BLOG

De gemiddelde patiënt bestaat niet

Met ingang van 2017 moet de nieuwe bekostiging van de wijkverpleging worden ingevoerd. Staatssecretaris Martin van Rijn (VWS) wil hierin de vraag van de patiënt centraal stellen en de bureaucratische rompslomp voor wijkverpleegkundigen tot een minimum beperken. Zij moeten ruim baan krijgen om te bepalen welke zorg mensen nodig hebben. Wij onderschrijven dit streven van harte, maar zien ook dat dit nog een denkomslag vraagt bij zorgverzekeraars en toezichthouders.

Geen mens is hetzelfde, maar daar trekken we ons in de zorg nog weinig van aan. Behandelrichtlijnen voor artsen maken geen onderscheid tussen jongvolwassenen en hoogbejaarden. Kwaliteitsonderzoeken produceren generieke rapportcijfers die niets zeggen over individuen. En wijkverpleegkundigen lopen bij alle cliënten plichtsgetrouw dezelfde checklists en assessments af, terwijl zeker op hogere leeftijd de verschillen tussen mensen levensgroot zijn. In gezondheid en vitaliteit, maar ook in wat mensen belangrijk vinden. Goede zorg gaat immers niet alleen om het beperken van narigheid, waar we traditioneel vooral op zijn gericht, maar ook om het helpen van mensen om te zijn wie ze willen zijn en doen wat zij willen doen. Feit is dat de gemiddelde patiënt niet bestaat: dit is een wiskundig construct waar je in de praktijk niets aan hebt. Wat voor de één passende zorg is, kan voor de ander overbodige of zelfs schadelijke zorg zijn. Met meer maatwerk valt er nog veel te winnen, ook uit oogpunt van kosten. Toch maken de huidige registratiesystemen en wijze van financiering het in de praktijk verrekte lastig om die zorg op maat te leveren.

Minder controle, meer vrijheid

Met een nieuw bekostigingsmodel alleen zijn we er niet. Het huidige systeem is niet gebaseerd op vertrouwen, maar op controle tot achter de komma. Meer vrijheidsgraden toestaan aan wijkverpleegkundigen vraagt van zorgverzekeraars, accountants en toezichthouders ook om een andere manier van sturen en controleren. Bij persoonsgerichte zorg gaat het over termen als leefplezier, diversiteit, creativiteit, om individuele vrijheid en verlangens. Begrippen die zich niet laten platslaan in protocollen. Het professionele oordeel van de wijkverpleegkundige is ook geen lineair, prettig voorspelbaar proces maar een continue afweging, rekening houdend met de individuele cliënt en zijn of haar mogelijkheden, beperkingen en sociale omgeving. Als je mensen keuzes geeft, kun je onmogelijk alle varianten in systemen vatten. Normenkaders en registratiesystemen moeten dan vooral dienend zijn.

Dagboek-apps

Dat is natuurlijk spannend, want waar reken je dan op af? Op basis waarvan weet en meet je wat goed is? Hoe waarborg je betaalbaarheid? Registratie blijft belangrijk om de besteding van publieke middelen te verantwoorden en om te kunnen leren. Een nieuw toetsingskader voor verpleging en verzorging kan naar onze mening worden gebaseerd op de vastgelegde ervaringen van professionals: vertellen in plaats van tellen. Er lopen interessante pilots waarin bijvoorbeeld verhalen worden vastgelegd in dagboek-apps. Deze verhalen zijn relevanter voor de praktijk dan groepsgemiddelden en kunnen, in grote aantallen, ook modellen opleveren met bewijskracht op groepsniveau. Het huidige registratiesysteem lijkt houvast te bieden maar creëert vooral schijnzekerheden, tegen een onevenredig hoge bureaucratische last. Hoog tijd om de 'gemiddelde patiënt' te ontslaan en met elkaar een nieuw model te ontwikkelen dat niet meer informatie vraagt dan nodig, dat recht doet aan de verschillen tussen mensen en dat onze wijkverpleegkundigen écht de ruimte geeft om hun prachtige vak uit te oefenen.

