveen, Rotterdam en Heerlen werden gepresenteerd. De filmpjes van de voorbeelden staan op de splinternieuwe website van het Verwey-Jonker Instituut.

Loket voor de burger

Het advies schets het beeld van een dynamisch flexibel continuüm van zorg waar de burger zonder last van schotten en lijnen de zorg krijgt die nodig is. Multidisciplinaire teams die cross-over werken, over de verschillende settings heen, vormen het enige loket voor de burger. Teamregisseurs zijn als het ware de GPS binnen het totale zorgarrangement, terwijl ze ook in staat zijn om zorg te leveren als dit nodig is.

Het advies is ook een uitnodiging voor een maatschappelijk debat en dat is belangrijk. Het advies is samen met het veld tot stand gekomen, in nauwe samenwerking met de broedplaatsen op basis van drie belangrijke uitgangspunten.

1.    Een nieuw concept van gezondheid waarin we het vermogen van mensen stimuleren om zich te kunnen aanpassen aan verstoringen in lichamelijk, geestelijk en maatschappelijk opzicht.

2.    We stellen het functioneren van burgers centraal.

3.    We gaan uit van de vraag 'wat is er nodig' in plaats van het aanbod 'wat kan er allemaal'.

En juist op deze uitgangspunten wil de commissie het maatschappelijk debat vervolgen. Vervolgen omdat het Verwey-Jonker Instituut in 2013 en 2014 dit debat is gestart met meer dan zestig focusgroepen. De bevindingen uit deze focusgroepen staan inmiddels op de website.

Kritische kanttekeningen

Omwille van het belang van dit debat heeft de commissie Pauline Meurs, hoogleraar bestuur van de gezondheidszorg aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, gevraagd tijdens het congres op 10 april een eerste reflectie te geven. Zij zette kritische kanttekeningen bij de uitwerking van de eerste twee uitgangspunten waarbij ze een risico zag in de te beperkte vertaling van de nieuwe definitie van gezondheid naar  ‘functioneren’. De commissie herkent dit risico.

De kern is natuurlijk dat vanuit de nieuwe definitie van gezondheid gezocht wordt naar wat mensen in staat stelt ook met een ziekte eigen regie te voeren en een leven te leiden dat zij waardevol vinden. Hiervoor is niet alleen inbreng nodig vanuit het zorgdomein. De commissie heeft zich conform haar opdracht nu in eerste instantie gericht op wat professionele gezondheidszorg hieraan kan bijdragen en daarbij aangesloten bij een door TNO ontwikkelde brede definitie van functioneren, Behoud van functioneren en eigen regie vormen een belangrijke basis voor een leven van goede kwaliteit en betekenis!

We hopen de komende tijd nog veel met elkaar over deze en andere thema’s te praten.

Het was een prachtige dag!

Marian Kaljouw

Marian Kaljouw_311

 

1 Reacties

om een reactie achter te laten

Ruud Gebel

24 mei 2015

OPEN BRIEF
Zorg om de zorg in 2030
Geachte mevrouw Kaljouw,

Misschien kent u mij nog. Wij hebben korte tijd samen in een werkgroep van de VVD-partijcommissie gezeten die advies diende uit te brengen over taakdelegatie in de zorg. Wij waren het vaak oneens. Dat is nu niet anders.

Wat mij gebracht heeft tot het schrijven van dit stuk is een artikel in De Dokter (het blad van de LHV) van mei 2015 over het rapport ‘Naar nieuwe zorg en zorgberoepen: de contouren’ van het Zorginstituut. Daar wordt u geïnterviewd. Ik citeer:
“Huisartsen kijken vaak niet naar wat mensen nodig hebben, maar naar wat zij voor iemand in de aanbieding hebben.”
“Een groot deel van het werk van huisartsen bestaat uit geruststelling. Het is toch zonde om dat door een huisarts te laten doen? In de toekomst gaan huisartsen weer doen waar ze voor opgeleid zijn.”

Als u als voorzitter van deze commissie uitspraken doet die blijk geven van een groot gebrek aan kennis van het werkveld, heb ik op voorhand geen enkel vertrouwen in het advies van uw commissie. Dus heb ik het rapport maar eens gelezen.

Mevrouw Kaljouw, huisartsen worden opgeleid om ernstige van niet-ernstige zaken te onderscheiden. NADAT wij hebben vastgesteld dat er niets (ernstigs) aan de hand is (dat weet je pas achteraf), stellen wij de patiënt gerust. Voor niet-ernstige kwalen, en voor een deel van de ernstige kwalen, bieden wij een afdoende oplossing, zo nodig samen met gemeente, wijkverpleegkundigen, paramedici, maatschappelijk werk en eerstelijns GGZ. Slechts een fractie van de patiënten wordt doorverwezen naar specialistische zorg. Wij hebben alles in de aanbieding dat een patiënt vraagt.

Want wij werken sinds jaar en dag “vraaggericht. De patiënt krijgt in een deel van de gevallen niet wat hij direct vraagt (een foto, een verwijzing et cetera). Door de vraag achter de vraag te achterhalen, krijgt hij waar hij eigenlijk om vraagt, namelijk dat wat hij nodig heeft om weer goed te kunnen functioneren (variërend van geruststelling tot behandeling in een academisch centrum).

