BLOG

Goede voornemens voor de ziekenhuiszorg

De angst regeert in de zorg. Wie in de weken voor Kerst de wedstrijd armpje drukken over de prestatiebekostiging bij de ziekenhuizen heeft gevolgd, kan bijna geen andere conclusie trekken. Het ministerie van Financiën verzet zich tegen de plannen van minister Klink om, in combinatie met de invoering van een nieuwe productstructuur en het afschaffen van de huidige budgettering, in 2011 het vrij onderhandelbare B-segment te vergroten naar vijftig procent.  En dat terwijl er toch een redelijke voorzichtig invoeringstraject is voorzien, met een “Z-waarde model” waardoor de eerste jaren maar beperkt sprake is van liberalisering.  Een model waartegen de ziekenhuizen zich weer verzetten, omdat daarmee ook het huidige B-segment weer (deels) gebudgetteerd wordt.

Verantwoorde invoering

Zijn we dan weer terug bij af? Gaan we terug naar de jaren negentig, waarin de wachttijden voor veel behandelingen opliepen tot onaanvaardbare hoogte en de budgetsystematiek rationele keuzes voor doelmatigheid en kwaliteit in de weg stond? Of dreigt er juist een kostenexplosie door een onverantwoorde volumeontwikkeling in de ziekenhuiszorg? Zo ver is het nog niet. Maar dan moeten alle betrokken wel hun ideologische stekels – marktwerking tegenover budgettering, streven naar maximale vrijheid  tegenover volledige zekerheid vooraf – weer intrekken. En bereid zijn om met elkaar te bekijken hoe we op een verantwoorde manier meer ruimte kunnen creëren voor ondernemerschap, kwaliteit, keuzevrijheid en doelmatigheid in de ziekenhuiszorg.

Nieuwe spelregels

Maar wat is verantwoord? Voor mij gaat het om twee zaken. Ten eerste, bij grote veranderingen van buitenaf – zoals de invoering van prestatiebekostiging wel mag worden genoemd – moet er enige tijd zijn om te wennen aan de nieuwe spelregels. Systeemveranderingen mogen er niet toe leiden dat bepaalde ziekenhuizen, of zorgverzekeraars, louter als gevolg van die wijziging geen bestaansrecht meer hebben. Of juist het tegenovergestelde: dat een aantal insiders met grote overwinsten aan de haal gaat – de Oost-Europese privatiseringen, zeg maar. (Sommigen zouden ook de recente inkomstenstijging van medisch specialisten in die categorie kunnen plaatsen.)

Tegelijkertijd moet er, met alle begrip voor de onzekerheden van de transitiefase, wel voldoende perspectief zijn op echte verandering – de invoering van prestatiebekostiging is immers juist bedoeld om alle betrokken uit hun comfort zone te halen.

Maatschappelijk ondernemerschap

Ten tweede, ook in een situatie van prestatiebekostiging of marktwerking ligt er een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het tegengaan van ongebreidelde groei van de zorguitgaven. Dat lijkt misschien tegenstrijdig. Voor velen staat ondernemerschap immers gelijk aan een streven naar groei: meer zorgvolume, meer omzet, misschien zelfs meer winst… Maar ik denk dat we ons moeten realiseren dat ondernemerschap in de zorg altijd maatschappelijk ondernemerschap zal zijn. We kunnen daarom niet volstaan met de houding dat kostenbeheersing alleen het probleem van de overheid is en dat alle andere betrokkenen – aanbieders, consumenten, zorgverzekeraars – vrijelijk naar maximalisatie  van hun eigen belang  kunnen blijven streven. Dat inzicht geldt overigens niet alleen de zorg, zoals de huidige discussie over het bankwezen laat zien.

