BLOG

Voor goede kindzorg moet iedereen meebuigen

Kinderartsen die in het ziekenhuis werken, willen het liefst dat kinderen zo snel mogelijk weer naar huis gaan. Ik heb door de jaren heen gezien dat dat in de meeste gevallen simpelweg het beste is voor hun ontwikkeling. Het knelpunt waar we in de zorg vaak tegenaan lopen is dat het niet heel helder is wat er thuis verder gebeurt, hoe lang de zorg doorloopt en welke wijzigingen er worden aangebracht.

Een collega heeft meegemaakt dat een kind een canule kreeg en er thuiszorg was ingezet voor de controle. Er was voor het gezin geen reden om naar de poli te komen en dus hoorden zij er nooit meer iets van. Ze kwamen er veel te laat achter dat het kind die canule allang niet meer nodig had. Zo zijn er nog veel meer voorbeelden noemen.

Visites thuis

Het zou voor kinderartsen mooi zijn als we de visites die we in het ziekenhuis lopen, ook door kunnen laten gaan als de kinderen thuis zijn. Ik bedoel dat niet in letterlijke zin, maar meer dat we voeling houden met het kind, waar het zich ook bevindt. Er zijn natuurlijk allerlei initiatieven waarbij transmuraal wordt gewerkt. Dat juich ik zeker toe. Ik denk dat we in de kindzorg daar naartoe gaan. Het Medische Kindzorgsysteem (MKS) is hierin veelbelovend. Daardoor krijgen we veel inzicht in kwaliteit, veiligheid en follow-up. Dat geldt voor de kinderartsen, kinderverpleegkundigen en andere zorgverleners, maar zeker ook voor de ouders en het kind.

Als je volgens het MKS werkt, wordt duidelijk in beeld gebracht wat de hulpbehoefte is, wordt het zorgplan voor zowel de mensen buiten als in het ziekenhuis doorzichtig en kunnen we bijsturen waar nodig is. Voor de kinderartsen is het ook duidelijk wat de afspraken thuis zijn als ze ervoor tekenen. Ze kunnen het dan ook beter monitoren. Je gaat nadenken over wat er moet gebeuren in plaats van de zaak over te laten aan de mensen die op dat moment de zorg bieden. Is een aanpassing van de medicatie nodig? Dan kunnen we dat inzetten.

Financiering

Ik zeg niet dat het allemaal van vandaag op morgen gepiept is. Daarvoor is het zorglandschap te zeer ingedeeld in hokjes. Je vraagt je dan af: wie houdt die in stand? Ik denk dat de oorzaak voor een deel bij de financiering gezocht moet worden: als die blijft zoals die is, gaan mensen niet meebewegen. Daar moet flexibiliteit in komen, want dan ziet iedereen dat het echt kan. Iedereen wil graag de beste zorg voor kinderen!
We zitten nu met de absurde situatie dat we over het algemeen niet proactief kunnen overleggen met de kinderverpleegkundige die thuis de zorg verleent. Want die tijd wordt nergens vergoed. Pas als er al een probleem is en het kind moet naar het ziekenhuis komen, dan is de vergoeding wel geregeld. Dat is vreemd.

Als we meer kinderen eerder naar huis sturen én er verandert niets aan de huidige financieringsstromen, dan zie je dat declareerbare activiteiten door kinderartsen afnemen. Het lijkt dan dat daarop bezuinigd kan worden. Maar dat is niet zo, het werk is niet minder, maar is voor kinderen búiten het ziekenhuis. De NZa heeft nu wel za-codes voor kinderen die thuis zorg krijgen in het leven geroepen. Heel mooi, maar vervolgens is nog niets ondernomen om ervoor te zorgen dat die werkzaamheden ook declarabel zijn. Niet voor de portemonnee van de kinderarts, maar voor het in stand houden van goede zorg. In mijn ogen is het goed laten verlopen van die transmurale kindzorg alleen mogelijk als de flexibiliteit die het MKS kan bieden op álle fronten wordt nageleefd.

Hetty Henneveld

Kinderarts in het Tergooi Ziekenhuis en lid van de Beroeps Belangen Commissie van de Nederlandse Vereniging van Kindergeneeskunde (NVK)

Hetty Henneveld_310

0 Reacties

om een reactie achter te laten
Top