BLOG

Gemeente en zorg: wat gaan we kiezen?

Op 3 maart gaat Nederland naar de stembus om nieuwe gemeenteraden te kiezen. Als aftrap gaf de VNG in het Financieele Dagblad van 25 januari haar visie op de gemeentelijke rol in de zorg. Kern: wij kunnen de AWBZ-zorg uitvoeren, gekoppeld aan de Wmo, en een grotere rol vervullen in preventie. Dan moet er wel anderhalf tot twee procent van de AWBZ en de zorgverzekeringswet naar het gemeentefonds, voor preventief beleid in brede zin.

Lokale zorg en welzijn

Dat is in het landelijk debat een mooie stellingname, maar het gaat nu om de lokale verkiezingen. Als burger wil je weten hoe jouw gemeente aan de slag is met zorg en welzijn. Sterker nog, dan wil je eens in de vier jaar daarover ook je stem kunnen laten horen. Daarvoor werd het toch lokaal beleid! Dan moet er wel wat te kiezen zijn en moeten de lokale partijen aangeven wat hun plannen zijn. Het gaat ook echt ergens over: 30 tot 35 procent van het gemeentefonds gaat naar de Wmo!

Keuze voor lokaal zorgbeleid?

De gemeentelijke verkiezingen staan steeds meer in het teken van nationale thema’s als veiligheid en integratie en zijn vooral een graadmeter voor de landelijke politiek geworden. Is de PvdA standvastig genoeg, heeft Balkenende nog voldoende gezag, kan Kant uit de schaduw van Marijnese komen, krijgt Verdonk een poot aan de grond, hoe gaat de PVV het doen in Den Haag en Almere? Gek dat er steeds minder mensen komen stemmen.

Weinig zorg-issues

Als er al duidelijke lokale issues zijn, dan gaan die over het onderhoud van de wegen, parkeertarieven, huizenbouw, cultuur, de lokale belastingen (OZB!) en werkgelegenheid, maar niet over welzijn en zorg. Daarover staat vrijwel niets op de verschillende websites. Ik heb in mijn eigen stad Rotterdam gekeken bij de verschillende partijen. Dan zie je soms een uitstapje naar vitaal ouder worden, mantelzorg en vrijwilligers (CDA), soms concrete projecten voor samenhang in zorg en welzijn (SP), maar bij de meeste andere partijen is het heel globaal (PvdA: zorg en welzijn moet voor iedereen toegankelijk zijn). De VVD vindt dat het tijd is voor een drastisch andere aanpak van welzijn. Dus: “Mensen die ondersteuning nodig hebben, moeten dat krijgen. Maatschappelijk werk en ouderenwerk mogen op ondersteuning van de VVD rekenen. Er zijn teveel kleine instellingen die zich bezig houden met welzijn, met eigen directeuren en besturen. Daar moet het mes in. Samenwerking heeft efficiëntie en kostenbesparing tot gevolg.” Maar inhoudelijk concreter wordt het niet. Op de digitale kieswijzer wordt geen enkele stelling over zorg en welzijn voorgelegd. Het gaat in mijn stad wel om 120 miljoen euro.

FNV als reddingsboei

In haar Lokale Monitor Inkomen en Zorg 2009 brengt de FNV het sociaal beleid bij werk, inkomen en zorg van 196 gemeenten in beeld. De FNV trekt een aantal interessante conclusies, die in verkiezingstijd extra lading hebben. Allereerst zou blijken dat het Wmo-budget in 2010 niet meer toereikend is. Vorig jaar hielden de gemeenten echter nog ruim 250 miljoen euro over, nu zegt 43 procent van de onderzochte gemeenten dat het budget te laag is. Goede timing, zo vlak voor de gemeenteraadsverkiezingen.

Uitvoering van de Wmo

Ten tweede stelt het FNV dat het de uitvoering van de Wmo nog moeizaam loopt. Nog altijd wil een grote meerderheid van de gemeenten voor een dubbeltje op de eerste rang zitten bij het aanbesteden van huishoudelijke hulp en daarbij tarieven hanteren waarvoor geen goede kwaliteit zorg geleverd kan worden. Aldus de FNV. En dat vaak in kortdurende contracten, waardoor er veel onrust is bij zorgaanbieders, medewerkers en ambtenaren. De Tweede Kamer spreekt inmiddels over het afschaffen van deze aanbestedingsprocedure.

