BLOG

Nationaliseer de zorg-ICT

Terecht pleiten eerstelijns zorgcentra voor aanpassing van de regels die uitwisseling van patiëntinformatie in de zorgketen belemmert. ICT en data zijn lang niet de enige werkvelden waar de kunstmatige grenzen tussen zorglijnen voor ellende zorgen. En het wordt alleen maar erger. Nationaliseer daarom zorg-ICT.

In een pakkend betoog voor werkbare regelgeving somde InEen-voorzitter Martin Bontje onlangs opmerkelijke voorbeelden op van de wijze waarop regels rond data-uitwisseling efficiënte ketenbehandeling in de weg zitten. Het terechte streven naar privacybescherming belemmert op dit moment het noodzakelijke streven naar goede zorg. Bontje pleit logischerwijs voor één enkelvoudig systeem, waarmee de patiënt toestemming geeft voor de uitwisseling van informatie tussen zorgverleners.

De opt-in problematiek is symptomatisch voor de huidige beperkingen in zorg-ICT (zoals zorg-ICT symptomatisch is voor bredere en diepere tegenstellingen in de zorg in het algemeen). Zorg-ICT is altijd versnipperd geweest. Maar waar in de ‘beginjaren’ deze vooral technologisch was ingegeven door een stortvloed aan leveranciers met allemaal hun eigen systemen, is het nu de organisatie van de zorg die verantwoordelijk is voor eiland-denken en versnippering. Dit geldt voor zowel de administratieve systemen als de zorgsystemen.

Grenzen overschrijden

Bruggen slaan begint bij het besef dat het onderscheid tussen bijvoorbeeld de eerste en tweede lijn volstrekt virtueel is, op enig moment ingegeven door zorgaanbieders en politici, soms uitgesproken vaag en altijd in beweging Onze steeds oudere patiënt van de toekomst trekt bij verschillende  aandoeningen op verschillende momenten over en weer over de grens van eerste en tweede lijn en komt voortdurend discontinuïteit van data tegen. Het logische vervolg hierop is discontinuïteit van zorg. De voorbeelden die Bontje geeft voor de eerste lijn, bestaan in het kwadraat in de twee en derde lijn.

Kritisch toetsen

Voor continuïteit in de zorg is continuïteit in datastromen nodig. Om dit te bereiken moeten data en datasystemen in de zorg worden genationaliseerd in twee betekenissen van het woord. Er dient een daadwerkelijk regio-overschrijdend, nationale en geüniformeerde systematiek te komen voor opslag en uitwisseling. Dit is niet zozeer een technologische uitdaging als wel een bestuurlijke. Voor de goede orde: ik pleit niet voor het zoveelste megalomane EPD-project. Integendeel. De feitelijke applicaties kunnen prima worden overgelaten aan afzonderlijke aanbieders en instellingen. Gechargeerd gezegd: hoe meer, hoe liever.

Concurrentie en best practices zullen er dan uiteindelijk voor zorgen dat de beste producten komen bovendrijven. Waar het om gaat, is dat systemen met elkaar kunnen communiceren en data uitwisselen, binnen en buiten de eigen keten en regio. Dit, vanzelfsprekend binnen de privacy-regels. Op nationaal niveau dienen standaarden te worden ontwikkeld waar ze er – op deelterreinen - nog niet zijn en ketenoverschrijdend kritisch te worden getoetst.

Delen afdwingen

De andere definitie van nationaliseren heeft, zo u wilt, wél een zekere politieke lading. Het is noodzakelijk dat bezitters van relevante data –zowel zorgverleners, contracteerders als ICT-dienstverleners- deze data delen. Logisch, inderdaad. Maar in de praktijk niet altijd vanzelfsprekend. Nog te vaak lopen processen en projecten stuk op misplaatste gevoelens van eigenaarschap van data. Waar dit het geval is, moeten overheid of toezichthouders in staat zijn om datadeling af te dwingen. Ook hier is het mogelijk om privacy te beschermen en data zodanig te compartimentaliseren en te delen, dat risico’s adequaat worden afgedekt.

De huidige inspanningen om slimmer met zorg-ICT om te gaan zijn te versnipperd en teveel aan ideologische grenzen gebonden. Continuïteit in de zorg vergt, zoals gezegd, continuïteit in datastromen. Laten we beginnen die te creëren door grenzen weg te gummen. Daar is niets digitaals voor nodig.

Wouter van der Kam

Bestuursvoorzitter van het Zaans Medisch Centrum

Wouter van der Kam_311

7 Reacties

om een reactie achter te laten

L S

19 augustus 2015

Gezien de honderden miljoenen overheidssubsidie zijn Nictiz en het LSP feitelijk gezien genationaliseerde projecten zonder dat de overheid er aansprakelijk of verantwoordelijk voor is. Tegenwoordig het gangbare beleid.

Het enige dat nu nog moet gebeuren is de wettelijke eigenaar van het digitale dossier, de patiënt zelf, de regierol geven. Dit kan door simpelweg een chip in het verzekeringspasje. Pasje verplicht meenemen naar zorgverlener of in de portemonnee voor noodgevallen. OPT-in bureaucratie opgelost.

Erik Schaapman

20 augustus 2015

Hoewel mijn voorganger de uitvoering wel wat simpel voorstelt, ben ik het met hem eens, dat de regierol van de patiënt versterkt moet worden. De macht van de verzekeraars zou hierbij gebruikt kunnen worden om de patiënt te kunnen voorzien van zijn eigen medische dossier. Op een tweede Nictiz zitten we niet te wachten.

