BLOG

Zwijgcontracten: spreken is goud en zwijgen (geen) zilver?

Er is de laatste tijd veel te doen over 'zwijgcontracten' in de zorg. Het vertrouwen in artsen en zorginstellingen lijkt tanende en de publieke verontwaardiging over het niet melden van calamiteiten is groot.

Het niet melden van calamiteiten wordt bijna nog overstemd door morele verontwaardiging over zogenaamde zwijgcontracten. Minister Schippers noemt deze contracten onacceptabel en  de media spreken er schande van. Dat een contract met wederzijds goedvinden wordt gesloten, lijkt er in de discussies niet meer toe te doen. Dat beide betrokken partijen zich laten bijstaan en adviseren door hun advocaten en hun eigen afweging hebben gemaakt bij het sluiten van deze overeenkomsten evenmin.

Het is natuurlijk mogelijk dat deze overeenkomsten met wederzijds goedvinden worden gesloten, maar dat een van beide partijen daar later spijt van krijgt, zich toch niet rechtvaardig behandeld voelt of anderszins van mening over de getroffen regeling veranderd. Dat dat kan, is inmiddels wel gebleken. Maar waarom worden deze contracten, ook wel vaststellingsovereenkomsten genoemd, eigenlijk gesloten?

Onzekerheden

In het algemeen sluiten twee partijen een contract om afspraken te maken over hun wederzijdse rechten en plichten  en deze schriftelijk vast te leggen. In een vaststellingsovereenkomst worden eventuele (toekomstige) onzekerheden beslecht zoals bijvoorbeeld onzekerheid over aansprakelijkheid, het eventueel verschuldigde bedrag aan schadevergoeding en het stopzetten of niet aanvangen van eventuele juridische procedures. Een vaststellingsovereenkomst is niet bedoeld en ook niet geschikt om fouten te verzwijgen of onder tafel te werken of te houden. In een tijd van openheid en transparantie kan dat ook niet.

Beide partijen hebben vaak belang bij een te sluiten overeenkomst. Het is de bedoeling dat door het sluiten van een vaststellingsovereenkomst partijen hun geschillen definitief beslechten, of, om in stijl te blijven: de strijdbijl begraven.

Verboden

In deze tijd van openheid en transparantie worden afspraken over geheimhouding in een overeenkomst wellicht niet meer van deze tijd geacht, maar verboden zijn ze niet. Die afspraken kunnen in het belang van beide partijen zijn. Partijen willen soms beiden een zaak afsluiten. Als er na het sluiten van de overeenkomst alsnog juridische procedures volgen, komt de afsluiting eigenlijk niet of pas veel later.

Schikkingen lijken de laatste tijd in een kwaad daglicht te staan omdat het gevoel bestaat dat er zaken die het daglicht niet kunnen verdragen onder tafel worden gewerkt, maar bij een reguliere schikking is daar geen sprake van. Door het betalen van een bepaald geldbedrag en het maken van afspraken over de toekomst, bijvoorbeeld het stopzetten of niet aanvangen van juridische procedures, voorkomen partijen beiden een dure en belastende civiele procedure. Dat de betalende partij er dan niet nog een tuchtprocedure of strafzaak achteraan wil hebben, is invoelbaar. Als de patiënt of nabestaanden die afspraak niet willen maken is dat legitiem, maar als ze die afspraak nu wel willen maken, wat is daar nu eigenlijk tegen?

Geheim houden

Het geheim houden van calamiteiten is wettelijk gezien niet mogelijk omdat iedere zorgaanbieder een meldplicht aan IGZ heeft en de plicht om de calamiteit te onderzoeken en te rapporteren in de vorm van een onderzoeksanalyse en –rapportage. Bij dit onderzoek moeten ook patiënten en nabestaanden worden betrokken. Geheimhoudingsclausules kunnen deze wettelijke plicht niet doorbreken. Een zwijgcontract is, als daar afspraken over zouden worden gemaakt, voor dat deel nietig of vernietigbaar.

Als partijen elkaar wantrouwen, is een echte schikking, waardoor de zaak kan worden afgesloten, eigenlijk niet goed mogelijk omdat de basis voor die schikking ontbreekt. Voor de adviseurs van partijen zou dit wellicht een belangrijke les kunnen zijn. Een goede vaststellingsovereenkomst is wellicht goud waard, maar eentje waar het wederzijds wantrouwen blijft bestaan of zelfs onderhuids toeneemt, zelfs geen zilver.

Willemien Kastelein

Advocaat/partner Nysingh advocaten-notarissen

Willemien Kastelein_311

1 Reacties

om een reactie achter te laten

Peter Koopman

15 mei 2016

Het "schot" tussen de ZvW en Wlz kent nog een hobbel: de bureaucratische indicatiestelling ipv de professionele indicatiestelling. "Gelijke behandeling" zou daarvoor de hoofdreden zijn, terwijl volgens de staatssecretaris VWS de persoonsgerichte aandacht juist in de langdurige zorg centraal moet staan. Naar mijn mening dient ook dit verschil "geruimd" te worden en kan met bureaucratische controle achteraf bijv. via steekproeven volstaan worden. Want enig toezicht op besteding van collectieve middelen is zinvol. Hoewel ik meer verwacht van inhoudelijke toetsing, bijv. via de Wet BIG/tuchtwet inzake indicerende erkende zorgprofessionals.

Top