Aanpak indicatiestelling

Voorts zijn de gemeenten verantwoordelijk voor de indicatiestelling in de Wmo. Bijna de helft van de gemeenten doet dat zelf, de andere helft zet het buiten de deur, ook weer via aanbesteding. De aanpak van indicatiestelling varieert: product- of functiegericht, telefonisch of huisbezoek of via zorgloket. De FNV vindt het belangrijk dat het indicatieproces klantvriendelijk en objectief verloopt. Dat zou het beste kunnen via een huisbezoek, maar slecht 40 procent van de onderzochte gemeenten doet dat. Het besluit duurt dan vervolgens zo’n vier weken bij huishoudelijke hulp en 7 tot 8 weken bij een rolstoel of woonvoorziening (daarna volgen overigens nog offertetrajecten).

AWBZ en Wmo

Sinds 1 januari 2009 kunnen mensen met lichte beperkingen geen beroep meer doen op de AWBZ voor de ondersteunende begeleiding, maar mogelijk wel via de Wmo. De FNV roept de gemeenten op zich proactief in te spannen om deze groep te faciliteren en gebruik te laten maken van de gelden die speciaal daarvoor beschikbaar zijn gesteld door het rijk. De meeste gemeenten zijn van plan (nu nog?!) hiervoor specifiek beleid te ontwikkelen, andere gemeenten zijn terughoudend. Tweederde van de gemeenten voert geen doelgroepenbeleid, want de Wmo is voor alle burgers die zorg nodig hebben. Is er wel specifiek beleid, dan richt zich dat vaak op ouderen, mensen met een laag inkomen en chronisch zieken en gehandicapten. Landelijk groeit de roep om meer specifiek beleid voor kwetsbare doelgroepen. Zo komen bijvoorbeeld de gezamenlijke ouderenorganisaties binnenkort met een Manifest over de ouderenzorg.

Gratis stemadvies

Lees ook de enigszins verstopte bijlagen van de FNV-monitor goed. Dan zie je wat de samenstelling van de gemeenteraad betekent voor het lokaal beleid. Voor het zorgbeleid zijn drie indicatoren opgesteld: eigen bijdragen voor mensen met minimum¬inkomen, sociale criteria bij aanbesteding huishoudelijke hulp en het gestelde tarief voor huishoudelijke zorg. Colleges met SP en GL vallen positief op bij twee van de drie indicatoren, de VVD valt negatief op bij de tweede indicator. Colleges met CDA, PvdA en D66 springen er niet uit, positief noch negatief. Als het gehele sociale beleid van werk, inkomen en zorg wordt beoordeeld, vallen colleges met CDA tegen en pakt de vergelijking positief uit voor PvdA, GL en in lichtere mate de SP.

Kleur bekennen

Je zou toch verwachten dat de lokale partijen staan te trappelen om aan hun (potentiële) kiezers duidelijk te maken wat de gemeente voor haar burgers kan betekenen. Lokaal beleid voor zorg en welzijn dicht bij en samen met de burgers is absoluut gewenst. Neem die burger dan ook serieus, door op die schaarse momenten dat er echt wat te kiezen is, duidelijk te maken wat er allemaal wel of niet mogelijk is. Voor welke doelgroepen zijn bepaalde voorzieningen wel of juist niet bestemd, welke keuzes maken de politieke partijen daarin. Het lijkt het AOW-debat wel, zo bang als de partijen zijn om hun kiezers keuzes voor te leggen. Kleur bekennen in lokaal maatwerk voor zorg en welzijn is juist harder nodig dan ooit te voren!

Robbert Huijsman

1 Reacties

om een reactie achter te laten

F. van der Pas

22 februari 2010

Een echte huijsman column, stevig onderbouwd, duidelijke taal en nog een stemadvies ook!

Top