Tegengaan ongebreidelde groei ziekenhuisuitgaven

Wat betekent dit nu in de context van de discussie over de prestatiebekostiging in de ziekenhuizen? Als we kijken naar de mogelijkheid om te wennen aan de nieuwe situatie, dan biedt het door de NZa voorgestelde Z-waarde model voor de ziekenhuizen inderdaad die mogelijkheid, omdat de oude budgetgarantie geleidelijk wordt afgebouwd. Van belang is dan wel dat ook naar de positie van zorgverzekeraars wordt gekeken: doordat de nieuwe productstructuur alle verbanden tussen verzekerdenkenmerken en verwachte kosten van ziekenhuiszorg op de schop neemt, duurt het enige tijd voor het risicovereveningssysteem – en daarmee het gelijke speelveld tussen zorgverzekeraars – weer op orde is. Het is dus geen optie om zorgverzekeraars versneld risicodragend te maken om daarmee kostenbeheersing af te dwingen – bij gebrek aan goede gegevens geeft het systeem daarvoor gewoonweg niet de goede prikkels.

Budgetteringsreflexen

Wat dan wel? Er zijn wel degelijk mogelijkheden om ongebreidelde groei van de ziekenhuisuitgaven tegen te gaan, zonder terug te vallen op oude budgetteringsreflexen. De ervaringen in het huidige B-segment laten zien dat er stevig onderhandeld wordt over de prijs, maar niet alleen daarover: meer en meer worden er (staffel-) afspraken gemaakt over volumes, en afspraken over kwaliteit van zorg – uiteindelijk ook een vorm van volumebeheersing, omdat er heropnames en complicaties mee voorkomen worden.

Normen stellen

Met een betere productstructuur, en veel meer mogelijkheden voor afrekenen op prestaties, kunnen zorgverzekeraars straks nog sterker bijdragen aan beheersing van de uitgavenontwikkeling in de ziekenhuiszorg. Maar ook andere betrokkenen zullen dan hun bijdrage moeten leveren. Ziekenhuizen en medisch specialisten zullen door middel van prestatieindicatoren inzicht moeten geven in de geleverde kwaliteit. Er moeten normen en gegevens komen over toegestane praktijkvariatie en verschillen in indicaties – een mooie taak voor het nieuwe regieorgaan voor de kwaliteit. Er zal tijdig financiële informatie beschikbaar moeten zijn over het onderhanden werk bij de ziekenhuizen, zodat indien nodig kan worden bijgestuurd. En waar nodig moet concentratie van zorg kunnen worden afgedwongen en capaciteit worden afgebouwd: als alle ziekenhuizen alles blijven doen zal het aanbod ook zijn eigen vraag blijven scheppen – en wordt het ook bijzonder moeilijk om echte verbeteringen in kwaliteit en efficiency te realiseren.

Helderheid en vertrouwen

Dit zijn allemaal zaken die veldpartijen – ziekenhuizen, medisch specialisten en zorgverzekeraars – met elkaar in gang kunnen zetten. Die partijen moeten dan wel bereid zijn om in voorkomende gevallen over hun kortetermijnbelang heen te stappen om een verantwoorde invoering van prestatiebekostiging mogelijk te maken – en een beetje druk vanuit de overheid kan daarbij helpen. De overheid kan faciliteren en eisen stellen, bijvoorbeeld als het gaat om kwaliteitsnormering en de controle daarop.

Maar van de overheid mag dan ook wel wat worden terugverwacht, namelijk helderheid en vertrouwen. Helderheid over het eindperspectief, inclusief het tempo waarin het overgangsmodel zal worden afgebouwd. En vertrouwen, door uit te gaan van een realistische ontwikkeling van de zorgvraag en niet bij voorbaat alles dicht te timmeren uit vrees voor mogelijke kostenoverschrijdingen. Zolang de angst regeert, kan de zorg niet goed werken.


Pieter Hasekamp
Algemeen directeur Zorgverzekeraars Nederland

2 Reacties

om een reactie achter te laten

M. van Nimwegen

7 januari 2010

Wanneer gaan zorgverzekeraars, ziekenhuizen en overheid inzien dat integrale gezondheidszorg, dus samenwerking tussen regulier en 'alternatief' kostenbesparend kan zijn?



Zie http://www.iocob.nl/kosteneffectief/index.php

lXXrlnZfx

1 maart 2011

7mdDvi <a href="http://sbekpwhvffpp.com/">sbekpwhvffpp</a>, [url=http://krocltssmwvh.com/]krocltssmwvh[/url], [link=http://lywpqubgihhg.com/]lywpqubgihhg[/link], http://erzkepgegxxo.com/

Top