BLOG

Heroverwegingen: tekentafel versus praktijk

De ambtelijke werkgroepen benoemen de ontwikkeling van ketenzorg in hun bezuinigingsideeën. Ook demissionair minister Klink ziet ketenzorg als de oplossing voor meer efficiëntie en kostenbesparing in de patiëntenzorg. Teleurstellend zijn de ideeën die daarvoor tot nu toe op de tekentafel worden bedacht: in de praktijk pakken ze anders uit.

Zeker, patiënten krijgen met het ouder worden te maken met veel verschillende hulpverleners: verpleegkundigen en verzorgenden, artsen, fysiotherapeut, diëtisten en ga zo maar door. Meer dan tien zorgverleners bij één patiënt is geen uitzondering. Samenwerking en afstemming zijn hierbij essentieel. Vooral chronisch zieke patiënten met diabetes, hartfalen en COPD vragen om een goed overzicht en coördinatie van het gehele zorgtraject: ketenzorg.

Praktijkhobbels

Toch pakken de ideeën van de tekentafel in de praktijk anders uit. Al snel komen discussies over domeinen en de regierol om de hoek kijken, wat leidt tot nog meer bestuurlijke drukte. Terwijl het zou moeten gaan over welke zorg nodig is en wie deze het beste kan geven op basis van kennis, opleiding en competenties. Een dagje mee met de wijkverpleging laat veel van deze praktijkhobbels zien. Voorbeelden waarbij de huisarts van een chronisch zieke longpatiënt liever een praktijkondersteuner uit eigen praktijk inzet in plaats van een longverpleegkundige van een thuiszorgorganisatie. Of de diabetesverpleegkundige die op het laatste moment wel gebeld wordt als de nood aan de man is, maar de patiënt niet continu mag begeleiden, terwijl juist deze verpleegkundige opgeleid is om vroegtijdig in te grijpen om escalatie te voorkomen.

Gelijkwaardigheid

De tekentafel houdt niet echt rekening met de inzet van kennis en kunde van de betrokken zorgverleners die door veelvuldig contact met de patiënt van nature het beste overzicht hebben. Nu bepaalt de hoofdaannemer die de zorgketen bij de zorgverzekeraar inkoopt wie zorg levert aan deze patiënt. Wijkverpleegkundigen zijn op deze wijze afhankelijk van de grillen van de hoofdaannemer. En de patiënt heeft al helemaal geen keus wie bij hem thuis over de vloer komt. Een multidisciplinaire aanpak vereist taakherschikking, maar dan op basis van gelijkwaardigheid en substitutie. Dat betekent dat traditionele rollen en domeinen verdwijnen. Om ketenzorg te realiseren die daadwerkelijk iets oplevert voor de patiënt is een integrale aanpak een noodzakelijke voorwaarde.

Integrale zorg

De praktijk laat voorbeelden genoeg zien waar samenwerking juist tot stand komt zonder allerlei bepalingen, protocollen en voorschriften. Neem Almere waar de eerstelijnszorgcentra nauw samenwerken met het ziekenhuis en gespecialiseerde verpleegkundigen met elkaar delen. De verpleegkundige heeft als verbindende schakel de coördinatie over het totaal aan zorg dat de patiënt nodig heeft. Huisarts, medisch specialist, fysiotherapeut, diëtiste leveren allemaal hun unieke deel van de zorg. Geen domein- of regiediscussies. Eerstelijn en tweedelijn zijn samengevloeid tot integrale zorg.

Taakherschikking

Integrale zorg betekent samenwerking op basis van kennis, specialisaties en competenties. Dat kan alleen tot stand komen via echte taakherschikking. Waarbij artsen, verpleegkundigen en paramedici hun specifieke kennis afgestemd op elkaar, in kunnen zetten voor de patiënt en betere zorg. Dit is hard nodig want de ambtelijke werkgroepen laten ook zien dat het risico op een kaasschaaf groot is. Die schaaft al gauw over preventie en vroegsignalering. Onder het mom van het bevorderen van de zelfredzaamheid van patiënten wordt systematisch het verpleegkundig handelen vervangen. Dit houdt het risico in dat deze professionals pas in beeld komen wanneer de thuissituatie is geëscaleerd.

Werkelijke behoeften

In plaats van de kaasschaaf is heroriëntatie nodig. Die heroriëntatie moet zich richten op integrale zorg gebaseerd op de werkelijke behoeften van patiënten en op het concreet uitwerken van taakherschikking en functiedifferentiatie. Dat betekent complementariteit en gelijkwaardigheid in de professionaliteit van de beroepsuitoefening. Maar het betekent ook boven je eigen schaduw uitstijgen voor betere zorg en een tevreden patiënt.


Atie Schipaanboord
Directeur Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland (V&VN)

1 Reacties

om een reactie achter te laten

tjark reininga

15 april 2010

mevrouw Schipaanboord geeft een goede opsomming van de fenomenen en problemen in de zorg. gaat zij daarbij echter bewust voorbij aan een analyse van de oorzaken die aan het gebrekkig functioneren van de zo goed getekende structuren?



tegengestelde belangen van de betrokken partijen en een eindgebruiker (patiënt/cliënt/zorgvrager of hoe we hem/haar ook noemen) die formeel geacht wordt zeggenschap te hebben, maar daartoe lang niet altijd in staat is. Enerzijds niet, omdat hij acuut bepaalde zorg nodig heeft en de tijd ontbeert om te gaan shoppen, anderzijds omdat hij de kennis en vooral ook de financiële middelen vaak niet heeft om de optimale zorg in te kopen. Dat laatste moet zijn verzekering doen, maar die heeft behalve het belang van de zorgvrager een financieel belang dat daaraan vaak niet parallel loopt. en ook de poortwachter bij de zorg, in veel gevallen de huisarts, moet vaak niet alleen rekening houden met het (acute) probleem van zijn patiënt, maar ook met de exploitatie van zijn praktijk en de omgeving waarin die functioneert. zodat hij soms, zoals mevrouw S signaleert, liever een van zijn eigen medewerkers inzet dan een echte specialist.

Top