BLOG

Het geheim van Antoni van Leeuwenhoek

Een coassistent aan je zijde die lastige vragen stelt, houdt je voortdurend scherp. Maar in de traditionele ziekenhuiscultuur benadrukken we voortdurend de hiërarchie. Waartoe samenwerking en frisse ogen kunnen leiden, deed Antoni van Leeuwenhoek al voor in de zeventiende eeuw.

In het zeventiende-eeuwse Delft liepen de ontwikkeling van de medische wetenschap, de schilderkunst en de optica parallel. Afgelopen jaar beschreef wetenschapshistoricus Huib Zuidervaart in het NRC Handelsblad hoe dat ging. De schilder Vermeer woonde om de hoek bij een lenzenmaker, die weer goed bevriend was met een apotheker en chirurgijn. Zij kwamen regelmatig bij elkaar om samen te dineren. Perspectiefstudies werden beter door de goede lenzen, waardoor de schilders nog beter gingen schilderen. De chirurgijn had belangstelling voor de lenzen in zijn medische praktijk. Nog weer iets later kwam Antoni van Leeuwenhoek ook in dezelfde buurt wonen. De inspiratie die hij daar opdeed en de samenwerking later met Reinier de Graaf heeft geleid tot de ontdekking van microben en zijn latere wereldfaam.

Netwerken

'Denken in netwerken, niet in gebouwen' is een kreet helemaal van nu. Maar Huib Zuidervaart laat ons zien dat ook in de zeventiende eeuw kruisbestuiving en elkaar informeel ontmoeten belangrijke factoren voor succes waren. In de zorgwereld kruipen we ook vaak bij elkaar in één gebouw: de diverse vakgroepen samen in een ziekenhuis natuurlijk, maar ook de brancheverenigingen op de Oudlaan of de Domus Medica waar de Federatie huist in Utrecht zijn voorbeelden. Toch blijken verschillende afdelingen vaak volstrekt niet van elkaar te weten waar ze mee bezig zijn. Tijdens de lunch zoekt men toch weer het  vaste groepje op, bij vergaderingen heerst nog wel eens het not invented here-syndroom.

Als STZ hebben we daarom een speciale nieuwjaarsborrel georganiseerd:  ‘van Oudlaan naar nieuw denken’, hebben we die genoemd. We hebben van alle organisaties die huizen in ons gebouw een afvaardiging uitgenodigd. Samen zijn we gaan kijken wat we voor elkaar, maar vooral ook voor de patient, kunnen betekenen. De stroom van ideeen was enorm, zo gaan we onder andere de wijkzorg in de buurt ondersteunen met de op de Oudlaan aanwezige zorgexpertise.

Nieuw denken

Soms ben ik een beetje jaloers op de jonge hipsters die op gympen en in een capuchontrui werken in een tot creatieve hub omgebouwde industriële loods. Zij runnen een start-up en krijgen voortdurend hoog bezoek van grote gevestigde bedrijven die van hun willen leren hoe je nieuw kunt denken.

Wacht eens even: dat weten we in het ziekenhuis toch al lang? Niets zo geschikt om je scherp te houden als voortdurend een coassistent aan je zijde die lastige vragen stelt. Maar in de traditionele ziekenhuiscultuur benadrukken we voortdurend de hiërarchie. Je  moet wel je plaats kennen als coassistent of aios.… Gelukkig is er al veel aan het veranderen. Toch zou het misschien wel goed zijn om datgene wat we al zo lang doen in de ziekenhuizen: namelijk leren van de jongere garde, en het samenwerken tussen zeer verschillende vakgroepen, eens met frisse nieuwe ogen te bekijken. Antoni van Leeuwenhoek ging ons al voor.

Fenna Heyning

Directeur van de Samenwerkende Topklinische opleidingsziekenhuizen

Fenna Heyning_311

2 Reacties

om een reactie achter te laten

Frank Conijn

16 februari 2016

Niet helemaal on-topic, maar wel gerelateerd en een betere gelegenheid doet zich waarschijnlijk niet snel meer voor voor de volgende vraag: Wat is de definitie van een Topklinisch Opleidingsziekenhuis? Dan wel: wie bepaalt of een ziekenhuis dat predicaat krijgt? En is er dan nog een verschil tussen wel of niet 'Samenwerkend'?

En dezelfde vraag geldt het begrip Topklinisch Ziekenhuis (dus zonder opleidingsaspect). Van Academisch/Universitair Ziekenhuis is e.e.a. duidelijk, maar vergis ik me of zijn er voor de andere predicaten geen duidelijke normen vastgesteld, zijn ze wellicht zelfs zelftoegekend?

Peter Koopman

18 februari 2016

Paul Baks raakt een gevoelig onderwerp en hij heeft gelijk dat dit nog onvoldoende besproken is. Naast "marketing inzake prijs en gastvrijheid" spelen toch ook inhoudelijke zaken als "vertrouwen in deskundigheid" en "ervaringen bij verwijzers" een belangrijke rol. Men zou aan dokters en verpleegkundigen kunnen vragen waar zij zelf of hun familie het best behandeld worden bij kwaal x of y. Je zult dan geen ziekenhuizen als antwoord krijgen, maar teams of afdelingen. Marketing zou dan op teamniveau zinvol zijn en niet op institutieniveau. Ben benieuwd naar reacties in de Tweede Kamer op goed idee van Paul Baks.

Top