Finance

Ouderzorg, geen kostenpost maar investering voor de toekomst

Het decentraliseren van extramurale zorg: een kans of een bedreiging voor zelfredzaamheid of de oplossing voor afnemende zorgkwaliteit binnen de ouderenzorg?

Het regeerakkoord is eindelijk gepresenteerd. Het Haagse getouwtrek heeft geresulteerd in opmerkelijke zorgplannen. Zo mogen ziekenhuizen tot 2021 maar liefst 700 miljoen euro minder uitgeven, maar komt de ouderenzorg er wél goed vanaf, in deze groep wordt 2,1 miljard euro geïnvesteerd. Niet alleen komt er meer geld beschikbaar, vanaf 2018 worden de zorgbudgetten direct via gemeentes ter beschikking gesteld. Toch is er nog geen reden voor gejuich.

Zorgkosten

Hoewel de economie een mooie groeicurve laat zien, blijkt dat de zorgkosten nóg harder groeien. Volgens berekeningen van ING groeit de gezondheidszorg in 2017 voor het eerst in vier jaar sneller dan de economie. Dit komt mede door de toenemende vergrijzing, en de stijgende kosten van de verpleeghuiszorg. De zorgkwaliteit moet daar flink omhoog, en dit kost de overheid volgend jaar 400 miljoen euro meer dan begroot en dit loopt in 2021 op naar een extra investering van 2,2 miljard euro.

De grote zorgvraag vereist dat men verstandig met het budget omgaat, oftewel, het zorgaanbod moet snel efficiënter worden gemaakt. Een van de manieren waarop dit mogelijk is, is door het stimuleren van extramuralisering. Door het subsidiëren van wijksteunpunten en domotica kunnen ouderen langer thuis wonen. Voorheen werd de subsidie verzorgd door de overheid. Echter, vanaf eind 2017 wordt de verantwoordelijkheid voor de extramurale zorg gedecentraliseerd. Het subsidiëren van de zorginfrastructuur is dan geen taak meer voor de centrale overheid; het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) hevelt dit over naar de gemeenten.

Zorg-community

Het lokaliseren van zorg is een uitstekende zet. De lijnen worden korter, en lokaal is er veel beter zicht op welke zorgbehoefte er bestaat. Nu is het nog zo dat er NZa-gelden naar zorgpartijen gaan die veelal ad hoc oplossingen voor problemen bieden, en weinig oog hebben voor oplossingen die de zorg structureel beter maken.

Binnenkort krijgen de gemeentes de regie in handen en kunnen erop aansturen dat zorgaanbieders echt met elkaar gaan samenwerken. In sommige gemeenten bestaat er al een pragmatisch netwerk van huisartsen, thuiszorgmedewerkers en vrijwilligers die thuiswonende ouderen de extra hulp en zorg bieden die ze nodig hebben. Maar in de meeste gemeenten is dit nog niet geregeld, en werken zorgaanbieders nog niet mét, maar naast elkaar.

Gemeentes staan voor de uitdagende taak om een zorg-community op te bouwen. Dit staat voor een nieuwe manier van omgaan met zorg op basis van een volkomen andere zorg-infrastructuur. Een groot voordeel hiervan is dat ouderen meer zelf kunnen bepalen. De ouderen beoordelen bovendien zelf de kwaliteit van leven en zorgen, en deze transparantie verbetert het aanbod van diensten wezenlijk.

Valkuilen

Een van de grootste valkuilen die veranderingen van subsidiestromen met zich meebrengen, is dat er weinig voorbereiding plaatsvindt en men beslissingen uitstelt. Ouderen zijn echter een kwetsbare groep, die niet kunnen wachten totdat gemeentebesturen wakker worden en in actie komen. Gemeenten moeten het liefst deze maand al een toepasbaar plan op tafel hebben liggen, dat goede kwaliteit van zorg als uitgangspunt heeft. Daarvoor zijn de volgende elementen onmisbaar:

•    Het opbouwen van een zorg-community kost tijd. Gemeentes moeten nu al aan tafel met zorgaanbieders en cliënten om te kijken op welke wijze de zorgkwaliteit voor de lange termijn gegarandeerd kan worden.

•    Ouderen die thuiswonend zijn, vereisen per definitie zorg op maat. Inspraak van deze groep (al dan niet samen met familieleden) op het zorgaanbod is dan ook een voorwaarde.

•    Gebruik technologie om het contact met ouderen te verbeteren en zorg te verlichten. Denk hierbij aan domotica-toepassingen zoals personenalarmering, beeldcommunicatie en deurontgrendeling/deurvergrendeling.

•    Leer en investeer. Verzamel de gegevens uit domotica, wearables en bigdata en bespreek deze met de zorgverleners en ouderen. Wat werkt wel en niet? Investeer vervolgens in toepassingen die het woongenot verhogen en de werkdruk voor zorgverleners verlaagt.

Unieke gelegenheid

Willen gemeenten in 2018 direct aan de slag met zorg op maat voor ouderen, dan moeten ze nú investeren in een lange termijnplanning. Deze kansen kan men alleen verzilveren als er niet alleen aandacht is voor kosten en baten, maar ook voor de modernisering van de zorginfrastructuur. Hopelijk beseffen gemeenten dit, want nu doet de unieke gelegenheid zich voor om het in één keer goed aan te pakken. Zo kunnen niet alleen de ouderen van nu, maar ook de volgende generaties profijt hebben van een deugdelijke zorg-infrastructuur. Technologische toepassingen die de veiligheid en zelfstandigheid van ouderen bevorderen zijn al beschikbaar én toepasbaar. Technologie is dus geen kostenpost, maar een investering in de zelfredzaamheid van ouderen. Oftewel: een investering voor de toekomst van onze ouderenzorg.

Hoe denkt u over deze veranderingen? Graag ga ik met u de dialoog aan, reacties zijn welkom!

Pieter Rahusen

Manager marketing & business development bij Eurocom Group

Pieter Rahusen_311

0 Reacties

om een reactie achter te laten
Top