Bert Huisman

20 augustus 2015

Beste Wouter,
Landelijk delen begint bij regionaal delen (met gebruikmaking van dezelfde standaarden; deze ontwikkeling is gaande en versnelt naar mijn waarneming). De gezamenlijke zorgbestuurders kunnen hieraan een verdere impuls geven door hun regionale samenwerkings-verbanden verder te versterken en de integratie van informatie te bevorderen. Als het landelijk delen van informatie nodig is (de meeste samenwerkingen spelen zich toch af op regionaal niveau) dan kunnen de regio's hun infrastructuren wel aan elkaar knopen.
Ook ten aanzien van het delen van informatie kunnen zorgbestuurders het initiatief nemen. Het is immers vreemd dat de patiënt de verleende zorg niet "schriftelijk opgeleverd" krijgt: u bent op datum x opgenomen, uw hoofdbehandelaar was internist y, diagnose, ontslagmedicatie, bijzonderheden. Een voor de patiënt aangepaste huisartsen-ontslagbrief, eigenlijk.
En de patient mag bepalen op welke wijze die "brief" wordt verstrekt: op papier, electronisch aan zijn Persoonlijk Gezondheidsdossier, electronisch aan andere zorgverleners, indien die daarom vragen (opt-in). Mutatis mutandis voor andere zorgaanbieders. Voor de inhoud zou je een afspraak kunnen maken, maar de moderne technologie is flexibel genoeg om met verschillende inhoud om te kunnen gaan.
Een dergelijke aanpak vraagt helemaal niet om "afdwingen", je kan er morgen mee beginnen, eventueel na een afspraak op koepelniveau. De ontwikkeling en vooral toepassing van Persoonlijke Gezondheids-dossiers zou hierdoor een enorme impuls krijgen. Resteert de vraag van de kosten. Je spreekt daar niet over, maar het probleem speelt natuurlijk altijd. De kosten van de "oplevering" zijn voor de zorgaanbieder, zoiets hoort gewoon bij de dienst die hij levert. De kosten van een PGD kunnen gedragen worden volgens een formule zoals in het verleden voor de HIS-systemen gold: indien de patiënt een gecertificeerd PGD naar keuze gebruikt betaalt zijn verzekeraar een vooraf landelijk overeengekomen bedrag aan de betreffende leverancier. Als dit een tientje per patiënt is ontstaat er een markt van 32 miljoen euro per jaar, commercieel interessant, een schijntje op de kosten van de zorg maar een enorme stimulans voor de uitwisseling van informatie en een meer zelfstandige rol voor de patiënt.
Ik onderschrijf je pleidooi, maar roep jou en je collega's op om vooral het voortouw te nemen. Dat is verreweg de beste weg om snel resultaat te bereiken.

Bert Huisman

20 augustus 2015

Excuus, noemde een tientje, maar bedoelde natuurlijk 2 Euro.....

Hans ter Brake

20 augustus 2015

Bovenstaande lijkt mij de juiste insteek. Ik gebruik voor het PGD vaak de parallel met het serviceboekje van mijn auto dat door verschillende garages wordt bijgewerkt. In deze vul ik graag aan dat bestuurders van zorgorganisaties en regionale samenwerkingsverbanden initiatief moeten nemen tot (regionale) burgerportalen en PGD's - ook om versnippering te voorkomen en integraties zinvol en efficiënt te doen. Een voorbeeld hiervan is Quli. Dit is een gezamenlijke investering van zorgorganisaties ter ondersteuning van autonomie en zelfmanagement van (kwetsbare) mensen; ten laste van het ICT-budget van de betreffende organisaties. Er worden gegevens uitgewisseld met het EPD/ECD van de zorgorganisatie en de cliënt heeft functionele mogelijkheden (bijv. communicatie met zorgorganisaties). Hoge regionale gebruiksdichtheid is dan van belang. Punt is wel, dat niet alle voor zorgverleners van belang zijnde gegevens (lijken te) worden uitgewisseld via het PGD. Maar, het PGD en de uitwisseling hiermee kan als katalysator – of locomotief - voor deze additionele mogelijkheden functioneren. Voor beide kan de in ontwikkeling zijnde landelijk infrastructuur verder worden geoptimaliseerd.

Hans ter Brake

20 augustus 2015

(aanvulling).

Zweden vervolgt (toch, net als Australië) met het PGD: een landelijke aanpak, gefinancierd door de overheid dat niet concurrerend bedoeld is en niet onder de reguliere wet/regel-geving inzake medische gegevens en uitwisseling valt. Lijkt me mooi en goed begin maar niet ultiem - omdat je wel commerciële initiatieven wil (meer en specifieke functies) en omdat je de uitwisseling van data wel voor je eigen zorgverlening wil gebruiken (en daarmee ook uitwisselt tussen zorgverleners).

http://www.smarthealth.nl/2015/08/19/zweden-krijgen-nu-echt-een-landelijk-persoonlijk-gezondheidsdossier/?utm_source=SmartHealth+EHealth+Nieuwsbrief&utm_campaign=cebbb75498-SmartHealth_Nieuwsbrief_MedValue&utm_medium=email&utm_term=0_bb60c033e7-cebbb75498-70309577

L S

21 augustus 2015

Een goede reden om de zorg-ICT te nationaliseren zou er zijn als er veel zorggelden verspild gaan worden aan het afsluiten van datalekpolissen. Deze bizarre polissen worden nu in de markt gezet als gevolg van nieuwe EU regelgeving. Welke zorgbestuurders gaan hier geld aan uitgeven en wat gaat dit kosten?

Als zorgbestuurders de risico's zelf niet willen of kunnen dragen en polissen gaan afsluiten om hun positie in te dekken, dan wordt het tijd te nationaliseren.

Top