BLOG

Keurmerken ziekenhuiszorg: gooi kind niet met badwater weg

NVZ en NFU adviseren ziekenhuizen om in 2019 te stoppen met voeren van keurmerken als smiley’s, kangoeroes, het roze lintje en het vaat- en spataderkeurmerk. Het onderscheidend vermogen van keurmerken wordt steeds lager, terwijl deelname leidt tot hoge financiële en administratieve lasten. Het Deventer Ziekenhuis heeft een eigen methodiek ontwikkeld die duidelijk moet maken of een keurmerk wenselijk is of niet.

Er is een sterke groei van het aantal keurmerken in de zorg. Steeds vaker worden hier kanttekeningen bij geplaatst. De benodigde tijdsinvestering is fors en de daadwerkelijke bijdrage aan de zorgkwaliteit is niet altijd duidelijk. Hebben we überhaupt keurmerken nodig om onze kwaliteit te verbeteren of inzichtelijk te maken? Dienen deze keurmerken het belang van de patiënt, of zitten er ook commerciële belangen achter? Een overkoepelend accreditatie (zoals NIAZ of JCI), zou voldoende moeten zijn om de kwaliteit van zorg te garanderen. Maar gooien we dan niet het kind met het badwater weg? Een keurmerk is ook een middel om te focussen op kwaliteitsverbetering binnen een specifiek onderdeel van onze zorg.

Waarde versus belasting

Als Deventer Ziekenhuis kiezen we alleen voor keurmerken die waarde toevoegen voor onze patiënten. Om die waarde te bepalen, hebben we een eigen methode ontwikkeld die ons in staat stelt een bewustere en beter onderbouwde afweging te maken om wel of niet aan een keurmerk deel te nemen. De methode brengt de waarde en de belasting in kaart. Deze methode is ontwikkeld door een breed samengestelde projectgroep, binnen een recent afgerond leiderschapsprogramma in ons ziekenhuis, mede bekostigd vanuit de KiPZ-subsidieregeling.

Wat betreft waarde worden drie thema’s onderscheiden: Kwaliteit & Patiëntbeleving, Bevlogenheid en Betrokkenheid en Onderscheidendheid. Qua belasting worden twee thema’s onderscheiden: Registratielast en Financiële consequenties. Uiteindelijk worden waarde en belasting tegen elkaar afgewogen. De afweging wordt door zorgprofessionals en management samen gedaan. Besluitvorming vindt uiteindelijk door de RvB plaats. Groot voordeel: dit zorgt voor centrale regie op keurmerken. Op basis van antwoorden op vragen worden automatisch plus- of minpunten toegekend aan het betreffende thema. 

Verder laat de eerste ervaring binnen het Deventer Ziekenhuis zien dat de vragen als helpend worden ervaren en het kritische denkproces stimuleren. De methode wordt gebruikt om een onderbouwd gesprek te kunnen voeren over aangaan of continueren van een keurmerk.

Merk en keurmerk

Als Deventer Ziekenhuis vinden we dat bepaalde keurmerken cruciaal zijn om zorg in Nederland te verbeteren. Het zou zonde zijn om het kind met het badwater weg te gooien. Keurmerken kunnen je helpen om specialismen op de kaart te zetten. Het gaat er dan wel om dat je de juiste keurmerken kiest. Dat kan nu beter met de door ons ontwikkelde systematiek. Een keurmerk is letterlijk een merk. Een goed middel ook om je merk als ziekenhuis te onderstrepen.

Maarten Hoes (klinisch fysicus), Marleen Ruijter (biomedisch technoloog), Elise Kootstra (operationeel manager Klinische Farmacie), Rosa Brouwer (operationeel manager Vrouw/Kind centrum), Elze Bent (operationeel manager verpleegafdeling en voorzitter Verpleegkundige Adviesraad) Deventer Ziekenhuis.

1 Reacties

om een reactie achter te laten

Frank Conijn — www.gezondezorg.org

6 februari 2019

Ik vraag me af of het systeem dat het Deventer Ziekenhuis ontwikkeld heeft wel duidelijk is voor patiënten en alomvattend is voor de aandoeningen die men er behandelt. Wat dat zijn, naast een zo laag mogelijke administratieve en financiële belasting, m.i. de twee hoofdvoorwaarden waar een professioneel keurmerksysteem aan zou moeten voldoen.

Naar mijn mening zou men per aandoening of hoofdklacht moeten kunnen opzoeken hoe goed een ziekenhuis. En dan gebaseerd op:

* pathologieverloop;
* patiënttevredenheid;
* een set structuur- en procesindicatoren die basiszaken dekken die niet (tijdig) uit de eerste twee punten naar voren komen;
* als het pathologieverloop niet (goed en/of werkbaar) te meten is, aanvullende structuur- en procesindicatoren.

Top