BLOG

Aandachtsuurtje

Bijna dertig jaar ben ik nu werkzaam in de ouderenzorg, als psycholoog in en rond het verpleeghuis. Ik ben trots op wat we bereikt hebben, specifiek in de zorg voor mensen met dementie, die urgent, complex en waardevol is en blijft. We zijn professionals, we verstaan ons vak. Lange tijd was ik ervan overtuigd dat ik zelf, als de omstandigheden daartoe aanleiding zouden geven, vol vertrouwen mijn intrek zou nemen in een verpleeghuis.

Ik zou goed opletten of het een goed verpleeghuis was, met de accenten op de voor mij belangrijke processen en dan zou ik daar nog een best gelukkige tijd tegemoet gaan. De afgelopen jaren ben ik aan het twijfelen aan deze overtuiging. Ik zie de kwaliteit van de zorg onder druk staan. En nu ik lees dat er wordt overwogen een ‘aandachtsuurtje’ in te stellen, overvalt mij een enorm gevoel van triestheid bij het idee dat ik of een van mijn dierbaren vroeger of later subject zou zijn van deze maatregel.

Een aantal ontwikkelingen heeft de verpleeghuiszorg in de afgelopen decennia enorm verbeterd. Bijvoorbeeld de aandacht voor het individu en het individuele zorgplan. Mensen in instellingen dreigen hun eigen identiteit onnodig te verliezen, dat weten we al sinds de publicatie van Goffmanns 'Total institutions' in Nederland in 1975. Daarom besteden we in de verpleeghuizen al vanaf de inhuizing, of liefst daarvoor, aandacht aan individuele wensen, behoeften, voorkeuren, eigenaardigheden. Ook aspecten van gezondheid en ziekte verschillen per persoon. Daarom werken we met een individueel zorgplan: afspraken over zorg, begeleiding en behandeling vanuit het perspectief van het individu en de kwaliteit van zijn of haar leven.

Helende omgeving

Een andere ontwikkeling is de professionalisering. In de zorg werken goed opgeleide, BIG-geregistreerde medewerkers. Zij leren methodisch werken, de signalen van bewoners op te vangen en op hun behoeften in te spelen. Ze overleggen met de familie, kennen de levensgeschiedenis van bewoners en herkennen de symptomen van bijvoorbeeld agitatie of angst en bieden een therapeutisch klimaat. Begeleiding bij de dagbesteding is al vele jaren een belangrijk speerpunt en onmisbaar onderdeel van die helende omgeving. Zorgprofessionals worden ondersteund door behandelaars vanuit verschillende specialismen, om zo kennis uit verschillende domeinen te kunnen benutten in de verpleeghuiszorg.

Toch staan we nog steeds voor complexe vraagstukken zoals probleemgedrag, depressie en risico’s op vallen, ondergewicht, pijn. Samen met familie wikken en wegen we in dilemma’s rondom leven en dood, vrijheid en veiligheid, meegaan of tegenwicht bieden, aanvaarden of bestrijden. Het kost veel tijd en lijkt soms tot weinig resultaat te leiden, maar is wel de enige manier om gezamenlijk tot goede besluitvorming te komen.

Weinig tijd en middelen

De verpleeghuizen kampen in toenemende mate met weinig tijd en middelen en daardoor te lage kwaliteit van zorg en kwaliteit van leven van bewoners. Het zou beter kunnen. We werken onder slechte voorwaarden. Weinig tijd voor scholing en reflectie, hoge werkdruk voor bijna alle betrokkenen, bezuinigingen op facilitaire ondersteuning en middelmanagement en oplopende bureaucratische druk. Verzorgenden besteden zo veel mogelijk tijd en aandacht aan bewoners.

Maar ze vergeten soms voor zichzelf te zorgen. Hebben, nemen of krijgen geen tijd om met collega’s te overleggen, of met de psycholoog. Ze staan er vaak alleen voor en worden geconfronteerd met niet-planbare zorgvragen, waarin ze onmogelijke keuzes moeten maken. Er moet gekookt worden, een familielid is bezorgd, een bewoner ziek, een andere bewoner angstig of boos. Zorginstellingen maken hierin hun eigen keuzes en afwegingen, maar overal is sprake van pijn en gevoel tekort te schieten. Iedere manager weet waarvoor hij of zij extra budget zou willen inzetten, waar de gaten vallen. Soms bij scholing en deskundigheid, soms bij meer formatie, soms bij meer begeleiding van de dagbesteding.

Aandachtsuurtje

In deze complexe werkelijkheid zijn er veel stuurlui aan de wal die ons vertellen wat we anders, beter en dan ook nóg goedkoper kunnen doen. En dan verschijnt daar de term aandachtsuurtje: met een beetje pech straks nog het woord van het jaar 2015. Een uur verplichte aandacht per dag of per week en dan maar wandelen of in een fotoboek kijken. Wat een triest beeld is dat. Kan ik nu vast ergens vastleggen dat ik dat, later als ik in het verpleeghuis woon, niet wil?

Graag meer budget voor de verpleeghuizen. Als mensen willen dat hun grootouders, ouders en straks zij zelf een goede laatste levensfase hebben, waardig, betekenisvol, vrij van pijn en lijden, dan is meer budget absoluut noodzakelijk. En geef dan de instellingen het vertrouwen dat ze het goed besteden.

Maritza Allewijn

Directeur van de PgD Psychologische expertise voor de ouderenzorg

Maritza Allewijn_311

3 Reacties

om een reactie achter te laten

tjark reininga

25 september 2015

een terecht pleidooi, maar hoe voorkomen we dat extra middelen snel verdampen in bureaucratie of technologische ontwikkelingen.

Monique van Doorn

27 september 2015

Dank Maritza voor dit terechte pleidooi om het vertrouwen aan de mensen te geven die het werk ook doen. Met Andere handen community ondersteunen we ook deze professionals bij de uitdagende en waardevolle praktijk. Door hen met elkaar te verbinden en door hen ruimte te geven en te faciliteren hun ervaringen en vragen te delen. Van en met elkaar leren, een proces dat elke dag groeit. Heel praktisch, met en voor elkaar. Ook met oog en oor voor beschikbare veranderingen, slimmere manieren van werken en de benutting van praktische wijsheid. Het een en het ander. Voor geïnteresseerde uitvoerende medewerkers: www.anderehanden.com .

Frank Conijn

6 oktober 2015

Hoe herkenbaar! Wederom maakt de politiek de fout van het opleggen van structuur- en procesnormen (SEP~), waar het aandachtsuurtje onder valt. Terwijl er verzorgings/verpleeghuizen kunnen zijn die zonder zo'n verplicht uurtje al hoog scoren op persoonlijke aandacht, en tegelijkertijd huizen die met zo'n uurtje er nog steeds laag op scoren. Daar hoef je geen groot voorstellingsvermogen voor te hebben.

En wat deze zaak extra triest maakt is dat de essentie van de motie-Smilde c.s., die om uitkomstfinanciering vroeg en kon rekenen uitermate brede Kamersteun plus de steun van het ministerie van VWS, kennelijk niet doorgedrongen is tot de afdeling Landurige Zorg van het ministerie. Die essentie is immers: meet de uitkomsten daar waar mogelijk, en >beperk< vervolgens de daardoor overbodig geworden SEP-normen.

Dus zou de communicatie op het ministerie a.u.b. kunnen verbeteren?

Top