BLOG

Ervaring drijft cliëntenorganisaties

Directeuren en bestuurders van PGO-koepels, zorginstellingen en verzekeraars vinden de PGO-beweging te versnipperd. De financiering is onvoldoende en de legitimiteit niet gewaarborgd. VWS past het sturingsprincipe ‘divide et impera’ (verdeel en heers) toe. De artikelen in het aprilnummer van Skipr magazine over PGO-organisaties geven daarmee een zorgelijk beeld van de PGO-beweging. Het doet echter onvoldoende recht aan de bevlogen werkwijze en behaalde resultaten van de organisaties. 

De motor van de PGO-beweging

“Alsof het op zichzelf al niet al erg genoeg is dat je patiënt bent geworden of bejaard, gaat men zich vervolgens rondom die ellende ook nog eens organiseren”, stelde Youp van ’t Hek vertwijfeld vast. Waarom doen mensen dit? Om ervaringen kwijt te kunnen, tips uit te wisselen. Maar vooral om hoop en vertrouwen te vinden in moeilijke situaties. De meeste organisaties zijn in het leven geroepen door getroffenen zelf. Deze zelforganisaties weten dikwijls zonder of met beperkte subsidie overeind te blijven. Gedreven door herwonnen kracht en ervaringskennis: de motor van de PGO-beweging.

Ervaringskennis

Zoals de Romeinen zeiden: 'Usus magister est optimus', ervaring is de beste leermeester. Het unieke van PGO-organisaties is de rijkdom aan ervaringskennis. Een bron van informatie, een onmisbare input voor beleid en innovatie.

Nu kunnen we ingewikkelde methodieken ontwikkelen om de ‘legitimiteit’ van deze input te garanderen. Maar soms zegt een individuele ervaring veel. Zoals een cliënt uit de ggz: “De isoleercel was een dubbele uitsluiting. Ik kon anderen al niet vertellen over mijn wanen, over de stemmen die ik hoorde. Vervolgens werd ik uitgesloten van elk menselijk contact. Ik voelde mij erg bang en alleen”. Slechts één ervaring van één individu. Maar een confronterende spiegel voor professionals en bestuurders die verantwoordelijk zijn voor de kwaliteit van de zorg.

Samen in het PGO-veld

PGO-organisaties boeken aantoonbare resultaten. Dit blijkt uit de PGO-monitor 2008, uitgevoerd door Prismant en het VerweyJonker Instituut. Empowerment, voorlichting, bevorderen van wetenschappelijk onderzoek en verbeteren van diagnoses en behandelmethoden. Bijna 42 procent van alle organisaties heeft contact met verzekeraars. Bijna 81 procent van de PGO-organisaties werkt samen met andere PGO-organisaties. Cliënten- en familieorganisaties in de ggz, drie jaar geleden nog beschouwd als verdeeld en versnipperd, werken nu constructief samen. Ze vormen één front richting zorgverzekeraars, aanbieders en overheid. Zij zorgen er zelf voor dat bij hen het sturingsprincipe Divide et impera’ niet opgaat.

Kansen benutten

Als vertegenwoordigers van klanten, van verzekeraars en zorgaanbieders hebben PGO-organisaties een unieke positie. Ze kunnen optreden als informatieverstrekker, onderhandelaar, beleidsadviseur, kwaliteitstoetser, dienstverlener en actievoerder.

Er is nog een wereld te winnen. Maar we zijn op de goede weg. De uitdaging is om met elkaar de stip op de horizon te bereiken: De Derde Marktpartij. Het zal geen gemakkelijke weg zijn. De verwachtingen zijn hooggespannen en de belangen soms verdeeld. Maar ook hierbij hadden de Romeinen het bij het rechte eind. ‘Per aspera ad astra’: langs moeilijke wegen bereikt men de sterren.


Marjan ter Avest
Directeur Landelijk Platform GGz

0 Reacties

om een reactie achter te laten
Top