BLOG

Bestuurlijk vrij worstelen schaadt NVZD

Het is nooit een prettig gezicht wanneer bestuurders elkaar de tent uit vechten. Pijnlijker wordt het wanneer juist diegenen die geacht worden de belangen en het imago van de beroepsgroep hoog te houden met elkaar in de clinch gaan. Hoe geloofwaardig is een beroepsorganisatie waarvan de bestuurders elkaar naar het leven staan in een langdurige pot bestuurlijk vrij worstelen?

Falling out

Voor insiders kwam de breuk tussen NVZD-directeur Jan Aghina en het NVZD-bestuur niet als een verrassing. Maar over de achtergronden van hun falling out tast de buitenwacht vooralsnog in het duister. In een commentaar in Skipr houdt scheidend voorzitter Bert Bunnik het op “ernstige verschillen van inzicht,  waar inhoudelijk niet op kan worden ingegaan”. Zulke algemeenheden zullen juridisch wel de verstandigste weg zijn, maar tezelfdertijd vormen ze dankbare stof voor speculaties.

Imagoschade

Voor de NVZD is het van cruciaal belang dat zulke speculaties snel de wereld uit worden geholpen. Hoe langer de bestuurlijke onmin voortduurt, hoe groter de imagoschade voor de NVZD. Hoe geloofwaardig immers is een beroepsvereniging die een code of conduct voor bestuurders propageert en daarbij zelf niet eens het goede voorbeeld weet te geven?  Welke beleidsmaker of politicus wil nog zaken doen met een beroepsorganisatie die met twee stemmen spreekt? Wat is het pleidooi voor bestuurlijke transparantie waard als niemand kan uitleggen wat er in de NVZD-top is misgegaan? Kan een beroepsgroep aanspraak maken op zelfregulering als in eigen gelederen schotjesgeest de boventoon voert?

Rijen sluiten

Dat het niet ondenkbaar is dat andere partijen de NVZD als irrelevant ter zijde schuiven, bewijst wel het VWS-optreden inzake het governance-dossier. Hoezeer de NVZD zich de afgelopen tijd ook op dit punt heeft  geprofileerd, met het afkondigen van een wettelijk beloningskader heeft Den Haag een dikke streep gezet door zelfregulering.  
De beurt is nu aan een algemene ledenvergadering die op  19 november bijeenkomt. Uit de achterban is in de aanloop naar de ledenvergadering al de nodige kritiek gekomen, waarbij met name de statutaire bevoegdheid van scheidend bestuursvoorzitter Bunnik onder vuur werd genomen. Daarmee dreigt een scenario waarbij de NVZD-achterban uiteenvalt in een Aghina- en een Bunnik-kamp. Wil de NVZD de komende tijd nog meetellen, dan is dit het slechtst denkbare scenario. Als de leden verstandig zijn, staat ze in feite maar één weg open: wegblijven van verdeel- en heersbesluiten en –vanuit een besef van gedeeld belang- als de wiedeweerga de rijen sluiten.


Philip van de Poel

0 Reacties

om een reactie achter te laten
Top