BLOG

Poortwachter moet voordeur wel open houden

Drie jaar geleden presenteerde de NPCF haar visienotitie ‘Eerstelijnszorg voorop!’’ met als kernboodschap het bevorderen van samenwerking in de eerste lijn. Een van de aangrijpingspunten om de geïntegreerde benadering in de eerste lijn een stap dichterbij te brengen, is het verbeteren van de service en dienstverlening door huisartsen. Om te kunnen beoordelen hoe het nu met die bereikbaarheid en dienstverlening van huisartsen gesteld is, organiseerde de NPCF samen met de Zorgbelangorganisaties een meldactie. En die leverde drie interessante signalen op die ik graag met u deel.

Bereikbaarheid

Zo blijkt uit de meldactie dat tweederde van de vierduizend deelnemers vindt dat de openingstijden van de huisarts niet altijd toereikend zijn. Circa zeventig procent van de respondenten geeft aan behoefte te hebben aan avond- en/of weekendspreekuren.

Telefonische bereikbaarheid

De helft van de deelnemers meldt ‘s ochtends in enige mate problemen met de telefonische bereikbaarheid te ondervinden. ’s Middags is het iets beter, maar dat kan ook liggen aan het feit dat een op de vijf mensen ’s middags niet meer bellen.

Coördinerende en coachende rol

De digitale mogelijkheden om met de praktijk in contact te komen lopen achter bij de ontwikkelingen. Slechts een kwart van de respondenten meldt deze mogelijkheid.

Verbeterpunten huisartsenpraktijk

Kortom, uit deze meldactie blijkt wederom dat aan de bereikbaarheid van de huisartsenpraktijk nog het nodige valt te verbeteren. De urgentie om de ervaren toegang tot de huisarts te versoepelen neemt toe nu de chronische zorg meer en meer naar de eerste lijn wordt overgeheveld. Van de huisarts wordt een coördinerende en coachende opstelling verwacht. Voorwaarden voor het vervullen van deze nieuwe rollen zijn goede bereikbaarheid en toegankelijkheid. Hier ligt dus voor de huisartsen een uitdaging.

Toegankelijkheid

Dat geldt ook voor de toegankelijkheid. Als de patiënt een afspraak wil maken, kan slechts een op de drie altijd binnen een dag terecht. Anders gezegd: twee van de drie mensen moeten twee dagen of langer wachten. Dit terwijl minder dan de helft van mening is dat een wachttijd van twee dagen acceptabel is en zelfs een op de drie mensen aangeeft twee dagen wachttijd onacceptabel te vinden.

Aanscherping Treeknormen

De resultaten van de meldactie geven voor de NPCF aanleiding om op te roepen  tot aanscherping van de Treeknormen. Volgens deze normen, die in het jaar 2000 door zorgaanbieders en zorgverzekeraars zijn opgesteld, zou de huisarts voor tachtig procent van de zorggebruikers binnen twee werkdagen toegankelijk moeten zijn; de maximale wachttijd is destijds vastgesteld op drie werkdagen. De NPCF pleit ervoor om de normen zodanig te herzien dat tachtig procent van de zorggebruikers binnen een werkdag terecht kan voor een afspraak en een maximale wachttijd van twee werkdagen. Op die manier wordt beter voldaan aan de wensen en behoeften van patiënten en zullen huisartsen hun patiënten beter van dienst zijn.

Integrale zorg

Een laatste belangrijk aandachtspunt uit de meldactie heeft betrekking op de brede geneeskundige blik van de huisarts. De huisarts is ervoor opgeleid om de latente en manifeste klachten van patiënten in samenhang met elkaar te beoordelen en op waarde te schatten. De zorg voor chronische aandoeningen komt in de eerstelijnszorg steeds nadrukkelijker in beeld. Huisartsen kunnen en willen daarbij een belangrijke rol spelen, maar dan is het wel belangrijk dat mensen met uiteenlopende vragen bij de huisarts terecht kunnen. En dat de huisarts voldoende tijd neemt om hun vragen te beantwoorden. Uit de meldactie blijkt dat tweederde van de respondenten niet altijd meerdere gezondheidsproblemen in een consult kan bespreken en dat de helft van mening is dat de huisarts niet altijd voldoende tijd neemt. Dit levert een risico op voor de integrale benadering die de huisartsengeneeskunde voorstaat.

‘Een dikke acht’ nog buiten handbereik

Het is zaak dat de huisarts via een goede bereikbaarheid en dienstverlening een uitstekende ingang biedt voor mensen met hun zorgvragen, wensen en behoeften. Pas wanneer huisartsen hieraan gaan voldoen, komt ‘een dikke acht’ van de patiënt waarover de voorzitter van de Landelijke Huisartsen Vereniging in een recent interview met het Reformatorisch Dagblad spreekt daadwerkelijk binnen handbereik. In deze meldactie blijven ze steken op een 7,5.

Marjolein de Booys

2 Reacties

om een reactie achter te laten

tjark reininga

1 februari 2010

u heeft gelijk, we vragen steeds meer van de eerste lijn. en de beleidmakers lijken zich nauwelijks te realiseren dat zij namens ons overvragen. wil de eerste lijn de functies van poortwachter en kwaliteitszorger aan kunnen, dan zullen daarvoor de faciliteiten gecreeerd moeten worden. en daarvoor zullen, dat wordt het probleem, de financiële middelen beschikbaar moeten komen. maar tot nu toe horen we alleen maar over de bezuinigingen die het moet opleveren.

Anonym

5 februari 2010

De druk op de huisartsen kan verminderd worden als ze geen poortwachter meer zouden zijn. In dat geval is de patient minder sterk van 'n huisarts afhankelijk. Juist door die afhankelijkheid worden er eisen gesteld aan de bereikbaarheid.

Bij een groter aanbod van huisartsen zou de klantgerichtheid van de huisarts automatisch toenemen. Want de patient stapt dan gemakkelijker over naar de concurrent die beter presteert.



Dus hierbij een oproep aan startende huisartsen om zelfstandige praktijken op te zetten. Ook als de starter niet de praktijknorm van 2350 patienten haalt, kan er nog een goede boterham aan verdiend worden.

Top