Het is niet zonde om een huisarts dat te laten doen, dat is de basis van ons zorgsysteem waar door een groot deel van de wereld met jaloezie naar wordt gekeken. De huisarts is bij uitstek degene die pluis van niet-pluis weet te onderscheiden en samen met de patiënt kijkt naar wat de patiënt nodig heeft. Vaak is dat geruststelling, soms is dat behandeling binnen de eerste lijn, zelden is dat behandeling in de tweede lijn. De huisarts wordt door patiënten sinds jaar en dag hoog gewaardeerd.

Waar ik van geschrokken ben is uw poging patiënten onder te verdelen in burgerprofielen en voor elk profiel een zorgarrangement en multidisciplinair team samen te stellen. Is dat vraaggericht werken?
Wij zijn sinds 2013 in Alphen aan den Rijn samen met andere eerstelijnswerkers, gemeente, maatschappelijk werk en thuiszorg bezig zorg en welzijn met elkaar te verbinden. Eén ding hebben wij in ons netwerk gemeen: we willen zaken zo organiseren dat we meer tijd besteden aan direct contact met de zorgvragers en minder aan vergaderen en overleg. Elke patiënt kent zijn unieke multidisciplinair team, bij bijna geen enkele patiënt is dat team hetzelfde: een andere huisarts, een andere wijkverpleegkundige, een andere praktijkondersteuner, andere mantelzorgers en andere vrijwilligers (die ik ook tot het team reken), andere specialist, andere apotheker, wel of geen fysiotherapeut, ergotherapeut, logopedist. Er is niet één team. Het proberen patiënten in hokjes onder te verdelen is bij voorbaat gedoemd te mislukken, zie het DBC en DOT debacle, en verhindert vraaggericht werken in plaats van het te faciliteren.
We hebben elk half jaar een drukbezochte netwerkborrel waar iedereen komt die iets met zorg te maken heeft: van de wijkagent tot de Zonnebloem, en van de huisarts tot de welzijnsmedewerker. Op deze wijze leren we elkaar en elkaars werkveld en competenties beter kennen. We zijn bezig met een pilot voor preventieprojecten in de wijk. We gaan werken met een digitaal communicatieplatform onder regie van de patiënt, waarbij iedereen die met de zorg en het welzijn van een patiënt te maken heeft van deze patiënt toestemming krijgt om in het zicht van de patiënt met elkaar te communiceren. We gaan starten met m-health en thuismetingen. We halen niet alleen steeds meer diagnose- en behandelmogelijkheden in onze praktijken, maar ook steeds meer disciplines als thuiszorg en gemeente (WMO). Zo zorgen we dat de patiënt krijgt wat hij of zij vraagt en nodig heeft.

Deugt er niets van het rapport? Nee hoor, maar veel is niet nieuw. Dat we ons moeten richten op het functioneren en niet op de ziekte van mensen, dat voorzorg en gemeenschapszorg minstens zo belangrijk zijn als (laag)complexe) en hoogcomplexe zorg, dat we gebruik moeten maken van m- en e-health en domotica, dat we uit moeten gaan van de kracht van de burger, dat we moeten samenwerken en lijnoverstijgend moeten denken, is juist, maar dat besef is inmiddels wel doorgedrongen denk ik.

En oh ja, nog een stukje uit het rapport: “Dit advies beoogt een transformatie van het huidige systeem (zie tabel 4.1). Dit is eigenlijk alleen te realiseren wanneer men in staat is het eigen referentiekader te ontstijgen en vooruit te kijken met het algemeen belang voor ogen en niet uitsluitend het eigen belang. We staan op de drempel van een nieuwe periode waarin we gevestigde belangen en posities ter discussie stellen. Dit doen we omwille van de kwaliteit en continuïteit van de gezondheidszorg en vooral in het belang van de burgers van Nederland.” U zet hier iedereen die het niet met u eens is weg als pleiters voor het eigen belang, als mensen die niet willen veranderen. Dat is een bekende politieke truc, maar ik heb lang genoeg in de politiek gezeten om mij daar niets van aan te trekken. Ik heb het belang van patiënten voor ogen, die gebaat zijn bij zorg op maat, bij betrokken hulpverleners die van elkaar weten wat ze doen en bij zorg dicht bij huis. Zij zijn niet gebaat bij hokjes als zorgarrangementen, burgerprofielen et cetera.

Mevrouw Kaljouw, ik hoop oprecht dat uw rapport geen werkelijkheid wordt. Het wordt er niet beter of goedkoper van. Ja, in opleidingen moet meer aandacht besteed worden aan interdisciplinaire en lijnoverstijgende samenwerking, en deze beweging is reeds gaande. Houdt u aan uw opdracht en doe daar aanbevelingen voor. Laat zorgvragers en zorgverleners samen hun gang gaan. Verbetering van de zorg: daar komen we samen wel uit.

Ik ben uiteraard te allen tijde bereid met u van gedachten te wisselen.

Met vriendelijke groet,

Ruud Gebel, huisarts
Loenhorst 17
2402 LV Alphen aan den Rijn
Tel.: 0172-416321
gebel@huisartsenprelude.nl

Gemelde belangenverstrengeling: innovatief huisarts, lid van de VVD, toekomstig patiënt

Top