Schuurmans_Slaets_311

Joris Slaets is directeur Leyden Academy en hoogleraar Ouderengeneeskunde aan het UMC Groningen
Marieke Schuurmans is hoogleraar Verplegingswetenschap aan het UMC Utrecht

6 Reacties

om een reactie achter te laten

Jan Kremer Kremer

20 juli 2015

Hulde, helemaal terechte blog, niets aan toe te voegen.
Hopelijk gaat dit geluid meer en meer gehoord worden!

Mauk van Heemstra ZorgSteedsBeter

20 juli 2015

Volstrekt mee eens! Doorgeslagen controle- en verrekenzucht op de verkeerde criteria gebaseerd op "de behandeling".

Anderzijds valt er juist toch weer winst te boeken door een andere categorisering. Namelijk precies gericht op de criteria waarin mensen zo verschillen, waaronder "leefplezier, diversiteit, creativiteit, individuele vrijheid en verlangens".

De kunst is dan om die criteria te onderscheiden en dán weer te ontdekken welke mensen gedeelde criteria hebben. Die kun je dan namelijk beter (en daarmee zelfs ook weer efficiënter) bedienen door je aanbod daarop toe te snijden. Denk aan ouderenzorg waar leefstijlgenoten geclusterd wonen en elkaar ontmoeten in stijl met deze kenmerken.

Het punt is dus niet dat je niet moet categoriseren, maar dat je de behoeften en gedragingen van cliënten als vertrekpunt moet nemen, en niet de behandeling zoals de DBC's, DOT's, ZZP's enz doen.

En ja, dan moet je dat ook overlaten aan de zorgverleners om dat te ontdekken en daarop te sturen en daar als financier en toezichthouder van afblijven.

De verhalen van de dagboek-apps kunnen daar een waardevolle bron voor zijn.

Dan heb ik het niet meer over toetsingskader dat op die categorieën is gebaseerd. Want dan kun je terug naar de essentie, namelijk dat je toetst op "outcome", namelijk gezondheid in de nieuwe definitie van Machteld Huber en op medewerkertevredenheid en financiële gezondheid van je organisatie op termijn.

Met meer moeten toezichthouders en verzekeraars zich niet mee willen bemoeien.

tjark reininga

20 juli 2015

terechte blog, maar de gesuggereerde oplossing lost het basisprobleem niet op: ook deze vraagt om registratie. en wellicht zullen de controles vanwege eerst de organisatie van de zorgaanbieder en daarna de betalende zorgverzekering meer tijd gaan vragen en dus meer kosten.

vertrouwen is het centrale thema:
- vertrouwen dat de combinatie patiënt/arts op basis van de diagnose tot een effectieve behandeling komt, waarbij kostenbeperking als randvoorwaarde wordt meegenomen
- vertrouwen dat de combinatie verzekerde/verzekeraar tot een optimale behandeling komen, los van financiële of materiële belangen van een andere orde (dat kan gaan om het macrobudget, maar ook om contracteringsafspraken en zelfs om relaties tussen verzekeraar en zorg- en/of behandelingsaanbieder)
- vertrouwen ook dat de adviseurs van een patiënt (arts, vertrouwensrelaties, verzekeraar, bemiddelaar) zich laten leiden door het belang van de patiënt in het licht van de diagnose.

Mauk van Heemstra ZorgSteedsBeter

20 juli 2015

Eens Tjark!

Dat moet de onderligger zijn en weer worden.

L S

21 juli 2015

Jan Modaal bestaat ook niet, maar staat wel centraal in alle belastingwetgeving. In de zorg is iedere patiënt Jan Modaal.

Monique van Doorn

27 juli 2015

Mooi pleidooi van twee krachtige voorvechters van waardevolle zorg. Voor een praktische toepassing van nieuwe verantwoording breng ik graag een ander SKIPR blog onder de aandacht http://www.skipr.nl/blogs/id2317-tijd-voor-praktische-kwaliteitsverantwoording.html

Top